Bij
het vliegen met modelhelikopters
spelen dezelfde natuurlijke elementen
een rol als bij hun grotere
broers.
Misschien is het leuk om eens even te kijken hoe
dit globaal in zijn werk gaat zonder
verder diep in te gaan op de techniek die
nodig is om dit te verwezenlijken .
Hoe dit dan verder technisch ingevuld
kan worden en wat U daar voor nodig
hebt kunt U dan weer terug vinden op
de vervolgpagina's van de site.
![]()
Voor alle duidelijkheid:
Het gaat hier dus niet zozeer om de techniek
die wordt toegepast bij de
heli's
waar een ander gedeelte van de site over gaat maar de opzet is een meer algemeen
inzicht te geven in hoe een heli zich
gedraagt in zijn natuurlijke omgeving
en omgekeerd hoe de natuurelementen
het gedrag van de heli kunnen beļnvloeden.
De definitie van een heli:
Als eerste denk ik dat we eerst eens
moeten kijken wat we nu eigenlijk
bedoelen als we het over een
helikopter hebben, en hoe we dit dus
definiėren.
Laat ik maar eens een poging doen:
1:) Een helikopter of ook wel
hefschroefvliegtuig genoemd heeft als
eerste kenmerk een hoofdrotor
bestaande uit meerdere rotorbladen die
een schroefvormige beweging door de lucht
maken.

De hoek waaronder dit plaats vindt
t.o.v. de luchtstroom
noemen we de invalshoek van de bladen.
2:) De opwaartse kracht die hieruit
voorvloeit zal altijd groter moeten
kunnen zijn dan het gewicht van de
helikopter om te kunnen stijgen.
3:) Als de hoofdrotor aangedreven
via de hoofdrotoras door een motor, zal een
helikopter ook altijd een
tegengestelde kracht voor de romp
nodig hebben om niet ongewild om zijn
as te gaan draaien.
4:) De krachten op en vanuit
de heli zelf moeten beheersbaar zijn
om hem bestuurbaar te maken.
Het rotorblad is basis van een
vliegende heli:
Een rotor zonder bladen zal
niet werken.
Een rotor bezit een of meerdere bladen
die de zelfde basis werking bezitten
als een vliegtuig vleugel.
Het blad t.o.v. de inkomende
luchtstroom zorgt voor een tweedeling
die gedeeltelijk over en gedeeltelijk
onder de vleugel door gaat.
Afhankelijk van de invalshoek en
luchtsnelheid vindt een drukverdeling
plaats aan boven en onderzijde van de
vleugel.
Aan de onderzijde wordt de lucht
samengedrukt en ontstaat een
langzamere luchtstroom met overdruk
die de vleugel naar boven drukt.
Aan de bovenzijde ontstaat het
omgekeerde en versneld de lucht omdat
de luchtmoleculen de neiging hebben de
kromming te blijven volgen (Coanda
effect).
Hierdoor ontstaat een snellere
luchtstroom met een lagere luchtdruk.
Is de inkomende luchtsnelheid groot
genoeg en wordt de invalshoek niet te
groot dan is dit de basis voor een
goed werkende vleugel.
Het kan echter ook verkeerd gaan.
Is nu de luchtsnelheid te laag en / of
wordt de invalshoek te groot,ontstaat
de volgende situatie:
De luchtstroom aan de bovenzijde
kan het profiel niet meer kan volgen.
Hierdoor ontstaan luchtwervelingen die
dusdanig gericht zijn dat de
achterzijde van de vleugel omlaag
gedrukt wordt en is hij z.g.
"overtrokken".
(Meer uitleg hierover vind U
desgewenst op een andere pagina m.b.t.
"Helitechniek hoofdstuk hoofdrotor")

Het gedrag van de heli in de
lucht:
Dat een heli in de lucht nogal
wat lucht in beweging zet is misschien
niet altijd zo direct zichtbaar, maar
als het zichtbaar zou zijn ..........

Afhankelijk van de toestand van de
heli in de lucht komen er dus
ook verschillende krachten voor waardoor
de heli doet wat we zien.
Deze toestand kunnen we in
verschillende situaties weergeven.
De zwevende heli :
Laten we als voorbeeld maar
eens beginnen met een in de lucht stil
hangende heli.
Bij een zwevende in de lucht stil
hangende heli komen een aantal
krachten voor om dit voor elkaar te
krijgen.
Zetten we dit in een tekening
vanachter de heli gezien dan zien
we bij een zwevende heli het volgende:

Omdat de heli stil hangt kan het niet
anders zijn dat de verschillende
krachten die aanwezig zijn bij de heli
elkaar opheffen.
De luchtstroom door de rotor
veroorzaakt een opwaartse kracht (lift
A en B).
Dit betekend dat het gewicht van de
heli (C) gecompenseerd wordt door de
totale lift van blad A + B.
De aandrijving van de motor naar de
hoofdrotor zorgt voor een
tegengestelde kracht (E) in de andere
richting dan de hoofdrotor op draait
die een luchtweerstand ondervind.
Hierdoor wil de romp de andere kant op
gaan draaien dan de hoofdrotor doet.
Deze kracht (E) moet gecompenseerd
worden (wil de heli stil hangen) door
de heckrotor die dan de tegengestelde
kracht (D) levert.
De luchtstroom door de rotor
veroorzaakt aan de onderzijde een
hogere luchtdruk en aan de bovenzijde
een lagere druk.
De drukverschillen zijn bepalend voor
de hoeveelheid lift van de heli.
Zo zal er dus als een heli vlak boven
de grond vliegt onder de heli een
hogere druk ontstaan omdat de lucht
onder de heli meer wordt samengeperst
als dat de heli hoger vliegt.
Hierdoor is er dus in die situatie
minder opwaartse kracht nodig om
de heli vliegende te houden.
De heli glijd dan op een soort
luchtkussen en wordt ook slechter
bestuurbaar, dit noemen we het z.g.
"grondeffect".
Een stijgende of dalende heli:
Een stijgende of dalende heli
wil dus zeggen om maar in de zelfde
termen te blijven dat de hoofdrotor
voor het stijgen meer en voor het
dalen minder lift leverd.
Dit kan je op twee manieren doen:
1: Je kan met een
gelijkblijvend hoofdrotor toerental de
invalshoek vergroten of verkleinen
waardoor er meer of minder lift
ontstaat.
Op deze manier werken de meeste heli's,
ook hun grotere broers.
2: De tweede manier wat
minder voorkomt maar technisch
eenvoudiger te maken is, is het
variėren van het hoofdrotor toerental
met een gelijkblijvende invalshoek.
De luchtverplaatsing onder de heli
ziet er bij een in de lucht stil
hangende heli uit zoals op het
onderstaande plaatje.

De lucht verplaatst zich spiraalvormig
naar beneden.
Goed om te weten:
Daalt een heli te snel recht naar
beneden dan kan hij in de problemen
komen omdat hij dan in zijn eigen
neerwaartse luchtstroom terecht komt.
De vooruit vliegende heli :
Wil een heli vooruit vliegen dan
moeten sommige krachten anders worden
dan de stil hangende heli om dit voor elkaar te krijgen.
Dit kan op twee verschillende
manieren, afhankelijk van de
constructie van de heli.
De meest voorkomende manier is door de
rotor aan de achter zijde meer lift te
laten leveren dan aan de voorzijde
waardoor dan de voorwaartse beweging
ontstaat.

Dit gebeurd dan doordat er een
mogelijkheid geconstrueerd is om de
rotorbladen tijdens het roteren te
verstellen, zodat er aan de voorzijde
minder en aan de achterzijde meer lift
ontstaat.
Dus bij elk gedeelte van de
rotatiecirkel is het mogelijk de hoek
te verstellen en dus de lift en dus
ook de richting waar de heli naar toe
wil gaan te
beļnvloeden (te besturen).
Dit noemt men met een moeilijke
benaming "cyclic pitch control"
of periodieke bladverstelling.
Door het monteren van een z.g.
tuimelschijf wordt het mogelijk de
hoeken van de bladen mee te laten
kantelen met een bestuurbare
hoek van de tuimelschijf.
De tuimelschijf is zo geconstrueerd
dat hij alle kanten op kan kantelen.
Daardoor wordt het mogelijk de rotor
alle kanten op te besturen.
Hieronder is een schematisch voorbeeld
weergegeven.

Een tweede manier van besturen is het compleet
kantelen van de rotor.
De rotor blijft hierbij overal
evenveel lift leveren maar de heli wil
omdat de rotor ook een beetje naar voren is gekanteld
ook naar
voren bewegen.
Het effect van het voorwaarts
vliegen:
Het effect van het voorwaarts
vliegen vind je ook terug in de hoek
van de bladen (pitch of invalshoek)
t.o.v. de instromende lucht.
De de voorwaartse beweging wordt de
hoek van de instromende lucht t.o.v.
de bladen als het ware vergroot
waardoor de heli met een kleinere
invals hoek toch op de zelfde hoogte
kan blijven.
Bij plotselinge windvlagen (instroom
variaties) zal dus ook
de hoogte gaan variėren.
De heli bewegingen naar andere
richtingen en de gebruikte benamingen
hiervoor:
Door op de eerder vermelde manieren de rotor
te besturen, zijn dus ook de andere
vliegrichtingen van de heli te
besturen.
Ook dan krijgen we te maken
met het hierboven vermelde effect.
Samengevat kan dus via de
hoofdrotor dus de vliegrichtingen om
vooruit, achterui, links, rechts en
hoog - laag aangestuurd worden
en heeft een verplaatsing anders dan
in de hoogte ook altijd een effect op
de hoogte aansturing al is dit soms
gering bij minimale verplaatsing.
De benaming die hierbij meestal
gebruikt worden zijn als volgt:
De kantelbeweging om de heli
vooruit en achteruit laten vliegen
heet de "Nick-beweging".
De kantel beweging die de heli maakt
om de heli naar links en rechts laten
vliegen heet de "Roll-beweging".
De aansturing om de heli te laten
stijgen of dalen heet de "Pitch-aansturing".
Een beweging die nu nog niet genoemd
is, is de staat besturing ook wel "Heck-aansturing"
genoemd.
Hierover meer in het vervolg verhaal.
Hieronder zijn de stuurbewegingen nog
eens getekend met de bij behorende
bewegingen die de heli maakt.

De staart beweging:
Wat nog onvoldoende in dit
verhaal naar voren
is gekomen is de beweging van de
staart en hiermede besturen van het
verdraaien om de hoofdrotoras.
Zoals al eerder bij de heli-definitie
is aangegeven ontstaat bij het
aandrijven van de hoofrotor via de
hoofdrotoras een kracht in de
tegengestelde richting als de
hoofdrotor draait.
Dit wordt ook wel het motorkoppel
genoemd.
Omdat deze kracht aanwezig is zal de
romp van de heli ook de tegengestelde
kant op willen draaien als de
hoofdrotor beweegt.
Dit verschijnsel moet dus
gecompenseerd worden.
Ook hierbij kunnen we denken aan
meerdere methode en invloeden die
hierbij een rol spelen.
De heck(staart) rotor:
Door een (heck) rotor te maken die een
zijwaartse kracht genereert bestaat de
mogelijkheid de benodigde
tegengestelde kracht te leveren.
De tegenkracht moet hierbij echter wel
regelbaar zijn, wil de staart
bestuurbaar blijven.
Hiervoor bestaat de mogelijkheid dit
via een overbrenging te doen zodat de
heckrotor door de hoofdmotor
aangedreven wordt.
Door de hoek van de heckrotor bladen
te kunnen aansturen kan je dan een
grotere of kleinere kracht verkrijgen
en dus de staart besturen.
Je krijgt dan b.v. een mechaniek zoals
hieronder weergegeven.

Een andere mogelijkheid is een aparte
motor voor de heckrotor.
Hierbij kan je dan b.v. het toerental
instelbaar maken en op die manier de
staart besturen.
De NOTAR-heli:
Een andere manier
die je ook tegen komt zijn
heli's die ogenschijnlijk geen tegenkoppel hebben omdat er geen
staartrotor zichtbaar is.
Echter schijn bedriegt omdat hierbij
gebruik gemaakt wordt van een
inwendige staartmortor die een
tegendruk d.m.v. luchtdruk produceerd.

De tegenkracht wordt in zijn
totaliteit geleverd door de inwendig
opgebouwde druk en neerwaartse
luchtstroom van de hoofdrotor samen.

Als we als uitgangspunt weer even de
in de lucht stil hangende heli kiezen,
dan is het verhaal tot op heden
compleet.
Gaan we nu b.v. een voorwaartse
vliegbeweging maken komt er nog een
een extra compensatie kracht voor de
staart bij
kijken die afkomstig is van het
verticale staartvlak.
Door de voorwaartse beweging gaat dit
vlak werken als een windvaan en levert
op die manier een gedeelte van de
benodigde compensatie kracht.
Het besturen van een heli
tijdens het vliegen:
Wil een heli dus bestuurbaar zijn dan
hebben we de volgende stuur bewegingen
die gelijktijdig moeten worden uitgevoerd.
U kunt dit terug vinden in de tekening
van de stuurbewegingen.
1: De roll- beweging (links -rechts)
2: De nick- beweging (voor - achter)
3: De pitch (hoog - laag)
4: De staart (links - rechts)
Het vliegen met een (model)heli
vereist dat deze 4 aanstuurfuncties
tegelijkertijd moeten worden
uitgevoerd.
Dit geeft tevens de moeilijkheid van
het helivliegen weer iets wat op zijn
beurt natuurlijk weer de uitdaging voor het leren
heli vliegen vergroot.
Een globaal idee gekregen van
hoe zo'n heli zich in de lucht
gedraagt ?
Wilt U verder weten hoe zo'n heli
werkt ?
Ga dan verder naar een ander
gedeelte van deze site over de
basiswerking van een modelheli.
Voor info kunt natuurlijk ook altijd even mailen naar het
mailadres op de hoofdpagina.