BRON: Militair Luchtvaart Museum

 

Grumman S2F-1 Tracker

De Grumman S2F-1 Tracker werd ontwikkeld voor de Amerikaanse marine ter vervanging van de Grumman AF-2 Guardian onderzeebootbestrijdingsvliegtuigen. De Guardians opereerden namelijk in tweetallen, een "opsporingsvariant" met radar en een "aanvalsvariant" met dieptebommen of torpedo's. De Grumman Tracker verenigde beide functies in één toestel met opsporingsapparatuur en bewapening. De S2-F versie van de Tracker kreeg de bijnaam "Stoef" (Es-Too-Ef).
De "Stoef" (S2F = Es Toe Ef) kreeg een hele set opsporingsmiddelen; een APS-38 radar, een 70 miljoen lux zoeklicht, sonarboeien en een intrekbare ASQ-10 MAD-detector. Hiermee kunnen onderwatervarende onderzeeboten opgespoord worden aan de hand van verstoringen van het aardmagnetisch veld.
De bewapening bestond uit 5 inch raketten, MK 46 doelzoekende torpedo's en dieptebommen. De behoefte lag duidelijk bij een vliegtuig dat een groot bereik had gekoppeld aan een flink laadvermogen.
Voor operaties vanaf vliegkampschepen had de S2F-1 opvouwbare vleugels en een deklandingshaak.
In 1954 kwam de Tracker in dienst bij Squadron VS-25 van de United States Navy. Bij de Nederlandse Marineluchtvaartdienst verving de S2F-1 tracker vanaf maart 1960 de Grumman TBM-3W2, 3S2 en 3E2 Avengers, die in dezelfde "opsporings-" en "aanvalsvariant" opereerden als de AF-2 Guardians van de Amerikaanse marine. De "Stoefs" opereerden vanaf het vliegkampschip Hr. Ms. "Karel Doorman", bij de Squadrons 2, 4, 5, 320 en 321.
In de Nederlandse Antillen werd squadron 1 met (C)S2F-1 Trackers uitgerust. Deze waren overgenomen van de Canadese marine.
Na de uitdienststelling van de "Karel Doorman" werden de Trackers langzamerhand uit dienst genomen.
De Grumman Tracker in het Militaire Luchtvaartmuseum heeft gevlogen bij de Squadrons 320, 2, 4 en 5 en werd in 1975 uitgefaseerd.

Foto: Rinus Nuijten