De trouw van een hond

Honden zijn soms trouwer dan een mens.

Er was eens een man, en die had een hond. Maar die man had geen werk. En die man ging naar een pandjesbaas - een soldader noemden ze dat.

Hij kwam bij die soldader en zei: ‘Soldader, kan je me een hoeveelheid geld lenen? Ik wil namelijk werk gaan zoeken, en...’

Toen zei die pandjesbaas: ‘Dat is goed, maar wat is je onderpand? Je moet me wel iets geven voor het geval je me niet kan terugbetalen.’

Toen zei de man: ‘Ik heb een trouwe hond; ik geef je de hond als onderpand. Als ik terugkom, breng ik geld mee, en dan koop ik hem weer terug.’

En de soldader zei: ‘Dat is goed.’

Hierop is de man weggegaan.

Maar wat gebeurt er? Op een nacht groeven dieven een tunnel en drongen de zaak van de pandjesbaas binnen. Ze stalen het hele magazijn leeg en verstopten alle spullen bij de rivier. Maar de hond had alles in de gaten, hè, en hij volgde stilletjes de inbrekers.

De volgende ochtend komt de soldader zijn zaak binnen... alles gestolen!

Toen zei hij: ‘Ja, wat is die hond toch ondankbaar. Ik laat hem hier waken en hij heeft niet één keer geblaft of wat.’

De soldader was heel erg boos. Nou ja, de politie werd erbij gehaald, maar die kon weinig uitrichten.

Die hond was nu echter aldoor aan het blaffen en liep naar die pandjesbaas, trok hem aan zijn broekspijp, en liep telkens de kant van de rivier op. Maar niemand begreep wat die hond bedoelde, hè? Iedere keer rende hij weer dezelfde kant op.

Op zeker moment zei iemand: ‘Ja, wat wil die hond nou? Laten we eens gaan kijken.’

En toen zijn ze achter die hond aangelopen, en die hond rende naar de rivier, en daar hebben ze alle gestolen spullen teruggevonden.

Toen zeiden ze: ‘Kijk eens aan.’

De trouw van de hond was nu wel duidelijk geworden.

De soldader heeft de hond een mooi kettinkje om zijn hals gehangen. In een hangertje deed hij een briefje waarop stond hoe dankbaar hij de hond was en wat ‘ie gedaan had, en hij heeft er ook nog wat geld bij gestopt.

Hierop zei de pandjesbaas tegen de hond: ‘Je mag naar je baas teruggaan.’

Maar wat gebeurt? Die man, die op zoek naar werk was geweest, en die geld geleend had, die was terug op weg naar huis. Onderweg zag hij daar ineens zijn hond lopen.

Meteen werd hij ontzettend boos: ‘Wat een ondankbare hond! Dat ‘ie bij zijn baas is weggelopen voordat ik hem terug ben komen halen...!’

In een opwelling trok hij een pistool en schoot de hond dood. Toen hij bij de hond kwam, zag hij pas het kettinkje met het hangertje. Hij vond het geld en de brief waarin de pandjesbaas had geschreven hoe dankbaar hij de hond was.

Toen kreeg de man enorme spijt, maar toen was het te laat.

Ze zeggen niet voor niets, zie je: een hond is soms trouwer dan een mens.

(Dit van oorsprong Indische diersprookje werd verteld door de 75-jarige Hindoestaans-Surinaamse vertelster Indrani Maria Sankatsing)