Vijfenzeventig jaar v.v. Baronie
1926- 2001


Hoofdstuk 2


Katholieke invloed

Wat niet in de laatste plaats opvalt, wanneer je die oude nummers van de Baronie-Flitsen doorbladert, is de aanhoudende aanwezigheid en invloed van kerkelijke vertegenwoordigers. Zoals gezegd werd pas na de Tweede Wereldoorlog echt duidelijk hoe groot de invloed van de Rooms-katholieke kerk op de vereniging Baronie was en een clubblad bood de kerkelijke vertegenwoordigers natuurlijk een unieke mogelijkheid om de leden te doordringen van het belang van het geloof.
Niet voor niets prijkt op de voorpagina van de Baronie-Flitsen steevast de naam van de Geestelijke Adviseur van dat moment, naast de namen der redactieleden.
Meer dan eens ook wordt aan de Geestelijk Adviseur niimte geboden in de Baronie mitsen voor een artikeltje van moreel christelijke aard.

Al in het allereerste nummer schrijft Geestelijk Adviseur J.Asselbergs, aan Baronie verbonden tot november 1949 en daarna opgevolgd door kapelaan A.Theeuwes, een artikel onder de titel 'De Chnstelijke normen in de sport'.
In het genoemde artikel raakt hij de kern van het vermeende belang van de katholieke verbondenheid van een vereniging zoals Baronie: "Het doet mij inderdaad genoegen te kunnen getuigen, dat in onze vereniging de juiste verhouding bestaat tussen adviseur en vereniging, die het mogelijk maakt de sport te beoefenen als een van de middelen, die voeren tot het einddoel."

Sport is dus slechts een middel om tot een hoger doel te komen. Dat wil zeggen, te komen tot een geestelijk en lichamelijk volgroeid christelijk mens. Dat de jeugd hierin een cruciale rol speelt, behoeft nauwelijks uitleg. Volgens Asselbergs stond het immers buiten kijf dat het
ontbreken van katholieke invloed funest zou zijn voor de jongeren in de samenleving.
Hij schnjft namelijk:
"...een geestelijk adviseur bij de Baronie is geen bijloper zonder meer, die men noodgedwongen
tolereert op straffe van anders het predikaat 'Katholiek' te verliezen, wat voor de vereniging natuurlijk een ramp zou betekenen in verband met de jeugd." Sport mocht nooit een doel op zich vormen, want:
"De sport kan de mens van het goede aftrekken. Wanneer men de sport ziet als het hoogste goed, waarvoor alles moet wijken, dan lijkt het op een soort afgoderij, die de maatschappelijke en ook de godsdienstige plichten doet vergeten.
Maar wanneer bij het beoefenen van de sport de christelijke normen worden aanvaard en beleefd, dan is de sport een machtig middel tot veredeling van de mens en niet alleen van hem, die aan sport doet, maar zelfs van al degenen, die hem zien beoefenen (...)
Het is daarom te begrijpen, dat het Hoogwaardig Episcopaat eist, dat Katholieken zich zullen organiseren in katholieke clubs, opdat door het vasthouden aan de Katholieke normen de sport geen nadelen, maar enkel voordelen zal brengen, zowel naar ziel als naar lichaam."
De meest prominent aanwezige geestelijke in de geschiedenis van Baronie is toch wel Hyacinthus geweest. Geen ander voelde zich zo betrokken bij Baronie en met name haarjeugd als deze broeder
die ook wel 'de jeugdleider' genoemd werd.
Ruim tien jaar lang verleende Hyacinthus zijn diensten aan de voetbalclub en het afscheid in 1952 - Hyacinthus werd door zijn superieuren binnen de katholieke kerk overgeplaatst naar
Bergen op Zoom - deed pijn bij beide partijen. Hoe belangrijk Hyacinthus voor Baronie geweest moet zijn, blijkt uit het feit dat het bestuur van
Baronie hem bij zijn vertrek het Erelidmaatschap van de vereniging toekende. Hyacinthus, op zijn beurt, nam afscheid met smart in het hart en gevoel voor de nodige dramatiek, getuige de 'afscheidsspeech', afgedrukt in de Baronie Flitsen van september 1952:
"Ik moet Baronie verlaten. Van hogerhand wordt ons een plaats gewezen en aan onze superieuren de grote Baroniewagen. En och, valt er een wiel uit, dan zet men een ander ervoor in de plaats en
het karretje rijdt weer lustig door. Zo moet gij het ook hier beschouwen. Toch heb ik tegen deze avond opgezien, omdat het een laatste samenzijn werd, een laatste strik waarmee Ik nog aan Baronie was verbonden. Vanavond moeten we de lus uittrekken en de band is min of meer verbroken. Geloof me echter, dat ik in gedachten steeds nog bij u ben." In het oktobernummer van de Flitsen komt Hyacinthus voor het laatst aan het woord en eindigt hij met:
"Heil u Baronie! Hij die een beetje sterven gaat, dankt u!"

hoofdstuk 2.2 hoofdstuk 2.4