De brief aan de sultan
De sultan heeft een prachtig diner georganiseerd. Maar Nasreddin Hodja is niet uitgenodigd, en dat zit m vreselijk dwars. Want hij was toch een belangrijke figuur in de stad. En hij wil ontzettend graag mee-eten. De enige manier om dat voor elkaar te krijgen is om... Tja, onaangekondigd binnenvallen kan natuurlijk niet, maar als je nou onaangekondigd binnenvalt met een goeie reden, dan ben je in ieder geval binnen, en dan, met enig geluk, lukt het misschien wel om mee te eten.
Dus hij besluit om met een brief in de hand zo snel mogelijk naar het paleis van de sultan te lopen. En daar komt hij aan en hij laat zich aandienen en hij zegt dat er een vreselijk belangrijke urgentie-brief is. De sultan trekt zich met de brief terug in zijn studeerkamer, en de Hodja wordt aan tafel uitgenodigd. Hij moet immers op het antwoord wachten, want zo hoort dat dan. De Hodja was namelijk ook schrijver; hij had de functie van schrijver in het oude Turkije. Dan wachtte je op het antwoord, want dat moest je dan opschrijven, omdat anders de ander nog niet wist wat het antwoord zou zijn. Dus hij werd uitgenodigd om te eten en zat daar keurig achter een enorme berg met eten.
Even later komt de sultan weer terug en meldt stomverbaasd dat hij er niets van snapt, omdat er niets in de brief staat.
Waarop de Hodja antwoordt: "Ja, dat is ook logisch. Er was zó ontzettend veel haast bij, dat er geen tijd was om m te schrijven."
(Dit traditioneel Turkse volksverhaal is verteld door de Nederlandse verteller Marco Holmer)