De koopman en de papegaai

Dit verhaaltje is het verhaaltje van de papegaai en de handelaar.

Er was iemand, er was niemand. Behalve God, was er niemand.

Jaren geleden, in een ver land, dat toen Perzië heette, was er een rijke handelaar, die een papegaai had, een heel erg mooie papegaai. Die was niet alleen erg mooi, die kon ook de menselijke taal praten. En nog leuker: hij kon ook mooi zingen.

Nou, de papegaai was heel erg verliefd op die handelaar, en die handelaar op de papegaai. Want helaas, die handelaar had geen vrouw en geen kinderen. Maar hij voelde zich eigenlijk gelukkig met de papegaai. De liefde was zo diep dat iedere avond als de papegaai ging slapen, hij eerst een kusje kreeg van de handelaar. De handelaar wenste hem goeienacht, en dat ‘ie maar fijn mocht dromen, en dan ging ‘ie zelf naar bed. En ’s ochtends als ‘ie wakker werd, dan ging ‘ie eerst naar de papegaai om ‘m goeiedag te zeggen. En dan begon zijn ochtend.

Op een dag had de handelaar besloten om nog eens op reis te gaan. Ditmaal wilde hij naar een heel ver land reizen. Dit land heette India.

Nou, zoals het gewoon was in Perzië, ging de handelaar naar zijn vrienden en kenissen en zei hij tegen hen: "Ik ga naar India. Wat voor kadootje wil jij dat ik voor jou meebreng? En wat voor kadootje wil jij dat ik voor jou meebreng?"

Iedereen wist wel wat: "Wil jij een mooi T-shirt voor mij meebrengen?"

"Wil jij een mooi vest voor mij meebrengen?"

"Wil jij een mooie broek..." of wat dan ook.

"Ja, dat is goed. Waarom niet?"

En toen uiteindelijk ging hij naar de papegaai.

"Ach, mijn lieve papegaai. Wat wil jij dat ik voor jou meebreng?"

"Hoezo?"

"Ja, ik heb besloten om opnieuw op reis te gaan. Maar deze keer reis ik naar een ver land: naar India. Dat is een verrassing voor jou, want dat is het vaderland van jou. Daar kom jij ook eigenlijk vandaan."

De papegaai werd een beetje verdrietig toen hij hoorde over zijn vaderland. Want toen moest hij weer denken aan toen hij klein was, en hoe hij met neefjes en nichtjes en vriendjes had rondgevlogen en gefloten. Maar ja, die tijd was voorbij, en nu zat hij in een kooi en was hij heel verdrietig. Hij dacht eventjes na: wat is het beste kadootje? Wat kan ik dan vragen? Uiteindelijk kwam ‘ie met een idee.

"Nou, ik heb een idee. Ik wil eigenlijk geen kadootjes, maar ik heb een wens. Als jij een boodschap overbrengt voor mij aan de papegaaien die in India wonen, en als jij het antwoord voor mij terugbrengt, dan is dat het beste kadootje."

En de handelaar zei: "Jongen, die lekkere nootjes van India, wil jij die niet? En iets anders? Wat dan ook?"

"Nee. Alleen maar een boodschap."

En de handelaar vroeg: "Wat voor boodschap dan?"

"Nou, als jij naar India bent gegaan, en jij hebt je zaken gedaan, wil jij eventjes naar het bos lopen, en dezelfde soort papegaaien als ik... dat moeten mijn vriendjes, of neefjes of nichtjes zijn. Wil je dan zeggen tegen hen, dat ik heb gezegd dat je mee moet delen, dat ik al jarenlang in een kooi leef, maar dat zij in het bos kunnen vliegen en gelukkig zijn in vrijheid."

Dat zei de papegaai en de handelaar had geen andere keus. Hij ging op reis, en hij deed zijn zaken. En hij kocht allerlei soorten kadootjes voor vrienden en kennissen, en op de laatste dag ging ‘ie naar het bos. Het was een mooi groot bos met bomen die tot in de hemel reikten, en met vogels die rondvlogen en floten.

Hij werd helemaal in beslag genomen door de indruk die de bomen maakten, en hij vergat dat hij een zakenman was en vergat dat hij een papegaai had. Hij dacht alleen maar: oh, wat is het heerlijk om in het bos te wonen. Wat is het heerlijk om een papegaai te zijn. Was ik ook maar een vogel, kon ik ook maar vliegen. Met die gedachten speelde hij, toen er opeens een grote papegaai aan kwam. Hij dacht: oh, naar hen heb ik gezocht.

"Hé papegaaien! Wacht eventjes! Ik heb een boodschap! Ik wil wat zeggen!"

De papegaaien vlogen van hier naar daar, maar even later bleven ze rustig zitten.

"Ja, ik ben een handelaar. Ik kom uit Perzië. En ik heb ook een papegaai. Die heeft een boodschap voor jullie."

Opeens... alle papegaaien werden stil. Wat kan dat nou zijn? Wat voor boodschap? En wat voor man is hij eigenlijk? Misschien wil hij ons wel vangen.

"Nou, zeg het maar dan? Wat is dat?"

"Ja, ik heb een papegaai die heeft gezegd dat ik moet doorgeven, dat het niet eerlijk is dat ‘ie de hele tijd in een kooi leeft, en jullie in het bos kunnen vliegen en fluiten en met elkaar spelen."

Nou, hij was nog niet klaar met zijn boodschap, of één van de papegaaien op de boom trilde van verdriet om de papegaai in de kooi, en hij viel hij dood neer. God! Da’s erg hè? De handelaar vond het ook heel vervelend en begon te jammeren.

"O God! Kijk wat ik gedaan heb! Dat was helemaal niet de bedoeling! Die arme vogel! Ik heb die arme vogel om het leven gebracht! Als ik dat maar geweten had, dan had ik het niet verteld! Wat moet ik nou doen?"

Er was niks aan te doen, want de arme vogel was dood, en gebeurd was gebeurd. Nou, hij gaat terug naar Perzië, en alle vrienden en kennissen kwamen hem bezoeken, en hij werd eventjes blij omdat hij iedereen weer zag, en hij gaf toen iedereen het kadootje dat hij meegebracht had. Dat waren hele mooie kadootjes uit India. Het waren kussenhoesjes, het waren mooie doosjes, en het waren tasjes en heel veel andere dingen, en iedereen was blij met het kadootje.

"Wat ben jij een lieve vriend," zeiden ze.

En uiteindelijk moest hij naar zijn papegaai, wat hij liever niet deed, want hij had geen leuke boodschap als hij moest vertellen wat er allemaal gebeurd was. Maar toch moest ‘ie gaan. Hij ging naar de papegaai.

"Hé, mijn lieve papegaai, wat ben ik blij om jou weer te zien! Ik heb jou echt gemist. Kijk eens, ik heb lekkere nootjes voor jou gebracht."

De papegaai bleef onbewogen zitten en zweeg.

"Ja, ben je niet blij om mij weer te zien?"

"Ja, ik ben blij om jou weer te zien. Maar we hadden iets anders afgesproken. Ik had geen nootjes besteld, ik had niet gezegd dat ik nootjes wilde of wat dan ook. Ik had jou gevraagd mijn boodschap door te geven. Je gaat me toch niet vertellen dat je dat niet hebt gedaan?"

Uiteindelijk werd die arme handelaar gedwongen om toch te zeggen wat er allemaal gebeurd was.

"Nou... Ja... Ik ging naar het bos, en ik zei dat, en toen gebeurde zus en zo."

Hij was nauwelijks klaar met zijn verhaal, of die arme papegaai in de kooi schudde van verdriet om de dood van de andere papegaai in het bos. En, hoep, hij viel gelijk ook dood.

De arme handelaar; afgezien van wat koopwaar, had zijn reis hem weinig goeds opgeleverd. Dus hij werd verdrietig en begon te huilen, want deze keer was het zijn eigen papegaai die dood was gegaan.

"O, mijn hemel, wat heb ik hier gedaan? Wat ben ik stom! Ik had het beter niet kunnen vertellen! Als ik dat maar wist! Och, jij bent de enige papegaai die ik heb. Wie moet er nu voor mij fluiten? Wie moet er voor mij fluiten?"

Zijn gejammer hielp hem niets. Uiteindelijk... wat had hij aan een dooie papegaai in de kooi? Hij opende de kooi, pakte de dode papegaai eruit en legde hem heel voorzichtig op zijn hand. Toen liep hij ermee naar de tuin en legde hem in het gras. Ja, het beest was waarlijk dood. Hij stond nog eventjes voor een laatste moment naar die arme dode papegaai te kijken om afscheid te nemen...

Huh, opeens gebeurde er iets, dat hij niet kon geloven. Hij kon zijn ogen gewoon niet geloven. De papegaai: hij schudde zijn lijf, draaide eventjes zijn hoofd naar rechts en naar links, en hij begon te fladderen.

En de handelaar riep: "O, je bent niet dood!"

En hij liep naar de papegaai om hem weer te pakken. Maar het was te laat, want de papegaai vloog en vloog, steeds hoger de hemel in. De papegaai was heel erg blij dat ‘ie vrij was.

Maar de papegaai kwam nog eventjes terug en ging in een boom zitten, en zei: "Meneer handelaar, ik wil jou nog bedanken voor het allermooiste kadootje van de wereld. Voor het allermooiste kadootje dat je voor mij hebt meegebracht. Dat is mijn vrijheid. Hartstikke bedankt! En ik ga nu vliegen, ik ga nu naar India, om mijn vriendjes te laten weten, dat ik vrij ben. En ik ga ze nog bedanken voor het allermooiste kadootje, en voor het slimste advies dat ze aan mij hebben gegeven. Maar wat jij m