Tekort aan zure room

Er was eens een klein Pools-joods dorpje. In dat dorpje woonden eigenlijk hele snuggere mensen, gewoon slimmer dan ergens anders. En dat dorpje dat werd bestuurd door een raad van oudsten. En die hadden namen als Zeifel Geitenbreier, en malle Lekisch. En de allerwijste, de alleroudste van dit dorpje dat Chelm heette, dat was Gronam Oss. De vergaderingen van de raad vonden meestal bij hem thuis plaats, omdat hij een groot huis had. Eigenlijk zou Gronam Oss zich heel gelukkig hebben gevoeld, als tenminste zijn vrouw na de vergaderingen niet altijd op hem kwam vitten.

Zo echt van: "Wat jij nou hebt staan beweren bij de vergadering dat slaat ècht nergens op. Je hebt gewoon uit je nek staan te kletsen. Het is gewoon onzin wat jij vertelt."

Nou, dat vond ‘ie natuurlijk niet zo...

En op een keer na weer zo’n woordenwisseling had ‘ie zoiets van: "Waarom zeg je me dat niet als de vergadering nog bezig is? Nou kom je d’r achteraf mee."

"Ja maar," zegt zij: "Ik kan dat toch moeilijk doen waar al die andere oudsten bij zijn? Dan ben jij binnen de kortste keren geen raadshoofd meer."

Er viel een stilte.

"Maar als jij zo slim bent," zei ‘ie tegen de vrouw, "dan vind jij daar wel wat op."

Die vrouw, die dacht na.

"Ja, ik weet al wat! Als ik vind dat jij weer iets doms zegt, dan kom ik binnen, en dan breng ik de sleutel van de brandkast mee en die geef ik dan aan jou. En dan weet jij dat je iets stoms gezegd hebt."

Nou, normaal kwam ze binnen met een blad met thee en koekjes en jam. Al vrij snel daarna was er weer een vergadering van de raad en ze hadden die dag iets heel belangrijks te bespreken. Want binnenkort zou het wekenfeest zijn, en voor dat wekenfeest heb je zure room nodig en daar heb je blintzes (pannenkoekjes) voor nodig, en die zure room gaat dan op de pannenkoekjes. En dat is net zoiets als bij ons met Sinterklaas; dan heb je speculaas nodig. Dus het was erg belangrijk dat die zure room d’r zou zijn. Maar het voorjaar was heel droog geweest en de koeien hadden nauwelijks melk gegeven. Dus ze hadden nauwelijks zure room kunnen maken. Dus ze zaten met een levensgroot probleem. En de oudsten van Chelm dachten daar diep over na. Ze wreven die hoge voorhoofden van hun. En ze trokken aan hun lange baarden.

Het bleef lang stil.

"Ik heb het!" zei Gronam Oss.

De anderen d’r bij: "Nou, wat dan?"

"Wat wij moeten doen is een wet uitvaardigen dat vanaf vandaag water voortaan zure room heet, en zure room heet dan water. Nou, en dan heeft elke huisvrouw in Chelm, die heeft minstens een ton vol zure room."

Dat is toch briljant, hè? Ja, dat is echt slim. Nou, en toen ze deze belangrijke kwestie geregeld hadden, werd het zelfs met een pen op een stuk perkament geschreven. Het was een wet. En toen konden ze weer overgaan tot de gewone zaken.

Gronam Oss zei: "Weet je dat ik vannacht bijna niet heb geslapen? Ik zat me alsmaar af te vragen hoe het nou komt dat het in de zomer zo warm is. En nou weet ik het. Het is zo warm in Chelm, omdat wij de hele winter zo hard stoken. En dan blijft al die warmte in Chelm hangen, nou, en dan hebben we voor de hele zomer nog genoeg."

Slim hè? Ja, dat is echt briljant! Dat vonden tenminste die oudsten van Chelm. En toen ze dit allemaal zo besproken hadden, keken ze eens naar de deur of de vrouw van Gronam Oss al binnenkwam met lekkere thee en koekjes enzo. En ze kwam inderdaad binnen. Maar niet met een blad met thee en koekjes en jam (die jam is voor in de thee). Ze kwam met een sleutel. En die gaf ze aan Gronam Oss. En Gronam Oss dacht dat hij nu juist deze dag hele verstandige dingen gezegd had.

Dus hij keek eens naar die oudsten van Chelm en zei: "Wat heb ik voor dwaas gezegd, dat mijn vrouw mij de sleutel van de brandkast komt brengen?"

Maar die begrepen d’r helemaal niets van. Toen legde hij uit wat hij met zijn vrouw had besproken, wat ‘ie afgesproken had en... Ja, zij vonden óók dat Gronam Oss eigenlijk alleen maar hele goeie dingen gezegd had.. De wijze woorden waren als paarlen uit zijn mond gekomen.

Nou, dus die oudsten van Chelm die hadden zoiets van: "Jij hoeft ons niet te vertellen, vrouw, wat slim is of wat niet slim is. Maar goed. Als jij vindt dat jouw man iets doms gezegd heeft, breng dan in het vervolg die sleutel maar. En dan zullen wij wel oordelen of jij gelijk hebt. En als jij gelijk hebt, dan moet Gronam Oss over wat anders gaan praten. Maar als wij vinden dat jij ongelijk hebt, dan moet jij minstens twee keer zoveel koekjes en jam en thee binnenbrengen als anders. En drie potten koekjes voor alle wijzen van jou."

Vanaf dat moment kon Gronam Oss vrijuit praten in elke vergadering. Want zijn vrouw was van de zuinige soort. En die vond het niet nodig dat die ouwe mannen van Chelm zich volstopten met haar koekjes. Dat jaar was er in Chelm geen gebrek aan zure room. Een enkele huisvrouw klaagde over gebrek aan water, maar dat was een heel nieuw probleem, en dat kon je na de feestdagen oplossen. En Gronam Oss die werd wereldberoemd als de wijze van Chelm die zijn stad een hele rivier en putten vol zure room had geschonken.

(Dit Pools-Joodse verhaal is verteld door de Nederlandse vertelster Tineke Cleiren)