De leugenachtige geit
Er was eens een boer met drie kinderen, drie zoons. Hij was heel arm. Zijn enige grote bezit was zijn geit. Die molk hij elke dag en de geit gaf volop melk en de vacht werd gebruikt voor in de winter.
Op een dag zei de boer: "Ik ga naar het dorp om werk te zoeken."
Hij vond zijn zonen altijd heel lui.
Hij zei tegen zijn jongste zoon: "Ik wil dat jij voor mijn lieveling zorgt."
Hij bedoelde dus niet zijn andere zoons, maar hij bedoelde zijn geit als hij over zijn lieveling sprak.
De zoon zei: "Okee, dat zal niet zo moeilijk zijn."
"Jawel, elke ochtend en avond moet je naar de andere kant van de hei waar veel te eten is en daar laat je hem volop grazen. Als hij gegeten heeft vraag je twee maal heel beleefd: Heb je genoeg gehad? Heb je dat begrepen?"
"Ja vader."
Zo deed hij dat. Hij bracht hem naar de andere kant van de hei in de ochtend en vroeg na enige tijd of hij genoeg had, want hij zag de geit alleen nog maar rondlopen of hij genoeg had.
De geit zei: "Ja, mijn buik is vol. Ik heb in weken niet zoveel gehad."
Toen bracht hij hem naar huis. s Avonds gebeurt hetzelfde. Hij nam hem mee naar de hei en vroeg na een tijd of hij genoeg had gehad.
"Ja, mijn buik is vol. Ik heb genoeg gehad."
Heel laat kwam de boer thuis en ging naar zijn lieveling.
Hij vroeg: "Geitje, heb je vandaag genoeg gegeten?"
"Nee, mijn buik is leeg zoals vanmorgen. Ik heb niks gegeten."
De boer werd heel kwaad en dacht dat hij niks aan zijn zoon kon overlaten. Hij pakte de mattenklopper en sloeg daarmee zijn jongste zoon het huis uit.
Hij zei: "Ga maar voor je eigen centen zorgen. Ik ben het zat."
Toen vroeg hij zijn middelste zoon om voor het geitje te zorgen, zodat hij weer naar het dorp kon om werk te zoeken. Dat deed de zoon. Hij bracht hem s ochtends naar de andere kant van de hei en liet hem volop grazen.
Na een tijdje zei hij: "Heb je genoeg gehad?"
"Ja, mijn buik zit vol. Ik heb genoeg gehad."
Dat deed hij s avonds ook.
Hij vroeg of hij genoeg had en de geit zei: "Ja, ik heb genoeg gehad."
Toen vroeg de boer laat in de avond aan zijn lieveling: "Heb je genoeg gehad?"
"Nee, mijn buik is leeg. Ik heb sinds vanochtend niks gegeten."
Zodoende schopte hij ook zijn middelste zoon het huis uit en vroeg toen zijn laatste zoon.
Wat met de andere zonen is gebeurd, is ook met de laatste zoon gebeurd. De boer deed dus ook zijn laatste zoon de deur uit. Hij kreeg nog maar net genoeg melk van zijn geit.
Intussen ging het goed met zijn zoons. Eentje had werk gevonden bij een molenaar, en was daar al heel lang in dienst. De middelste had werk gevonden bij een andere boer en verdiende ook goed. De laatste had werk gevonden bij een meubelmaker en die werkte ook heel goed. Nou, na tien jaar besefte de boer dat zijn geitje gelogen had. Hij had, nadat hij werk had gevonden, een knecht in dienst genomen. En weer loog het geitje tegen de baas. Hij werd zo boos dat hij zijn zonen het huis uit had geschopt, dat hij de geit kaal schoor en tot aan de rand van het bos helemaal bont en blauw sloeg.
Het speet hem heel erg wat hij zijn zoons had aangedaan. Na tien jaar kwamen zijn zoons weer terug. Na lange dienst hadden ze allemaal een cadeautje van hun bazen gehad. De één, die bij de molenaar had gewerkt, had meel gekregen. De andere die bij de boer had gewerkt, had geld verdiend. En de derde die bij de meubelmaker had gewerkt, kreeg een tafel. Dat was een speciale tafel. Als je zei: Tafeltje dekje, dan dekte de tafel zich vanzelf en lag vol eten.
Toen de zonen terug gingen naar de vader waren ze blij elkaar weer te zien. De vader nodigde de hele buurt uit.
De oudste zoon zei elke keer: "Tafeltje dekje".
Dan was de tafel helemaal vol met lekker eten en drinken. Van die tafel leefden ze verder hun hele leven lang.
(Dit vooral West-Europa bekende sprookje werd verteld door de middelbare scholiere Yamila Abou; zij is zelf in Nederland geboren, maar haar ouders komen uit Marokko.)