Cathrijne  Maartensdochterhofje

Pasteurstraat 2a

Gesticht in 1608

Het hofje werd gebouwd aan de Zijdgracht, thans Korevaarstraat

Verplaatst in 1910

Bestuur: Regenten namens Diaconie Hervormde Gemeente

 

Foto: Marinus Klein

 

‘bij mijn bezoek aan het hofje kwam ik in gesprek met een bewoonster die mij vertelde dat wonen op dit hofje het allerbeste is dat een mens kan overkomen’

 

Cathrijne Maartensdochter was de weduwe van een rijke kleermaker en ook zij had het voornemen een hofje te stichten. In 1608 liet zij door notaris Swanenburg daarvoor haar testament opstellen. Haar hofje moest worden gebouwd aan de Zijdgracht, thans Korevaarstraat. Van de voorgenomen twaalf huisjes waren er in 1608 al acht gereed. De huisjes op het hofje waren bestemd voor mannen, vrouwen en echtparen. Aanvankelijk mocht na het overlijden van een levenspartner de langstlevende op het hofje blijven wonen. Haar testament van 1613 maakte echter aan die bepaling een eind. Een gehuwde vrouw moest, met behoud van haar bezittingen, na het overlijden van haar echtgenoot, het hofje verlaten. Ook hier weer de verfoeide weduwebepaling. In haar testament van 1613 werd onder meer het Sint Catharina Gasthuis, het Huiszittenhuis en het Weeshuis ruim bedacht. Haar overige bezittingen vermaakte zij aan haar hofje. Cathrijne Maartensdochter overleed in 1621 en haar hofje werd in 1646 voltooid.

In 1910 werd het hofje van de in 1886 gedempte Zijdgracht verplaatst naar de Pasteurstraat. De toenmalige wethouder Jacob Korevaar was zijn tijd vooruit en hij dacht in termen dat wij nu stadsvernieuwing noemen. De wethouder was een warm voorstander van verbeterde volkshuisvesting. In 1908 maakte Korevaar een plan voor het gebied tussen de Geeregracht en de Zijdgracht. Zijn plan omvatte de aanleg van de Oranjeboomstraat waardoor het bijna drie eeuwen oude hofje moest verdwijnen.

Toen de plannen van de wethouder ten uitvoer werden gebracht, kreeg “De Vereniging tot Bevordering van den Bouw van Arbeiderswoningen” het recht om op de plaats van het hofje woningen te bouwen. Het hofje moest worden gesloopt.

Krachtens het testament van de stichtster moest het hofje echter in stand worden gehouden. De Diaconie van de Hervormde Gemeente herbouwde het hofje op een terrein van de Pasteurstraat.

De stichtingssteen met het opschrift werd verplaatst naar het nieuwe hofje. De 17e eeuwse gevelsteen was al tijdens de bouw van het oorspronkelijke hofje ingemetseld. Hoogstwaarschijnlijk heeft Cathrijne Maartensdochter aan het uiterlijk van de steen haar goedkeuring nog gehecht. 

 

de gevelstenen in het hofje