Sint Janshofje of van der Laanshofje
Haarlemmerstraat 264
Gesticht in 1504
Vernieuwd in 1565, 1901 en 1909
Bestuur: B. en W. van Leiden
Foto: © Marinus Klein, 5 maart 2003
De geschiedenis van het Sint Janshofje
begon aan het prille begin van de 16e eeuw. In die tijd hield Leiden
nog op aan het eind van de Haarlemmerstraat vlak bij de stadspoort. De
voorganger van de Zijlpoort stond eerder aan het eind van de Haarlemmerstraat
dat nu Havenplein heet. Op die plek stichtte Jan Stoop Kerstiaansz. en zijn echtgenote
Claertgen, Pieter Jan Clearenszoons dochter – vandaar de naam Sint Jan - een
hofje voor stadgenoten die door tegenslag arm waren geworden. Het hofje bestond
uit zeven huisjes voor alleenstaande vrouwen en zes huisjes voor echtparen.
Dertien huisjes in getal naar het bijbels thema. Twaalf apostelen en één Heer.
De stichters kozen als beschermheilige voor het hofje Sint Jan. Op het hofje
stond een regentenkamer en buiten de toegangspoort een huisje dat werd
verhuurd. De huuropbrengst was bestemd voor het hofje. De renten van allerlei
bezittingen van het echtpaar was bestemd voor het onderhoud van het hofje en
het uitkeren van jaarlijkse preuven, een hemd, turf en schoenen voor alle
bewoners. Als de preuven niet voldoende
waren dan kregen de bewoners toestemming om te bedelen. Dat mocht uitsluitend
bij de deur van de parochiekerk. Als een bewoner een erfenis kreeg van honderd
gulden of meer mocht hij of zij niet langer in het hofje wonen. Eenderde van
het nieuw verworven kapitaal kwam dan ten gunste van het hofje. Ook in het Sint
Janshofje telde de regel dat de bewoners een maal per week voor het zielenheil
van de stichters moesten bidden. In het hofje mochten geen kinderen wonen. In
1565 werd het hofje door ene Mr. Geraert Van der Laen vernieuwd. Hij was
eigenaar van het hofje geworden. Erfgenamen van de stichters hadden het hofje
aan hem overgedragen. Op twee gedenkstenen in het hofje zijn de namen van de
stichters terug te vinden. Daarna werd tot 1765 het hofje beheerd door de
erfgenamen van van der Laen. In dat jaar kocht de bejaarde Abraham Kallenberg
het hofje op. Het Sint Janshofje was een veilige belegging voor zijn spaargeld.
Daarnaast een beschutte plaats om zijn oude dag door te brengen te midden van
zijn huurders. Dat pakte echter anders uit. Reparaties aan het hofje kostten de
heer Kallenberg heel veel geld. Bovendien was het stadsbestuur van Leiden van
mening dat een door regenten beheerde stichting niet mocht worden verkocht.
Uiteindelijk nam het stadsbestuur het beheer van het hofje over. De bejaarde
Kallenberg mocht als portier in het hofje blijven wonen. In 1839 werd het hofje
wat weggedrukt door de bouw van de Mon Pèrekerk. Die kerk werd later verbouwd
tot zwembad en kreeg de naam “De Overdekte.”
Daarna volgden restauraties aan het Sint Janshofje in 1901 en 1909 onder
leiding Jan Filippo Hzn. Zeventig jaar later was het hofje opnieuw aan een
grondige verbouwing toe. De brede gevel aan de Haarlemmerstraat is opgetrokken
in neorenaissancestijl met spekbanden en trapgevels. Voor de bewoners is het
een genoegen te wonen langs dat deel van de Haarlemmerstraat waar het niet druk
is.