
Bij de roodwangen hebben door de jaren heen heel wat
verschillende vissen gezeten. Niet alle vissen gingen even goed samen met
schildpadden.
Maanvissen gingen goed tot de schildpadden wat groter
werden. Maanvissen zijn niet snel genoeg. Ook raakten ze in de stress omdat
ze een nestje wilde maken en dat werd elke keer verstoord.
Guppen ging lang goed. Guppen kweken vrij snel, maar de
schildpadden jagen er ook graag achteraan.

Grotere algeneters zijn een aanwinst voor het aquarium.
Ze ruimen de restjes op en houden de boel goed schoon. Er leeft nu al een
aantal jaren een Indische algeneter bij de schildpadden. Deze kan het niet
vinden met andere vissen, maar zolang hij een goed schuilplekje heeft, gaat
het erg goed.
Kersenbuikjes deden het wel erg goed in het aquarium. Het
werd een echte plaag. Het begon met twee, maar al snel werden het er 15 en
toen 45. De schildpadden kijken er niet naar om, maar onderling zijn de
kersenbuikjes niet echt tolerant aangezien allemaal hun netje verdedigen.
Deze
Barbus Schwanenfeldi waren terug gebracht naar de dierenwinkel omdat ze te
groot werden, ze waren toen zo'n 10 cm. Ondertussen zijn ze al ruim dubbel
zo groot.
Vooral Mickey zit ze achterna, maar als deze vissen
rondjes beginnen te zwemmen wordt Mickey al snel duizelig en geeft ze het
op.
Bij
Simon hebben we twee zoetwatermossels zitten. We hebben de grootste
uitgezocht die we konden vinden, zodat Simon ze niet op kan eten.
Bij kleine schildpadden kan je beter geen mossels zetten, want daar kan het pootje van
de schildpad in de mossel vast komen te zitten.