De overleden ketel
Nasreddin Hodja gaat naar zijn gierige buurman om een ketel te lenen. Hij krijgt de ketel en brengt hem na gebruik enkele dagen later weer terug, en geeft er ook een klein keteltje bij.
Omdat de buurman dat niet begrijpt, legt Nasreddin uit: "Je ketel bleek zwanger te zijn, en is bevallen van een kleintje."
De buurman neemt daarop de ketels dankbaar in ontvangst.
Later komt Nasreddin weer de ketel lenen, en de buurman geeft hem natuurlijk graag mee. Maar ditmaal duurt het erg lang voor de ketel wordt teruggebracht, en de buurman gaat naar Nasreddin Hodja.
"Waar blijft de ketel die ik je geleend heb?" vraagt de buurman.
"Het spijt me," zegt Nasreddin Hodja, "maar de ketel is overleden."
"Overleden?" zegt de buurman: "Hoe kan dat nou? Het is een ketel, hoe kan die nou doodgaan?"
"Tja," zegt Nasreddin Hodja: "Als je gelooft dat een ketel zwanger kan zijn en kan bevallen van een kleintje, waarom geloof je dan niet dat een ketel dood kan gaan?"
(Dit is het meest bekende Turkse Nasreddin Hodja-verhaal, in deze versie verteld door een Turkse man van 67 jaar)