Coninckshofje
Oude Vest 15
Gesticht in 1773
Gebouwd in 1777
Het hofje werd vergroot in 1861 en 1870
Bestuur: Zelfstandig college van
regenten, meestal diakenen van de
Hervormde Gemeente
Foto: Marinus Klein
Zes jaar na het overlijden jaar na het
overlijden van de stichtster Cecilia Coninck werd haar hofje in gebruik
genomen. Cecilia was geboren en woonde in Amsterdam. Haar moeder was geboren in
Leiden en die stad had haar voorliefde. Vandaar dat zij er een hofje stichtte.
Zelfs begiftigde zij Leiden met een vorstelijk legaat groot 50.000 gulden en de
opdracht aan de diaconie van de Nederduits Gereformeerde Gemeente om een hofje
te stichten. Dat werd later de Hervormde Gemeente.
De diaconie toch aan toch aan de arbeid
en kocht een huis aan de Oude Vest voor fl. 900, - waarachter een stuk grond
lag dat eigendom was van het aangrenzende Elisabethsgasthuis. De grond werd
verworven voor een bedrag van fl. 600, -. De op het terrein aanwezige bebouwing
werd voor fl. 560, - voor de sloop verkocht. Vervolgens begon men met de bouw
van het hofje. Op de plaats van het afgebroken huis verrees een poortgebouw met
een klassieke ingang, voorzien van een steen waarop de naam van het hofje was
gebeiteld. Achter het poortgebouw met een ruime hal waarboven de regentenkamer,
bevonden zich oorspronkelijk zes huisjes, een tuin met een pomp en een galerij
om de was te drogen. De bewoonsters van het hofje waren arme bejaarde ongehuwde
vrouwen en weduwen zonder kinderen. Zij moesten belijdend lidmaat zijn van de
“Gereformeerde Religie.”
Van de bewoonsters werd verwacht dat
zij, voor zover als mogelijk, enigermate in eigen onderhoud konden voorzien. Zij
ontvingen per jaar fl. 100, = bij wijze van “preuve.” Al met al een aardige
geste. De portierster ontving bovendien fl.25,- voor
de haar opgedragen taken zoals poetsen, boenen en het openen en sluiten van de
poort op de voorgeschreven tijden.