Juffrouw Maashofje
(1837-1889)
Kalvermarkt 6
Gesticht in 1889
Gebouwd in 1901
Bestuur: Commissie namens de kerkenraad
der Gereformeerde gemeente
Foto: © Marinus Klein, 5 maart 2003
Dit hofje aan de Kalvermarkt is bescheiden
en eenvoudig. Een rijtje huisjes met een binnentuin. De toegang tot het hofje
is bescheiden van opzet. Hier eens geen monumentale toegangspoort die de
rijkdom van Juffrouw Hendrika Maas etaleert. Het hofje straalt de eenvoud uit
zoals de stichtster het bedoelde. Juffrouw Maas liep dan naar haar overlijden niet met haar
rijkdom te koop. Adeldom verplicht. In 1889 liet zij haar testament opmaken dat
bepaalde dat binnen twee jaar na haar overlijden een hofje moest worden
gebouwd. Zij overleed in de zomer van 1889. Toen haar testament werd geopend
bleek dat juffrouw Maas haar elf woningen alsmede een
bedrag van fl. 25.000, == had nagelaten aan de Gereformeerde Kerk aan de
Hooigracht. Deze kerk kreeg de zorg voor de bouw van het hofje waarvan de
huisjes waren bestemd voor onvermogende lidmaten van de kerkelijke gemeente.
Het hofje moest worden gebouwd aan de Kalvermarkt waar zij acht huisjes bezat. In een er
van had ze zelf gewoond. De inkomsten van de overige woningen moesten worden
gebruikt voor onderhoud van het hofje. Van de inkomsten was jaarlijks een
bedrag van fl. 100, == bestemd om kleren te kopen voor arme kinderen die de
zondagsschool bezochten in een zaal aan het Noordeinde. De dienstbode van
juffrouw Maas, Elisabeth Bijl
kreeg het vruchtgebruik van een bovenwoning aan de Hooigracht.
Een buurvrouw van juffrouw Maas mocht in haar huisje blijven wonen dat eveneens
het eigendom was van juffrouw Maas. Voor de bouw van het hofje werd een rijtje
huisjes aan de Kalvermarkt afgebroken. Op die plek werd naar een ontwerp van de
architect B. E. Spijker een eenvoudig hofje gebouwd bestaande uit een
poortgebouw aan de straatzijde met daarboven een eenvoudige regentenkamer.
Naast het poortgebouw kwamen aan beide zijden twee huisjes. Op de binnenplaats
van het hofje werden evenwijdig aan de voorgevel een rijtje van vier huisjes
gebouwd. Het beheer van het hofje werd opgedragen aan de kerkenraad van de
Gereformeerde Kerk, die een beheerscommissie samenstelde van vijf leden, waaronder tenminste twee diakenen. Jarenlang was het
juffrouw Maashofje een goede woonstee voor arme bejaarde gereformeerden. Een
oase van rust.
Later kwamen er wat problemen van
financiële aard. De opbrengst van de gelegateerde huizen was niet voldoende om
het hofje te kunnen onderhouden. Vanaf die tijd betalen de bewoners een
bijdrage in de kosten want volgens de bepalingen van het testament van juffrouw
Maas mocht geen huur voor de huisjes in rekening worden gebracht.
Een alleszins redelijke oplossing dat
het voorbestaan van het hofje verzekerde.