Onderwijs in Leiden
Foto: © Marinus Klein
toegangspoort
van de Latijnse School (Lokhorststraat
In de 16e eeuw was Leiden geen
stad waar onderwijs hoog stond aangeschreven. De Latijnse School, gesticht in
de 14e eeuw, was geen school waar ouders hun kinderen graag op
school lieten gaan. Zij kozen doorgaans voor de
bijscholen. Wat had een kind aan Latijn en het leren van goede zeden en
deugden? Daar kwam je niet ver mee. Frans en boekhouden daar kon je wat mee
doen. Zangkunst leren, hoe aardig ook, bracht geen brood op de plank.
Talentenjacht bestond in die tijd nog niet!
Ook Rembrandt van Rijn werd door zijn
ouders naar de Latijnse School gestuurd maar dienst hoofd stond meer
naar verf en palet. Hij ging er niet zo heel lang school.
Voor er sprake was van de Latijnse School
waren er wel andere vormen van onderwijs. In de parochies van de kerk werd les
gegeven door priesters. Ook in kloosters en weeshuizen werd aan onderwijs
gedaan. Kinderen van lagere komaf leerden een vak. Zij leerden voor timmerman,
metselaar of schoenlapper. Daar had je wat aan! Hulpje worden bij een bakker of
warmoezier (groenteman) was ook een goede keus. Wat leerden de meisjes in die
tijd? Zij leerden het huishoudelijk werk. Aan lezen, schrijven en rekenen
kwamen zij doorgaans niet toe. Wellicht een enkeling. Het goede onderwijs aan
jongens en meisjes kwam pas in de tweede helft van de 19e eeuw tot
stand.
In 1982 werd het pand van de Latijnse School,
in opdracht van de Stichting Diogenes, grondig gerestaureerd. Het is nu een
bedrijfspand.