Het diner
Ik was aan het werk in mijn volkstuin, toen ik iemand hoorde roepen. In de verte kwam een jongen aanhollen, zwaaiend met een papier.
"Hodja, hodja, u bent uitgenodigd op het stadhuis!"
Eindelijk, dacht ik, eindelijk word ik in dit kikkerland eens serieus genomen. En ik zag de krantenkoppen al voor me: 'Nasreddin Hodja ontvangen op het stadhuis. Turks wijsgeer geeft zijn mening over de Nederlandse samenleving.' Hoewel? Een uitnodiging? Wat voor een uitnodiging? Mijn paspoort... heb ik mijn paspoort verlengd? Mijn vreemdelingenbewijs? De APK van mijn auto? De rioolbelasting?
"Hodja, een receptie! Met diner! En u moet gelijk komen. Het begint vanmiddag al!"
Een uitnodiging: aan de heer Nasreddin Hodja. Dat ben ik! Ter gelegenheid van de rehabilitatieplannen van de wijk nodigen wij u uit voor het bijwonen van de plechtigheden. Indien u het woord wilt voeren, dient u dat tevoren kenbaar te maken op telefoonnummer... Haha, het woord voeren. "Beste aanwezigen. Als hodja is het mij een eer om op deze bijeenkomst het woord te voeren. Het gaat immers om onze wijk, met al zijn kleurrijke bewoners." Ha: met onze excuses voor de late verzending van deze uitnodiging. Met onze excuses? Oh, zit dat zo? Hebben we d'r aan gedacht om de allochtonen ook uit te nodigen? Ojee, helemaal vergeten!
"Bah jongen. Ik ga niet. Laat ze maar weten dat ik niet kom. Hoewel... misschien zijn er lekkere hapjes. Ik kan in ieder geval even gaan kijken."
Aanvang vier uur. U wordt verwacht om in passsende kledij te verschijnen. Tijd om me om te kleden was er niet meer. En ik besloot om in mijn dagelijks kloffie naar het stadhuis te gaan.
In de hal was het gezellig druk. Ik wandelde rond, nam af en toe een slok jus d'orange en stelde me aan de mensen voor. Maar niemand lette op me. Iedereen aan wie ik mij voortelde, schudde mijn hand, maar liep daarna weer verder. Het leek erop of niemand ooit van een hodja had gehoord. Ik ging bij groepjes pratende mensen staan, mengde me in het gesprek; ze deden net of ik er niet was. Om zeven uur ging de bel voor het diner. De grote deuren naar de zaal gingen open en één voor één gingen de genodigden naar binnen. Ik keek verlekkerd naar al dat eten op die buffetten, en maakte me op om te gaan zitten.
"Alleen voor genodigden, meneer."
"Ik ben genodigd. Ik ben hodja."
"Met alle respect, meneer. Ik kan u echt niet binnenlaten. Het is niet voor gewone mensen zoals u en ik, meneer."
"Maar... maar mijn beste man, ik ben hodja."
"Jawel meneer."
"Nee man, ik ben hodja. Ik hóór hier binnen."
"Jawel meneer. Ik weet inmiddels wel dat u meneer Hodja bent, meneer. En als u nou een pak aan had of zoiets, dan kon ik het nog door de vingers zien. Maar zo overduidelijk als tuinman, meneer... Het spijt me, meneer."
"Okee, okee! Dan ga ik mij eerst wel verkleden."
Thuis gekomen rende ik gelijk naar boven en begon te wroeten in mijn klerenkast.
"Nee, nee, dat toch maar niet... te frivool. En dit...? Ach, te gewoontjes ben ik bang. En deze te elegant, maar... Aaah, deze...! Een echt hodja-kostuum! Mooi deftig!"
Ik kleedde me aan en met wapperende sleep rende ik terug naar het stadhuis. Hopelijk waren de heren en dames nog niet verder dan de eerst gang.
En de burgemeester zei: "Dus u bent Nasreddin Hodja. Prettig om met u kennis te maken. Neemt u toch plaats!"
En mijn buurvrouw zei: "Ik ben toch zo benieuwd! U als geen ander kunt beoordelen hoe het is om als allochtoon in de buurt te leven. U woont er immers!"
En de ober zei: "Wilt u misschien een biefstukje, meneer, in plaats van een varkenshaasje?"
En... en... en...
Ik sprong overeind. Zoveel aandacht van zoveel mensen, dat was niet normaal. Dat kon niet voor mij bedoeld zijn. Ik kleedde me voorzichtig uit, en drappeerde mijn nette kostuum over de stoel voor me.
"Beste broek, sta mij toe dat ik u even aanschuif. En jasje, weest u toch voorzichtig: een vetvlek is zo snel gemaakt. Gebruikt u toch uw servet. Maar vooral kostuum: tast toe! Tast toe! Beter eten zult u in de komende weken niet krijgen."
"Hodja, bent u gek geworden? Wat is dit voor een vertoning? Kleed u onmiddellijk weer aan! Dit is een gala-diner."
Alle mannen vormden een dichte kring om mij heen, zodat hun en mijn eer gered zou worden. De dames bleven eenzaam achter aan tafel in gezelschap van mijn nette pak.
"Heren, dit is absoluut geen vertoning. Ik geef mijn beste pak waar het recht op heeft. Toen ik vanmiddag inderhaast uit mijn volkstuin aan uw uitnodiging gevolg gaf, lette helemaal niemand op me. Maar nu ik hier in gezelschap ben van mijn nette pak, word ik overstelpt met attenties. Heren, ik ben nogal verlegen van aard. Zoveel aandacht ben ik niet gewoon. Ik hoop dat u het goed vindt, dat ik mij even terugtrek. Mijn nette pak zal de honneurs voor mij waarnemen."
(Dit Turkse volksverhaal is verteld door de Nederlandse professionele verteller Marco Holmer)