De kikkerprins
Er was eens heel, heel lang geleden een prinses buiten aan het spelen met haar gouden bal, die ze speciaal had gekregen van haar vader die op reis was geweest, en die hij voor haar mee had gebracht. Met die bal ging ze dus buiten spelen.
Haar vader zei altijd: "Niet te dicht bij de sloot, want dan laat je de bal vallen."
Zo gebeurde het. Ze speelde bij de sloot en luisterde niet naar haar vader en liet, plons, de bal in het water vallen. Ze huilde op de hoek en probeerde met een tak de bal te bereiken, maar het lukte niet. Toen zag ze opeens een grote groene kikker op een lelieblad zitten. Ze vroeg aan de kikker of hij de bal voor haar wilde pakken.
Nou, de kikker was slimmer dan ze dacht en zei: "Nou, dat doe ik alleen maar onder voorwaarde."
Ze zei: "Ja, je krijgt alles wat je wilt. Ik ben de dochter van de koning. Als je die bal maar pakt, want die is heel zeldzaam."
De kikker vroeg: "Alles?"
"Ja."
De kikker maakte een lijstje. Hij wilde met haar uit één bord eten, met haar slapen. De prinses was helemaal overstuur, die luisterde helemaal niet naar zijn wensen, want ze dacht: wat hij wil kan hij krijgen.
Ze zei alleen maar: "Ja, ja, ik beloof het."
Hij zei: "Beloof je het echt?"
"Ja, ik beloof het echt."
Toen pakte hij de bal voor haar en gaf hem aan haar. Ze was zo blij dat ze er mee naar huis rende. Haar moeder riep haar voor het eten. Na het eten hoorde de vader geklop op de deur. Die hele vieze groene kikker zat voor de deur en begon te kwaken. Hij begon te klagen bij de koning dat de prinses hem opgelicht had, want ze deed niet wat ze beloofd had.
De koning was een hele goede man en luisterde naar zijn wensen en riep de prinses bij zich.
Hij vroeg: "Heb je dat beloofd, dochter?"
"Ja, maar ik wist toch niet dat hij dat wilde? Ik dacht dat hij gewoon spullen wilde, want hij had mijn bal uit het water gevist."
Toen zei de vader: "Nee, wat je belooft hebt, moet je ook doen."
Na veel tegenstribbelen deed ze het toch. Toen ze gingen eten nam ze de kikker naast zich en ze aten samen uit één bord. Toen ze gingen slapen lag hij bij haar in bed. Terwijl ze hem heel erg haatte in het begin, begon ze toch al aan hem te wennen.
Na een tijdje zei hij: "Nu wil ik een kus van je."
Dat wilde ze absoluut niet, koste wat het kost. Dat wilde ze niet hebben. Maar ze deed het uiteindelijk toch, want dat was, wat ze beloofd had.
Toen ze hem een kus gaf, veranderde hij in een prins en ze waren heel gelukkig samen en leefden lang en gelukkig.
(Dit internationaal bekende sprookje werd verteld door de middelbare scholiere Yamila Abou; zij is zelf in Nederland geboren, maar haar ouders komen uit Marokko.)