Groot
Sionshofje
Sionssteeg 4 (voorheen St.Josephsteeg)
Gesticht in 1480
Gebouwd aan de Papengracht
Verplaats in 1668
Vernieuwd in 1913
Bestuur: Regenten namens Diaconie
Hervormde Gemeente
Foto: Marinus Klein
Het echtpaar Huych van Zwieten en
Luytgairt Claisdochter van Boschuysen besloot in 1480 een hofje te stichten
voor veertien oudere echtparen. Het hofje kreeg de naam Sion ter herinnering
aan het Laatste Avondmaal op de berg Sion. Om het hofje en de bewoners ook in
de toekomst te onderhouden werden huizen en andere bezittingen van het echtpaar
gelegateerd. Een jaar nadien stichtte het echtpaar ook nog eens een Gasthuis in
Katwijk aan Zee.
Het hofje werd gebouwd aan de
Papengracht en het beheer er van werd opgedragen aan de Commandeur en de
Huiszittenmeesters van de Sint Pieterskerk. Een van de regels van het hofje was
dat een vrouw het hofje moest verlaten als haar man was overleden. Zij mocht
dan de helft van de haar bezittingen meenemen. De mannen waren in zekere zin
bevoorrecht. Zij mochten als weduwnaars op het hofje blijven wonen mits zij
niet opnieuw een huwelijk aangingen. Alsnog moesten zij dan het hofje voorgoed
verlaten. In beide gevallen een wrede bewoningsregel.
Voor de weduwen kwam daar in 1641
verandering in toen Juffrouw Emerantia Banning het Klein Sionshofje of
Weduwenhofje stichtte. Ter onderscheid kreeg toen het hofje de naam Groot
Sionshofje. In 1634 werd de financiële basis van het hofje, door het legaat van
een burgemeesterszoon uit Wassenaar, aanmerkelijk verruimd. Het legaat bestond
uit een groot huis met landerijen en een bedrag van tweehonderd gulden.
Daarnaast bedacht de burgemeesterszoon negen andere hofjes met grote
geldbedragen.
In de tweede helft van de 17e
eeuw raakte het Sionshofje ernstig in verval. Aan een nieuw te bouwen hofje
viel niet te ontkomen. Allereerst werd gedacht aan een locatie in de omgeving
van de stadsuitbreiding bij de Herengracht. Het toenmalig stadsbestuur van
Leiden gaf echter geen toestemming. Rond 1668 keerde het tij voor het hofje en
kwam er een nieuw hofje in het bestaande complex van het Sint Pieters Begijnhof
aan de Sint Josephsteeg, thans de Sionssteeg. De bewoners van het Begijnhof
werden ondergebracht in het “Mierennest” een voormalig kloostercomplex aan de
Oude Vest.
De verbouwing van het vroegere Begijnhof
werd uitgevoerd door de stadsbouwmeester Willem van der Helm. Boven de poort
van het nieuwe hofje werd een zwarte steen geplaatst met het opschrift “Zion.”
Kort daarna verhuisden de bewoners van de Papengracht naar de Sint Josephsteeg.
In 1837 kwam er een nieuw reglement en vanaf 1803 mochten weduwen in het hofje
blijven wonen. In 1913 waren een aantal huisjes zo vervallen dat besloten werd
deze vervangen zonder dat de beslotenheid van het hofje werd aangetast. In de
jaren zeventig kwamen er grote problemen voor het Groot Sionshofje, de huisjes
waren echt aan restauratie toe. En er waren voor de huisjes bijna geen
bejaarden meer te vinden. Weldra werd het leegstaande hofje door jongeren
gekraakt. De stadsvernieuwing strekte zich ook uit tot de wijk van het hofje
maar het is gespaard gebleven.