Het hofje van Samuel de Zee
Doezastraat 16
Gesticht in 1724
Gebouwd in 1723
Bestuur: College van regenten
Foto © Marinus Klein
Het hofje werd in 1723 gebouwd. Voor dit doel had de
Zee aan de Koepoortsgracht (Doezastraat), op de plaats van een kaatsbaan, een
stuk grond gekocht. Al in 1724 liet hij zijn testament opmaken en bepaalde dat
het hofje met de tien huisjes was bestemd voor “goede dog niet ryken neven en
nichten.”
Uit archiefstukken is bekend dat Samuel de Zee in 1654
werd gedoopt als derde kind van Jean le Maire en Anne Charpentier, namen die
duiden op de zuidelijke afkomst van zijn
ouders. Nadien wijzigde hij zijn naam in van “de Zee.”
Samuel de Zee was een godsvruchtig man en hij bepaalde
dat in de zes kortste maanden van het jaar op de zondagen onderricht moest
worden gegeven in de Grondregelen van de Gereformeerde Religie. Wie zonder
dringende reden de bijeenkomst verzuimde moest een boete betalen. De boete ging
echter in de boetepot tot er voldoende was opgespaard voor een feestmaaltijd. Hoe
minder vroomheid, hoe meer er gegeten en gedronken werd!
De weldoener liet tevens een grote som geld in
obligaties na. Uit de opbrengst er van werden beurzen verstrekt aan studenten
in de theologie. Vele studenten hebben in de loop der eeuwen van deze nalatenschap
geprofiteerd onder andere Abraham Kuyper.
Van de Zee had mensenkennis en heel veel humor want
boven de binnenpoort van het hofje liet hij in steen beitelen:
“Dus was myn
sin
Een yder
praat
Na syn
begrip
Maar soo ’t
niet staat
Tot uw
genoegen
Blyft dan
buyten
‘k kan met
myn poort
Uw mond niet
sluyten”
1723”