

Benauwd, zei
u? [log]
Bedankt voor je lieve belletje. Het gaat wel met me. Het zijn
spannende tijden. Je vroeg hoe het gisteren in het ziekenhuis was. Wil je het echt weten?
Ik bleef het weekend klachten houden (wel een stuk minder) en maandag bleek mijn bloed
toch niet helemaal goed dus meer medicijnen. Mijn huisarts bedacht: Alles maal twee. Twee
in plaats van één cholestorolremmer; van 50 naar 100 miligram Beta-blokker.
Dinsdag druk op pad geweest. Eerst Zwolle, daarna stage-eindgesprek
Hilversum en Amsterdam, aansluitend borrelen met een groepje studenten (o.a. AT5- ers).
Erg moe dinsdagavond. Teveel gedaan. Woensdag veel rare pijn o.a. in keel en borst. N*
oefende zoveel morele druk uit dat ik uiteindelijk niet het huis uit durfde te gaan. In de
loop van de woensdag werd ik benauwder. Donderdag naar de huisarts. Ze dacht dat ik
misschien de medicijnen moest minderen maar wilde toch de cardioloog raadplegen. Als het
urgent was zou ze mij meteen terug bellen. Als er geen haast was moest ik tussen de middag
bellen.
Werd niet gebeld dus s middags zelf gebeld. Waar ik het vandaan
haalde dat ik een vernauwing van de hartkransslagader had? Er was immers nog geen
uitvoerig onderzoek gedaan. Ik was verbluft. Heen en weer gebeld. Bleek de cardioloog mijn
fietstestgegevens kwijt te zijn. Mijn huisarts adviseerde mij me bij de eerste
hulp te melden.
Zal ik gewoon de dosering terug brengen?
Nee, naar de eerste hulp.
Tja, benauwd is benauwd en ik was er niet gerust op dus haar advies
over genomen en naar de eerste hulp. Ze had duidelijk een afspraak geregeld In de rij
(derde) voor het loket. Hoofd van de verpleegster om de hoek.
Bent u mijnheer Brans? Gaat u maar hier zitten
Ik durfde niet tegenspreken. En tegen een collega die kwam aanlopen
Ik heb hier een DBOotje(?!)..
Ik dacht al dat hij het was, komt u maar mee.. stikkers
plakkend op papieren Nee, uw ponsplaatje hebben we nu niet nodig.
Ik werd een operatiekamer met twee bedden ingeloodst. Op één bed
lag al iemand, er werd een gordijn dicht getrokken. Moest mijn bovenkant uitkleden en op
de operatietafel gaan liggen. Allemaal meet- en reanimatie-apparatuur om mij heen, drie
lampen boven mijn hoofd. Mijn lijf werd volgeplakt met twintig klevende stikkers (daar
gaat mijn borsthaar) met evenveel draden eraan en meten maar. Klem om mijn vinger. Piep,
piep, mijn hart klopt hoorbaar. Bloeddrukband om die zichzelf om de minuut oppompt, drie
buizen bloed werden afgetapt.
Zuster, ik ben alleen een beetje benau
Even wachten mijnheer, de dokter komt zo
.
Stilte. Dan hoor ik achter het gordijn ook iets piepen. Hetzelfde
piepje, alleen het houdt plotseling op
. en daarna gaat het driekeer zo snel weer
door.
Een krakende ouwemannenstem: dat bedoel ik Els
Dan
een langgerekte piep. Ik denk, ja hoor: de lang gerekte piep. Hollende
voetstappen.
Gaat het pa?
Ja, hoor meid, ik denk dat hij losgeschoten is
. De dokter is er in ieder geval uiteindelijk bij. Pa
moet blijven. Zolang als goed voor u is, wees maar niet bang pa, het is
hier geen pension
Ja,
ik ben met pensioen
. Vroeger had je ook van die
jonge meiden in de verpleging, maar die waren dan geen arts
.
En inderdaad als het gordijn opzij gaat staat er een vrouwelijke arts
voor me (circa 29 jaar), met een stagiaire (22), ook in witte jas. Prachtig stel.
Ik begin uit te leggen dat mijn cardioloog mijn dossier kwijt is en
dat ik een beetje benau
.
Het gordijn wordt wild weggetrokken door twee erg grote ogen van een
verpleegster. Mijnheer moet hier onmiddellijk weg
we hebben op de gang iemand
die echt hier naartoe moet.!!! Nog voor ze uitgesproken is rolt, voortgeduwd door
twee blauw, geel groen fluorescerende pakken een brancard naar binnen met ergens verstopt
tussen laken, slangen, zakken, zuurstofballonnen, een oude gorgellende grijze baas. Ik
grijp mijn kans. Ruk alle draden los en spring de hoek in naar mijn kleren grissend.
Dit is niet erg gebruikelijk, mijnheer
laten we maar
ergens anders gaan zitten. Ik volg de jonge artsen (de stagiaire loopt met mijn
hemd). We gaan op zoek naar een ruimte
Dan moeten we maar even hier gaan zitten. De stagiaire
dekt het bed. Dan een klap en een stevig Godver... De stagiaire stoot zijn
hoofd tegen het openstaande lakenkastje. We lachen wat ongemakkelijk en troosten hem. Ik
ga niet op dat bed liggen. We schuiven stoelen aan en ik steek van wal: Ik was
vanochtend bij mijn huisarts omdat ik een beetje benau
.
De deur vliegt open en de verpleegster met de erg grote ogen
commandeert: U moet nu meekomen!!!. De gorgellende grijze baas. Ik realiseer
mij dat het nu erg lang kan gaan duren. Trek alle plakkers (met borsthaar) van mijn lijf
en kleed mij aan. Ik wil de luxaflex open doen die aan de buitenkant zit. De kamer waarin
ze mij hebben achtergelaten is een derderangs behandelkamer. Hier en daar zitten wat
onduidelijke knoppen en kranen. Als ik er aan draai gaan de luxaflex niet open. Het sist
wel. Uiteindelijk gaan de luxaflex vanzelf open omdat de zon achter de wolken verdwijnt.
Ik zet de tafel voor het raam en nestel mij achter de tafel
met
. Mijn dossier, inclusief alle tests! Ik start een studie en herken de curven
waar de cardioloog me verleden week op wees.
Na een half uur komen de artsen binnen. Benauwd, zei u?.
Ze luisteren alle twee met stethoscopen naar mijn longen en hart. Stellen wat vragen en
schrijven wat op. Ik kan eindelijk mijn verhaal kwijt. De dienstdoende cardioloog wordt er
bij gehaald.
Waarvoor bent u hier naar toe gekomen? U had toch ook gewoon
even kunnen bellen?.
Ik leg alles weer uit.
Benauwd, zei u?. Er wordt besloten om een bloedonderzoek
te doen. Deze keer in een slagader in mijn pols. En er moet een foto gemaakt worden van
mijn thorax.
Als de cardioloog van ons afscheid wil nemen grijpt hij achter zich
naar de half openstaande deur. Op dat moment dat hij naar de deur grijpt verschijnt de
zuster met de grote ogen in de deurpost en de cardioloog grijpt haar naar de keel. Ze komt
net niet van de vloer. Er staan nu vijf man in een kamertje van twee bij vier. Drie hebben
de slappe lach, de vierde staat te proesten en te rochelen en de vijfde staat zich
omstandig te verontschuldigen.
Als de rust is weergekeerd word ik door het jonge stel in mijn pols
gestoken. Hier, voel maar, als je hier op drukt verdikt zich de ader. Het gaat 90
keer van de 100 goed
.
Daarna ga ik met een papiertje naar de röntgenafdeling. Ik wist niet
dat er zoveel mensen in één wachtkamer konden. Nog vóór ik een plek heb gevonden:
Mijnheer Brans, komt u maar snel hier
.
De foto wordt gemaakt en als ik op de overvolle gang sta te wachten
komt de laborant met mijn fotos. Omstandig trekt hij er één uit de hoes en houdt
hem tegen het licht. U moet de dokter wel even wijzen op dit plekje, hier. Het hoeft
niets te zijn hoor mijnheer, het kan een reflectie zijn, maar ik zou het wel even
zeggen. Hij stopt de foto weer weg.
Ik ben verblufd. Waarom moet ik dat zeggen? Maar, hoe, wat,
ik
waar zei u? en weer trekt de laborant midden in de drukke wachtkamer mijn
foto uit de hoes. Ik hoor het gegrinnik achter mij. Met mijn staart tussen mijn benen en
de foto onder mijn arm begeef ik mij naar de eerste hulp.
Ik vind mijn artsjes giechelend bij de zusterspost en geef ze de
fotos. Ik zie dat mijn behandelhok nog vrij is.
Na tien minuten hoor ik op de gang luidkeels roepen: De
toraxfoto van mijnheer Brans is helemaal in orde, net zoals het bloedgas
onderzoek
. Dat zal de gorchellende grijze baas, de zuster met de grote ogen en
de dienstdoende cardioloog goed doen. Als mijn artsjes dat even later persoonlijk komen
bevestigen komt ook de remedie voor mijn benauwdheid: We gaan uw medicatie
aanpassen. Alles maal twee. Twee in plaats van één cholestorolremmer; van 50 naar 100
miligram Beta- blokker.
Het is even wennen, zon hartkwaal maar je kunt er oud mee
worden. Of, zoals mijn huisarts opmerkte, Je bent behoorlijk gezond. Zieke mensen
hadden dat gedoe in het ziekenhuis allemaal niet meegekregen
. [Thed Brans 11-4-03]

[reageert hier]
|