Meermansburg
Oude Vest 159
Gesticht in 1680
Gebouwd in 1681 - 1683
Gerestaureerd 1977 – 1979
Bestuur: College van regenten
Hofje Meermansburg dateert zoals het
jaartal in de gevel aangeeft voornamelijk uit 1681. In dat jaar werd de bouw
van het poortgebouw met daarin de regentenkamer, naar een ontwerp van de
stadsarchitect Jacob Roman voltooid. Daarvoor waren er al 11 huisjes gebouwd
naar het ontwerp van de stadsarchitect Anthonie van Breetvelt. De overige
huisjes waren van de hand van Jacob Roman. Op de plaats van het hofje lag in de
middeleeuwen de tuin van het in 1474 gestichte klooster Nazareth tussen de
Bouwelouwen – Duizendraadsteeg en de Marendorpse Achtergracht (thans de van der
Werffstraat).
Het klooster was gesticht op Sint
Willibrordusdag (7 november) door de Grauwe Zusters van de orde van Sint
Franciscus, arme kloostergemeenschap. Letterlijk aan de rand van de stad. Zij
leefden hoofdzakelijk van Aalmoezen.
De geloofsberoeringen en het beleg van
1574 verjoeg het merendeel van de nonnen en op 3 augustus 1583 overhandigde de
laatste non de papieren van het klooster aan stadssecretaris Jan van Hout. Na
aantekening in het stadsregister borg hij de documenten zorgvuldig op.
Van 1567 tot 1592 diende het klooster
als leprozenhuis. Vanwege de roerige tijden waren de leprozen en het van
stadswege verzorgend personeel ondergebracht in het klooster. Het
oorspronkelijke leprozenhuis lag buiten de stad, nabij De Witte Poort (Noordeinde).
In 1592 werden zij in het Sint
Elisabethgasthuis opgenomen. Er bleef een volkomen vervallen kloostercomplex
achter dat daarop werd afgebroken.
Rond 1596 werden door de
stadsbestuurders van Leiden, in de tuin van het verlaten klooster, 63 huisjes
gebouwd voor de allerarmste textielarbeiders, die er dicht op elkaar woonden.
In de volksmond heette de voormalige kloostertuin al spoedig het “Mierennest”.
In 1679 ging Maerten Ruyckhaver Meerman,
bewindvoerder van de V.O.C. van de kamer Delft en diens echtgenote Helena
Verburgh op zoek naar een plaats voor een door hen te stichten hofje. Het
stadsbestuur van Leiden was bereid het terrein van het Mierennest voor dat doel
te verkopen. Beide partijen kwamen op 22 januari 1680 al spoedig tot
overeenstemming. Meerman en zijn echtgenote betaalden fl. 8.500,=. Het afbreken van de totaal verkrotte woninkjes kwam voor
rekening van de stad. Op 1 maart 1680 werd het bouwterrein kaal opgeleverd. Na
aankoop van enkele andere percelen kon vanaf 1681 met de bouw van Meermansburg
worden begonnen.