De ventielfunctie van het moderne volksverhaal
Over alledaags onbehagen en collectieve trauma-verwerking
Theo Meder
Alledaags is niet gewoon. Dat is een zeer treffende vaststelling die ook bij het vertellen van verhalen opgeld doet. Het alledaagse vertellen vertelt namelijk over het on-alledaagse. Dat geldt evengoed voor traditionele genres als sprookjes en sagen, als voor moderne volksverhalen zoals moppen en stadssagen. Onder de volksverhalen vertegenwoordigen de sprookjes en de moppen eigenlijk de fictie. Zij verhalen over fictieve situaties waarin een eenvoudige jongen de draak doodt en met de prinses mag trouwen, of waarin een skelet een café binnenkomt om een biertje en een dweil te bestellen.
Sprookjes gaan over de wensdromen van weleer (denk aan Luilekkerland), laten ons griezelen om de gevaren van toen en nu (De wolf en de zeven geitjes), en verwoorden impliciet kritiek op feodale gezagsverhoudingen. Sprookjes gaan over goed en kwaad, maar ook over macht en onmacht, rijkdom en armoede, recht en onrecht. Hedendaagse moppen worden gemaakt over wat de mensen bezig houdt en wat gevoelig ligt. Moppen gaan over hete hangijzers en taboes. Nummer 1 met stip op de Nederlandse moppen toptien staat nog altijd seks. Daarna komt er even niets, en dan volgt het thema van domheid en slimheid. Vervolgens: ongepast gedrag, ziektes, dood, rampen, oorlog, geld en macht, etnische en culturele verschillen, en relatie-problemen. Tot slot: religie, politiek en absurditeiten. Maar daarbij moet aangetekend worden, dat de laatste tijd de moppen over etniciteit, cultuurverschil, religie en politiek tot de snelle stijgers lijken te gaan behoren. Ik kom daar later nog op terug.
Traditionele en moderne sagen horen eigenlijk tot de non-fictie: zij gaan over zaken waarin geloofd werd of wordt. Traditionele sagen gaan bijvoorbeeld over hekserij, toverij, spokerij of weerwolverij. Het domein dat vroeger neerbuigend 'bijgeloof' werd genoemd. Moderne sagen worden ook wel stadssagen genoemd, of urban legends, of Broodje Aap-verhalen. Zij gaan veelal over wat ons vandaag de dag vrees inboezemt: opzettelijke besmetting met aids, roof van organen, ontvoering van kinderen uit pretparken, wilde dieren die rondlopen in een beschaafde omgeving, donzen dekbedden vol maden, een hondje in de magnetron enzovoort. De gebeurtenissen zouden zich overal hebben voorgedaan, en men heeft ze meestal gehoord 'van een vriend van een vriend'. Ook al worden de verhalen veelvuldig geloofd, ze berusten veelal niet op waarheid.
Ik moet vooraf misschien even waarschuwen. De mondelinge, schriftelijke en visuele folklore die gaan volgen, zullen niet allemaal even kies zijn. Ik wil daar vooraf alvast mijn excuses voor maken. Veel mensen denken bij volksverhalen nog steeds in termen van 'lief en leuk', omdat ze ze vooral associëren met sprookjes. Hedendaagse volksverhalen kunnen echter evengoed vilein en vuig zijn - en het is niet de bedoeling dat de wetenschappelijk onderzoeker daar de ogen voor sluit. Het is louter mijn bedoeling om deze vormen van cultuur te begrijpen - niet noodzakelijk om er begrip voor op te brengen. Ik tracht de folklore te duiden vanuit zijn context - ik onthou mij nadrukkelijk van enige betuiging van adhesie of afkeer.
Contemporaine vertellingen
Op het Meertens Instituut in Amsterdam worden volksverhalen verzameld, en in de Nederlandse Volksverhalenbank gezet. Voor het identificeren van volksverhalen bestaan er verschillende, internationaal erkende catalogi. Zo krijgt Roodkapje het catalogusnummer AT 333 mee. Zulke catalogi kunnen echter geen rekening houden met actuele ontwikkelingen. Zo komen er regelmatig moppen en stadssagen in de Volksverhalenbank terecht, die ik dan zelf maar een nummer en een titel meegeef, zodat ze gemakkelijker terug te vinden zijn. Het kunnen verhalen zijn, die mondiaal circuleren, maar ook verhalen die vooral in Nederland de gemoederen bezighouden, zoals toen een El Al-toestel neerstortte in de Bijlmer. De verhalen kunnen langdurig circuleren, maar ook betrekkelijk kort. Een regelmatig terugkerend verhaal gaat over wilde dieren die gesignaleerd zijn, maar nooit teruggevonden worden: in 1996 zou er een leeuw in het Zeister bos hebben rondgelopen, in 1996 en 1998 zag men een poema in de Limburgse bossen, in 2000 signaleerde men een leeuwin in de duinen van Egmond. Eind 2000, begin 2001 zou er een bloeddorstige wolf in de grensstreek hebben rondgelopen, die bekend zou worden onder de naam Waaslandwolf. Op zeker moment werd het dier op allerlei plekken tegelijkertijd gesignaleerd, maar gevonden is het nooit.
In 2001 was New Delhi voor korte tijd in de ban van een aapmens, die mensen zou aanvallen. Het is een thema dat wereldwijd voortdurend terugkeert.
Moderne media als e-mail en internet hebben de omloopsnelheid van verhalen nog eens extra verhoogd. Op 11 maart 2002 werden in de Rembrandt-toren te Amsterdam mensen gegijzeld door een gestoorde en gewapende man, die wilde protesteren tegen breedbeeld-televisie. Hij wilde daarbij Philips treffen, maar dit bedrijf was al een half jaar geleden naar een andere toren verhuisd. Uiteindelijk heeft de gijzelnemer zich op het toilet van het leven beroofd. Nog voordat de man zelfmoord pleegde, stond de eerste grap al op internet, en de dagen erna zouden er nog verschillende volgen.

Dit is een van de grappen die mensen elkaar in de dagen erna via e-mail toestuurden. Vroeger werd een grap op papier steeds gekopieerd en doorgegeven. E-mail-folklore is wat dat betreft de opvolger van de kopieermachine-folklore. De breedbeeld-gijzeling was men na enkele weken al weer helemaal vergeten.
De afgelopen jaren hebben zich in Nederland, Vlaanderen of zelfs de hele wereld een aantal grote gebeurtenissen afgespeeld, waarop gereageerd is met geruchten en grappen. In de Volksverhalenbank heb ik ze voorzien van een nieuw catalogusnummer plus titel. De voornaamste zijn:
Voordat ik wat langer stilsta bij de laatste twee voorbeelden, wil ik nog enkele kanttekeningen plaatsen. De vele tientallen moppen die gemaakt zijn naar aanleiding van de affaire Dutroux kunnen goed illustreren hoe het mechanisme van de humor werkt. Laat duidelijk wezen dat niemand, maar dan ook niemand kinderverkrachting en kindermoord leuk of lollig vindt. Dit kan niet de reden zijn, waarom er onder gewone mensen zoveel Dutroux-moppen hebben gecirculeerd. België en ook Nederland was diep geschokt door de mensonwaardige gebeurtenissen. En toch komt er na een periode van ontzetting en rouw zo'n mopje (u behoeft niet te lachen):
Wat is het verschil tussen een klein meisje en een fles wijn?
Een fles wijn blijft langer goed in de kelder.
Met de mop wordt een ethische grens overschreden, maar daarmee is de mop tegelijkertijd een bevestiging van het feit dat die ethische grens er is. Natuurlijk is een dergelijke mop soms ook een kwestie van stoerdoenerij. Iemand weet dat hij iemand kan shockeren met zo'n mop, en hij laat zien dat hij dat durft: kijk mij eens stoer zijn. Maar veel mensen vertellen de mop niet om stoer te doen. Ze hebben de mop gehoord, ze hebben er misschien enigszins geschrokken om gelachen, en vervolgens hebben ze de haast onbedwingbare drang om de mop weer door te vertellen. Soms verontschuldigen ze zich eerst, en vertellen dan toch de mop. Ik wil hier wijzen op de kennelijk noodzakelijke ventielfunctie die moppen en humor hebben, ook waar het zulke ernstige zaken betreft als verkrachting en moord. De lach moet ons uiteindelijk weer bevrijden uit de rouw. Het vertellen van moppen is een merkwaardige vorm van trauma-verwerking. De hoeveelheid grappen is indicatief voor de ernst van de gebeurtenissen. Hoe ingrijpender de ramp, des te meer moppen. De grap is als het ware een pilletje tegen de pijn - hoe groter de pijn, des te meer pijnstillers er nodig zijn. Moppen vertellen is in dergelijke situaties een noodzakelijk ritueel, dat fungeert als een kanaliserings-instrument. Overigens moet ik nog een voorbehoud maken. Uit sociologisch onderzoek is gebleken dat niet iedereen moppen evenzeer apprecieert. Feit is dat moppen vooral verteld worden door mannen. Zowel mannen als vrouwen luisteren ernaar, maar vrouwen hebben veel minder de neiging om moppen door te vertellen. Verder is gebleken dat het vooral de lager opgeleide mannen zijn, en de mannen uit de middenstand, die het liefst moppen vertellen. Dat heeft iets met smaak te maken, maar ook met stijlen van communicatie.
Een tweede kanttekening: met de vuurwerkramp in Enschede en de zelfmoord van kunstenaar Herman Brood kwam al aarzelend de visuele, digitale humor op gang. Na de vuurwerkramp circuleerde er ineens een digitale ansichtkaart:

Op de kaart contrasteren vier foto's van de rampwijk met het vrolijke opschrift: "Groeten uit Enschede". Ook de dood van Herman Brood was aanleiding voor een visuele grap. Toen Brood in 2001 van het Hilton sprong, had hij een briefje in zijn zak met de mededeling: "Ik ben het zat." Op dit motief werd een parodie gemaakt op de reclame van gsm-provider Ben.

De aanslagen van 11 september
Na de aanslagen op het WTC en het Pentagon op 11 september zijn mailboxen werkelijk overspoeld met dergelijke e-mail-lore. Nu zoveel mensen over een internet-verbinding beschikken, met grafische programma's om kunnen gaan, en velen met attachments kunnen werken, bleek de tijd rijp voor het volwassen worden van het visuele humor-genre. Maar ook de geruchten, voorspellingen en urban legends kregen dit keer visuele ondersteuning.
Om met dit laatste te beginnen: vrij snel na de aanslagen, begonnen er allerlei verhalen rond te zingen. Eén van de eerste verhalen was dat mensen die in de auto over de snelweg reden in de buurt van het WTC ledematen op hun voorruit zagen vallen. Ook circuleerde er een verhaal dat een reddingswerker erin was geslaagd om het instorten van een WTC-toren te overleven. Er werd verteld dat hij staand op een deur naar beneden was gesurft. Hij reed gewoon op de instortende verdiepingen mee naar beneden. In de rokende puinhopen van het Pentagon zou een ongeschonden Bijbel zijn aangetroffen. Er ontstaan complot-theorieën: de aanslagen zouden bedoeld zijn om een fascistische wereldregering te kunnen vestigen. Sommigen zien de aanslag als het begin van de Eindtijd. Volgens anderen zou Israel achter de aanslagen zitten om de VS bij het conflikt in het Midden-Oosten te betrekken. Bewijs zou geleverd worden door het (overigens incorrecte) feit dat joodse werknemers op de dag van de aanslag niet op het WTC waren verschenen. Via e-mail worden allerlei pseudo-kwatrijnen van de 16e-eeuwse ziener Nostradamus rondgestuurd, die de aanslagen zouden voorspellen en die een Derde Wereldoorlog in het vooruitzicht stellen. De gebeurtenissen rond de aanslagen worden numerologisch geduid, en alles zou wijzen op het getal 11. En als je vluchtnummer Q33NY in het lettertype Wingdings zet, dan krijg je wel heel betekenisvolle symbolen:

Overigens had geen van de rampvliegtuigen werkelijk dit vluchtnummer. Nog meer verhalen: reddingshond Daisy, een golden retriever, zou zo'n duizend mensen uit de puinhopen van New York gered hebben. Een vrouw zou in een nabijgelegen flat in haar woonkamer twee vliegtuigstoelen hebben aangetroffen met de verkoolde lijken er nog in. Een vrouw die in de metro een verloren portemonnee aan een Arabisch uitziende man teruggeeft, wordt gewaarschuwd voor een nieuwe aanslag. Befaamd zijn de foto's van de rokende torens geworden, waarin mensen het gezicht van de duivel herkennen.

Een enkeling heeft de foto van CNN nog nauwkeuriger geanalyseerd, en herkent een hele duivelsverschijning.

De sagen, voorspellingen en geruchten zijn welbeschouwd allemaal een kwestie van beeldvorming en interpretatie. Wat de duivelse rookwolken betreft: mensen hebben de neiging om vormen te herkennen en betekenis te geven. In de maan kunnen we ook een gezicht zien, en een wolk kan eruit zien als een olifant. Er zit niet werkelijk een duivel in de WTC-rook, maar vanuit een christelijk-iconografisch perspectief zou men er een duivel in kunnen herkennen. Aan die waarneming wordt dan een betekenis gegeven. Sommigen zeggen dat de duivel in het vliegtuig met de moslims meevloog, en na de impact weer vertrok. Anderen zien in het WTC de dubbelloopse erectie van de Mammon, en door de vuurzee wordt de duivel uitgedreven uit dit symbool van het grote graaien.
Het merendeel van deze verhalen is voortgekomen uit het chaotische informatie-vacuüm van de eerste weken. Via de verhalen probeert men greep te krijgen op de verwarrende werkelijkheid, zin te geven aan de zinloze gebeurtenissen. De verhalen proberen onbeantwoorde vragen te beantwoorden, orde te scheppen in de chaos, inzicht te krijgen in de dreiging. Ze trachten gevoelens van onmacht te kanaliseren, proberen het gevaar te bezweren, geven uiting aan gevoelens van angst, bevestigen allerhande vermoedens en vooroordelen, en trachten een sprankje hoop te putten uit alle ellende. Wie de verhalen nader beschouwt, ziet dat ze antwoord willen geven op tamelijk existentiële vragen: Wie is schuldig? Wie is voor ons en wie is tegen ons? Hadden we het kunnen zien aankomen? Wat staat ons nog meer te wachten? Hoe erg is het allemaal? En is er nog hoop?
Na de eerste schrik kwamen ook de grappen los. Een Nederlands taalgrapje, dat al snel verteld wordt, gaat erover dat Bin Laden nooit zijn type-diploma heeft gehaald, omdat hij niet verder komt dan drie aanslagen per dag. Eén van de vroegste internationale grappen laat Bush en Bin Laden schaak spelen. Bush verliest, want hij is al twee torens kwijt. Visueel wordt deze grap ook herhaald.

De hoeveelheid visuele grappen rond 11 september is - zoals gezegd - overweldigend. Talloze mensen hebben hun creativiteit botgevierd op telkens weer nieuwe statements, die voor een volkskundige een Fundgrube zijn voor beeldvorming. Beeldvorming over oost en west, vrijheid en onderdrukking, christendom en islam. Niet dat deze statements objectief waar zijn, maar zij verbeelden wel heel goed de beleving van de gewone mens in de westerse wereld. Zij tonen ons het westerse zelfbeeld, en ook het beeld van de ander, in dit geval het zelfgecreëerde 'vijandbeeld'. De talloze grappen doen uitspraken over identiteit en loyaliteit, ook al blijven ze vaak steken in stereotiepen, waarin weinig begrip overblijft voor de islamitische cultuur.
Talloze mensen hebben hun creativiteit aangewend om een statement te maken - een veelvoud heeft het via e-mail of internet onder ogen gekregen. Al vrij snel circuleerde er een montagefoto van New York zoals het er in 2006 zou uitzien, als de Taliban zouden winnen.

De foto toont verwoeste en geblakerde wolkenkrabbers, waartussen talloze minaretten en moskeeën zijn gebouwd. De afbeelding voorspelt met andere woorden fysieke terreur en religieuze overheersing. Een andere afbeelding toont ons Bush zoals die er dan uit zou zien.

Het is het stereotiepe westerse beeld van de traditionele moslim. Bush draagt hier de onderscheidingstekenen van het anders-zijn: de lange baard en de tulband. Op hetzelfde thema varieert de afbeelding van het Vrijheidsbeeld.

Het gezicht van het Amerikaanse beeld van de vrijheid wordt hier afgedekt door een sluier. Dit symboliseert het verlies van vrijheid alsmede gezichtsverlies. De sluier staat - wederom vanuit het vooringenomen westerse standpunt - symbool voor islam en religieuze repressie. Nogmaals: het gaat hier niet om objectieve beeldspraak, maar om de subjectieve representatie van een zienswijze.
Het betreft hier tamelijk internationale, althans westerse beeldtaal. Er werden ook visuele grappen gemaakt, die typisch Nederlands of Vlaams zijn. Uit de talloze parodieën op reclames toon ik nog maar eens variaties op de Ben-posters.

'Ben op de vlucht' toont Osama bin Laden in een auto. De bestandsnaam 'Ben Lada' is een woordspeling met de naam van de terrorist, de provider, en het automerk. Het plaatje toont Bin Laden als een lafaard: hij is immers op de vlucht en probeert zijn gerechte straf te ontlopen. Hij maakt daarbij gebruik van een evident inferieur merk auto, en daarmee wordt de moslim ook nog eens gestigmatiseerd als armoedig en technisch onderontwikkeld. Met dit alles wordt impliciet het tegendeel van ons zelfbeeld opgeroepen.
In principe nog schofferender is de volgende variatie op de Ben-reclame (ik had u gewaarschuwd, en nu laat ik u nog niet eens de allerergste plaatjes zien): "Bin even bezig."

Hier wordt de terrorist afgeschilderd als beoefenaar van bestialiteit. De tegenstander raakt men het best, waar het 't meest pijn doet. Seks met dieren is onder orthodoxe moslims een groot taboe. Toch bestaat dat stereotiepe beeld van bestialiteit onder moslims in het westen wel degelijk. Het idee is gekoppeld aan de westerse visie op de rol van de vrouw en taboes op seks in de islam: vrouwen zijn zo gedepersonaliseerd, a-sexueel en sexueel onderdrukt (kuisheid), dat mannen voor seks hun heil wel moeten zoeken bij dieren (of andere mannen). De dieren waarmee seks bedreven zou worden, zijn dan bij uitstek dieren die met het oosten en met achterlijkheid geassocieerd worden: de kameel, de geit, het schaap en de ezel. Alles bijeen genomen wordt hier de terrorist beschuldigd van gebrek aan beschaving en zelfbeheersing, van ongeremdheid, wildheid, en het bedrijven van tegennatuurlijke seks.
Nu behandel ik vooral visuele grappen, maar het mechanisme van de humor is vergelijkbaar met die van de moppen. Als voorbeeld een narratief uitgewerkte mop:
Afghanistan is volkomen platgebombardeerd door de VS. Osama Bin Laden heeft het niet overleefd. Al snel klopt hij aan op de poorten van de hel.
De duivel bekijkt hem eens en zegt: "Eigenlijk zit ik helemaal vol, er is geen plek meer, maar ik kan je echt niet laten gaan. In jouw plaats zal ik een ander vrij moeten laten. Je mag zelf kiezen wiens plaats je inneemt en je kan kiezen uit drie deuren."
De duivel opent de eerste deur. In de ruimte achter de deur is Adolf Hitler bezig rotsen stuk te hakken. Hij moet een grafsteen hakken voor elke Jood die hij de dood ingejaagd heeft.
"Als je zijn plaats in wilt nemen," spreekt de duivel, "zul je dag in dag uit rotsen moeten hakken."
"Lijkt me geen goed plan, want ik heb een zwakke schouder," antwoordt Bin.
De duivel opent de deur naar een tweede ruimte waar de Ayatollah Khomeini bezig is met schrijven. Voor elke dode die hij op zijn geweten heeft, moet hij van de duivel voor straf de bijbel éénmaal met de hand overschrijven.
"Als je zijn plaats in wilt nemen," spreekt de duivel, "zul je dag in dag uit moeten schrijven."
"Niets voor mij, want ik kan niet schrijven," antwoordt Bin.
De duivel opent de derde deur. Achter de deur is een kamer waar Bill Clinton op zijn rug ligt. Naakt en vastgebonden. Zijn benen ver uit elkaar gespreid. Tussen zijn benen zit Monica Lewinsky en ze is bezig met haar favoriete mondelinge specialisatie.
"Ja, dit lijkt me wel een dragelijke straf," roept Bin Laden enthousiast.
"Oké," spreekt de duivel lachend, "zo zal het zijn... Monica, je kunt gaan."
Ook in deze mop wordt de orthodoxe moslim in een rol gemanouvreerd die hem ongetwijfeld een gruwel moet zijn, al gaat het ditmaal niet om bestialiteit maar homosexualiteit. Ook hier wordt de tegenstander op zijn gevoeligste punten getroffen (nog even afgezien van het gesuggereerde analfabetisme). De plaatjes waarop Osama bin Laden daadwerkelijk homosexuele handelingen verricht, zal ik u besparen.
Hier de derde variatie op de Ben-reclame: "Ben Undercover"

We zien hier Sint Laden. Het plaatje stamt uit de periode dat er vruchteloos jacht werd gemaakt op Bin Laden in Afghanistan, en men veronderstelde dat hij van uiterlijk veranderd zou zijn. De afbeelding geeft weer commentaar op het laffe vluchtgedrag van Bin Laden. Bovendien toont het plaatje een lachwekkende tegenstelling: een orthodoxe moslim als christelijk-westerse Sinterklaas. De terrorist is hier een wolf in schaapskleren; kwaad versus goed, booswicht versus goedheiligman. Verder is Bin Laden ook nog eens slecht vermomd; het ziet er allemaal nogal onhandig en klunzig uit. Als u dit plaatje voor het eerst ziet en u lacht, dan vindt dit interpretatie-proces in een oogwenk plaats in uw hoofd. Om te rationaliseren wat er leuk aan is, heb ik tamelijk veel woorden nodig.
Typisch Nederlands en Vlaams is ook de volgende visuele grap.

Het is Bin Laden als Kabouter Plop: de terrorist wordt hier belachelijk gemaakt door zijn tekenen van religiositeit, de tulband en de baard, te reduceren tot kabouter-attributen uit een kinderserie. Er wordt gespot met het anders-zijn van de moslim.
Eén tamelijk creatieve afbeelding is die van Bin Ladens vlucht op een vliegend tapijt voor een Amerikaanse straaljager.

Er wordt hier een creatief spel gespeeld met westerse en oosterse stereotiepen. Het vliegende tapijt is iets uit sprookjes en is derhalve fictie. Als het al een vervoermiddel is, dan is het technologisch onderontwikkeld ten opzichte van de straaljager. Vanuit westers standpunt moet de afbeelding de eigen superioriteit benadrukken. Het zelfbeeld is er één van: groter, sterker, technologisch ontwikkelder.
Dan is er de moslimvrouw: na 11 september wordt zij regelmatig afgebeeld in sluier of burqa. Een parodie op dit beeld is de Taliban Barbie.

Er wordt gespot met de vrouwelijke moslimdracht, maar vooral met de door extremistische moslims opgelegde burqa. In westerse ogen is het een ultiem symbool van onderdrukking. De burqa maakt de vrouw onzichtbaar, onaantrekkelijk, a-sexueel. De burqa ontneemt de vrouw persoonlijkheid, identiteit, karakter en gezag. Bovendien wordt de burqa beschouwd als vreemde, on-westerse kleding: hij benadrukt het anders-zijn. In andere grappen wordt de vrouw in burqa wel vergeleken met een vuilniszak. Een kenmerk van humor is voorts incongruentie. Een Taliban Barbie is in feite een tegenstrijdigheid: Barbie hoort als speelpop hip en aantrekkelijk te zijn, niet amorf.
Tot nu toe kan men alle grappen vergoelijken met het argument dat niet alle moslims het mikpunt zijn, maar slechts de fundamentalisten, extremisten en terroristen. Dat wordt moeilijker vol te houden bij de kaart van Nederland, die in november 2001 per e-mail verspreid werd, met het opschrift: "Welkom in Ollandistan".

De Nederlandse vlag heeft er een islamitische halve maan bij gekregen, en Nederlandse topografische namen zijn veranderd. Limburg is Moslimburg geworden, Amsterdam heet Imamsterdam, Couvorden wordt Couscousvorden, Nijmegen heet Besnijmegen enzovoort. De suggestie is overduidelijk dat Nederland door de moslims zal worden overgenomen. Bovendien wordt er gesuggereerd dat er een direkte relatie bestaat tussen islam en terreur. In de veranderde Nederlandse plaatsnamen komen we ook woorden tegen als: kaping, aanslag, jihad, terreur, hamas en wraak. Naast dat het een statement is over religieuze, culturele en etnische verschillen, lijkt hier ook een politiek statement in het geding.
Opkomst en ondergang van Pim Fortuyn
In de maanden die voorafgingen aan de Tweede Kamerverkiezingen van 15 mei 2002 in Nederland, openbaarde zich een nieuw fenomeen: Pim Fortuyn, eerst als lijsttrekker van Leefbaar Nederland, later met de eigen Lijst Pim Fortuyn. Hij was een flamboyante en charismatische persoonlijkheid tussen alle grijze politieke muizen, die van zichzelf zei: "Ik ben een man die zegt wat hij denkt, en die doet wat hij zegt." Door zijn kritische uitspraken raakte plotseling iedereen weer geïnteresseerd in politiek (want laten we eerlijk zijn: al vele jaren werden er in Nederland op straat geen politieke moppen meer verteld, om de eenvoudige reden dat het niemand meer echt interesseerde). Ineens gingen de debatten niet meer over begrotingstekorten en hypotheekrente-aftrek, maar over de integratie-problemen, de dodelijke wachtlijsten in de zorg, de onveiligheid op straat en in het openbaar vervoer, het leraren-tekort en de files waar half Nederland dagelijks in stond.
De andere politici verbleekten bij het charismatische media-optreden van Pim Fortuyn. Hij liet zich door een chauffeur rondrijden in een Daimler en op zeker moment liet hij zich met veel bravoure ontvallen: "Vergis u niet: ik word de nieuwe minister-president van Nederland." De man had zeker megalomane trekjes, en begin 2002 haakt de volgende mop daar op in:
Pim Fortuyn, Wim Kok en Ad Melkert staan voor de troon van God.
God kijkt ze aan en zegt: "Voordat jullie de hemel in mogen of een plaats naast mij in mogen nemen, moeten jullie eerst vertellen waar jullie in geloven."
Eerst is Kok.
Hij kijkt God in de ogen en zegt:"Ik geloof dat politiek onmisbaar voor de democratie is, politiek brengt zoveel mensen zoveel goeds. Ik heb mijn leven gewijd aan het bedrijven ervan om alle mensen te helpen".
God kijkt op en biedt Kok een plaats links naast hem aan. Dan is het de beurt aan Ad Melkert.
Melkert recht zijn rug en zegt:"Ik geloof dat moed, eer en passie de fundamentele dingen in het leven zijn en ik heb mijn hele loopbaan als politicus deze drie fundamenten geprobeerd na te streven".
God, geëmotioneerd door Melkerts speech biedt hem een plaats aan zijn rechterhand aan.
Uiteindelijk komt God bij Fortuyn terecht en vraagt ook hem: "Waar gelooft U in, meneer Fortuyn?"
"Ik geloof," zegt Fortuyn, "dat u in mijn stoel zit."
Dit is een mop die regelmatig gerecycled wordt, en waarin steeds een ander brutaal of arrogant persoon de punchline voor zijn rekening mag nemen. Dezelfde mop werd een jaar eerder nog verteld over voetbaltrainer Louis van Gaal.
Op een zeker moment in de campagne sprak Pim Fortuyn de woorden: "Nederland is vol" en "Als het aan mij ligt, dan komt er geen moslim meer in". En hij zei ook: "De islam is een achterlijke cultuur." De linkse Volkskrant drukte de woorden met zekere gretigheid af. De uitspraak kostte Fortuyn het lijsttrekkerschap van Leefbaar Nederland. De linkse politiek en de media drukten Fortuyn vervolgens in de extreem-rechtse hoek, bij Filip DeWinter en Jean Marie Le Pen - personen met wie Fortuyn zich niet geïdentificeerd wenste te zien. Op het thema van etniciteit rust in Nederland sinds de Tweede Wereldoorlog een taboe: wie het in minder gunstige zin aanroert, is meteen een fascist en een racist. Het is een typisch Hollandse Pavlov-reactie. Ook nu haalde D66-politicus Thom de Graaf meteen Anne Frank erbij. Het gecreëerde beeld van Fortuyn als racist had ook direkt zijn weerslag in de humoristische volkscultuur, bijvoorbeeld toen dit plaatje per e-mail werd rondgestuurd.

Pim's van Lu, de bekende koekjes, nu voorzien van de merknaam 'Charlatientje', en met het bijschrift: "Puur democratisch: wij zijn vol (van chocolade)". Een andere visuele grap was een parodie op de televisiekwis het Rad van Fortuin.

Het ideaal dat hier bij het Rad van Pim Fortuyn geraden moet worden, luidt blijkens de reeds ingevulde letters: "Alle buitenlanders er uit." Alhoewel Fortuyn dit nooit gezegd heeft, werd hij wel meteen in de ultra-rechtse hoek geplaatst. Fortuyn wilde de allochtonen niet wegsturen, maar laten integreren. Wel wilde hij een dam opwerpen tegen nieuwe toestroom van economische vluchtelingen. Niettemin was de toon gezet, en het volgende plaatje is dan ook veelzeggend.

Het betreft wederom een parodie op de Ben-reclames. Fortuyn, hier als aanvoerder van Leefbaar Nederland, wordt voorgesteld als een bruinhemd in een Mussolini-pose. Aan het imago van de verlosser van Nederland, heeft Fortuyn zelf zeker meegewerkt.
De visuele grappen liggen onmiskenbaar in het verlengde van de verdachtmakingen die in de media en de politieke campagnes naar voren werden gebracht. Er werd door de gewone man op een creatieve manier gespeeld met enkele tendentieuze uitlatingen van Fortuyn. Voor de aanhangers van Fortuyn zullen deze plaatjes zeker passen in wat genoemd werd: het proces van 'demonisering' en de 'haat-campagne'.
In het bestek van een paar maanden bleek de ster van 'professor Pim' alleen maar te rijzen. In de peilingen kreeg hij steeds meer zetels. Fortuyn gaf een stem terug aan mensen, die al jaren niet meer stemden. De gevestigde regeringspartijen verloren heel veel zetels, terwijl de andere oppositie-partijen geen noemenswaardige winst wisten te boeken. Afkeer en vertwijfeling maakten zich meester van de lijsttrekkers. Er werd naarstig gezocht naar oplossingen. In ijltempo probeerden de traditionele politici standpunten van Fortuyn over te nemen: plots had de onderschatte 'politieke clown' gelijk over het onderwijs, de zorg en de migranten. Politici gingen Jip en Janneke-taal spreken, zodat de kiezer weer zou begrijpen waar ze het over hadden. Tijdens de tv-finale van de Soundmix Show werd een lijsttrekkersdebat georganiseerd - dat in de peilingen weer werd gewonnen door Pim Fortuyn. Geen truc werd door de traditionele politici onbenut gelaten om de gunst van de kiezer terug te winnen. De volgende grap brengt dat treffend in beeld.

Ad Melkert van de PvdA, Hans Dijkstal van de VVD en Thom de Graaf van D66, die samen de zogeheten Paarse coalitie aanvoeren, en die er volgens Fortuyn een "puinhoop" van hebben gemaakt, hebben hier hun kop kaalgeschoren in een ultieme poging het politieke tij te keren. Maar toen was de geest al uit de fles.
Fortuyn was als politicus ook tamelijk ongrijpbaar. Later beweerde hij niet meer dat Nederland vol was, maar wel "erg druk"; tegelijkertijd pleitte hij voor een generaal pardon voor alle illegalen, om hen de kans te gunnen opgenomen te worden in de Nederlandse samenleving. Fortuyn had geen hekel aan buitenlanders, en was gedwongen dat telkens weer te herhalen: ja, zei hij, hij sprak regelmatig met moslims, sterker nog, hij ging er zelfs mee naar bed! Ook onder allochtonen had Fortuyn de nodige aanhang, niet in de laatste plaats omdat de problemen met de scholen, de gezondheidszorg en de veiligheid ook hen - soms onevenredig - troffen. Fortuyn was verder voorstander van de homo-emancipatie, euthanasie en het referendum. Hij was republikein. Hij was voor de emancipatie van allochtone vrouwen. Fortuyn was rechts in zijn opvattingen over het milieu, maar links in zijn idee om soft drugs geheel te legaliseren: niet alleen het persoonlijk gebruik toestaan, maar ook de teelt en de handel legaliseren. Anders dan de traditionele partijen ging het postmoderne Fortuynisme niet uit van een ideologie, maar louter van praktische problemen en oplossingen, zonder zich veel te bekommeren om de vraag of dat nu rechts of links was.
Op 6 mei 2002 kwam het nieuws dat Pim Fortuyn in de peilingen dreigde de grootste partij te worden, en dat hij daadwerkelijk minister-president zou kunnen worden. Diezelfde avond werd Pim Fortuyn in Hilversum doodgeschoten door Volkert van der Graaf, een militante milieu-activist. Nederland was diep geschokt en er werden grote woorden gesproken: "Nederland heeft zijn onschuld verloren", "De democratie is vermoord", "Nederland beleeft zijn elfde september" en "De vrijheid van meningsuiting is om zeep geholpen." Op de on-Nederlandse moord volgde een spontaan en on-Nederlands rouwbeklag, dat vijf dagen in alle hevigheid voortduurde. Politieke partijen gelastten hun campagnes af. In korte tijd groeide Fortuyn uit tot een volksheld, een martelaar, een profane heilige, voor wie men - net als bij prinses Diana - bloemen-offers kwam brengen en kaarsen branden. Er werd gezongen en gebeden. Er werden stille tochten gehouden. Er werden afscheidsbrieven en gedichten geschreven, condoleance-registers getekend, vlaggen halfstok gehangen, leuzen gekalkt en geroepen. Net als zijn grote voorbeeld John F. Kennedy zal Pim Fortuyn de 'eeuwige belofte' blijven. Hij had Nederland wakker geschud met zijn politieke uitspraken, maar of hij de verlosser zou zijn geworden, zullen we nooit weten.

Een dag na de moord vroeg een collega of er al moppen over de nieuwste ontwikkelingen waren. Enigszins geschokt verklaarde ik dat er in de periode van rouw zelden al op grote schaal grappen circuleren, maar dat ik binnenkort wel de eerste geruchten verwachtte over een mogelijk complot. Nog vóór Pim Fortuyn ter aarde was besteld, kreeg ik gelijk. Er begonnen geruchten te circuleren dat de moord een complot was van het politieke establishment, dat zich in zijn bestaan bedreigd zag. Het ging de gezeten regenten immers allang niet meer om het belang van het land, maar om de persoonlijke macht: zij wilden koste wat het kost het pluche warm houden. Er werd onder meer betwijfeld of de moord wel beraamd en gepleegd kon worden door één impulsief opererende, overspannen milieu-activist. De Binnenlandse Veiligheidsdienst kon er achter zitten, het koningshuis, de PKK, de CIA of zelfs de eigen LPF-partij. Of een monsterverbond van linkse revolutionairen en moslimfundamentalisten, die ook 11 september op hun geweten zouden hebben. Wie is schuldig? Wie is vóór ons en wie is tegen ons? Gebrek aan feitelijke informatie schept ruimte voor paranoïa - en die hoeft niet te verdwijnen zodra de feiten boven tafel lijken. Sindskort circuleert ook het gerucht dat het graf van Fortuyn leeg zou zijn. Overigens had het medium Jomanda de moordaanslag al voorspeld.
Nog geen week na de moord op Fortuyn waren de eerste mopjes er al. Een voor alle partijen acceptabel grapje luidde:
Wat krijg je als Pim Fortuyn wordt gecremeerd?
Een verstrooide professor.
Een mopje met een meer politieke lading luidde:
Waarom wordt Pim Fortuyn in Italië begraven?
Nederland is te vol!
Het zal u niet verbazen dat de stemming in het humorsegment na de moord en de verkiezingen radicaal omsloeg. Grappen en plaatjes contra Fortuyn verstomden en verdwenen ijlings van internet. Wat overbleef en in aantal toenam, was de humor pro-Fortuyn en contra de linkse politiek en de paarse coalitie.

Slotwoord
De wereld is veranderd sinds 11 september. Nederland is veranderd sinds 6 mei. Dat er in zekere zin een samenhang is in de opeenvolging van gebeurtenissen, is aannemelijk, maar het trekken van conclusies laat ik liever over aan toekomstige historici. Wat ik vaststel is dat de alledaagse cultuur mede bepaald wordt door de creativiteit van de gewone man en vrouw. Die creativiteit komt onder andere tot uiting in verhalen: mondeling, schriftelijk, digitaal. Het zijn de hedendaagse geruchten, stadssagen en grappen, die lucht kunnen geven aan gevoelens van onbehagen, wantrouwen, superioriteit, angst, afgrijzen, onzekerheid, hoop en rouw. De verhalen vormen regelmatig een collectieve uitlaatklep. Geruchten kunnen de stilte opvullen. Grappen zijn vaak noodzakelijk om over een bepaalde klap heen te komen. Ze kunnen links en rechts ook gebruikt worden om zich af te zetten, om een onderscheid te creëren tussen 'wij' en 'zij', tussen 'eigen' en 'vreemd', tussen 'vertrouwd' en 'bedreigend'. Verhalen zijn nooit prententieloos: ze kennen altijd betekenissen toe, ze leggen altijd getuigenis af van een bepaalde perceptie. Volksverhalen maken deel uit van de 'oral history' en worden niet ten onrechte getypeerd als "historisch onverantwoord erfgoed". Verhalen maken deel uit van ons cultureel erfgoed, maar ze leggen geen objectief getuigenis af van de werkelijkheid. Het zijn creatieve produkten die getuigen van de menselijke beleving van de werkelijkheid.
[NASCHRIFT: Tijdens de presentatie van deze lezing in Gent op 14 juni 2002, kwam er de volgende vraag: "Wat vindt de moslimgemeenschap (in Nederland) hier nu eigenlijk van? Welke grappen en sterke verhalen circuleren er onder islamieten?" Alhoewel we wel weten hoe individuele moslims in Nederland in het publieke en maatschappelijke debat gereageerd hebben op de gebeurtenissen rond 11 september en de affaire Pim Fortuyn, zijn welbeschouwd de specifieke grappen en geruchten onder moslims niet duidelijk doorgedrongen tot de Nederlandse gemeenschap. Deels zullen de moslims dezelfde grappen en geruchten hebben geapprecieerd als de Nederlanders, maar het is bepaald denkbaar dat er ook andere moppen en sterke verhalen de ronde hebben gedaan. Nader onderzoek hiernaar ligt in de rede.]