Anansi heeft schulden
Laatst hoorde ik in het park een Surinaams kindje aan haar moeder vragen: "Mamma, wat is dat daar?"
En het kindje wees naar de molen.
Die Surinaamse moeder zei: "Dat is een molen. En bovenin die molen, daar woont Anansi de spin."
Anansi de spin komt van oorsprong uit Afrika. Hij is met de slaven meegegaan naar Suriname en de Antillen en toen is 'ie naar Nederland gekomen. En ja, waar moet je dan wonen als een beetje spin? In een molen. En het liefst helemaal bovenin, want dan heb je een goed uitzicht.
Anansi is een beetje lui, dus hij heeft meestal niks te eten en al helemaal geen geld. Maar als je in Nederland woont, dan heb je wel geld nodig. Als je een Afrikaanse spin bent, dan heb je niet zoveel verstand van geld. Maar als je slim bent, dan kom je vanzelf wel aan geld.
Anansi die ging naar de jager toe en hij zei: "Jager, mijn vrouw is ziek en ik kan de medicijnen niet betalen. Kun je mij niet honderd gulden lenen? Je krijgt het over drie maanden terug."
Daarna ging Anansi naar de tijger toe: "Tijger, lieve lieve tijger! Mijn vrouw én mijn kinderen zijn ziek. En ik kan de medicijnen niet betalen. Kun je mij niet even honderd gulden lenen? Dan betaal ik het je over drie maanden terug."
Daarna ging Anansi naar de haan toe: "Lieve lieve lieve lieve haan! Mijn vrouw en mijn kinderen zijn vreselijk ziek geworden. Ik kan de medicijnen niet meer betalen. Ik ben uit het ziekenfonds gegooid, omdat ik mijn premie niet betaald heb. Alsjeblieft, betaal me honderd gulden, je krijgt het over drie maanden terug."
Tenslotte ging Anansi naar de kever en hij vroeg honderd gulden te leen voor zijn zieke familie.
Na drie maanden zag het er warempel naar uit dat Anansi zijn geld terug ging betalen.
Hij ging als eerste naar de kever toe: "Kom vanmiddag om vier uur naar mijn huisje toe, dan betaal ik je die honderd gulden terug, die ik van je geleend heb."
Daarna ging 'ie naar de haan: "Kom vanmiddag zo even na vieren naar mijn huisje toe, dan betaal ik je die honderd gulden terug."
Toen ging 'ie naar de tijger: "Kom om kwart over vier naar mijn huisje toe, want je krijgt nog honderd gulden van me."
Tenslotte ging 'ie naar de jager toe: "Je krijgt nog honderd gulden van me. Kom zo ongeveer om tien voor half vijf naar mijn huisje, dan betaal ik je terug."
Voordat de gasten kwamen, zette Anansi een grote teil met water onder de boom, die vlak achter de molen stond. En stipt om vier uur arriveerde de kever.
"Lieve kever. Kom d'r even bij zitten. Ja, want ik wil je nog even ontzettend bedanken dat je me die honderd gulden hebt geleend. Want ik was in zo een grote nood: mijn hele familie was... Goh, dat is toevallig, daar komt de haan aan."
"De haan?!"
"Uh, je kunt je verstoppen achter de deur."
En de kever verstopte zich achter de deur.
"Ach, lieve haan. Kom even zitten. Ja, want ik wil je nog even bedanken voor die honderd gulden, die je hebt geleend. Weet je, mijn familie was zo ongelooflijk ziek, ze verkeerde in grote nood en zonder die honderd gulden van je... Nou, dat is nou toevallig. Moet je eens kijken, daar komt de tijger aan."
"De tijger?!"
"Verstop je maar achter de deur."
De haan verstopte zich achter de deur en zag daar een kever zitten en: pik! Hij slikte hem in een keer in.
"Lieve lieve tijger, ik ben zo blij dat je er bent, want ik wilde je nog even helemaal in het zonnetje zetten, omdat je me drie maanden geleden honderd gulden hebt geleend. Ga d'r even lekker bij zitten."
"Nee, ik wil niet zitten. Ik wil mijn geld."
"O, dat is goed, uh... ik ga het wel even halen. En ik heb nog een kadootje voor je, achter de deur. Kijk maar even terwijl ik het geld haal."
Anansi liep door een andere deur de molen in. De tijger keek achter de ene deur en daar zag 'ie een lekkere vette haan zitten. Dus hij sperde zijn muil open, en slikte de haan in één keer in.
Net toen Anansi de tijger zijn geld terug wilde geven, keek 'ie verbaasd het pad af en zei tegen de tijger: "Moet je nou eens kijken. Daar komt de jager aan."
"De jager?!"
"Snel, tijger, klim in die boom."
En de tijger die klom de boom in: met een grote sprong zat 'ie d'r boven in.
Anansi bood de jager een stoel aan: "Ja, ik wilde je nog even bedanken voor die honderd gulden die... Wat heb je ongelooflijk vieze voeten, jager! Waarom ga je ze niet even wassen? Daar onder die boom, daar staat een teil water."
De jager liep naar de teil water toe en die wilde net zijn voeten in het water steken, toen 'ie weerspiegeld in de teil de tijger zag. Hij pakte zijn geweer en schoot de tijger uit de boom. Blaff!
Anansi, die binnen het geld was gaan halen, kwam op het schot weer naar buiten lopen.
"Wat heb je nou gedaan?! Dat is de tijger van de koning! Die logeerde hier bij mij om Nederlands te leren. Als ik aan de koning vertel dat jij zijn tijger hebt doodgeschoten, dan word je gevangen genomen."
"Alsjeblieft, Anansi, vertel het niet aan de koning! Ik geef je honderd gulden en dan verzinnen we er wel iets op."
"Mwah, dat is goed," zei Anansi: "Ik zeg wel tegen de koning dat de tijger overleden is tijdens de taallessen, en dat ik hem alvast begraven heb."
De jager betaalde Anansi de honderd gulden en groef ook nog een gat.
Toen het gat klaar was, zei Anansi: "Nou, weet je wat? Ga maar vast naar huis. Ik leg hem er straks wel in. En ik gooi het gat wel voor je dicht."
Toen de jager verdwenen was, pakte Anansi zijn mes, en vilde de tijger. Wat er over was, dat ging in de kuil. De kuil werd netjes dichtgegooid, en het probleem was opgelost. Anansi was zijn schulden kwijt, had honderd gulden op de koop toe, en van die prachtige huid van die tijger kon 'ie ook nog een winterjas maken. Een hele mooie winterjas...
(Dit Afrikaans-Surinaamse Anansi-verhaal is verteld door de Nederlandse professionele verteller Raymond den Boestert)