Reacties
naar aanleiding van de
bekendmaking van de resultaten
van de graancirkel-enquête op
internet
Het onderstaande is een selectie uit de reacties. Uit het oogpunt van privacy worden - uitzonderingen daargelaten - de reacties hier anoniem weergegeven.
Theo Meder
***
Een jongen stuurde op 10 februari 2002 de volgende reactie naar alle respondenten van wie een e-mail adres bekend was:
Hallo allemaal,
Nadat ik de resultaten van de
graancirkel-enquete met grote verbazing gelezen had, wou ik jullie allen het
volgende even mededelen: Bezoek eerst eens een graancirkel, een echte, voordat
je een conclusie gaat trekken dat het mensenwerk is! Ik heb al veel
onverklaarbare dingen in de graancirkels beleefd terwijl ik pas 14 ben. En ik
kan iedereen vertellen dat het geen mensenwerk is. Kijk voor
graancirkel-onderzoeken op www.dcca.nl en lees eens aandachtig, ik weet zeker dat
jullie mening bijdraait.
***
Een ironische reactie van een collega op 11 februari 2002:
Boeiend onderzoek, maar U kunt mij niet
overtuigen. Wat vindt Leefbaar Nederland ervan?
***
Iemand schrijft op 11 februari 2002:
Krijg je af en toe niet een lachstuip
als je je respons doorkijkt? Ik moet er in elk geval wel om lachen (en zie een
bepaald soort mensen voor me). [...] Een deel van de mensheid is er dus niet op
vooruit gegaan sinds ze God kwijt zijn.
***
Een collega met verstand van statistiek schrijft op 11 februari 2002:
Ik snap dat in tabellen zoals 4 het
totale percentage ver boven 100% kan uitkomen; maar ik snap niet hoe dit kan
gebeuren voor bijv. antwoord a (mensenwerk) en i (weet ik niet) samen: er zijn
dus mensen die tegelijkertijd hebben gezegd: mensenwerk, en weet ik niet? Zelfs
in tabel 6 (met de eigen verklaringen) komt die eigenaardigheid eruit.
***
Nog een andere statistisch onderlegde collega schrijft op 11 februari 2002:
Ik heb met veel plezier de
graancirkel-enquetes gelezen. De duiding van het verschijnsel is inderdaad heel
uiteenlopend. Ik ben door de uitslagen heel nieuwsgierig geworden of je toch
wat meer verbanden kan leggen met sociale variabelen van je invullers. In feite
zijn op je enquete vier typen verklaringen mogelijk: (1) mensenwerk waaronder
helicopter; (2) natuurwerk: wervelstorm, parende herten, waarschuwing moeder
natuur; (3) alienwerk; (4) energiewerk.
Heb je een idee of het steeds dezelfde
mensen zijn die meerdere antwoorden binnen dezelfde categorie geven?
Bijvoorbeeld degenen die op helicopter scoren, zijn dat ook degenen die
mensenwerk aankruisen etc.? Door het op die manier uit te splitsen (dus 1
antwoord per 1 informant per categorie) krijg je wellicht wat scherpere
resultaten per vier genoemde typen hierboven. Is er per 4 categorieen nog
verschil tussen geslacht/gender, leeftijd en webinvuller of schriftelijk
invuller en woonplaats? Ik weet niet welke informatie je over de respondenten
hebt.
Het is frappant dat de webinvullers
altijd hoger scoren dan de enqueteinvullers behalve waar het 'ik weet niet'
antwoord betreft (tabel 6). Dat geeft al aan hoe betrokken ze zich voelen met
het fenomeen graancirkel. Ik vind dat heel interessant.
Waar de webinvullers zich echt
significant in onderscheiden van de enqueteinvullers is: de ufo-verklaring en
aard-energie-lijnen verklaring (respectievelijk, 6 versus 49%! en 3 versus
49%!), dus de meest 'buitenissige' verklaringen. Dat zegt inderdaad heel veel
over het profiel van deze doelgroep. Mooi resultaat.
Wat ik een beetje mis zijn de absolute
getallen in de tabel zodat ik kan zien wat bijvoorbeeld de 25% is, hoeveel
gewicht het heeft; is het 1 op de 4 bijvoorbeeld (zodat het % snel verandert
wanneer 1 informant hetzelfde zou zeggen) of 15 op de 60 (dan verandert het %
nauwelijks als er 1 informant meer of minder zou zijn).
***
Een universitair docent schrijft op 12 februari 2002:
Zonet de Friese graancirkelknipsels op
de post gedaan en de tekst van je 'onderzoek naar graancirkels etc.'
uitgeprint. Straks bij de koffie zal ik hem lezen.
Toen ik de knipsels kopieerde, kwam net
ook de secrataresse van de faculteit bij het apparaat en die reageerde ongeveer
net zo als de mensen aan het begin van je stuk: 'Hou jij je daar mee bezig?
Doen we dat hier nou ook al?' Het viel niet mee haar uit te leggen, dat het
niet om de vraag of graancirkels echt zijn of niet gaat, maar om hoe men hier
over denkt. Echt overtuigd van mijn geestelijke gezondheid heb ik haar vrees ik
niet.
***
Een respondent reageert op 12 februari 2002 aldus:
Met belangstelling heb ik kennis genomen
van uw onderzoek naar het graancircel-geloof. Tot mijn verbazing vind ik er
enkele van mijn uitspraken in geciteerd.
Aan het eind van het verslag oppert u de
hypothese, dat de opkomst van dat geloof zou kunnen samenhangen met een 'moreel
vacuum' na een periode van ontkerkelijking. Daar zit best wat in, dunkt me. Als
ik bijvoorbeeld naar het kaartje van graamcirkels in Nederland anno 2001 kijk,
zie ik dat ze vooral voorkomen in gebieden waar de Nadere Reformatie ooit erg
sterk stond, en bevindelijk-gereformeerde opvattingen dominant waren. Je zou
het ook zo kunnen duiden: met de teloorgang van het Dordtse geloof der vaderen
moeten de jongeren zo nodig voor God spelen, ten koste van boeren...
Nog bedankt voor de attendering!
***
De respondent die had geschreven over de graancirkel die zijn neef bij Eygelshoven had gemaakt, en die ik digitale foto's had gestuurd van de genoemde formatie, schrijft op 13 februari 2002:
Hierbij wi ik nog even bevestigen dat de
graancirkel die je me stuurde van mijn neef, inderdaad van hem is. Hij herkende
het meteen. Hij had het ontwerp met de meetkundige formule Pi gemaakt.
Op 15 februari 2002 schrijft dezelfde respondent nog:
Ik heb de site met de uitslagen
gevonden: heel erg interessant. Wat een aardig opgezet onderzoek. Natuurlijk
was ik aangenaam verrast dat mijn relaas over de graancirkel van mijn neef er
ook in stond vermeld!
Ik liet al eerder blijken dat ik [naam
van graancirkel-onderzoeker anoniem gemaakt] ken; ik e-mailde al anderhalf
jaar met hem over dit soort onderwerpen. Helaas heeft hij juist gister het
contact definitief verbroken. Het was een heel felle en emotionele
correspondentie die veel van de zaken losmaakte waar jij nu n.a.v. die enquete
over schrijft.
Het is niet mogelijk gebleken veel nader
tot elkaar te komen (ik scepticus, hij aanhanger buitenaardse verklaring). Maar
ik heb wel een beter begrip gekregen waarom mensen zo anders kunnen denken. En
dat is misschien wat ik nog belangrijker vond dan 'gelijk' krijgen of zoiets
dergelijks.
De opzet van jullie enquete raakte heel
erg nauw aan dit gebeuren. Daarom nogmaals: heel goed en interessant.
Dezelfde respondent voegt hier op 18 februari 2002 aan toe:
Nee, mijn neef heeft niet veel meer te
vertellen, hoewel hij het toch erg leuk vond zijn cirkel terug te zien. Ook
zijn ouders vonden het leuk de uitslag van de enquete te lezen en merkten op
dat ze niet wisten dat er zoveel verschillende gedachten achter graancirkels
konden schuilgaan bij mensen.
Ik ben daar zelf dus ook achter gekomen
door e-mail correspondentie met aanhanger buitenaardse verklaring. Bij gebrek
aan een verdere respons van mijn neef wil ik hier nog wel iets over kwijt,
omdat dit mijzelf erg heeft beziggehouden.
In de correspondentie wilden we in
eerste instantie door middel van feiten een andere kant aan de zaak laten zien,
maar al gauw bleek dat je die feiten kunt rangschikken naar eigen inzichten.
Onze intuitie wees duidelijk een andere kant op. Er werd van mij trouwens
gezegd dat ik niet van intuitie uitging, omdat ik alleen maar bewijzen wil
zien. Maar je zou kunnen zeggen dat juist mijn intuitie zegt dat tastbaar
bewijs de leidraad moet blijven, ook in mijn denken. Die dubbele bodem, of zo
je wilt 'veiligheidsdrempel' had mijn e-mail correspondent niet. Dat is een
verschil dat me pas op het allerlaatste duidelijk werd en dat was heel
interessant, juist omdat het lijkt op wat vroeger de grens tussen religie en
wetenschap was.
De New Age aanhangers lijken in 2
groepen te verdelen: de wantrouwende complotaanhangers die uitgaan van een
groot kwaad dat de mensheid bedreigt en de zwevende types, die in alles het
goede zien. Beide groepen echter, hoeven geen tastbare bewijzen voor hun
opvatting. Hoewel dat soms tegenstrijdig overkomt, omdat sommigen geen
'gelovigen' genoemd willen worden en juist weer met (vaak
quasi-)wetenschappelijk 'bewijsmateriaal' zwaaien.
Opmerkelijk was dat de complotfanaten
sterk uitgingen van een duister kwaad; een geheim genootschap of machtige
heerser die de hele wereld wil controleren. Dat deed me erg denken aan het
klassieke beeld van de duivel: het Kwaad als zelfstandige kracht. Ik zie het
kwaad niet als iets losstaands, maar als een onderdeel van ons allemaal, omdat
het voortkomt uit hele natuurlijke instincten. Dat konden zij niet begrijpen.
Er leek weinig kennis en affiniteit t.a.v. b.v. psychologie aanwezig bij deze
mensen.
Tot zover mijn 'analyse' van wat mij
zozeer heeft bezig gehouden rond dit onderwerp.
***
Op 15 februari 2002 reageert dr. Eltjo Haselhoff (fysicus, voorzitter DCCCS), die meteen toestemming geeft om zijn reactie met naam en toenaam te publiceren:
Beste Theo,
Ik kreeg zojuist, via Robert Boerman, je
graancirkel-enquete onder ogen. Leuk verslag, mijn complimenten. Al kende ik
alle genoemde visies al, ik heb zelf nooit de tijd genomen om het allemaal zo
uitvoerig op te schrijven.
Ik heb een paar opmerkingen:
1. Ik ben het uiteraard met je eens dat
het combineren van de twee lijsten niet methodisch verantwoord is. Ik begrijp
echter niet dat ze desondanks wel gezien worden als indicatie voor trends. Ik
denk dat je aan de gestelde trends weinig waarde kunt hechten.
2. Met betrekking tot de zinssnede
"Als er al een moraal in wordt gevonden, dan vooral dat mensen toch maar
goedgelovig zijn en zich zomaar laten bedriegen": daar ben ik het helemaal
mee eens. Maar anders dan je wellicht denken zou - het verbaast mij steeds meer
hoe het grootste deel van de Nederlandse bevolking ervan overtuigd is dat alle
graancirkels worden gemaakt door simpelweg het graan plat te trappen. Nog
verbazingwekkender is de stellige overtuiging van het eigen gelijk (zoals ook
jij reeds opmerkte). Er is namelijk bijna niemand die op de hoogte is van de
werkelijke karakteristieken van het graancirkelfenomeen. (Gezien je bezoeken
aan de DCCCS website neem ik aan dat je begrijpt waar ik aan refereer.) Daar is
niets mis mee, maar het vormt wel een schril en verbazingwekkend contrast met
de algemeen aanvaarde overtuiging van "simpel mensenwerk". Inderdaad:
wat zijn mensen toch goedgelovig.
3. Je formuleerde een en ander in mijn
voordeel - het stigma van de 'gelovige' zelfbenoemde expert was slechts van
toepassing in het navolgende, en dat was pas nadat ik genoemd werd. Ik hoor
daar dus niet bij ;-)?
Zonder gekheid - ik zou het jammer
vinden als ik op een hoop geveegd zou worden met alle andere zelfbenoemde
"graancirkel-o-logen". Om beter inzicht te krijgen in mijn visie en
mijn werk kan ik je mijn laatste boek aanbevelen (inmiddels uitverkocht in
Amerika, maar de Duitse en Italiaanse versies zijn nog volop voorradig en van
de zomer komt waarschijnlijk een Nederlandse vertaling uit.)
4. Slechts een detail, maar voor je het
weet wordt er een punt van gemaakt: Nancy Talbott is geen "dr.". Ze
heeft ooit een opleiding voor laboratoriumassistente gedaan, maar daar houdt
haar academische expertise op. Je zou beter de naam van Levengood in dit kader
kunnen noemen.
Mochten deze opmerkingen van mij je nog
ergens van dienst kunnen zijn, maak er dan vrijelijk gebruik van, in woord en
geschrift. En als je nog vragen hebt, dan ben ik ook altijd bereid tot verdere
communicatie.
Met vriendelijke groeten,
Dr. Ir. Eltjo H. Haselhoff.
***
Op 15 februari 2002 ontving ik ook mail van iemand die de site had bezocht, maar de enquête niet had ingevuld:
De reacties op de enquete vond ik heel
boeiend en ik betreur het dat ik hem zelf niet heb kunnen invullen omdat ik pas
sinds kort geinteresseerd ben geraakt in graancirkels. Tijdens
de "uitverkoop" kocht ik stapels boeken waar ook het boek van
Janet Ossebaard bij zat. Dit boek heb ik in een ruk uitgelezen en
verbaasde me keer op keer over de prachtige creaties (op foto) door wie dan ook
gemaakt. Ik heb er zelf helaas nog nooit een in het echt gezien, maar de kans
is groot dat, zodra er weer eentje gemaakt is en het is niet al te ver weg, ik
zeker ga kijken. Ik ben uiteraard zeer benieuwd naar wie of wat de makers zijn.
Ik ga niet zitten speculeren, maar wacht gewoon af wat de uitkomst van dit
raadsel zal zijn. Waar ik van opkeek was de melding dat die mooie tekeningen
ook in sneeuw of ijs aangetroffen waren. Zijn daar ook foto's van? Komen er ook
cirkels voor in andere delen van de wereld? Australië bijvoorbeeld. Of in het
zand van een of andere woestijn? Of in het stof op de maan? Of op de bodem van
een meer, zee of oceaan? Waarom alleen op akkerland?... etc.
***
Een publicist schrijft op 18 februari 2002:
Interessant, wat je geënqueteerden allemaal
denken over graancirkels. Een van de dingen die ik met name boeiend vond in je
verwerking van de resultaten, is dat je skeptici op dezelfde manier behandelt
als mensen die in buitenaardse makers geloven. Daar zou ik wel meer over willen
lezen.
Bij je conclusies vroeg ik me af of het
laatste citaat ('Het is toch veel leuker te blijven speculeren?') geen richting
aangeeft die nog verder geëxploreerd kan worden: de amusementswarde van dit
soort fenomenen. Ik heb het gevoel - maar dat kan komen door onbekendheid met
de wereld van de graancirkel-enthousiasten - dat het ook voor een groot deel
amusement is, minder ernstig dan, bijvoorbeeld, voorspellende dromen en
alternatieve geneeswijzen, waarbij mensen veel persoonlijker en intensiever
betrokken zijn. Wat dat betreft doen die graancirkels me denken aan zo'n
fenomeen als de Paul McCartney-is-dood-hype, waarover ook wel eens is opgemerkt
dat die spoorzoekerij naar aanwijzingen op hoezen en in muziek belangrijker was
dan de vraag of Paul echt dood was.
Zo denk ik ook dat er een belangrijk
spel- en toneelelement zit in het gedrag van mensen die regelmatig door
buitenaardsen worden ontvoerd. Als je zoiets écht gelooft, zou je je toch meer
gedragen als iemand die gestalkt wordt, of bedreigd door de mafia of zo? (Of ga
je dit nu ook invoeren in de file 'skeptische geloofsuitingen' ?)
Het leukste boek over graancirkels dat
ik ken is dat van Schnabel, Round in circles. Hij gaat er ook als een
etnoloog (zelf noemt hij het Forteaans) van uit dat alle meningen naast
elkaar mogen staan. Verder mooie beschrijvingen van Indiaantje spelen in
Engelse graanvelden.
Ga je dit soort onderzoek ook doen naar
andere New Age-fenomenen? Ik ben benieuwd.
***