Minister Anansi
Eer tinn tinn. Sigrie tinn tinn. Dat betekent: heel, heel, heel lang geleden.
Er was eens een koning, en die heette Konu. Hij was de grootste, machtigste en sterkste heerser van heel Afrika. Hij was koning van een heel groot land, en daarom kon hij alle dieren van zijn land uit het bos naar zijn paleis laten komen. Iedereen moest naar het paleis van de koning toekomen. Ze hadden zo goed hun best gedaan dat de koning hen een beloning wilde geven.
"Jullie krijgen van mij allemaal een beloning: een medaille," zei hij.
Wie kwam er het eerst naar het paleis van de koning toekomen? Het was Popokaai de papegaai. En Popokaai de papegaai werd minister van Volksgezondheid. De giraf, die met zijn lange poten en zijn lange nek alles kan overzien, die werd minister van Verkeer en Waterstaat. De oude ezel Koeliki werd minister van Transport. Secrepatu, de schildpad, die werd inspecteur bij bosbeheer. Anansi de spin werd inspecteur Binnenland van Kleinschalige Kabelwerken.
De koning zei: "Hé Anansi, ik heb gehoord dat jij goed bent in het maken van spinnewebben. Weet je wat? Ga jij maar naar het bos toe, ga jij maar alle spinnewebben nakijken. En als ze kapot zijn, moet jij ze maken."
Anansi zei timide helemaal geen zin te hebben om spinnewebben te gaan nakijken.
"Wil jij geen spinnewebben nakijken? Wat wil je dan wel?"
Anansi zei met een zacht stemmetje dat hij Minister van Vertelkunst wil worden, en aan kinderen verhalen vertellen.
"Verhalen aan kinderen vertellen, Anansi? Maar dat is toch heel erg moeilijk? Dan moet je een heleboel tekst uit je hoofd leren."
Anansi hield vol dat hij graag verhalen wilde vertellen.
"Dus jij wil verhalen vertellen aan kinderen? Als jij verhalen wil vertellen aan kinderen, dan moet jij eerst iets heel moeilijks voor mij doen. Snakey de slang wil niet naar mijn paleis toe komen. En als jij, Anansi, nou naar het bos wil gaan, en je kan de slang voor mij vinden... En als je de slang hebt gevonden en je kan de slang voor mij vangen en naar mijn paleis brengen, dan pas mag je verhalen vertellen aan de kinderen."
Anansi was bang en ging het bos in. Hij wist helemaal niet waar de slang woonde.
Hij riep heel zachtjes en voorzichtig: "Hela. Hola. Slangetje lief. Kom toch tevoorschijn. Laat je toch bekijken."
Maar de slang kwam niet.
Hij riep het steeds een beetje harder: "Hela. Hola. Slangetje lief. Kom toch tevoorschijn. Laat je toch bekijken."
De slang vertoonde zich niet.
"Hela. Hola. Slangetje lief. Kom toch tevoorschijn. Laat je toch bekijken."
Anansi werd een beetje boos en hij zei: "Slang, ik roep je nog één keer, en als je dan niet komt dan word ik verschrikkelijk boos op je hoor! Hela! Hola! Slangetje lief! Kom toch tevoorschijn! Laat je toch bekijken!"
Maar de slang kwam nog steeds niet, en Anansi werd zo verschikkelijk boos en op een gegeven moment zei 'ie: "Hé slang, met je lelijke kop!"
Dat had 'ie niet moeten zeggen. Achter Anansi kwam plotseling de slang te voorschijn. Van schrik sprong Anansi recht omhoog de lucht in: hij leek wel een vliegende schotel op acht poten.
De slang begon haar nagels te lakken, mascara op haar wimpers te smeren, haar lippen te stiften en parfum op te spuiten.
De slang zei met bevallige stem: "Hallo Anansi. Hoe gaat het met jou? Ik vroeg me al af wie de koning zou ssssturen. Hihihi. Maar ik wil helemaal niet naar zijn paleisss."
Anansi begreep wel dat de slang helemaal geen domme gans was.
Hij zei tegen haar: "De koning heeft mij gevraagd om sister Snakey de slang uit te nodigen. Hij heeft een eervolle benoeming voor u."
De slang bleef echter liever in het bos: "Ik leef in het bos zoals ik leven wil, hmmm? Ik eet zoals ik eten wil, hmmm? Ik drink zoals ik drinken wil, hmmm? Ik kronkel zoals ik kronkelen wil, hmmm? Ik schud met mijn billen zoals ik met mijn billen schudden wil. Ik wil helemaal niet naar het paleis."
Anansi zei dat de slang zich niet zo hoefde op te winden: "Rustig, rustig. De koning wil je alleen maar een speciale beloning geven. Jij slang, jij wordt wereldkampioen van de langste lichaamsdelen. Jij wordt de langste slang van het hele land."
Nu raakte de slang helemaal opgewonden.
Anansi klapte in zijn handen en riep: "Hé hé, stop eens even met dat gekronkel. Wacht eens even. Laat mij jou eens goed bekijken. Volgens mij heeft de koning zich vergist. Jij bent helemaal niet zo lang."
Anansi wilde al vertrekken, maar werd door de slang tegengehouden. Anansi wilde de slang dan wel helpen om de langste ter wereld te worden. Hij stak een paal in de grond en bond de hals van de slang daaraan vast met spinnedraad. Nu moest de slang zich uitrekken. Hij stak een tweede paal in de grond en bond daar haar buik aan vast. De slang moest zich nog verder uitrekken en aan de derde paal bond hij haar billen vast. Ze moest nog verder rekken en er kwam nog een paal en nog een paal...
Anansi zei steeds: "Hé Snakey, slang, het gaat goed hoor. Nog een klein stukkie. Ik ben d'r bijna. Nog een micromillimeterje, nog een haartje."
Anansi maakte het laatste stukje van de slang vast.
Toen zei de slang: "Anansi. Ik zit vast. Ik kan me helemaal niet meer bewegen. Ik kan niet meer naar de koning z'n paleis toe."
"Ach, haha, geen probleem," zei Anansi vrolijk: "Dat heb ik al voorzien."
Hij rolde de slang op en nam haar op zijn schouders mee naar het paleis. De volgende dag zagen ze Anansi aankomen met de slang. En alle dieren moesten heel hard lachen - wasbeer, ijsbeer, tijger, hond, Makaku aap, Donald Duck, Mickey Mouse, de Teletubbies en heel de rest van het paleis. Ze waren zo druk bezig met dijenkletsen en tranen wegvegen, dat ze de slang al vrij snel hebben losgelaten. De slang is toen heel stilletjes weggekropen. En Anansi mocht voortaan verhalen vertellen.
(Dit Afrikaanse Anansi-verhaal is verteld door de Creools-Surinaamse verhalenverteller Winston Scholsberg)