De houthakker en de beer

Er was iemand, er was niemand. Behalve God, was er niemand.

Er was eens een houthakker, die in het bos aan het wandelen was. Opeens hoorde hij een geluid, een angstaanjagend geluid.

"Grrr, grrr, grrr."

De houthakker werd bang. Hij keek naar alle kanten om zich heen, en opeens zag ‘ie een grote, zwarte beer. Hij werd nog angstiger en verstopte zich achter een boom. De beer kwam op hem af.

"Grrr, grrr, grrr. Hé houthakker, je hoeft niet bang voor mij te zijn. Ik zal je toch niets doen? Ik ben gewoon op zoek naar honing."

Pfoeh. Nou, de houthakker was blij.

Hij zei: "Nou, weet je wat, beer? Ik weet waar honing te vinden is. Ik zal jou er heen brengen. Ik weet ergens een plekje waar heel veel honing is. Maar je mag mij niets doen, hè?"

"Nee, dat was ik ook niet van plan," zei de beer.

Vanaf die tijd waren ze dikke vrienden. Ze gingen alle dagen met elkaar op stap en praatten met elkaar.

Op een dag zei de houthakker tegen de beer: "Beer, ben jij ooit aan de andere kant van het bos geweest? "

"Nou, eigenlijk niet. Hoezo?"

"Ik wil graag een keer naar die andere kant gaan, maar dat kan ik niet. Want er is een rivier in het midden van het bos en... ik kan gewoon niet zwemmen. Maar ik wil graag eventjes die andere kant zien. Maar jij? Weet jij echt niets van die andere kant?"

De beer zei: "Nee. Ik weet er helemaal niks van. Maar dat is helemaal geen probleem. Jij kan niet zwemmen. Je kan op mijn schouders zitten en dan breng ik jou gewoon naar de andere kant."

Ze besloten om dat te gaan doen.

In het midden van het bos ging de houthakker op de rug van de beer zitten, en toen staken ze de rivier over.

"Grr, grr, grr."

Midden in de rivier sprong er een vis uit het water. De beer vergat even helemaal dat de houthakker kon niet zwemmen. Hij liet die arme houthakker in het water vallen, sprong op de vis af en ving hem.

De houthakker riep: "Hola, hee, ik verdrink zowat! Hellup, ik kan niet zwemmen!"

De beer trok hem uit het water, zette hem weer op zijn schouders en liep naar de andere oever. De houthakker was heel erg boos, maar durfde er eerst niet goed over te beginnen.

Even later vatte hij toch moed en zei: "Waarom deed je dat? Jij wist toch dat ik niet kon zwemmen?"

"Och ja, ik was het even vergeten. Ik zag een vis."

"Nou, zullen we weer vriendjes zijn?"

De beer zei: "Ja, okee."

Toen gaven zij elkaar een tik tegen de schouder en even later omhelsden ze elkaar.

"Och, mijn lieve beer."

En de beer zei: "Och, mijn houthakker."

Ze waren dus weer vrienden en ze gingen weer door met hun tocht. Het was een prachtig bos aan de andere kant van de rivier. De vogels waren aan het zingen. Maar er waren niet alleen vogels te horen in het bos, maar ook tijgers en leeuwen. De houthakker was echter niet bang, want de beer was bij hem en kon hem beschermen. Ze liepen nog een tijd door en uiteindelijk werden ze moe van het lopen.

De houthakker zei: "Beer, weet je wat? Ik ben echt een beetje moe. Ik heb zin om eventjes te gaan rusten. Eventjes te gaan slapen."

"Nou, dat is goed. Dat wil ik ook graag."

Ze gingen onder de schaduw van een hele grote boom liggen, maar ze hadden er nog geen vijf minuten gelegen of daar kwamen de muggen aanvliegen: "Zmmmm zmmm zmmm."

Ze probeerden de muggen van zich af te slaan, maar ze konden er gewoon niet van slapen.

De houthakker zei: "Weet je wat? Ik heb een idee. Als één van ons gaat liggen slapen, dan zorgt de ander dat de muggen uit de buurt blijven; dan kunnen wij om beurten misschien even lekker slapen."

"O, dat is een goed idee," zei de beer.

Maar wie gaat het eerste slapen? Uiteindelijk was het de beer die als eerste mocht gaan slapen. De beer sliep in, en de houthakker pakte een groot blad van de boom, en joeg daarmee de muggen heel zorgvuldig weg.

De beer sliep natuurlijk heel lekker, en werd uiteindelijk weer wakker: "Hrrrm, hrrm."

De houthakker vroeg: "En beer, heb je lekker geslapen?"

"Hm hm."

"Fijne dromen gehad?"

"Hm hm."

"Nou, nu ben ik aan de beurt."

De houthakker ging slapen. De beer pakte het blad.

Daar kwamen de muggen: "Zmmmm."

De beer sloeg wild met het blad om zich heen.

"Zmmm. Zmmmm."

De beer werd heel erg boos op die gemene kleine muggetjes. Hij begon nog wilder te slaan met het blad.

"Ghhrm, ghhrm, ghhrm, ghhrm."

Het hielp allemaal niets. Die arme houthakker lag nog steeds de muggen van zich af te slaan. De beer werd de muggen beu, hij was ze spuugzat. Wat moest hij doen? Ik ga gewoon weg, dacht hij. En hij liep inderdaad een stukje weg. Opeens zag hij een grote steen liggen. Hij kreeg meteen een goed idee. Hij liep naar de steen en hij pakte hem op.

"Hhrm, hhhrm."

Hij ging met de steen precies bij het hoofd van de houthakker staan en wachtte tot de muggen zouden komen.

"Zzzzzm."

Hij hief de grote steen op. Weet je wat ik met jullie ga doen?, mompelde de beer. Toen kwam er een mug in de buurt van het gezicht van de houthakker, en de beer liet de steen op het hoofd van die arme houthakker vallen.

Je kunt je voorstellen wat er met de houthakker gebeurde. Het hoofd van de houthakker was zo plat als een kwartje. Maar de domme beer besefte dat niet. Hij dacht: ik heb mijn best gedaan. Géén muggen meer! De houthakker slaapt nog.

Na een paar uurtjes vond de beer het welletjes.

"Hé, houthakker, wakker worden! Ik ga weg. Ik heb honger. Ik ga op zoek naar honing. Als je niet wakker wordt, ga ik alleen weg, hoor!"

Hij kreeg geen antwoord van de houthakker.

"Okee, als je niet komt, dan ga ik."

En hij ging gewoon weg. De houthakker werd natuurlijk nooit meer wakker.

In Iran hebben we hier een toepasselijk spreekwoord bij, dat zegt: "Beter een slimme vijand dan een onnozele vriend."

(Dit Iraanse - of: Perzische - sprookje werd verteld door de Iraanse verteller Heybat Sheykhi. Het spreekwoord aan het slot werd toegevoegd door de Iraanse middenstander Saïd)