De liefde voor drie sinaasappelen
Dit verhaal gaat over een jongen, die heel rijk is. Zijn vader is een sultan. Ze hadden een fontein van honing. Een vrouw ging bij de fontein honing pakken. Die jongen zei dat ze weg moest gaan en gooide stenen naar haar toe. Dus zij ging weg. De volgende dag kwam ze weer en de jongen stuurde haar weer weg. De derde dag moest ze weer weg anders zou hij een steen naar haar gooien. Toen sprak ze een vloek over hem uit. Hij zou verliefd worden op drie sinaasappelen.
De volgende dag werd hij heel ziek en geen dokter kon hem helpen.
Hij zei toen tegen zijn vader: "Pappa, ik ben verliefd op drie sinaasappelen. Ik wil ze zoeken."
Zijn vader geeft hem wat geld mee en dan gaat hij op weg. Hij gaat naar de bergen. Het duurde drie of vier dagen en toen kwam hij bij een reuzenmoeder.
Hij zei: "Lieve moeder. Ik zoek drie sinaasappelen. Kunt u mij helpen?"
Dan zegt ze: "Ik wilde ze net opeten, maar je bent zo lief tegen me dat ik ze jou zal geven."
De vrouw zegt dat haar twintig zonen hem zullen helpen. Dus gingen ze naar het reuzenhuis. De moeder veranderde de jongen in een bezemsteel. De twintig reuzenzonen kwamen en aten heel veel schapen.
Toen zei de moeder: "Wat zouden jullie ervan vinden als een mens mij als moeder respecteerde?"
Toen zeiden ze: "We zouden hem niks doen. We zouden hem behandelen als onze eigen broer."
Dus de vrouw veranderde de jongen weer in een mens; toen was hij geen bezemsteel meer.
Een van de reuzen zei: "Wat wil je van ons weten?"
Hij zei: "Ik zoek de drie sinaasappelen."
En de reus zei: "Ga maar naar onze tante. Zij weet dat wel."
De volgende dag hij daar naar toe.
De jongen zei: "Ik zoek de drie sinaasappelen."
De tante zei: "Ik weet het niet, maar misschien mijn veertig zonen wel."
Die tante veranderde de jongen in een kast.
Toen kwamen de veertig zonen thuis en de tante vroeg hen: "Hoe zouden jullie het vinden als een mens mij zou respecteren als een tante?"
Ze zeiden: "We zouden hem behandelen als een broer."
Dus veranderde ze hem weer in een mens. De broers knuffelden hem en gaven hem eten.
De jongens zeiden: "Wat is je vraag?"
De jongen zei: "Ik zoek de drie sinaasappelen."
De jongens zeiden: "We helpen je, maar het is wel gevaarlijk. Je moet naar een meer gaan. Daar zie je drie sinaasappelen."
Dus ze gingen naar het meer in de woestijn en hij pakte de drie sinaasappelen.
Ze zeiden: "Nooit de sinaasappelen opensnijden als er geen water in de buurt is."
De jongen ging weer naar huis en na de eerste dag had hij zoveel dorst, maar er was geen water in de buurt. Toen hij de eerste sinaasappel opensneed, kwam er een heel mooi meisje uit. Ze was echt heel leuk.
Dat meisje zei: "Geef me wat water."
Maar er was geen water. Dus het meisje ging weer weg. De volgende dag had hij weer dorst en er was weer geen water in de buurt. Hij maakte weer een sinaasappel open. Er kwam een veel mooier meisje uit. Zij vroeg ook om water, maar dat was er niet. Dus het meisje verdween weer.
De derde dag was hij bij een soort oase.
Hij dacht: "Deze keer laat ik het meisje niet weggaan."
Hij deed weer een sinaasappel open en het was een heel mooi meisje, nog mooier dan de andere. En hij gaf haar water. Het meisje was helemaal naakt, ze had helemaal geen kleren.
Hij zei: "Ik ga naar de stad om kleren voor je te kopen."
En dat meisje bleef in een palmboom zitten. Er kwam een vrouw. Zij was heel lelijk, helemaal bruin, zo vies. En ze ging even naar de oase om wat water te drinken. Toen ze naar boven keek zag ze het meisje.
Zezei tegen het meisje: "Kom maar naar beneden. Ik doe helemaal niets."
Toch doodde ze haar, en het meisje veranderde in een duif. Toen ging de vrouw bovenin zitten.
Toen kwam de jongen weer.
Hij zei: "Wat ben jij anders geworden."
Toen zei ze: "Ja, ik ben bruin geworden door veel in de zon te liggen."
Dus ze gingen naar huis en ze wilden trouwen. De vader vond het een lelijke vrouw.
De duif bleef bestaan en kwam op een keer naar het paleis. De vrouw zag de duif en ze werd ziek.
Ze zei: "Ik kan alleen maar beter worden door een duif op te eten."
Dus ze slachtten de duif, maar er bleef een veer over, een kleine veer. Ze at de duif op en ze werd weer beter.
Een oude vrouw, een schoonmaakster, zag de veer en legde die op haar kamer. Overdag als ze weg ging om schoon te maken, veranderde de veer in een meisje. Ze maakte de kamer schoon en maakte eten klaar. De schoonmaakster wist niet hoe dat kon en bleef op een keer door het sleutelgat kijken. Toen zag ze de veer veranderen in het meisje.
De schoonmaakster vroeg: "Wat doe jij hier?"
"Ik ben eigenlijk een prinses, maar die gemene vrouw heeft mij veranderd in een duif."
Dus die vrouw ging het meisje helpen. De prins zag het meisje en toen werd de gemene vrouw vermoord en de jongen en het meisje leefden nog lang en gelukkig.
(Dit wondersprookje, dat vooral bekendheid geniet in Turkije en omstreken, is verteld door de Turkse scholiere Süheyla Yilmaz)