de soorteerliederen



het eerste lied van de soorteerhoed

ik ben mischien wat sjofel
maar dat is de buitenkant
niemand weet zo goed als ik
van de hoed en van de rand
op gebreide mutsen kijk ik neer
en ook op hoge hoeden
ik ben de sorteerhoed van de school
en weet meer dan je zou vermoeden
al puilen de geheimen uit je hoofd
de sorteerhoed ziet ze vast
dus zet me op dan zeg ik je
wat het beste bij je past
mischien hoor je bij griffoendor
bekend om zijn dapperheid
ja ridderlijkheid en durf en lef
is wat griffoendor onderscheidt
mischien hoor je bij huffelpuf
vind je hard werken okee
huffelpuffers blinken uit in trouw
en hebben geduld voor twee
en bij het wijze ravenklauw
vinden mensen het verstand
die geleerd en bij de pinken zijn
altijd wel een geestverwand
mischien voel je je pas werkelijk thuis
als je naam bij zwaderich prijkt
die sluwe lui schuwen echt niets
als hun doel maar word bereikt
dus raak vooral niet in paniek
zet me rustig op je kop
al ben ik een hoed ik heb van jou
vast een vrij hoog petje op!

het 2e lied van de soorteerhoed

wel duizend jaar of meer gelee,
mijn stiksels waren jong
leefden er 4 magiers hun faam gaat nog over ieders tong
uit het hoogland,dappere GRIFFOENDOR
schone RAVENKLAUW ,uit het bos
goede HUFFELPUF,uit het groene dal
sluwe ZWADDERICH,uit zompig mos
ze hadden een wens een hoop een droom een plan vol vermetelheid
hun kennis delen met jong talent
zo werd zweinstein werkelijkheid
door stichters werden rap
vier afdelingen opgericht
want niet elk hechte aan dezelfde deugd
ook even groot gewicht
wie door griffoendor verkozen werd
viel op door leeuwenmoed
voor ravenklauw was schranderheid
het allergrootste goed
bij huffelpuf was noeste vlijt
tot kern der zaak verheven
en bij machtswellustige zwaderich
was ambitie "t hoogste streven
eerst scheiden ze hun favorieten zelf
van de massa en dat ging best
maar wie wijst de uitverkorenen aan
nu van de stichters niets meer rest?
t was griffoendor die het antwoord wist
hij zette me haastig van zijn kop
de stichters schonken me hersenen
en droegen aan mij de keuze op
dus zet me stevig op je hoofd
ik zie in een oogwenk wat je denkt
en roep wat je afdeling is!

hier is het schoollied van zweinstein

zweinstein zweinstein zwijnig zweistein
leer ons toch volop
of we nu oud en kaal zijn
of jong met een puistenkop
prop onze hoofden vol met weetjes
hopelijk voelen zich daar thuis
want nu zijn ze leeg en tochtig
vol vliegjes stof en gruis
leer ons wat het weten waard is
maak ons ietsje minder dom
doe je best dan doen wij de rest
en studeren onze hersens krom

ga terug