Hoe werkt een electro-modelhelikopter
:

Om een idee te geven hoe een electro modelhelikopter opgebouwd is hier een globale verdeling
van de onderdelen met hun functies
:
In grote lijnen
is deze opbouw gelijk voor alle electrohelicopters
met een enkele hoofdrotor.
Auteur: Peter J.J. van Hout
Laatste wijziging
31 Jan.
2012
Behalve de zender
om het geheel te kunnen besturen bestaat de heli in
hoofdzaak uit de volgende onderdelen:
Ontvanger
Servo's
(4x)
Accu
Motorregelaar
Electromotor
Gyro
Staartrotor:
De staart of heckrotor bestaat globaal uit op de heckrotoras
opgebouwde
heckrotorkop
met
heckrotorbladen
Hoofdrotor:
Deze bestaat globaal uit op de hoofdas opgebouwde:
Tuimelschijf
,
stuurrotor
met paddels -
pitchcompensator
,
hoofdrotorkop
met
rotorbladen
Een heli vliegt niet vanzelf:
Zoals hier boven al te zien is vliegt
zo'n modelheli niet vanzelf.
Als leek zijnde lijkt misschien dat
een beetje ronddraaiende rotor al snel
een goed vliegende heli oplevert.
Door echter even verder te denken kom
je al snel tot de conclusie dat om
zo'n heli goed vliegend, en zeker niet
onbelangrijk ook goed bestuurbaar te
krijgen er wat meer voor nodig is.
Om een idee te geven volgt hier een overzicht
van wat er zo op en aan zo'n modelheli
zit.
Om een idee te geven hoe het in zijn
werk gaat heb ik een
poging gedaan dit een beetje te
omschrijven zodat een inzicht ontstaat
van het geheel en de bijbehorende
functionaliteit.
Het begint natuurlijk met het
feit dat een heli alle kanten op
bestuurbaar moet zijn.
De stuurbewegingen van de heli met de
reacties op de aansturingen die voor komen:

Deze stuurbewegingen
moet je zelf dus met de stuurknuppels
van een zender uitvoeren die daarna
het signaal naar de heli zend om de
beweging te kunnen maken.
Bij het aansturen wordt voor elke beweging zoals b.v. voor rollen (links-
rechts) of voor b.v. nick (voor- achter) of pitch (hoog- laag) door een
apart
enkel kanaal bedient.
Over het regelen van de hoogte kan ik opmerken dat dit in dit voorbeeld
plaats vind door het regelen van de pitch (later hierover meer) en niet door
het toerental te variëren.
Het aantal kanalen op de zender wat nodig is om een heli te vliegen
varieert een beetje
naar samenstelling maar als uitgangspunt moet al gauw gedacht worden aan
minimaal zes kanalen om niet in de problemen te geraken.
Hierbij wordt dan rekening gehouden met apart te regelen motortoeren en gyro
gevoeligheid van af de zender (zie
voorbeeld van het aansluitschema).
Functie van de zender:
De zender zet de stuurbewegingen van de stuurknuppels op de zender om
in een samengevoegd elektrische signaal en zend dit uit.
Het aantal "kanalen" op een zender bepaald hoeveel verschillende aanstuur
mogelijkheden er zijn.
Voor elke aan te sturen beweging is
dus een kanaal vereist en in de zender
worden deze kanalen samen gevoegd tot
een enkel signaal wat dan
uitgezonden wordt.
De moderne zenders (z.g. computer zenders) worden steeds uitgebreider in
mogelijkheden.
In de besturingssoftware van de zender zijn steeds meer softwarematige
instellingen zelf te programmeren, welke in het verleden op een mechanische
manier tot stand moesten komen.
Denk hierbij b.v. aan het combineren (mixen) van stuurbewegingen
zodat met een beweging meer dingen tegelijk kunnen worden aangestuurd..
Ook is het soms mogelijk om meerdere modellen (vliegtuigen of helicopters)
elk afzonderlijk in de zender op te slaan en via een menu een model te kiezen
waardoor er dan maar een zender nodig is voor meerdere modellen.
De zend frequentie:
Voor het vliegen is in
het verleden in Nederland i.v.m de veiligheid
in de 35 Mhz band
een aantal kanalen beschikbaar gesteld speciaal bedoeld voor
het modelvliegen echter wordt hier in
afnemende mate gebruik van gemaakt.
De 40 Mhz band is meer
algemener bedoeld voor alle modellen
niet alleen vliegend.
De huidige zenders maken echter
gebruik van de 2.4 Ghz voor
modelbesturing.
De meeste merken hebben bij de 2.4 Ghz
een techniek toegepast waarbij door
de zender zelf een vrij kanaal gekozen
wordt en tevens ook geen ander signaal
dan van de eigen zender geaccepteerd
wordt waardoor de veiligheid een stuk
vergroot wordt.
Ook is in deze 2.4 frequentie een
mogelijk geïntroduceerd waarbij de
ontvanger en signaal terug kan zenden
naar het display op de zender.
Hierdoor kunnen dan diverse meetwaarde
die gemeten worden in het vliegende
model op de zender uitgelezen worden
(de z.g. telemetri weergave).
De
indeling van de stuurbewegingen op de zender:
De indeling van deze stuurbewegingen op de zender kunnen op
verschillende manieren ingedeeld worden en zijn een beetje afhankelijk van hoe
iemand dit zelf als handig ervaart (of soms hoe de instructeur gewend is te
sturen).
Meestal wordt wel uitgegaan van een aantal "standaard" indelingen waaruit
gekozen wordt om alles een beetje universeel te houden.
Ze worden uitgedrukt in z.g. "stickmodes".
Een voorbeeld van de meest voorkomende stickmodus zijn:
|
Mode: |
Linker - stick |
Rechter -stick |
Schuif |
||
|
voor/achter |
links/rechts |
voor/achter |
links/rechts |
Govenor |
|
|
1 |
Nick |
Staart |
Gas/Pitch |
Roll |
Gas |
|
2 |
Gas/Pitch |
Staart |
Nick |
Roll |
Gas |
|
3 |
Nick |
Roll |
Gas/Pitch |
Staart |
Gas |
|
4 |
Gas/Pitch |
Roll |
Nick |
Staart |
Gas |

Je ziet hier dat b.v. bij stickmode 2 de rotorsturing (nick
en roll) met de rechter hand bediend wordt en de staart beweging en pitch
(hoog-laag) met de linker hand.
Een schematisch voorbeeld overzicht van hoe
alle onderdelen hier aangesloten
kunnen zitten.
(Dit is niet altijd het zelfde en zender afhankelijk)
Functie van de
ontvanger:
De ontvanger pikt het door de zender uitgezonden elektrische signaal
op splitst dit weer op voor de verschillende "kanalen" c.q. stuurbewegingen en geeft deze
weer door aan servo's die aan de
beweging gekoppeld zitten.
Wil men dus dat alle kanalen op de zender benut worden, moeten er op de
ontvanger dus minstens zoveel servo uitgangen aanwezig zijn.
Functie van de servo:
De servo zet het door de ontvanger aan geboden stuursignaal om in een
mechanische beweging welke dan gekoppeld kan worden aan een stuurfunctie op de
helikopter.
In deze heli worden er vier servo's gebruikt voor de
heli te besturen n.l. een voor de staart te besturen en drie voor de
hoofdrotor bewegingen te besturen.
Ook wordt op een van de servo uitgangen van de ontvanger de motorregelaar
rechtstreeks aan gesloten voor het regelen van de elektromotor.
Functie van de accu:
De accu dient voor de stroom voorziening van de elektromotor en soms
afhankelijk van het type motorregelaar en grote van de accu ook voor de stoom voorziening van
ontvanger, servo's en gyro.
Als dit laatste het geval is heb je een
motorregelaar die voorzien is van een z.g.
BEC
(Battery
Elimination Circuit) later
hierover meer.
De accu bestaat uit een aantal aan elkaar gekoppelde cellen van nominaal 1.2
Volt per cel bij het gebruik van een Nikkel Cadmium
of Nikkel Metaal Hydride accu.
Bij een
Litium Polymeer accu komt de cel spanning op 3.7 Volt
nominaal.
Het aantal cellen achter elkaar geschakeld bepaald de
totale spanning van de accu.
De hoeveelheid stroom die de accu kan leveren wordt uitgedrukt in mili
ampere per uur (mAh)
of ampère per uur (Ah)
(1 Ampère is 1000 mA)
dit is de maximale stroom die de accu gedurende 1 uur
lang kan leveren.
Soms wordt er ook nog een aparte
ontvanger accu geplaatst als er geen
spanningsomzetting plaats vindt van de
hogere motorspanning accu naar de
lagere ontvanger accu spanning.
Vind er wel een omzetting plaats dan gebeurd
dit meestal d.m.v. een z.g.
BEC (voor uitleg zie motorregelaar) .
Tevens wordt de plaats van de accu (s)
ook zo gekozen dat zwaartepunt
(balanspunt) van de heli op de juiste
plaats komt te liggen.
Dit is het punt waarin als je de heli bij de hoofdrotor optilt hij horizontaal
komt te hangen.
Wijkt dit te veel af wil de heli de kant opgaan waar hij het zwaarste is.
Functie van de electromotor:

De
electromotor zorgt voor de aandrijving van de hoofdrotor en staartrotor.
In hoofd groepen zijn er twee type verkrijgbaar met en zonder koolborstels.
Koolborstel motoren hebben een lager rendement en een kortere levensduur omdat
er veel warmte ontwikkeling plaats vind bij de stroom overdracht tussen
koolborstels en collector.
De meest voorkomende problemen bij de koolborstel motoren zijn de slijtage van
de koolborstels en als de motoren te warm worden ( boven ongeveer 80 graden
Celsius ) gaan de permanentmagneten zijn kracht verliezen door dat het
materiaal een structuur wijziging ondergaat.
Ook zijn de borstelmotoren minder nauwkeurig te regelen in toerental.
Het voordeel is dat ze goed koper zijn en met een goedkopere regelaar zijn aan
te sturen.
Borstelloze motoren zijn duurder maar hebben een hoger rendement (minder
warmte ontwikkeling = minder vermogens verlies) en minder slijtage (geen koolborstels ).
Een ander
bijkomstig voordeel is dat het mogelijk is bij sommige regelaars te vliegen met
een vast toerental welke automatisch door de regelaar vast gehouden wordt ook
als de motor een groter (of minder groot ) vermogen moet leveren bij het
stijgen en dalen.
Deze
instelling wordt ook wel eens aangeduid als de z.g. "govenor -
of Heli -mode".
Het nadeel is dat ze duurder zijn en de regelaar hiervoor ook duurder
is.
Het benodigde vermogen van de motor hangt af van de grootte, het gewicht van de
heli en de toepassing.
Of hij b.v. voor 3-D kunstvliegen of rustig
rondvliegen gebruikt wordt zit natuurlijk verschil in.
Globaal kan gesteld worden dan het benodigde netto piek vermogen voor de heli
rustig te laten rond vliegen ongeveer 0,2 Pk is per Kg (150 Watt)
Het gemiddelde vermogen ligt hier dan op ongeveer 100 Watt per Kg.
Voor kunstvluchten loopt het natuurlijk op tot globaal 0.3 tot 0.4 Pk per Kg. (220 - 300 Watt)
Het benodigde motorvermogen kan dus worden
uitgerekend.
Waar zitten de beperkingen ?
Je kunt immers geen grote zware motor met een heel groot
vermogen in een hele kleine heli bouwen.
Je kunt globaal stellen dat de beperkingen zitten in
de verhouding tussen gewicht van de heli en
rotordiameter, immers bij een te hoog gewicht en een te kleine rotordiameter
wordt de rotor te zwaar belast om het gewicht te kunnen dragen.
Dit is de z.g. rotorlast of rotoroppervlakte belasting die je verkrijgt door
de rotoroppervlakte te delen door het gewicht van de heli .
Een goede richtwaarde is 2.5 tot 3.5 Kg per vierkantenmeter.
Wat misschien ook handig is om te weten is de manier waarop de
draairichting van zo'n motor geregeld kan worden.
Voor de borstelmotor geld dat je gewoon de twee motordraden bij de motor kan
omwisselen.
Voor de borstelloze motor die drie
aansluitdraden heeft is het eigenlijk
net zo eenvoudig echter moet hier dan
ook twee van de drie willekeurige
motor draden worden verwisseld.
Functie van
de motorregelaar:

De motorregelaar regelt het motorvermogen c.q. toerental van de motor.
Als de accu uit niet al te veel cellen bestaat
wordt meestal
gekozen voor een regelaar voorzien
van een z.g. BEC
(Battery
Elimination Circuit)
- regeling dit houd in dat niet alleen het motorvermogen door
de regelaar geregeld wordt maar dat ook de stroom voorziening nodig voor de
rest van elektronica zoals ontvanger, servo's e.d.
Omdat de spanning voor ontvanger e.d. terug gebracht moet worden van de
maximale accuspanning naar de benodigde 5 volt is dit alleen mogelijk als het
spannings verschil tussen maximum accuspanning en de 5 volt
en benodigde stroom voor servo's e.d.
niet te groot wordt.
Het verschil moet door de regelaar weg gewerkt worden ( vermogens dissipatie )
en kenmerkt hierdoor ook zijn beperkingen.
Er bestaan ook regelaars die met een schakelende BEC
werken waarbij dit probleem electronisch wordt opgelost zoals b.v. de Jazz
regelaars van Kontronik.
Bij de BEC
regeling wordt het motor vermogen terug geregeld als de accu leeg
dreigt te geraken, zodat er altijd nog voldoende spanning over blijft voor de
besturing.
Het voordeel hiervan is dat er geen extra accu (dus extra gewicht) aanwezig
hoeft te zijn voor de besturing.
Een ander type is de Opto -regelaar zonder BEC
waarbij de voeding en signaal lijnen van elkaar gescheiden blijven.
De signaal overdracht vind hier plaats d.m.v. een optische koppeling.
De ontvanger en servo's bezitten een eigen accu.
De stroom voor de motor te voeden wordt uit de motoraccu gehaald.
Het voordeel hiervan is dat er nooit geen stoorsignalen kunnen worden
overgedragen tussen motor(regelaar) en ontvanger.
Tevens kan afhankelijk van de grote van de ontvanger accu meer stroom geleverd
worden voor servo's e.d.
Omdat het regelen van een borstelmotor heel anders geschiedt dan van een
borstelloze motor bestaan hiervoor dan ook twee geheel verschillende regelaars
welke ook niet omgekeerd gebruikt kunnen worden.
Meer hierover bij het aansturen van de pitch.
Functie van de
staartrotor:
De staartrotor of heckrotor
zorgt voor het draaien van de helikopter om zijn as, hiermee
wordt dus ook
de richting bepaald waar de staart
naar toe wijst.
Tevens dient hij ter compensatie van het "koppel" van de hoofdrotor d.w.z. de
hoofdrotor draait een kant op, door de luchtweerstand die hij ondervindt
wil de
romp en staart
de andere kant op om dit tegen te gaan moet de staartrotor hiervoor ook een constante tegen druk leveren
wil de helistaart stil blijven staan..
De
heckrotorkop zorgt voor de aansturing van de heckrotorbladen.
Door de bladen
een grotere of kleinere hoek te geven gaat de heckrotor meer of minder
stuwkracht leveren, waardoor de staart dan verdraait.
De aandrijving van de staartrotor zit meestal
gekoppeld met de aandrijving van de hoofdrotor via een tandwiel of tandriem
overbrenging.
De overbrengings verhouding bepaald dan het toerental van de staartrotor welke
dus in verhouding mee gaat met het toerental van de hoofdrotor.
Voor een uitleg hoe een heli werkt zonder staartrotor verwijs ik naar de
pagina "Helicopter Technieken"
bij
"heckcompensatie"
elders op de site.
Functie van de gyro:

De gyro of gyroscoop is een extra hulpmiddel om het besturen van
de staart van de
heli te vergemakkelijken.
Voor een uitgebreide uiteg over de
werking en eigenschappen van de gyro
de volgende
Link:
Meer gyro informatie
Een verkorte uitleg staat echter hieronder:
De eigenschappen van de gyro is ook bij de gyro die
hier gebruikt wordt het zelfde als bij de grotere broers die gebruikt worden
in grote vliegtuigen e.d.
Het is dus een meetinstrument wat richtingsgevoelig is.
In dit geval bezit de gyro een in en uitgang waardoor het mogelijk wordt hem
automatische aansturingen te laten verrichten.
De richting waarin hij gevoelig is wordt bepaald door in welke richting hij op
de heli gemonteerd wordt.
Dit is op zijn beurt weer afhankelijk
van het gebruikte merk.
Afhankelijk van in welke richting hij
gevoelig is zit hij bovenop of aan de
zijkant gemonteerd.
Hij wordt gekoppeld tussen de staartbesturings-servo en de ontvanger.
De functie van de gyro is het opvangen van een plotselinge ongewilde
staartverdraaiing door b.v. wind vlagen.
Door de gyroscopische werking wordt de staart automatisch terug gestuurd in
tegengestelde richting van de plotselinge verdraaiing.
De maten van gevoeligheid van de gyro
is instelbaar.
In hoofdlijnen zijn er twee soorten wat de werking
betreft:
Een die wel de plotselinge bewegingen van de staart door b.v. windvlagen
opvangt maar niet de richting van de oorspronkelijke stand van de staart
corrigeert (normale functie) en een die ook deze functie kent en zelf in staat
is om bij behoorlijke zijwind toch de staart in de oorspronkelijke richting te
houden de z.g. heading-hold of heading-lock.
Bij de headinglock stand zal de gyro
net zolang blijven corrigeren tot de
oorspronkelijk richting van de laatste
gekozen gestuurde richting weer
bereikt is.
Als bij de headinglock de richting veranderd wordt door een stuursignaal van de
zender,dan wordt dit dan als nieuw uitgangspunt gekozen.
Voor het leren vliegen (hoveren) is zeker deze laatste methode aan te bevelen.
Ook is in vele gevallen de gevoeligheid vanaf de zender in te stellen.
Functie van
de hoofdrotor:
Het mechaniek waar de hoofdrotorbladen in geschroefd
zitten vormen samen met de stuurrotor de hoofdrotorkop.
De hoofdrotorbladen leveren uiteindelijk
tijdens het roteren de draagkracht voor de heli.
Het toerental in combinatie met de hoek die de rotorbladen maken t.o.v. de
luchtinstroom (de z.g. invalshoek) het blad profiel en blad oppervlakte zijn
bepalend voor het dragend vermogen.
Voor het regelen van het dragend vermogen, het stijgen en dalen dus komen bij
de modelheli in principe twee manieren voor:
1: Toerengeregeld met een vaste invalshoek van de rotorbladen waarbij meer toeren zorgen voor
meer lift (stijgen) en minder toeren voor dalen.
De bladhoek wordt ook wel de "Pitch"
genoemd, dus als men het heeft over
variatie van de pitch, bedoeld men de
bladhoek variatie.
Deze vaste bladhoek (Fxed Pitch) techniek wordt veel toegepast bij de
kleine
"Indoor" - (FP) heli's.
Deze methode is echter minder
nauwkeurig te regelen dan de
onderstaande methode.
2: Door bij een vast toerental
de invalshoek van de rotorbladen te
verstellen krijgt de heli ook meer of
minder lift en kan je ook het dalen en
stijgen regelen, dit is de z.g. Collectieve
Pitch verstelling
(CP regeling).
De laatste manier is van toepassing bij deze
(CP) heli.
Bij deze manier van regelen is het de kunst te
zorgen voor een zo constant mogelijk toerental.
Als de bladhoek groter
wordt moet de motor meer vermogen leveren (meer "gas geven") om het toerental
gelijk te houden.
Bij een kleinere hoek gebeurd dus het omgekeerde.
Om dit toerental constant te kunnen houden zijn er twee manieren mogelijk:
1: Door op de zelfde stuurknuppel beweging
die voor de bladhoek (pitch)
aansturing verantwoordelijk is,ook een "gas" regeling te
programmeren.
Deze gas regeling moet dan op elk
gedeelte van de blad aanstuur beweging
zo goed mogelijk ingesteld kunnen
worden om het toerental gelijk te
kunnen houden.
Dit gebeurd dan in de zender door het
instellen van een z.g "Gas curve".
2: Een tweede mogelijkheid is dit door de motorregelaar dit automatisch te laten doen.
Deze manier van regelen kan geschieden bij een borstelloze motor met een
z.g. "Heli" of "Govenor" regeling waarbij de frequentie van het
aansturen van de motorwikkelingen het toerental bepalen.
Die optie moet dan uiteraard wel in de
regelaar aanwezig zijn.
Hoe werkt zo'n rotor nu eigenlijk ?
In tegenstelling met wat sommige denken zijn de rotorbladen niet echt vast
geschroefd maar zitten zo vast in de bladhouders dat ze zich nog kunnen richten door de
centrifugaal kracht die ontstaat tijdens het roteren.
Als dit niet zo zou zijn zo de heli in sterk onbalans geraken omdat de
optredende verschillen in
krachten vanuit het middelpunt naar buiten gericht die
ontstaan door meerdere
oorzaken elkaar niet
kunnen opheffen
De centrifugaal krachten die door het roteren optreden kunnen
erg hoog oplopen.
De factoren die hier bij meespelen zijn in hoofdzaak het toerental van de
rotor, het gewicht van de rotorbladen en de positie van het gemiddelde
zwaartepunt in het rotorblad.
Met deze drie gegevens is de kracht uit te rekenen waarmee aan de bladhouders
getrokken wordt.
Als U de invloeden van deze drie gegevens duidelijker wilt zien kunt U een
gratis stukje software downloaden in de software rubriek.
Ook de as die door de bladhouders en het middenstuk zit
heeft geen starre bevestiging in het middenstuk maar is op gesloten in in
rubbers (z,g buffers) zodat er min of meer een beweging mogelijk is binnen
in het centraal middenstuk waardoor de rotor instaat is zich te richten door
de centrifugaalkracht en eventuele kleine mechanische afwijkingen te
compenseren en
tevens toch een bepaalde bewegingsvrijheid te handhaven.
( Meer info over
trillingen )
Waarom draait een heli tijdens een voorwaartse vlucht niet op zijn kant
? (rol beweging)
Voor de doordenkers gaan we nog wat dieper in op de bewegings vrijheden
van de rotor.
Als nu de heli een voorwaartse vliegbeweging maakt moeten de bladen
zich anders kunnen gedragen.
Immers de rotor draait rond iets wat betekend dat bij een voorwaartse snelheid
het ene rotorblad wat zich tegen de wind in beweegt meer lift zou krijgen door
de hogere luchtsnelheid dan het blad wat zich van de wind af beweegt wat een
lagere luchtsnelheid ondervindt.
Je zou denken dat dit effect dan zou resulteren in een zijwaartse
kantelbeweging van de heli een rolbeweging dus.
Om dit nu te verduidelijken heb ik een ander tekeningentje toegevoegd en zal
er wat uitleg bij geven.
De
rotorbladen moeten ook met een bepaalde vrijheid omhoog en omlaag kunnen
bewegen. Ook zit er nog een bepaalde doorbuiging in het blad (lees stijfheid),
waardoor de beweging mogelijk is.
Krijgt het naar voren bewegend blad nu meer luchtweerstand zal het ook naar
boven buigen en draaien het geen weer resulteert in een kleinere invalshoek
met minder lift. Bij het naar achter bewegend blad is het effect omgekeerd en
veroorzaakt weer vermindering van lift.
Het is dus een soort "flappende" beweging die ontstaat met de frequentie van
het toerental.
Hieruit kunt U tevens zien dat de bewegingsvrijheid die de rotor moet bezitten
erg belangrijk zijn voor een goed vliegende heli.
Dus zowel de verdraaiing naar voor en achteren als omhoog en omlaag
moet mogelijk zijn.
Een tweede effect:
Laten we nu eens kijken naar wat er gebeurd als de heli voorwaarts moet gaan
vliegen.Als eerste kantelt bij het aansturen de tuimelschijf naar voren
waardoor (bij een rechtsom draaiende rotor) het linker rotorblad een kleinere
invalshoek krijgt dan het rechter rotorblad.
Het gevolg is dat rechts meer lift gecreëerd wordt dan links.
Dit effect is pas na 90 graden verdraaiing merkbaar waardoor de heli naar
voren gaat hellen en dus naar voren gaat vliegen omdat er dan meer lift aan de
achterkant ontstaat i.p.v. aan de rechterkant.
Wat verder op de pagina wordt op het 90 graden effect wat
verder op in gegaan.
Door de voorwaartse snelheid die dan plaats gaat vinden wordt de luchtsnelheid
over het linker tegen de wind in bewegend blad groter dan het rechterblad wat
zich van de wind af beweegt.
Hierdoor krijgt dus het linkerblad weer wat meer lift en het rechterblad weer
wat minder waardoor de heli zich min of meer gaat terug kantelen, het z.g.
"opbomen" van de heli.
Dit heeft dan ten gevolge dat het aansturen naar voor (nick) wat meer moet
worden en de hoogte (pitch) wat moet worden verminderd om de heli toch verder
rechtdoor naar voren te laten vliegen.
Hoe hoger de voorwaartse snelheid hoe erger dit effect is.
Het lijkt misschien dat de rotor op dat moment minder lift behoeft te leveren
omdat de pitch aansturing verminderd maar de heli blijft toch zijn zelfde
gewicht behouden en dus is de te leveren liftkracht door de rotor nog steeds
even groot.
De tuimelschijf:
De traagheidswet is de eerste wet van Newton: Een deeltje blijft in rust of
het beweegt met constante snelheid zolang er geen externe krachten op werken
Om de pitch te kunnen verstellen is een z.g. tuimelschijf
gemonteerd, deze
bestaat uit een draaiend gedeelte het geen met de rotormast mee draait en via
een kogellager een stilstaand gedeelte waaraan drie servo's zijn gemonteerd.
Het geheel kan omhoog en omlaag schuiven over de rotoras. In het bovenste
gedeelte is een kogelscharnier verwerkt zodat de tuimelschijf ook nog eens kan
kantelen (tuimelen).
Deze tuimelschijf zit via een hefboompje verbonden met de rotorbladen zodat
bij het omhoog of omlaag bewegen van de tuimelschijf de hoek van de
rotorbladen
verdraaien en waardoor deze dus tijdens het roteren
meer of minder lift produceren.
Omdat onder het stilstaande gedeelte van de schijf de drie servo's mooi
verdeeld om de 120 graden gemonteerd zitten, kan door het combineren van de
servo bewegingen de schijf vrijwel alle bewegingen maken, dus gelijktijdig
omhoog of omlaag of kantelen naar voor of achter of links of rechts kantelen.
Als de schijf naar voren kantelt krijgen de bladen dus als ze achter zijn een
grotere hoek en als zo voor zijn een kleinere op deze manier wordt dus de heli
achter op getild en zal hij dus naar voren vliegen.
Door de schijf dus te
kantelen kan hij dus alle kanten op vliegen en door
ze gelijktijdig omhoog of omlaag te bewegen stijgen of
dalen
De bewegingen van de servo's worden in de zender
software
berekent en
zijn dus
indirect afhankelijk van de knuppelbewegingen op de zender.
Meer informatie over de aanstuur
methodes van de tuimelschijf kunt U
vinden onder de rubriek "Helitechniek-
aanstuurmethodes" op een ander
gedeelte van deze site.
De stuurrotor:
De stuurrotor (soms
hulprotor genaamd) heeft tot doel het sturen te
vergemakkelijken en wordt meestal gebruikt bij niet
al te grote helikoptermodellen.
Bij grotere heli's is omdat de rotor ook groter is de eigenstabiliteit (het gyroscopische effect) ook
groter en wordt de behoeften naar extra stabiliteit dus ook minder.
Paddels:
De paddels (stuurrotorbladen) die op de stuurrotor gemonteerd zitten hebben een
symmetrisch profiel en een invalshoek van nul graden op het moment dat er geen
aansturing plaats vindt .
Het gewicht van de paddels veroorzaken een
stabiliserend (gyroscopisch) effect geeft en zijn
daardoor moeilijk uit zijn baan te brengen
Bij zware paddels wordt het kantelen van de paddelstang tegengewerkt
door de centrifugaalkrachten die er op werken omdat
de paddel in zijn oorspronkelijke baan wil blijven
draaien waardoor het effect van stuurbewegingen afneemt.
Wat je hier uit kunt concluderen is dat het gewicht van de paddels dus
mee doen op het gyroscopische effect.
Hoe zwaarder de paddel hoe sterker het stabiliserende effect
omdat de centrifugaalkracht
groter wordt.
Dit heeft tot gevolg een langzamere reactietijd op het stuurcommando
Minder gewicht van de paddels geeft dus een fellere stuurreactie met minder
eigenstabiliteit.
Voor beginners wordt meestal een niet al te felle reactie aanbevolen om het
gevaar van oversturing te verminderen.
Het mixer hefboompje of z.g. Bell-Hiller-armpje:
Van het mixer armpje zit het draaipunt gemonteerd op de arm van de
bladhouder (zie foto).
Aan een kant (op foto kant B) van het mixer armpje zit de rechtstreekse aansturing van de
tuimelschijf.
Door de stuurrotor te koppelen aan de andere
zijde van het mixer hefboompje (op foto kant A) waar dus ook de rotorbladen mee verbonden zitten
(welke zelf ook een gyroscopisch effect bezitten) heeft
het geheel dus invloed op de aansturing van de rotorbladen.
De afstanden ( A en B) tussen de aankoppelpunten op het hefboompje (mixer hefboom) bepalen dus de
hoeveelheid (mix) invloed van de stuurrotor en de invloed van de hoeveelheid rechtstreekse aansturing van de rotorbladen
door de tuimelschijf.
De aansturing:
Hoe het geheel nu tijdens het aansturen (bij een draaiende rotor) in zijn werk
gaat is misschien iets moeilijker te begrijpen.
Dit komt hoofdzakelijk omdat het effect van de aansturingen 90 graden later (na 1/4 rotoromwenteling) pas effectief merkbaar is en ijlt dus na
wat al eerder op deze pagina ter spaken is gekomen.
Om
je een voorstelling te hiervan te kunnen vormen kan je dit vergelijken met een
roterend kruis met 4 even zware bollen van een redelijk gewicht.
(Links of rechtsom draait maakt voor de
werking niet uit.)
Als deze bollen roteren wordt door de centrifugaalkracht de rotor in evenwicht
gehouden en is door het gewicht van de bollen ook moeilijk uit zijn baan te
brengen (figuur 1).
Dit is gebaseerd op de traagheidswet.
Gaan we nu een kleine kracht uit oefenen om de as van de rotor te kantelen (
kracht F van figuur 3) dan wordt de baan van de bollen 1 en 2 in lichte mate
verstoord waardoor de bollen 1 en 2 uit zijn oorspronkelijke baan raken
(figuur 2 en 3).
Door de massatraagheid van de bollen samen met de werkende centrifugaal
krachten op de bollen wordt dit versterkt tot 90 graden verschoven van het
punt waar de aansturing plaats vond (punt A en B).
Op deze manier is het dus mogelijk met een betrekkelijk kleine kracht
omdat de bollen alleen maar uit hun baan gebracht hoeven te worden
de rotor waarin zich grote centrifugaalkrachten bevinden toch
te kunnen kantelen maar komt het effect hiervan pas 90
graden (1/4 omwenteling)
verdraaid later.
De rotor kantelt dan dus richting punt A
en B.
Dit
verhaal
geld zowel voor de stuurrotor als voor de rotorbladen.
Een voorbeeld:
Stel de heli vliegt in een positie waarbij een rotorblad naar voren wijst en een naar achter (dus).
Stel dat je de tuimelschijf naar voren kantelt dan maken de paddels dus ook
een hoek naar voren waardoor (bij een rechtsom draaiende rotor) de rechter
paddel een positieve hoek krijgt en de linker paddel een negatieve,
echter het effect hiervan is pas na 90 graden waardoor de stuurrotor dus achter omhoog gaat
en voor omlaag.
Na deze 90 graden verdraaiing staan de
rotorbladen dus links en rechts en krijgen op dit moment een positieve
en negatieve hoek het geen 90 graden later pas effectief wordt en zal de heli
dus naar voren gaan vliegen enz..
Dit blijft zich dus herhalen tot de tuimelschijf in
een andere stand gezet wordt.
Deze manier van de rotor aansturen
geld dus in alle richtingen.
Het is natuurlijk niet zo dat de bladen in een keer omklappen
in de boven vernoemde standen, dat gebeurd dus geleidelijk aan omdat de
afgelegde weg over de tuimelschijf per graden verdraaiing een andere hoek
veroorzaakt op de bladen van zowel de stuurrotor als de rotorbladen.
Deze manier van aansturen wordt ook wel een
periodieke blad verstelling genoemd omdat per positie (periode) of graden
verdraaiing het blad een andere stand krijgt.
Verdere meer uitgebreide informatie over
toegepaste hoofdrotortechniek kunt U vinden op de
hoofdrotor pagina in de
rubriek Helicopter Technieken.
De pitchcompensator:
Omdat het geven van meer pitch de stand (invalshoeken) van de paddels t.o.v. elkaar niet mag
beïnvloeden wordt tussen tuimelschijf en rotorkop een z.g.
pitchcompensator gebruik die dus wel een
kanteling van de stuurrotor kan bewerkstelligen maar geen invloed heeft op de
paddelstanden
t.o.v. elkaar.
Op deze manier is dus de stuurrotor aan te sturen zonder dat deze een
lift van de heli veroorzaakt en blijft dus alleen een stabiliserend en sturend effect veroorzaken
zonder de lift te beïnvloeden.
Omdat deze pitchcompensator wel in
hoogte
over de as
moet kunnen verschuiven maar niet mag
verdraaien t.o.v. de kop (as) is een z.g. meenemer
opgenomen in het geheel welke dus
zorgt voor een geleiding zonder
verdraaiing over de as.
Het afstellen van een
modelheli is afhankelijk van merk en
type.
Elders op de site komt U verschillende
heli's tegen waar ook verder wordt
ingegaan op de afstellingen hiervan.
Zou U graag iets toegevoegd willen zien op deze pagina wat
na het lezen van deze pagina nog niet duidelijk is ?
Hebt U vragen welke hierop betrekking hebben kunt
U natuurlijk gewoon even mailen naar het onderstaande mailadres.
En denk er aan "Domme vragen bestaan niet", domme antwoorden wel en mensen die
alles weten lezen deze pagina niet.
De pagina is juist bedoeld voor diegene die
hier (nog) weinig kennis van hebben
maar wel altijd al zoiets hebben
willen doen.
Gewoon even mailen dus naar:.
Peter_van_Hout@hotmail.com
Voor een verdere
meer uitgebreidere technische informatie m.b.t. de
toegepaste technieken zie
de pagina "Helicopter Technieken"
elders op de site
Naar hoofdpagina