De sprinkhaan en de mier (I)

De mier is altijd zorgzaam en hij denkt altijd vooruit. Het was een hele mooie zomerdag. De sprinkhaan zat te zingen en te spelen in het bos. Hij vierde maar feest: lang leve de lol. Maar de mier bracht stukjes eten naar haar hol.

De sprinkhaan zei: "Stomme trut, geniet van het leven, het is mooi weer."

"Nee, want straks komt de winter en dan moet je voorraad in huis hebben."

En ja hoor, toen het winter werd, had de sprinkhaan dus niks in voorraad, had helemaal niks gedaan in de zomer. Hij stierf van de honger, terwijl de mier een hele voorraad aangelegd had om de winter door te brengen en te overleven.

De sprinkhaan en de mier (II)

Er waren eens een mier en een sprinkhaan. De mier ging heel hard werken in de zomer, zodat zij ‘s winters eten had voor zichzelf. Dus ging zij eten verzamelen. De sprinkhaan was heel lui, die ging gewoon op zijn gitaar zitten spelen.

De mier heeft de sprinkhaan nog gewaarschuwd: "Ga nou eens werken, anders lijd je honger in de winter."

Maar toen zei de sprinkhaan: "Welnee, heus niet."

Toen werd het winter en de mier zat lekker warm binnen met allemaal voedsel. De sprinkhaan zat buiten en die had geen voedsel.

Toen klopte de sprinkhaan bij de mier aan en zei: "Ik heb geen eten."

De mier zei: "Okee, kom maar bij mij."

Toen gingen ze samen eten.

Daarna zei de mier: "Als je volgend jaar niet tijdig gaat zoeken, zal je hetzelfde weer overkomen."

Toen zei de sprinkhaan: "Okee, ik ga in de zomer wel eten zoeken."

(De eerste versie is verteld door de 44-jarige Rosanna Eremita, geboren in Italië. De tweede versie is afkomstig van de middelbare scholiere Ayse; zij is in Nederland geboren, maar haar ouders komen uit Turkije)