Enkele begrippen

Vliegdekschip is een verbouwd koopvaardijschip.

Vliegkampschip is een oorlogsschip dat speciaal als drijvende vliegbasis is gebouwd met onderliggende hangars. HMS Nairana (KDMAN I) was een 'escort carrier' en het kleinste type. HMS Venerable (KDMAN II) was een 'light fleet aircraft carrier' met aanmerkelijk grotere afmetingen.

Vliegtuigmoederschip heeft helemaal geen vliegdek en verleent alleen service aan watervliegtuigen en vliegboten.


Tijdens de Tweede Wereldoorlog hadden de vliegkampschepen hun grote waarde bewezen. Mede daardoor kon de Koninklijke marine er bijna niet onderuit om ook in die richting te gaan denken. De MLD-vliegers. die reeds ervaring hadden opgedaan aan boord van vliegkampschepen en MAC-schepen (verbouwde tankers met een vliegdek) konden daarbij hun grote waarde bewijzen. Kort na het einde van WO II begon de Koninklijke marine dan ook onderhandelingen met de Royal Navy omtrent het lenen van een "escortcarrier". De beide marines werden het eens en HMS Nairana werd op 20 maart 1946 voor twee jaar aan de Koninklijke marine uitgeleend. De naam van het schip werd Hr. Ms. Karel Doorman I.

Nadat in maart 1948 precies op tijd de tweejarige bruikleenperiode van de Britten was verstreken, werd op 28 mei 1948 in Portsmouth Hr. Ms. Karel Doorman II in dienst gesteld.

Het vliegkampschip Hr. Ms. Karel Doorman II  werd op 3 december 1942 bij Cammel Laird & Co. Limited te Birkenhead op stapel gezet. Een jaar later, op 30 december, werd het schip te water gelaten en op 17 januari 1945 als HMS Venerable in dienst gesteld. Het was een van de 12 eenheden van de Colossus-klasse.

Het schip zette later koers naar het Verre Oosten en maakte daar met drie zusterschepen, HMS Vengeance, HMS Colossus en HMS Glory, deel uit van het 11e vliegkampschipeskader onder commando van schout bij nacht C.H.J. Harcourt. De enige actie die het schip heeft meegemaakt, was de bestrijding van enkele zelfmoordboten nabij Hongkong aan het eind van augustus 1945. Op 1 april 1948 werd het schip door de Koninklijke Marine van de Royal Navy gekocht en op 28 mei 1948 te Portsmouth door kapitein ter zee F.J. Kist in dienst gesteld als Hr. Ms. Karel Doorman, nadat op diezelfde dag de eerste Hr. Ms. Karel Doorman (ex-Nairana) uit dienst was gesteld. Op 2 juni 1948 kwam het schip voor het eerst in Nederland (Rotterdam) aan.

Tot december van 1948 werd in de Schotse wateren geoefend. Van 1 januari tot 29 april 1950 fungeerde het vliegkampschip als vlaggeschip van het oefensmaldeel Nederlandse Antillen (zie ook jaarboek van de Koninklijke marine 1965, bladzijde 376), bestaande uit Hr. Ms. Karel Doorman, Hr. Ms. Jacob van Heemskerck en Hr. Ms. Johan Maurits van Nassau, onder bevel van schout-bij-nacht J.J.L. Willinge.

Zijne Koninklijke Hoogheid Prins Bernhard was op de uitreis geëmbarkeerd aan boord van Hr.Ms. Karel Doorman voor een bezoek aan West Indië en Zuid Amerika.

Lag van 16 juni 1950 tot 22 november 1951 in dienst opgelegd bij Wilton Feijenoord te Schiedam. Kennelijk zijn de bronnen hier niet compleet geweest. Een opmerkelijke lezer wees mij op het feit dat hij juist in deze periode (op of omstreeks 11 november 1950 tot eind december 1950) met de Karel Doorman een reis maakte naar de Middellandse Zee. Zie Ben Oostdam's Autobiography

Fungeerde daarna als vlaggeschip van smaldeel 5 en maakte vele reizen naar het buitenland. Werd op 1 juli 1955 uit dienst gesteld en werd in verbouwing genomen bij Wilton Feijenoord, welke verbouwing tot 28 mei 1958 duurde, toen het schip weer in dienst werd gesteld. Tijdens deze verbouwing werd het dek geschikt gemaakt voor het opereren met straalvliegtuigen. Hiertoe werd het conventionele vliegdek vervangen door een hoekdek, de stalen vangnetten werden verwijderd en de hydraulische katapult maakte plaats voor een stoonkatapult van 169 voet. Voorts werd een deklandingsspiegelsysteem aangebracht. Na de proeftochten werd het schip weer als vlaggeschip ingedeeld bij smaldeel 5.

Op 31 mei 1960 vertrokken Hr. Ms. Karel Doorman, Hr. Ms. Groningen en Hr. Ms. Limburg, tesamen met het motortankschip Mijdrecht, vanuit Rotterdam voor een reis naar het Verre Oosten, waarbij Las Palmas, Laurenço Marques, Port Louis, Fremantle, Hollandia, Biak, Manokwari, Sorong, Manokwari, Noumea, Sydney, Auckland, Juan Fernandez, Valparaiso, Punta Arenas en Rio de Janeiro werden aangedaan. Op 20 december 1960 keerden de schepen weer terug van deze reis in Nederland terug. Intotaal waren 47.600 zeemijlen afgelegd. Tot 10 maart 1966 was Hr. Ms. Karel Doorman voor een jaar de vaart uit om een algemene onderhoudsbeurt te ondergaan. Tijdens deze onderhoudsbeurt werd ook de accommodatie aanzienlijk verbeterd.

In mei 1967 ging het schip weer naar zee. In de avond van 29 april 1968 brak in de voormachinekamer brand uit, gevolgd door een tweede brand, in de achtermachinekamer, in de vroege uren van 30 april. Op 5 juni 1968 deelde de marineleiding mee, dat gezien de reparatiekosten en reparatieduur en de korte tijd dat het schip nog in dienst zou zijn - tot januari 1970 namelijk - een reparatie niet verantwoord was.

Op 8 oktober 1968 werd het schip door kapitein ter zee B. Veldkamp voor de laatste maal uit dienst gesteld en werd het op diezelfde dag van de sterkte afgevoerd. Op 14 oktober 1968 werd het vliegkampschip door de Nederlandse regering aan de Argentijnse regering verkocht voor een bedrag van 9,5 miljoen gulden. De ondertekening geschiedde namens de Nederlandse regering door de heer W.M. Mast, hoofdinspecteur der domeinen, en namens de Argentijnse republiek door schout-bij-nacht L.M. Iriart, de Argentijnse marine-attaché in het Verenigd Koninkrijk en in Nederland.

Na bij Wilton Fijenoord te Schiedam gerepareerd te zijn, werd de Karel Doorman op 12 maart 1969 als Veinticinco de Mayo bij de Argentijnse marine in dienst gesteld.

Bron:

Verguisd en geprezen

De Dikke Boot