Jan de Laterehofje
Tweede Binnenvestgracht 13
Gebouwd in 1616
Vernieuw in 1888
Renovatie in 1976
Bestuur: Stichting Leidse
Studentenhuisvesting
Foto: © Marinus Klein
,die poort vraagt terdege om een verfje’
De uit Vlaanderen afkomstige Jan de
Latere had, toen hij zijn testament opstelde, niet voor ogen een hofje te
stichten. Hij bepaalde eenvoudig dat na zijn overlijden zijn bezit moest worden
verdeeld onder oude en arme stadsgenoten. Vanzelfsprekend bedoelde hij daarmee
landgenoten.
Na het overlijden van de Latere besloten
de uitvoerders van zijn laatste wil een hofje te stichten dat zijn naam zou
krijgen. Hun oog viel op een terrein op de hoek van de Steenstraat nabij de
nieuwe Rijnsburger- of Haarlemmerpoort. Zij vroegen aan het stadsbestuur van
Leiden of de grond gratis kon worden verstrekt. Maar dit werd geweigerd.
De bouw van het hofje viel daardoor
duurder uit en er moest ongeveer zeshonderd gulden worden geleend. Maar het
hofje kwam er met een regentenkamer en negen huisjes voor vrome, godvruchtige
echtparen en ongehuwden.
Volgens de reglementen mochten de bewoners
van het hofje zich niet ophouden in herbergen of koffiehuizen. Dat waren in de
ogen van de strenge regenten onbehoorlijke plaatsen. In de reglementen staat
geschreven: de bewoners werden geacht zich “stil, eerlic, vroom ende
Godvruchtich” te gedragen en zich niet op te houden in “eenige herbergen,
tavernen of andere onbehoorlyke plaetsen.”
Na overlijden van een bewoner werden haar of
diens bezittingen eigendom van het hofje.
hofje
van Jan de Latere - vervolg