Appèl

De gehoorzaamheid van de hond wordt getoetst in het appèl. Bij het appèl maken we gebruik van de positieve bekrachtiging (beloning) d.m.v. bijv. een bal. Voordat je je hond iets aan kunt leren zul je eerst aandacht moeten hebben van de hond!

 

Het appèlprogramma is internationaal vastgesteld en goedgekeurd door de Raad van Beheer. Het trainingsprogramma voor het A en B examen bestaat uit het afgelijnd volgen in verschillende passnelheden, zitten aan de voet, zitoefening, af-oefening, de sta-oefening tijdens volgen, het volgen door de groep en vooruitsturen met afleggen, apporteren over de grond en de kruipoefening. Afleiding tijdens al deze oefeningen zoals motorgeluid, knallen, plotseling uitgeklapte paraplu's, enzovoort mogen de hond niet afleiden tijdens het gehoorzamen aan de geleider.
      

    
           

Hindernissen

Een reddingshond moet rustig en beheerst hindernissen en obstakels kunnen nemen. Er wordt geoefend met vreemde materialen zoals autobanden, puin, oliedrums, een horizontaal geplaatste ladder, een loopplank, een wip en een buis/tunnel. Ook moet de hond zich zonder problemen door de geleider laten optillen en door een vreemde laten overpakken en neerzetten. Deze hindernissen worden niet op snelheid genomen (zoals bijv. bij de behendigheid) maar zeer beheerst en onder controle uitgevoerd. 

Deze situaties (hindernissen) zijn bedacht om honden zo goed mogelijk voor te bereiden op mogelijke belemmeringen tijdens een zoekactie. Een goede eigenschap van een reddingshond is onbevangen nieuwe en vreemde situaties tegemoet te treden, hij moet niet te bang zijn voor ongewone situaties.

de hond over de vatenbrug laten lopen   de wip laten kantelen   na de tunnel moet de hond verplicht liggen

de sheltie "vliegt" over de breedtesprong     

 

 

 

Apporteren

Apporteren wordt beoefend om de honden te leren gebruiksvoorwerpen naar de geleider te brengen. De apporteeroefening gebeurt over de grond.

Dirigeren

Met het dirigeren en vooruitsturen kan men de hond sturen tijdens zoekacties. Een opgeleide hond weet over het algemeen wat hij waar moet doen tijdens het zoeken naar mensen. Door menselijke bepalingen of gevaren die niet duidelijk zijn voor de hond kan het mogelijk zijn de hond tijdens het zoeken te moeten sturen. De honden moeten dus weten wat we bedoelen als we ze een bepaalde richting op sturen. De honden wordt dus geleerd te reageren op commando's als links, rechts, vooruit of soortgelijke. Aan het einde van onze appèl avond oefenen we op het dirigeren.

Aanleren om de hond te laten kruipen