De Gigant

Odysseus en zijn zeelieden strandden ooit op een eiland en vonden onderdak in een grot. Dit bleek de woning te zijn van een eenogige reus. De reus nam hen vervolgens gevangen in zijn grot. Ze konden niet weg. Dus Odysseus, die heel slim was, moest iets bedenken. Die reus at schapen. Het was een Gigant. Elke keer voelde hij die schapen aan hun vacht. Die mochten naar buiten lopen. Toen bedacht Odysseus iets om te kunnen ontsnappen. Hij heeft een speer gepakt en toen de reus sliep, heeft hij die speer in z’n oog gegooid. Maar de blinde reus bewaakte nog steeds de uitgang van grot. Dus wat gebeurde er? Odysseus en zijn vrienden gingen onder de schapen hangen, heel slim, dus toen ontsnapten ze en de reus had het niet in de gaten. Zo wisten ze te ontsnapppen.

(Dit volksverhaal, dat al terug te vinden is in de Grieks-klassieke Odyssea van Homerus - 8e eeuw voor Christus -, is verteld door de Italiaanse Rosanna Eremita)