| Foto's Laos | Foto's Cambodja | Linken | Contact | Home |






© Webspul 2006

 

Verslag Laos en Cambodja 2005.

Laos en Cambodja 2005.

Een reis die we samen hebben gemaakt met onze dierbare vrienden Piet en Jan. De reisorganisatie Namasté in Delft heeft hem helemaal georganiseerd op onze wensen en ideeën en er natuurlijk ook leuke suggesties bijgevoegd. Deze reis is geboekt om de grote roeiwedstrijden in Phnom Pen, de hoofdstad in Cambodja, die elk jaar in november worden gehouden.

We vertrekken op zondag 23 oktober.
De reis duurde zowat 24 uur waarvan de 3 uur wachten op de aansluitende vlucht naar het noorden van Thailand op het vliegveld in Bangkok het langste duurde voor ons gevoel. Maar rond 14.30, na nog eens 3 uur te hebben rondgereden, zaten we aan een heerlijke Thaise lunch langs de Mekong aan de Thaikant tegenover het douanekantoor. We zijn van het vliegveld in Chang Rai opgehaald door een wat oudere man die zeer goed Frans sprak. Hij had 4 jaar op de Sorbonne in Parijs gestudeerd. Hij zorgde er ook voor dat we op het gemakje naar de overkant kwamen waar Thong onze Laotiaanse gids al zwaaiende op ons stond te wachten. Welkom in Laoland! Thong zorgde ervoor dat de visa die je nodig hebt voor Laos een makkie werd. Wij hoefden alleen onze gegevens in te vullen. Al een hele taak na zo’n lange reis. Ook was daar een klein wisselkantoortje waar we euro’s en dollars konden wisselen. Niet in grote hoeveelheden, want de bank was wel arm, maar de eerste dagen zouden we makkelijk doorkomen zou al gauw blijken. Laos is goed betaalbaar. Zomaar een rekening: 1 bier, 2 cola, 1 pepsi en 4 koffie. Plus 1 curry kippensoep, 1 gebakken rijst met groenten, 1 witte rijst, 1 groenten met rundvlees, 1 gebakken noedels met groenten en varkensvlees, 1 gebakken varkensvlees en 1 groenten met varkensvlees kost €8,= totaal. De bagage ging ons voor naar het hotel in een gereedstaande tuk tuk en wij doen dat lopend. Effe het bloed door het lijf laten stromen. Later doen we het wandelingetje nog maar eens over, maar dan om wakker te blijven. Ja en natuurlijk om dit land eens goed op te snuiven. Huay Xai is maar een klein (grens) dorpje, waar heel wat toeristen de grens tussen de twee landen oversteken. Het dorpje vaart er wel bij. De scholen zijn net uit als wij ons tweede wandelingetje doen. Iedereen zat buiten te ontspannen en te spelen. Kookpotjes voor de huizen staan te walmen en ruiken lekker. Moeder de vrouw staat er al kletsende met de buurvrouwen in te roeren of gooit er nog wat kruiden bij. Om houten kleine tafeltjes en op dito stoeltjes zitten de kinderen en oma’s. Kinderen kopen bij schragentafels en giechelende jonge dames worstjes aan een stokje die ze in een pot met chilisaus duwen. Ook wordt er wat van die saus in een plastic zakje gedaan zodat er gedoopt kan blijven worden. Aan dezelfde tafels kan er ook snoep gekocht worden in de wel meest felle en verblindende kleuren. Mannen doen ook hun laatste werkzaamheden rondom het huis. Wij krijgen een welkomstdiner. Thong heeft er samen met de vrouw van de hoteleigenaar voor gezorgd dat er typisch Laotiaanse gerechten worden geserveerd. Zoals varkensvlees in gember, loempiaatjes, soep, groenten en varkensworstjes. Na dit alles geproefd te hebben verheugen we ons op het eten in Laos. Het is héél smaakvol. Het hotel ligt wat verder weg van het “centrum”, maar is gezellig en gerieflijk. Toch slapen we een onrustige nacht met veel regen, hanen en honden.

25-10-2005.
Na een ontbijt met stokbrood, een gebakken eitje en jam gaan we een kleine rit maken naar de plek waar onze speedboot klaarligt. Eerst maar even het stokbrood voor we de steile afgang naar de boot nemen. Het is echt heerlijk stokbrood. Weliswaar niet zo groot als in Frankrijk, maar precies genoeg voor 1 persoon, lekker knapperig en al in stukjes gesneden aangeleverd. Door zowat heel Laos zullen we dit soort ontbijt krijgen en soms is het brood gewoon doormidden in de lengte gesneden en soms dus in klein hapklare stukjes. Boter jam en ei is niet altijd voorradig, maar soms is er wel een stukje kaas. Heel Frans ook, met de lachende koe op de verpakking. Nu dan de steile afgang die we moeten nemen samen met onze bagage naar de houten vlonder waar de boot ligt. Een vrouw is er de was aan het doen. Eerst zullen we met elkaar in één boot gaan, maar een eind verder aan een andere steiger liggen twee boten voor ons klaar. Het is even wennen, want de bootjes lijken wankel en we zijn het niet gewend om zonder loopplank de diepte in te stappen van een bootje. Eén maal gezeten begint de race. Met een behoorlijke snelheid gaat het noordwaarts tegen de stroom in de Mekong op. We stoppen en moeten lachen om ons Mekong kapsel. Krijgt geen ene kapper zo voor mekaar. Door racewind naar achter plat op de schedel en zelfs als we niet varen blijft het zo zitten. Het voelt tot in de haarwortels, die zijn volgens mij ook die kant opgedwongen. We ruilen van bootje naar bootjes. Het past allemaal maar net. En dan blijkt dat we met de andere boot niet eens zo snel gingen. Bij het drielandenpunt Laos, Thailand en Birma stoppen we. Doordat hier veel toeristen komen om alleen maar een stempeltje te scoren van Laos in hun paspoort is er een bloeiende markt verrezen. Je kan hier de specifieke artikelen kopen van de drie landen, zoals Birmese sigaartjes, Thai zijden sjaals en Lao whisky. Op het moment dat wij aankomen is er nog geen toerist en we worden dan ook overvallen door dames die wat willen verkopen. Ook moeten we proeven uit verschillende flesjes waar een slangetje of schorpioen op sterk water wordt bewaard. Ze zijn netjes opgezet in de flesjes samen met wat kruiden. Het moet genezing brengen voor allerlei kwalen. En zoals een goed medicinaal drankje betaamt zijn deze ook niet te drinken. Je bent spontaan van je kwaal af al bij het idee dit in te moeten nemen. Wij proeven braaf en trekken even braaf onze bekken waarvoor gelach als beloning. Wel staan de flessen netjes op een rij met de slang of schorpioen aan de voorzijde en dat geeft een alleraardigst plaatje. Het is een leuke en gezellige markt en we nemen de tijd om er rond te kijken. Ze hebben werkelijk mooie spullen. Maar dan gaat het echte werk beginnen. Er moet nog een flinke afstand worden afgelegd. We varen zo’n 80 km. per uur over een brede hard stromende Mekong. Maar dat brede blijft niet lang. We komen in smalle stroken terecht of het wordt smaller door enorme rotsen waar het water kolkend doorheen en omheen stroomt. Soms kolkt het water zomaar lijkt het, maar dan kan je er zeker van zijn dat de rotsen onder het water liggen. Je ziet ze niet maar ze zijn er wel. Wij varen er zonder vaart te verminderen over heen en klappen met een dreun terug op het water als de boot zich tijdens deze manoeuvre zich opricht. Ook komen we grote Chinese vrachtboten tegen die met de stroom mee gaan. Ongelofelijk hoe deze boten hier doorheen komen. Het is Waanzinnig!!!! Zeker als je bedenkt (maar dat moet je niet doen) dat het eigenlijk gevaarlijk is en dat er al meermalen ongelukken hier zijn gebeurt. Halfweg stoppen we tussen twee grote groene boten. Eén ervan koppelt zich even later los en vaart verder. Dan komen we erachter dat dit een benzinestation is. Er moet getankt worden. Door één man wordt al rokende de rubberen slangen verlegt en aan de goede pomp gehangen. Het zijn van die ouderwetse pompen en de jerrycans worden gevuld tot het kijkglaasje vol is. En weer verder over deze enorme rivier. We komen nu langs gedeelten van de Mekong die maar weinig tot niet bewoont is. Na goed twee uur komen we aan bij de havenplaats Xieng Kok. Daar wordt een vrachtboot uitgeladen in vrachtauto’s die het materiaal verder zullen vervoeren het binnenland in van Laos. Het is ook ons eindstation en ook wij zullen morgen verder gaan met een busje. Eerst maar eens aankomen. Nog wiebelig op de benen van het varen en het ongemakkelijk zitten op de bodem van de boot moeten we een steile onverharde helling op. Stug naar boven kijkend, want daar staan enkele houten hutten op palen wat ons hotel is, helpt ons boven te komen. Gelukkig had ik mijn wandelstok meegenomen, waar Piet nu dankbaar gebruik van maakt. En ook hij komt boven, puffend en mopperend. Valt ook niet mee voor een wat oude dikkige man. Chapeau dat hij deze reis aan durft (ook petje af voor ons dat wij het met hem aandurven) hoewel we met het bedenken van de reis er een beetje rekening mee hebben gehouden met zijn conditie. Het hotel bestaat uit verschillende hutten op palen met een klein zitje ervoor waar je een goed uitzicht hebt over de Mekong en een groot gebouw waar de eetzaal, recreatiezaal, kantoor, keuken en bewoning van de eigenaars in bevinden. De muren zijn van houten planken met flinke spaties er tussen. We gaan eerst wat bekomen met een noedel soepie en een drankje. We hebben al gauw de belangstelling van enkele Chinese mannen die waarschijnlijk op de boot werken die nu wordt gelost. De belangstelling duurt niet al te lang, want ze zijn een kaart spel aan het doen waarbij flink gegokt, gedronken, geboerd, gerocheld, geschreeuwd en gelachen wordt. Ieder van ons krijgt de sleutel van een eigen hutje. We hebben water en elektriciteit van 18.00 uur tot 22.00 uur. Ook de hutjes zijn opgebouwd uit hout. Via een gammel trappetje kom je op de kleine veranda. In de hut is een kleine slaapkamer en een enorme doucheruimte met toilet. Eigenlijk is alles eraan stuk of bijna stuk, maar wij vinden het geweldig, zeker de locatie. We hebben alle tijd om in het dorpje te gaan wandelen. Het is niet groot en de wegen zijn niet geasfalteerd. Er zijn wat kleine winkeltjes aan huis. Stel daar niet teveel van voor. Het zijn wat flesjes limonade of snoep uitgestald bij het raam of op de veranda. Op de veranda is er iets meer ruimte voor huishoudelijke artikelen. Men zit rustig buiten fruit te eten wat ze eerst in de chili douwen, spelen met de hele kleintjes en de wat grotere kleintjes spelen op de stoffige straat. Men zegt verlegen sabadee (goedendag). Er wordt met grote tonnen water gezeuld vanaf de enige waterpomp die het dorp bezit. Bij de waterpomp zijn wat opgeschoten knullen aan het ravotten. Het lijkt allemaal armoedig, maar achter de houten huizen staan grote antennes voor een goede tv ontvangst. Met de zonsondergang zitten we bij Piet op de veranda met een heerlijk koude Lao bier. Het leven is goed. Voor dat we gingen wandelen werd ons gevraagd wat we die avond wilden eten. Er is niet veel keuze en zo werden we begeleidt in het kiezen van kip. Die dan wordt geslacht en rigoureus in mini stukjes wordt gehakt die weer worden geserveerd in de soep en de groenten. Bij elke hap is het oppassen dus. Maar wat ze van één kip kunnen maken is zeer gevarieerd. We hadden een echt vijf gangen menu. Thong komt na het eten nog gezellig babbelen met ons. Het is een leuke vlotte moderne Laos knul. We krijgen onderricht in de taal. Sabadee is goedendag. Dit zeg je samen met je handen bijeen gevouwen met de vingers gestrekt ter hoogte van de keel gehouden en een lichte knik met je hoofd. De zogeheten wai. Sabadee bo? Is hoe gaat het? Het gaat goed is sabai sabai. Koôp tjai is dank je wel. Lelai is veel en koôp tjai lelai bekt lekker en zullen we veel gebruiken. Sok dee gebruik je bij het proosten en wil je dit op een populaire manier doen dan zeg je njok. Hij verteld ons ook een mop die wij nog weleens zullen vertellen aan andere Laotianen gewoon om het ijs te breken. Hij gaat als volgt: Er was eens een Vietnamese vrouw die wilde gaan wonen en werken in Laos. Na een lange en stoffige reis komt ze aan bij de Mekong. Het is avond en tijd voor een bad. Zij kleed zich uit en gaat het verfrissende water in. Enkele Lao mannen staan dit verstopt achter wat struiken te bekijken. Ze komen tevoorschijn om het nog beter te zien. De vrouw voelt zich hier zeer ongemakkelijk bij en beschermt met één hand haar schaamhaar en met de ander de borsten voor zover dat met één hand lukt natuurlijk. Nee, zeggen de Lao mannen behulpzaam. Als je in Laos gedag zegt moet je een wai maken. In Laos is men nogal preuts dus het is wel een beetje gewaagde mop. Een kleine anekdote over schaamhaar lijkt me hier ook wel gepast. Wij Nederlanders zeggen mooi als wij iets prachtig vinden. Dat betekent schaamhaar in het Laostiaans (overigens ook in het Thais). Dus als je in een tempel staat te verkondigen dat je het Boeddha beeld mooi vindt zullen de monniken daar aanwezig bedenkelijk kijken. Om 22.00 uur gaat het grote veel herrie makende aggregaat van het dorp uit en is er geen licht meer. Stromend water hebben we in het geheel niet gehad (behalve de Mekong die vlak onder ons ligt). Met het licht gaat ook het dorp uit. Iedereen ligt te rusten. Behalve de honden en de hanen. De laatste kunnen geen klok kijken of zijn stekeblind , want ze kraaien de hele nacht door volgens Edward. Ik heb er gelukkig geen last van en slaap door alles heen gehard door het vele en harde snurken van Edward door de jaren heen.

26-10-2005.
Vandaag bestaat ons ontbijt, bij gebrek aan een bakker in de buurt, uit een gebakken ei zwemmend in het bakvet en patat, waarschijnlijk gefrituurd in hetzelfde vet of andersom, maar we slaan er ons dapper doorheen. Ondertussen is ons busje met chauffeur gearriveerd en wordt onze bagage netjes op het dak geladen. Ruim gezeten gaan we op weg over een dansend onverhard pad. We rijden door prachtig heuvelachtig landschap. Heel veel bos maar langs de weg veelal met rijst bebouwd wat nu geoogst wordt. Het is een niet modern gecultiveerd landschap. We stoppen een aantal maal bij een Akha-dorp. In Laos worden ze ook wel Ikho genoemd. Ze zijn minder grof gebouwd en wat groter dan de Akha in noord Thailand. Als we stoppen worden we meteen gespot door de vele kinderen die vooruit lopen het dorp in met de mededeling dat er buitenlanders aankomen. De dorpen liggen idyllisch op de hellingen en minder idyllisch langs het asfalt. In vele boekjes over Laos staat dat het hét land is van de minst geasfalteerde wegen. Dat is, denk ik wel achterhaald. De meeste wegen waar wij over hebben gereden en dat zijn hoofdzakelijk wel de hoofdwegen, zijn verhard. Lijkt comfortabel, maar er is weinig tot geen onderhoud dus er zijn vele gaten. De dorpjes zijn wel origineel zoals de bevolking al jaar en dag leeft. De hutten staan op palen zodat er geen slechte geesten kunnen binnentreden. Er lopen veel honden, goed verzorgt, want hier kan je de hond in de pot treffen. Vooral zwarte zijn in trek, want zij geven warmte. Het zijn gastvrije mensen hoewel ze enige afstand nemen. Soms mag je ook geen foto van ze nemen. Vooral de vrouwen hebben daar wat op tegen. Maar het kan ook anders. In één dorp zet oma alle jongens op een rijtje om netjes op de foto te komen. Het lijkt wel een elftal. Het zijn er een heleboel en ze hebben allemaal hetzelfde t shirt aan. De huizen staan kris kras door elkaar en een pad is daarom heen gelegd. We zien ook het sex-huis. Deze is er om het uit te proberen voor de man en vrouw die willen gaan trouwen, maar dat het dan ook op dat gebied moet accorderen. Doet het dat niet dan gaat de afspraak gewoon niet door. In dit gebied wonen vooral de Akha, maar in het gehele noorden van Laos wonen vele bergstammen die voornamelijk weer uit China komen. De Hmong is wel de bekendste in Laos mede door hun verzet tegen de regering en vermeende hulp aan de USA tijdens de oorlog in Vietnam en de tijd daarna. Het is wel zo dat vooral de Hmong hier veel in de handel zitten. Vele van hen hebben in Amerika gestudeerd en goed geld gemaakt zodat ze een leven kunnen opzetten in Laos en zo ook de economie daar kunnen opvijzelen. Maar deze Hmong wonen vooral in de steden. Die welke wij tegen komen wonen gewoon in houten hutten. Deze staan in tegenstelling tot de Akha niet op palen, maar gewoon op de grond. Er is maar één opening in het redelijke grote gebouw, want men woont er met de gehele familie, en dat is de deur met in de deuropening een grote plank, zie het als een soort vloedplank. Door de plank kunnen de boze geesten niet in het huis komen. Bovendien hangt boven de deuropening een heilig totem waarvoor menige duivel angst heeft. Vroeg in de middag rond een uur of twee komen we aan in Muang Singh. Een groot dorp slechts 18 kilometer van de grens met China. In dit dorp zien we veel Black Thai. De vrouwen hebben een elegante bouw en een charmante manier van praten. Op hun hoofden dragen ze prachtige doeken. Ze zijn met felle kleuren in vierkante motieven geborduurd. De doek of sjaal is zo’n 50 cm. breed en zeker een meter lang. Het moet dan ook op een heel ingenieuze manier op het hoofd worden gedrapeerd om als hoofddeksel te dienen. Een klein hulpmiddel is het knotje haar op het voorhoofd waarin ook een munt zit. Daar aangekomen gaan we eerst geld wisselen. Zoals het een goed Aziaat betaamt is het papier werk enorm om de kluis te doen openen en er miljoenen uit te halen. We wisselen ongeveer 60 dollar pp. En we redden het daar de hele tocht door Laos mee. En we doen heus niet zuinig. We zijn aan eten toe. Er zijn heel wat restaurantjes, want hier komen veel toeristen. We zitten langs de weg en zien van alles voorbij komen. Aparte tractoren met aanhangers. Je krijgt eerst een motortje te zien op één wiel en een meter of zo daarachter komt het zitgedeelte van de tractor. Heel Chinees. Eén maal zien we op de aanhanger of laadbak een monnik op de fiets. Twee keer kijken voor je je ogen gelooft. Echt rustig eten doen we niet, want er lopen constant vrouwtjes langs die wat willen verkopen. Wij gaan wandelen door het dorp naar de tempel. Heel simpel en weinig onderhouden. In Laos is het Boeddhisme geen levendige godsdienst meer. De muren van de tempel zijn beschilderd met afbeeldingen van het leven van Boeddha in de meest schreeuwende kleuren. In het midden van de tempelzaaal staat een enorm goudgekleurde Boeddha summier gekleed in een doekje. Het is allemaal erg naïef gemaakt wat absoluut zijn charme heeft. Voor mooie tempels moet je niet hier zijn. Er wonen erg jonge monnikjes en we hebben hun toestemming gekregen om de tempel te bezoeken, want hij stond wel achter een ijzeren hek. We lopen verder een klein wijkje in gelegen tussen veel groen. Iedereen zegt vriendelijk gedag. Uit de wijk lopende komen we op een breed pad waar het heel druk is. De school is net uit. Sommige van de kinderen liggen dubbel van de lach als ze ons zien. We gunnen ze dat pleziertje. We hebben weer een klein bungalowtje als slaapkamer maar nu luxer dan de vorige nacht. Alles is betegeld in artistiek gekleurde motieven zodat alles hetzelfde lijkt. Ook de veranda en de trappetjes en Edward stoot zijn teen zo hard over zo’n trappetje dat hij gebroken is. Erg pijnlijk, maar gelukkig niet iets om je zorgen over te maken. Rond een uur of vier is het weer Lao time volgens Jan die een goede gewoonte ervan heeft gemaakt het plaatselijke bier op gezette tijden te nuttigen en wij doen gezellig mee. Het is ook best lekker bier. Ik kan het niet nalaten om zo’n sjaalmuts van de Black Thai te kopen. De dames doen een paar keer voor hoe je hem netjes om je hoofd krijgt zodat het blijft zitten en je de motieven goed ziet. Wat ons ook is opgevallen zijn de vele kalkoenen. Vooral Edward is erg onder de indruk en zij zijn op hun beurt zeer gecharmeerd van hem. Er zijn vele gesprekken waarbij de kalkoenen zich van hun mooiste kant laten zien en zich groter en mooier maken. Ze laten hun veren trillen en komen zo al ruisend op hem af.

27-10-2005.
Ook hier beginnen de hanen om 12 uur ’s nachts, dus echt lekker geslapen. Even voor zeven uur en voor het ontbijt zijn we op weg naar de markt. Muang Singh is een grenshandels plaats waar dus veel verhandelt wordt. Het dorp heeft één hoofdweg en deze is geasfalteerd. De rest is van rode aangestampte aarde, indien nat, modder. Het laatste is het geval. Het is een overdekte markt waar de mensen van heinde en ver komen. Het begint al om vier uur in de ochtend. (Vandaar dat de hanen hier al zo vroeg moeten beginnen.) Er is niets heerlijkers dan over een markt struinen, zeker in Azië en vooral één waar veel bergstammen komen. Heel kleurrijk. Wat me hier opvalt is dat er rund wordt gegeten. Meestal eten ze die niet, want het beest werkt voor je en daar heb je respect voor. Bij aanvang van de markt hangen de poten met een sisal touwtje nog in zijn geheel aan het plafond en een paar uur later is alleen de hoef nog over die zielig in de wind bungelt. Er wordt ook veel Lao Lao verkocht, een rijsten jenever. In kleine flesjes maar ook in jerrycans. Het is allemaal eigen gestookte jajem. Na een verlaat ontbijt rijden we eerst naar de grens van China. Niet echt indrukwekkend. Er staan twee douanehuizen. Het huis van de Chinezen is van steen opgebouwd en die van de Laotianen van hout. Er is vooral vrachtverkeer die hier moeten in en uitklaren. Een simpel hefboompje markeert de grensovergang, maar dan moet er nog 10 km. gereden worden om in het eigenlijke China terecht te komen. We bezoeken weer een Akha dorp waar meer toeristen komen, want kinderen dragen nu baby’s op de rug en bedelen om geld. Dit is de eerste keer dat we dit meemaken. Bij de Yao houden ze de fototoestellen goed in de gaten. Ze vragen geen geld, maar gaan niet graag op de foto als je geen praatje maakt of iets koopt. Het is een kleurrijk en ook een bergvolk die oorspronkelijk uit China komt. De dames dragen grote hoofddeksels en ze hebben een rood bontje als kraag. Deze is gemaakt van rode wol. Ook hier wordt weer veel geborduurd. In Nederland zetten wij het borduurkruisje aan de voorzijde van de lap, hun aan de achterzijde. Erg moeilijk lijkt me. Het stramien is heel fijntjes dus je kunt je voorstellen hoe klein de kruisjes zijn. Wij nemen de tijd om een praatje te maken en zitten al gauw op een erf van een wat oudere dame die graag haar werkjes en werken laat zien. De draagdoek om de baby’s op de rug te houden is verschrikkelijk mooi. Wij kopen wat kleine dingetjes speciaal voor de toerist gemaakt van verschillende mensen en zo supporten we het dorp. Voor aan ander huis is het een drukte van belang. Het is het café waar heel wat mannen zich vermaken. Ook is er een eethuis in het dorp waar Thong iets gaat eten terwijl wij verder wandelen. Als we voorbij een huisje komen worden we opgeschrikt door een schreeuw en er komt een mannetje tevoorschijn die om een sigaret bedelt. Hij is verstandelijk gehandicapt. Hij mag dus wel in het dorp blijven, maar doet niet echt mee in het dorps leven. We bezoeken heel wat dorpjes die her en der verstopt liggen in de zeer bosachtige omgeving en hoge heuvels. Het ruikt er af en toe heerlijk naar bloemen. De huizen op palen hebben om de palen heen een plank of golfplaat zodat er geen ongedierte omhoog kan kruipen. Heel inventief zijn de vele lege plastic flessen bij de hals bijeengebonden rondom de palen. We zien op vele manieren de palen zo versiert. Een andere stam waar we kennis meemaken zijn de Lanthen. Zeer verlegen en rustige mensen. We worden bij een gezin uitgenodigd om in hun huis te kijken. Het is een grote ruimte met langs één van de zijkanten de afgeschermde slaapkamers, een kleine zitplaatsje, in het midden niets en aan de andere zijkant de keuken met een potje op het vuur en opslagplaats. Hun huizen zijn ook van hout gemaakt en de daken van riet of zo, hangen laag over de muren. Ze staan niet op palen behalve kleine hutjes waar rijst ed. in bewaart worden. We zijn al vroeg in de middag in ons hotel in Luang Nam Tha. Daar is op de eerste verdieping een groot balkon waar we de hele middag hebben gezeten met een biertje. Lao time duurde de hele middag. We hadden uitzicht op een stoffige weg met aan de overkant wat huizen. Er gebeurde daar heel wat en er kwam van alles langs rijden en lopen. Zij en wij hadden heel wat bekijks. We hebben ’s avonds heerlijk gegeten in het centrum van het stadje.

28-10-2005.
We vertrekken om negen uur. Lekker alles op het gemakje. Het ultieme vakantie gevoel. We gaan eerst twee cassettebandjes kopen met Lao traantrekkende muziek voor de afwisseling. Wij houden er wel van en de chauffeur en Thong ook, dus er is veel muziek gedraaid tijdens het rijden. Nog meer vakantie gevoel. We bezoeken weer een dorp van de Lanthen. Je raakt niet uitgekeken. Het dorp wordt pardoes door midden gesneden door een nieuwe weg. Protesteren hier tegen komt niet eens in de mensen op. De weg wordt opgebouwd met kleine stenen die met een kleine bik van grote stenen worden gehouwen. Tussen de kleinere stenen komt dan zand om de weg te egaliseren. In grotere dorpen is alleen de hoofdweg geasfalteerd. We worden weer vriendelijk ontvangen. De Lanthen zijn lange ranke mensen waarvan de vrouwen als schoonheidssymbool vanaf de pubertijd hun wenkbrauwen scheren. Ze weven en verven hun eigen kleding. Op de diepblauwe tot zwart geverfde lange jas/jurken is bijna geen versiering. Alleen bij de kraag. Het haar zit op een knotje met daardoorheen een lange dikke naald om het bijeen te houden. Aan één uiteinde van de naald zit een grote zilveren munt met daaraan kleine zilveren muntjes. Die wordt aan de voorkant van de knot gedragen. De muntjes zijn Frans van voor de tweede wereldoorlog. Er is een klein baby’tje van 10 dagen oud. De moeder is tijdens de bevalling gestorven en een nichtje van de familie heeft de zorg van het kleine meisje overgenomen. Er moest dus melk gekocht worden, want borstvoeding was niet voorradig in het dorp. We doneren voor enkele weken melkgeld. De kinderen, vooral jonge meisjes hebben de grootste lol met mijn mannen en ze lopen ze overal achterna. Ze gaan graag op de foto en poseren als echte fotomodellen. De middagsoep gebruiken we in een donker lokaaltje in een dorp waar drie grote wegen lopen naar belangrijke plaatsen. Het zijn vooral chauffeurs die hier komen. Op de splitsing van de drie wegen zitten enkele chauffeurs onder een parasol te eten, drinken en te babbelen. Die vertrekken vandaag niet meer. De noedelsoep is lekker, maar het bestek is minder. De eetstokjes zien er nogal afgekloven uit en we laten die maar staan en gebruiken een lepel die we goed desinfecteren. Het hoort allemaal bij de sfeer van dit land en we genieten ervan. In de middag bezoeken we de Khamu. Dit is de meest oorspronkelijke bevolking van Laos. Hun huizen staan ook op palen. Ook hier veel kinderen. Zij zijn de enige die aandacht aan ons besteden. De ouderen doen net of we er niet zijn. Er is ook geen bepaald kleding kenmerk. In het dorp staan dikke bamboe staven van ong. 1 meter hoog naast elkaar met een grote steen erop. Zo staan ze twee maanden met cassave erin. Dan kan het feestmaal beginnen, want de wormen die zich erin bevinden hebben dan de goede grote en dikte. Er worden ook veel kalebassen gebruikt voor allerlei doeleinden. Het is er vies en stoffig. Maar de omgeving waar al deze dorpen in staan is verschrikkelijk mooi. Alles is heel groen en de dorpjes liggen tegen de heuvel in het groen verstopt. Er lopen ook veel beekjes met helder water waar langs mooie aangelegde moestuintjes. Het hotel ligt wat afgelegen van het dorp Muang Xai (Udom Xai), maar is rondom een klein parkje of grote tuin gebouwd. In de tuin staan betonnen betegelde bankjes rondom een betonnen betegelde tafel en daarboven een afdakje. We nemen daar een kopje eigen gemaakte koffie en Thong en de chauffeur willen onze drinkbouillon wel eens proberen. We blijven maar hangen in de tuin, want het begint onbedaarlijk te regenen. Dus na de koffie is het meteen Lao time. In één of ander zijstraatje van het dorp is een, onder de bevolking beroemd lokaal waar de beste maaltijden worden geserveerd. Er kwamen heel wat zakenlui eten op de avond dat wij er waren. Het werd er best gezellig en het eten was er zeer goed.

29-10-2005.
Vandaag vertrekken we om 8 uur en rijden vooral op verharde wegen, maar nog steeds door groene beboste heuvels. En ook hier veel verborgen dorpjes waar nu voornamelijk de Hmong wonen. We bezoeken een aantal van deze negorijen om te zien hoe hun hun leven leiden. Het eerste wat opvalt zijn de kleine kittige paarden die ze houden. En natuurlijk ontelbare varkentjes, honden, katten kippen en geiten met hun kroost. Dat is niet veel anders dan in de vele andere dorpen die we hebben gezien. Het verlevendigt het aanzien nog meer. Ook hier veel handwerk wat onze bewondering blijft behouden. Elk volk op zijn eigen manier en motieven wat je in hun kleding weer terug vindt. De mensen zijn vriendelijk verlegen en de kinderen lekker brutaal en willen graag op de foto. We zien nu ook veel mannen met een geweer lopen met een hele lange loop. Eénmaal zien we het resultaat van de jacht. De man rijdt op zijn fiets door het dorp heen en weer om zijn vangst, een soort hermelijn, te verkopen. Aan drie lange stokken hangt een dode zwart gevederde kip te wachten tot zij gekocht wordt. Aan een horizontale gehangen lat hangen drie kleine plastic zakjes met wat aarde erin. Thong vertelt dat dat een kweekbaak is waar de zaden kunnen ontkiemen zonder door varkens opgegeten te worden of in de aarde omgewoeld. Opa komt eens kijken waarom de kinderen zo druk zijn en geeft ons een hand ook zijn vrouw wordt erbij gehaald. Ze dwingen respect af door hun manier van leven en zo oud te worden. Het is een vrolijk volkje hier wat graag bij elkaar zit te keuvelen. Ze zwaaien als we voorbij komen en zijn van harte welkom om een kijkje te komen nemen. Het doet geen inbreuk op hun bestaan. Na de lunch gooien we het over een andere boeg. We gaan weer varen. We varen in een sampam. Een lange smalle boot met afdak. We zitten op kleine peuterstoeltjes en genieten van de omgeving. We varen over de rivier de Ou. Er zitten/liggen nog twee dames in de boot die naar het zelfde dorp, Hatmaht, moeten samen met twee hanen. Deze merken we pas op als we het dorp naderen en zij zich op richten en beginnen te kukelen. Hilariteit natuurlijk en vooral voor Edward nogal schokkend die ondertussen een hekel aan deze pracht beesten begint te krijgen. Hij kan er het slechts van ons van slapen. Na een vier uur durende tocht die veel korter lijkt, omdat het zo mooi is komen we aan. Eerst moet er een zeer steil aarden talud overwonnen worden, maar dan zijn we in het dorp waar we zullen overnachten bij een familie. De meeste huizen staan op palen, maar ook enkele niet. Wij slapen in een huis van een hoofdman. We worden hartelijk welkom geheten door de familie. Het huis heeft een platje waar we op kleine blauwe plastic stoeltjes worden gepland. Te kijk voor het hele dorp. Nu doen wij of dit de gewoonste zaak van de wereld is en gaan koffie zetten. Thong neemt een bouillonnetje, want daar is hij verkikkerd op. Alle kinderen van het dorp zijn uitgelopen om dit fenomeen te bekijken wat eerst in stilte gebeurt. Als ik ansichtkaarten laat zien van Holland komen ze schuchter naderbij. Langzaam breekt het ijs en worden ze vrijer. Een jochie komt aan op zijn fiets en ik mag een rondje om het zanderige pleintje voor het huis. Edward maakt van een stukje papier een vliegtuigje die hij in de groep gooit. Elke keer als dit vliegtuigje terug komt is hij gemodificeerd door één van de jongens. En Jan laat zijn foto’s zien die hij net van hun heeft gemaakt. De meisjes blijven verlegen naar ons staren totdat er een klein kindje met moeder langs komt die sandaaltjes aan heeft waar elke keer als hij zijn hieltje op de grond zet een piep geluidje uit komt. Edward doet dit na en roept pietpoet, pietpoet en dan kunnen ook de meisjes het niet meer houden en beginnen te giechelen. Ondertussen bereidt Thong ons diner. Ondanks aandringen mag ik niet meehelpen maar wel even een kijkje nemen in de keuken. De maaltijd wordt bereidt op één kookvuurtje. Dat is dus uitkienen waar je mee begint en eindigt. Thong is er in geslaagd een uitstekende maaltijd te maken met Chinese kool, bloemkool met varkensvlees, gebakken varkensvlees en sterrenkers soep en als toetje koffie. Ons hotelhuis staat niet op palen en heeft een grote brede ruimte die dient als zit-, tv.- en ontvangkamer. Het is ook de enige ruimte met elektriciteit dus ook de koelkast staat hier. Achter de ruimte, afgesloten met een deur is de keuken annex schuur. De wc is buiten en naast de regenton kun je je opfrissen. Het huis heeft ook een boven waar de familie slaapt. Wij slapen beneden. Er worden 4 matrassen neergelegd waarom heen muskietnetten worden geknoopt. Een kleurige deken met een kussen met kant completeert de slaapplek. Dat gaat wat worden met 3 snurkende mannen om me heen. Maar zij houden me die nacht niet wakker. Het is de regen die met bakken uit de hemel dondert. Hoewel ik toch nog redelijk heb geslapen als ik de mannen zo hoor die weer last hebben gehad van de hanen. De temperatuur is de afgelopen dagen ook aangenaam.

30-10-2005.
Als we op staan regent het nog en we maken ondanks de regen toch een wandeling door het dorp. Deze wordt altijd aan de oostzijde van de oever gebouwd en geflankeerd op het noordelijkste puntje door de tempel en in het westen de begraafplaats. We lopen door de modder en de mensen kijken ons verbaast aan: wie gaat er nou wandelen in de regen. Daarbij zien we er grotesk uit met onze regencapes die ons nog enormer maken dan we al zijn in hun ogen. De Thai Lu, zoals deze stam heet, leeft vooral van de visvangst. Ze hebben allerlei in verschillende vormen gevlochten mandjes om de vis in te bewaren. Ook de vis fuiken hebben diverse afmetingen en vormen. Tijdens het ontbijt blijft het regenen en we denken aan het steile talud die we nu moeten afdalen. Dat gaat Piet niet redden. Geen probleem. Thong belt een taxi die vanuit Luang Prabang moet komen maar die Piet daar ook heen brengt en we zien Piet weer uren later tijdens een tussenstop in het dorpje Xien Hai. Piet beleeft zijn eigen avontuurtje. Vooral ook om het dorp uit te komen. De taxi, een kleine pick-up stopt voor het familiehuis en heeft er niet aan gedacht dat hij daar ook weer vandaan moet door de modder en een kleine helling op naar de weg. Hij glijdt telkens terug. De chauffeur kijkt naar de omvang van Piet en Piet moet van plek verhuizen. En dan nog lukt het niet. De kinderen van het dorp worden erbij geroepen en zij moeten in de laadbak plaatsnemen. En dan vindt er een staaltje van samenwerking plaats. Heel ritmisch springen de kinderen tegelijk op en geeft de chauffeur gas en zo hoppen ze de weg op. Wij maken dat niet mee, want wij moeten eerder vertrekken. En dat heeft ook voeten in de aarde of was dat maar waar. Door de regen is het talud inderdaad spekglad geworden. Het duurt enige tijd, gemopper,gelach en gehannes voor we beneden zijn en in de sampam kunnen stappen. We varen weer door een groene omgeving. Je ziet veel witte ibissen die wij al gauw het Ou vogeltje noemen. En elke witte vogel is vanaf nu zulks genaamd. Op het punt waar de Mekong en de Ou elkaar kruisen zijn de Pac Ou grotten. Wij leggen ook aan om dit heiligdom te bezichtigen. Het eerste wat je ziet als je de trap bent opgeklommen is een plateau met enkele Boeddha’s. Daar achter ligt de grot met heel veel Boeddha’s. De beeldjes zien er primitief en kinderlijk uit. Terwijl wij daar rondkijken komt er een boot aan met monniken. Heel bijzonder, vond Thong ook. Het is een leraar met zijn discipelen. We gaan stil zitten om te kijken wat zij allemaal gaan doen. De monniken zijn dan gewoon toeristen die de grot komen bekijken, maar bidden bij de belangrijkste beelden. Oppermonnik met twee helpers gaan devoot op de knieën en bidden hun gebed waarna ze opstaan en hun kleed weer opnieuw gedrapeerd moet worden. En dat is ingewikkeld hoor! Ze draaien en schudden het oranje kleed tot het strak om het lijf zit. Eigenlijk wel sexy. Er is dus ook nog een soort van mode in het dragen van de oranje jurken. De tweede grot ligt enkele trappen hoger. Een hele klim om in een donker gat terecht te komen. Onze zaklantaarns komen tevoorschijn om enig licht te werpen op de vele beeldjes die zich dieper in de grot bevinden. Al met al heel interessant. Samen met Thong offer ik wat en mag dan met de stokjes gooien die in een koker zitten. Je moet ze dan zodanig schudden dat er één stokje uitvalt. Op dat stokje staat een nummer wat correspondeert met een aantal briefjes die in een bak liggen. Op mijn stokje staat nummer 23 en op het bijbehorende briefje: dat ik alles heb, dat ik toekomst heb en dat het geld wat ik verloren ben weer terug zal komen en dat ik in mijn werk succesvol zal zijn, omdat oudere mensen en mijn baas mij zullen supporten. We varen verder tot het beruchte dorp waar de nationale drank der Laotianen wordt gebrouwen. De Lao Lao. Daar zien we Piet weer en wandelen het dorp door. Het is heel toeristisch en het riekt er sterk naar alcohol. Niet gek natuurlijk, want het staat in vele aarden potten die als vorm te vergelijken zijn met Keulse potten, maar nu in het bruin gekleurd. In drums gaat de gegiste rijst. Van plakrijst wordt wijn gebrouwen en van gewone rijst het sterkere spul. Na tien dagen fermenteren gaat het de drums in die op een vuur staan. Alles wordt gelengd met water gewoon uit de Mekong. Langzaam komt de alcohol eruit gedrupt vanonder de drum en valt in de kruiken. Wij mogen de warme en de koude variant proeven. De koude vinden we lekkerder, maar beide branden de stofwisselingswegen weer schoon. Er staat een verwaarloost tempeltje met naast het beeld van Boeddha ook een beeld van een heremiet ervoor. Elk land heeft zijn eigen geloofsverhalen met beelden erbij die bij een tempel mogen staan. De beelden staan overigens op een pleintje voor de tempel, de tempel zelf is dicht. We gaan weer verder. Piet in zijn pick-up en wij moeten eerst nog wat verder glibberen door de modder voor we kunnen varen met de boot richting Luang Prabang. Onze grote bagage is ons voorgegaan naar het hotel. Het hotel is van een weldadige luxe niet ver van het centrum en net buiten de drukte ervan. We frissen ons op en gaan de straat op om ergens te kunnen gaan eten en dat is al gauw gevonden. Daarna brengen we onze was weg. Thong had een wasserette aangewezen dichtbij het hotel waar ook zijn moeder werkte. Voor 8000 kip per kilo is de was morgen schoon en gestreken. 10.000 kip is €0,75. Als we iets zien wat heel goedkoop is zeggen we dat het een kuiken is. Is iets heel duur dan hebben we een prijskip of een vetgemeste. Als de was is gewogen en geregistreerd gaan we het centrum in van Luang Prabang. We slenteren langs de winkeltjes en vele restaurantjes. Aan het menu kun je zien dat deze stad een toeristische attractie is. Laotime wordt vandaag niet overgeslagen en we zitten lang op een terras. De avondmarkt begint om 17.00 uur en is gezellig. Wel worden er veel dezelfde dingen verkocht. Het is wel wennen al die drukte van mensen en verkeer om ons heen. Wat maken mensen toch een herrie. Gelukkig ligt het hotel in een rustige buurt en de mannen verheugen zich op een goede nachtrust.

31-10-2005.
De nachtrust is van korte duur. Het hotel ligt naast een tempel waar om 4 uur precies een enorme trom wordt geslagen gedurende zeker een kwartier. Ook ik schrik hier wakker van. Onze kamer ligt er precies naast. Vandaag staan de tempels en het museum op het programma. Eerst een heerlijk ontbijt in de tuin van het hotel en rond negenen komt Thong ons ophalen. We gaan naar het oude koninklijk paleis waar de laatste Koning van Laos heeft gewoond en wat nu een museum is. We moeten onze schoenen uit doen en in houten hokjes plaatsen alvorens we het gebouw mogen betreden. Er is een zeer heilige Boeddha in gehuisvest en we gaan daar eerst heen om een klein offer in de vorm van afrikaantjes (oranje bloemetjes) te leggen en een gedachte te zenden aan de mensen die je lief zijn of het verdienen. Dan gaan we langs de schilderijen, huisraad, foto’s, buitenlandse giften, kleding, het wapenarsenaal en kamers van de oude vorsten. Thong verteld gewoon zijn verhaal, maar lardeert ze met grapjes en sappige verhalen. Zoals bij het schilderij wat het dagelijks leven laat zien van de hoge, midden en lage Laotianen. Een schilderij wat een grote muur bedekt en waar heel wat op te zien is. Het leven begint bij zijn oorsprong en dat is in dit geval een grote kalebas waaruit de Laotiaan is geboren. Ook het avondleven wordt getoond. Men leeft, ook op het schilderij in huizen op palen die van houten planken zijn gemaakt. Men slaapt er ook en als jong meisje met lang haar kan je haar tussen de planken komen en naar beneden hangen. En zo’n jong meisje leefde in het geschilderde dorp. Ze was enigst kind en erg mooi en kon maar niet kiezen met wie ze wilde trouwen. Zij werd altijd door de jongens geplaagd die aan heur haar trokken. Zij kreeg de raad van haar vader die zei dat ze een man moest trouwen met veel eelt op zijn handen, want dat was dan iemand die hard werkte. Als zo’n knul dan aan je haar trekt moet je snel zijn hand pakken en voelen of er eelt op zit. Een luie vieze al wat oudere man die onder een boom vlak bij het huis lag hoorde deze wijze raad. Hij deed plakrijst op zijn handen en trok aan het haar terwijl ze ligt te slapen en het haar tussen de planken valt. Het meisje pakte snel de hand en voelde: “Ja”, roept ze naar haar ouders. “Ik heb de goede man gevonden.” En dat het verhaal waar is laat Thong zien op het schilderij. Daar staat een man in het donker onder een boom. Zijn kleding is een beetje vreemd geschilderd waardoor het lijkt dat zijn piemel ertussen uit steekt. En Thong had er nog één. Waarom hebben monniken altijd een waaier bij zich als er een ceremonie plaats vindt? Als er dan zo’n lange zit plaats vindt zijn en er ook vrouwen bij. Deze zijn minder geïnteresseerd in de ellenlange recitals en vallen in slaap. Het lichaam ontspant zich dan en de benen vallen iets uit elkaar. En dat is nou juist wat de kuise monniken niet mogen zien en doen gauw de waaier voor het gezicht. Jan houdt absoluut niet van het bezoeken van musea, maar het was nu wel erg leuk. Wij werden er ook melig van en toen we bij het wapenarsenaal van zwaarden en hun prachtig versierde schedes kwamen laat het zich raden waar we het over hadden. We bezoeken enkele tempels waar Luang Prabang om beroemd is. Vele zijn gesloten. De beleving van het geloof is langzaam aan het terugkomen nadat het jarenlang verboden is geweest. Men heeft er zelfs geleerde monniken vanuit Thailand en Birma voor uitgenodigd, omdat veel wijsheid hierover verloren is gegaan. De buitenkant van de tempels is wel heel erg mooi en zijn typisch Laotiaans. De mozaïek op de buiten muren zijn fijntjes, soms kleurrijk, maar getuigt van een kinderlijk geloof. De Boeddhagezichten hebben datzelfde. De neuzen zijn wat breder en de oren soms puntig. Het heeft zo zijn eigen charme. Achter een tempel horen we een hoop lawaai en gaan daar op af. Jonge monniken staan onder een kokosboom. Eén zit hoog boven in de boom en twee staan er onder met een oranje pij in hun handen. Zij proberen de naar beneden komende kokosnoot daarin te vangen en daar is veel jolijt om. De kokosnoten worden meteen soldaat gemaakt. Een flinke monnik klieft de noot met een enorme klewang in ene keer door midden. Soms gaat alleen het kapje eraf en mag een jong monnikje er met een rietje uitdrinken. Heel aandoenlijk. Ook worden er lepels bij gehaald om het vruchtvlees te verorberen. Wij gaan er eens rustig voor zitten. Thong heeft ook geen haast. Wat dat betreft is hij een goede gids. Hij neemt overal de tijd voor en weet veel. Zorgt op de achtergrond, maar klets ook lekker weg met ons. Het is de laatste dag met hem en na de gezamenlijke lunch gaan we samen met hem nog wat cd’s kopen met Lao muziek en om half drie nemen we node afscheid van hem. Tijdens de lunch laat hij ons nog verschillende waren proeven die de specialiteit zijn van deze plaats. Het is harde wier met sesamzaad er op, kanap genaamd en buffelhuidpasta. Errug lekker. We winkelen nog wat. Piet heeft genoeg gelopen en gaat niet mee. Er worden veel Chinese snuisterijen verkocht hebben we gemerkt. Prachtige opiumpijpen en wierookbranders. Dat laatste kopen wij, een mooie opengewerkte van zeepsteen. Langzaam slenteren we door de drukke straten en stille steegjes. Luang Prabang is gezellig en mooi. Wanneer we langs een school komen wordt er buiten op hippe muziek gedanst op het schoolplein door alle leerlingen, aangevoerd door de leerkrachten. De leerkrachten zijn gemotiveerd aan het armzwaaien, voetje verzetten en om de as draaien, de leerlingen iets minder gemotiveerd, want ze willen naar huis en hebben geen behoefte aan deze gymnastiek in de openlucht waar je niet eens op je eigen manier mag dansen. Als we terug komen in het hotel is er en ceremonie bezig in de naastbij gelegen tempel. We gaan uiteraard kijken. Harde muziek klinkt er over het hele complex. Het komt vanuit een cassetterecorder en is een trieste melodie. In de tempel staat op een verhoging een witte doodskist met gouden ornamenten. Erom heen veel bloemen, fruit en de treurende familie. Men is blij ons te zien en nodigt ons uit mee te treuren. Uit eerbied voor de levende doen we dat. En daarna is het gewoon weer Laotime in de tuin van het hotel. We besluiten in het hotel te blijven, want de keuken is hier beroemd. De menukaart wordt ons goed uitgelegd door de eigenaresse die verschillende talen uitstekend spreekt. Door haar toedoen eten we voortreffelijk.

01-11-2005.
Vandaag hebben we een lange reisdag. We gaan van Luang Prabang naar Phonsavan de nieuwe hoofdstad van de provincie Xieng Khouang. Dit ligt in het noordoosten van Laos en zou eigenlijk heel bekend of berucht moeten zijn in de wereld. Het is het meest gebombardeerde gedeelte van Azië tijdens de Viet Nam oorlog. Alles wat aan bommen niet gevallen was op de vijand werd geloosd op dit gebied. Waarvoor dank aan de Amerikanen die weigeren nog steeds de verantwoording er voor te nemen. Vooral Duitsers zijn bezig de vele bommen die niet zijn ontploft te ontmantelen. Dagelijks vallen er nog slachtoffers. In het begin van de rit rijden we door hoge heuvels en niet geëgaliseerde weg met hele scherpe bochten. Misselijkmakend. Er zijn prachtige panorama’s die veel vergoelijken. De chauffeur stopt twee maal zodat we de benen kunnen strekken, een kopje koffie kunnen nemen en lunchen. Als er een auto panne heeft wordt dat aangegeven met takken en bladeren op de weg. Net zo efficiënt als bij ons de driehoek. Tegen het eind van de rit verandert het landschap. We zitten hoog maar het is minder heuvelachtiger geworden. Het is nu meer te vergelijken met Zuid Limburg. De heuvels zijn kaal en er zal nooit meer iets op groeien door de Agent Orange gif die hier is gedropt. We komen afgereisd aan. We slapen weer in houten hutjes, hier bungalowtjes genoemd. Ze zien er primitief uit en zijn niet groot, maar er is stromend water en met een beetje geluk ook nog warm, maar dat lag er net aan in welk hutje je zat. Jan had zelfs de ratten er door heen lopen en mocht van bungalow veranderen. Toch is het prima toeven hier. Het zitje/terras of restaurant is 1 en kijkt uit op een groot geasfalteerd plein.We gaan er lekker zitten met een Lao beer. We krijgen sateetjes met patat en keuvelen gezellig met de eigenaar die prominent aanwezig is en Khong heet en een Zwitserse knul, Michael, van 22 die een wereldreis aan het maken is en al driekwart jaar onderweg is en de boys die constant rond het guesthouse hangen en hand en spant diensten doen. Zij zorgen er eigenlijk voor dat ieder zijn natje en zijn droogje heeft al moet je er een eind voor rijden met brommerd of fiets. We blijven hangen en verplaatsen ons alleen om naar een andere tafel te gaan om te eten, een BBQ en daarna weer naar de tafel waar we verder gaan met het bier. Edward heeft de cd’s opgezet die we in Luang hebben gekocht en er wordt veel gedanst en gezongen. De mop over de Viet Namese vrouw slaat in als een bom hoewel dit niet een juiste woordspeling is in deze omgeving.

02-11-2005.
Voor we gaan rond toeren in de omgeving zien we een film die over de vergeten oorlog gaat en hoe er nu mee wordt om gegaan om zo snel en veilig mogelijk van de resterende bommen af te komen. Daarna gaan we naar de kale heuvels waar je de enorme kraters kunt zien. We lopen in een “veilig gebied”. Dat wil zeggen dat hier alles nauwkeurig is onder zocht op bommen. Het beetje gras wat er groeit heeft een aparte paarse kleur. Overal zie je klein gaatjes waar de boeren uit de omgeving met een metaaldetector naar metaal hebben lopen zoeken. Ze krijgen 16.000 kip voor een kilo oud ijzer. De gids verteld zeer uitgebreid over het gebied en de oorlog. Van jaartal naar jaartal gaat de geschiedenis. En als je denkt nu hebben we het jaartal wel gehad zegt hij nadrukkelijk: but.. en dan komt er nog een historie. Het is wel interessant, maar zo langdradig. We worden iets afgeleid door de luid bellende koeien die hun nieuwsgierigheid niet kunnen bedwingen en langzaam onze kant op komen. In één krater zien we een klein bommetje wat op een golfballetje lijkt. Dat is het gevaarlijke van deze projectielen, want welk kind wil geen bal. Het zijn bommetjes die een zeker aantal keren om de as moeten draaien aleer ze afgaan. Bereiken ze de grond eerder dan het aantal dan gaat hij dus niet af. Als een kind het laat rollen begrijp je wel dat het dan fout gaat. Na de les rijden we, Michael is met ons mee, naar een Hmongdorp die van de hulzen van de bommen allerlei gebruiksvoorwerpen hebben gemaakt en goed aan het oud ijzer hebben verdient. Voordat je het dorp in kan moet je over het schoolplein waar het net speelkwartier is. Wat een belangstelling hebben we voor elkaar. Naast het huis van de burgermeester staan nog ettelijke hulzen die in moeilijke tijden ter gelden zullen worden gemaakt. We zien halve hulzen van ongeveer een meter die de rijstsilo overeind houden. Varkens krijgen hun voer in van die hulzen en uien of andere groenten worden erin gekweekt. Deze kweekbakken staan ook weer op hulzen zodat geen varken erbij kan. Van oud ijzer worden soeplepels, bestek, wokken, pannen en kommen gemaakt. We gebruiken de lunch in Ponsavan en de gids komt nu los en begint schuine moppen te vertellen en de rest van de dag hebben we heel veel gelachen met elkaar, want het was het startsein om eens lekker melig te worden. En dan gaan we naar de Vallei der Kruiken. Er zijn verschillende valleien met kruiken verspreid over een breed gebied. Wij gaan naar een site waar er vele en grote liggen. Het is één groot mysterie waarom en waarvoor deze kruiken hier liggen. Er bestaan daarom ook vele theorieën. Een Française denkt dat de as van de gecremeerde er in bewaard werd. Een tweede denkt dat de dode eerst in de pot werd gestopt om te bederven en daarna in de aarde naast de pot werd begraven. Dit na aanleiding dat er skeletten naast de kruiken zijn gevonden. Er zijn ook kleine aarden werken potten gevonden met houtskool erin. De locale bevolking denkt dat ze werden gebruikt als whiskyvat. De gids heeft zijn eigen theorie en denkt dat het pré pré Kmer is. In Laos is er een pré Kmer tempel, de Wat Phou. Deze tempel zou nog eerder zijn gebouwd dan het beroemde Angkor Wat in Cambodja. De gids denkt in ieder geval dat ze ouder zijn dan het Angkor Wat. Door oorlogen is een hoop niet afgemaakt of kapot. Het is wel heel indrukwekkend zoals deze enorme potten her en der verspreid liggen in het gras. Heel apart. Om je een idee te geven; zo’n kruik kan wel meer dan 1000 kilo wegen. Het wordt in 2006 of 2007 beschermd gebied gefinancierd door de UNESCO. Tegen Laotime zijn we weer terug bij het guesthouse en we worden uitgenodigd door de boys om te blijven eten. Normaliter worden er geen maaltijden verstrekt, maar wij zijn de uitzondering op de regel. Achter het terras is een aan de voorkant open gebouw waar het kantoor is en waar de boys slapen, tv kijken en muziek luisteren. Daar worden stenen potten gezet met hete houtskool. Daarop komen aluminium potten te staan. Ze lijken op puntmutsen met gaatjes erin. De rand onderlangs de puntmuts is opstaand en daar komt water in waar wij groenten en noedels in doen waardoor het langzaam een bouillon wordt. Bovenop de puntmuts komen stukjes vet spek waardoor de puntmuts langzaam wordt ingevet als het vet smelt. Daarop doen wij het vlees wat gauw klaar is door de hitte van het houtskool. Alles staat op de grond en wij zitten er op onze knieën om heen. Hun noemen het hotpot. Heel erg lekker. Het is een geweldige avond geworden.

03-11-2005.
De volgende ochtend vraagt Khong of wij de tickets hebben voor het vliegtuig naar Vientiane. Die hebben we niet, want wij dachten dat we die van hem zouden krijgen. Dat had dus in Luang moeten gebeuren. Oh jé, een probleem. Nee, zegt Khong geen probleem voor jullie, maar voor mij, Ik ga dit regelen en jullie gaan lekker de stad in. Ik zie jullie vanmiddag weer. Dat doen we dan maar. We slenteren de stad in. Stel je daar niet al te veel van voor. We lopen een eind en gaan een overdekte markt in waar aan de buitenkant huis, tuin en keuken attributen worden verkocht. Jan koopt hier en boerenzakmes met huls. Het is een enorm ding voor een zakmes, maar wel iets authentieks. Binnen op de begane grond worden administratie spullen verkocht, cd’s en dvd’s en kleding. We ontdekken zelfs blouses die uit Soho, Indonesië zijn geïmporteerd. Ik koop er een kleine sarong voor onze kleindochter die bijna drie wordt. Op de eerste etage wordt ook nog wel kleding verkocht maar het is speciale feest kleding voor de Hmong. De broeken, jurken en blouses zijn kleurrijk versiert met borduurwerk en kraaltjes. En verder wordt er veel goud verhandelt. Hier zijn ook veel authentieke sieraden en wapens te vinden van de verschillende bergstammen. Na de markt gaan Edward en Jan even het internetcafé in die we op de heenweg hadden gespot. Piet en ik gaan in het echte café ernaast een koffie drinken. Langzaam slenteren we terug, eten wat en gaan de versmarkt op. Het is één grote vuilnisbelt met dien verstande dat het er niet stinkt. Zelfs niet bij het vlees wat we ook anders kennen in Azië. Er is ook niet zoveel dood vlees. Het meeste zit netjes en strak verpakt in gevlochten manden. Varkentjes kunnen zo geen kant meer op en je ziet alleen hun snuitjes bewegen. Er zit een dame bij de groenten die, heel modern, naar een dvd zit te kijken met zo’n klein machientje. Iets wat je toch niet snel verwacht hier. Terug naar het guesthouse. In de ochtend waren ze op het geasfalteerde plein, wat vroeger het vliegveld is geweest, her en der gaatjes aan het boren. Toen we er weer kwamen stonden in de gaatjes ijzeren staven van twee meter hoog. Daar tussen waren lijnen gespannen en langs de rand van het plein vlakbij het guesthouse stonden een paar plastic stoeltjes. Michael, inmiddels ook wakker vroeg wat ze daar nu gingen doen. Wij hadden onze wenkbrauwen al hoog opgetrokken toen we deze stellage zagen en een theorie ontwikkeld. Ik nam Michael mee het plein op en vertel hem dood serieus dat hier vroeger een groot meer heeft gelegen met hele speciale vissen. Toen er zoveel vergif tijdens de oorlog vrij kwam hebben ze gauw een zoab dek over het meer gelegd ter bescherming. En, zoveel jaren later gaan ze kijken hoe de stand van de het water is en hoeveel vissen er nu in zitten. Hij kijkt me zeer bedondert aan. Ik had het verhaal te serieus vertelt en het verhaal kwam, hoe ongelofelijk het ook lijkt, geloofwaardig over. Maar wat was nu de eigenlijke reden? Op een gegeven moment komen er wat notabelen met schrijfblok en gaan plechtig op de stoeltjes zitten. Dan komt er een oude vrachtauto het plein op gereden en begint een parcours af te leggen over het plein tussen de staven en lijnen door. Er werden examens afgelegd. Het is Khong gelukt om ons op het vliegtuig te krijgen. De kaartjes worden opgestuurd vanuit Luang en omdat wij dan al weg zijn als deze kaartjes komen staat Khong garant voor ons. Heel galant opgelost. We gaan naar het vliegveld en Khong checkt in voor ons. Het is een nieuw gebouw, maar het gaat er middeleeuws aan toe. Op een grote waag die volgens mij al jaren niet geijkt is wordt onze bagage gewogen. We worden schattend bekeken en goed bevonden. We mogen doorlopen langs een poortje waarna we terecht komen in een soort, in twee delen gespleten, groot kippenhok. We kunnen gaan zitten op houten banken en kijken door het kippengaas wat er toch allemaal gebeurt op het vliegveld. Voor het gebouwtje was het druk, maar hier gebeurt helemaal niets. Op een enkele zenuwachtige meneer na die de lege laadbak bekijkt van een pick-up, in en uit stapt en onder de auto kijkt. Na een hele lange tijd komt er echt beweging in. Een paar mannen gooien de bagage in de auto en gaan er bij zitten. Na een nog langere tijd horen we in de verte een vliegtuig en ja hoor daar issie. Maar dan komt er een dure slee aanrijden. Gaat door het openstaande hek tot aan het vliegtuig. Achter de auto een delegatie van keurig geklede mannen en vrouwen en een processie van vrolijk geklede kinderen met bloemen en vlaggetjes. De hoge Piet wordt toegezongen zogauw hij het vliegtuig uit is en schudt vele handen. De slee wordt onverrichte zaken teruggestuurd, want meneer wenst te lopen. Het blijken Japanners te zijn die om de vijf stappen foto’s moeten maken van de groep die ook nog steeds van opstelling moeten veranderen. Ook de hoge Piet moet het kippenhok in om zijn paspoort te laten zien. Nu wil de man alle paspoorten van zijn reisgezelschap om deze te tonen dat ze legitiem hier zijn. Wat zou er gebeurt zijn als hij met die dure auto van het vliegveld af zou zijn gegaan? Na dit eindeloos durende ritueel mogen wij in stappen. Het is geen directe vlucht naar Vientiane, want we landen eerst nog in Luang Prabang. Het is gelukkig nog licht zodat we goed uitzicht hebben over Laos en Luang, maar het is donker als we in de hoofdstad aankomen. We worden opgewacht door onze nieuwe gids voor de rest van de reis door Laos. Meneer Khom. We moeten snel naar het hotel en gaan douchen, want er staat een dans en zang avond op het programma. Gelukkig is het eten erbij inbegrepen. Heel erg lekker eten trouwens wat in etappes met gepaste snelheid wordt geserveerd en nog sneller wordt weggehaald waarna de drankjes per direct moeten worden afgerekend. Ondertussen is er zang en dans. Een beetje knullig opgezet, maar het is er wel leuk. Vooral feestvierende Laotianen hebben de grootste pret. Ze geven geld aan de artiest die ze mooi vinden zingen of dansen. Het hotel waarin we verblijven lijkt superlux, maar de douche hangt boven de wasbak en het toilet. Dat is bij bijna elk hotel zo, maar hier moest je zowat op de wc gaan zitten wilde je nat worden. Het water is van koud naar kouder en de bedden keihard. Ze hebben de plank in het matras aan de boven kant zitten i.p.v. anders om. De matrassen in Laos hebben standaard een plank met een kleine laag schuimplastic. Dus het zijn zo wie zo hard sleepers. Er is wel aan ander lichtpuntje. De mannen zullen geen last hebben van hanen.

04-11-2005.
De volgende morgen gaan we eerst naar het reisbureau om het programma nog eens door te nemen. Khom begon meteen bij aankomst van alles te vertellen over het programma en daar zaten volgens ons toch wel hiaten in. Maar alles klopt en Khom zal zich aan het programma moeten houden. Ook worden de visa verlengd door het bureau. Voor $3 per dag waarvan $1 dollar per dag extra , omdat het dezelfde dag geregeld moet worden. We kunnen helaas niet langer blijven in Vientiane. De planning was twee dagen, maar er was geen vliegtuig die eerder vertrok van Ponsavan. Geeft niet, we gaan nu Vientiane in en bekijken twee tempels, de Wat Sisaket en Wat Pra Keo, die als museum in gebruik zijn. De Boeddha beelden hier doen heel art deco aan. En dan gaan we eerst de Gouden Pagode, Pha Tat Luang, bekijken en daarna de Arc de Triomf of Patuxai zoals hij hier officieel heet. Khom vindt dat een betere volgorde. Ook de Pagode is wel mooi, maar niet levend. Toeristen zijn de enige bezoekers. Arc de Triomf is dicht. We lopen er wel omheen en het enige spectaculaire wat er gebeurt, triest genoeg, is een ongeluk met een brommer en een auto. We beginnen langzaam door te krijgen dat we Khom in de gaten moeten houden willen we reizen hoe wij het willen. Er gebeuren tijdens de trip met hem nogal wat negatieve dingen, maar wij hebben ze terplekke goed kunnen oplossen zonder dat Khom zich er beledigd door heeft gevoeld. Na de vakantie is er een kleine briefwisseling geweest met Namasté en de reisorganisatie in Laos, want wij vonden dat Khom geen goede gids is voor je klanten. Hij is wel een vriendelijke man, maar gewoon geen goede gids. Wie, onze chauffeur, daarentegen is helemaal geweldig. Jammer dat hij geen Engels of Frans sprak. We laten ons naar het hotel brengen en eten daar in de buurt. Genoeg stalletjes en heel goed eten. In de middag gaat Piet rusten en wij gaan winkelen. Het is heel gezellig op straat en in de winkeltjes. In één winkel ben ik me kapot geschrokken. We zijn net binnen en we horen een enorme knal. Het licht gaat uit en ik voel hele klein hete glasdeeltjes op me vallen. Och, die mevrouw wist niet hoe ze het had en lacht alleen vriendelijk naar me, want ze weet niet echt wat te doen. De mannen repareren het zooitje een beetje. Er worden veel opium pijpen verkocht. Er zitten hele fraaie bij. En heel veel zijde kleding. Met laotime zijn we in het hotel waar Piet ook weer onder de mensen komt. Ons hotel ligt werkelijk in een eetstraat. Keuze te over. Mijn keus van gebakken varkens vlees in knoflook was onovertreffelijk.

05-11-2005.
We vertrekken al vroeg in de ochtend en krijgen meteen panne aan de bus. De straat is opgebroken en als we over een flinke hobbel rijden rijdt Wie de achterbumper en omklemming van het reservewiel van de bus eraf. Handig als hij is fikst hij dat in mum van tijd breed grijzend. We rijden eerst door de stad, maar al gauw beginnen de rijstvelden met wat bomen en hutjes ertussen. Het landschap lijkt erg op de Isaan in Thailand. Het kan ons wel bekoren. Na de lunch slaan we rechts af en komen we in hoog karstgebergten terecht met prachtige overweldigende vergezichten. De weg is goed, maar als we weer rechtsaf moeten is er van een weg geen sprake meer. Men heeft wel iets geprobeerd om het pad te egaliseren, maar dat heeft maar even geduurd. Daarbij moeten we door beekjes die droog staan. Kan je wel zien waar je rijdt. De bumper schraapt nu helemaal over de weg. Met muziek aan kan het de pret niet drukken. Na een lange zit komen we aan bij de rivier Nam Hinboun in het Khammouane natuurpark. Met de bagage gaan we steil naar beneden door rul zand om in gammele bootjes te stappen. Khom had vergeten te zeggen dat we bagage hadden moeten overpakken in onze rugzakken. Omdat de bagage nu niet achterbleef kon Wie met ons mee. Je kon je amper bewegen in de bootjes zo klem zat je en als je bewoog kwam het water over het randje. We varen twee uur door ongerept landschap. Op de achtergrond kijken we tegen enorme rotswanden en langs de rivier zijn spelende, zwemmende en zwaaiende kinderen, vrouwen die de was doen of zichzelf in het zeep zetten en heel veel waterbuffels die verkoeling zoeken in het water. Ze liggen ons gezapig herkauwend aan te kijken als we langs varen. Het water is helder en je denkt dat het heel diep is, maar schijn bedriegt. We zien een man overlopen waarbij het water tot amper zijn knieën komt. We komen dan ook vijf keer vast te zitten. Dat is schrikken, want je verwacht het niet en je gaat ineens heel schuin waardoor je een nat pak haalt. Jan en Piet zitten in een andere boot en hebben er geen last van. Het hotel ligt hoog op de oever en we moeten eerst recht in de wervels komen willen we de steile trap op komen. We hebben met z’n drieën een eigen huis met veranda over de hele breedte die uitkijkt op de tuin en het dorpje en achter iedere slaapkamer een balkon die uitkijkt op de rivier. Op de veranda ligt een grote mat met kussens en een mooi bloemstuk met katoenen touwtjes erin gehangen die op een laag tafeltje staat. Daaromheen 4 in plastic verpakte eieren, een klontje kleefrijst en een gebraden kippetje. Voor het tafeltje staan twee flessen Lao Lao en een fles water. We moeten ons even gaan op frissen, want we krijgen zo een Bassi ceremonie. Een speciale viering ter ere van een bruiloft, een geboorte of een ander heugelijk feit en in ons geval een welkom. Terwijl wij ons opfrissen komen er een stuk of 15 dames, allen netjes in feestkleding de veranda op. We kijken elkaar verlegen aan. Wij moeten op een gegeven moment op de kussens aan één zijde van de tafel gaan zitten en dan komen ook de mannen in witte blouses of t shirts gekleed de veranda op. Op de toch wel grote veranda is het nu dringen. Er zijn twee hoofdmannen en één hoofdvrouw. Nu iedereen er is schuiven ze naar elkaar toe. Wij moeten één van de vele witte touwtjes die aan het bloemstuk hangen vast houden en zij houden elkaar vast al is het maar aan de slip van een overhemd. Zo met elkaar verbonden worden de goede geesten opgeroepen en iedereen begint te bidden voor ons heil en welzijn. Dan moeten we het touwtje loslaten en de tafel vast houden waarna hetzelfde ritueel volgt. Daarna komt ieder van ons aan de beurt bij de hoofdman. Er wordt met één touwtje over onze pols gewreven en hij bidt alle goede wensen die er maar te wensen zijn over ons af. Dan wordt het touwtje om je pols heen gebonden. Als ieder van ons zo aan de beurt is geweest moeten we het ei, de rijst en de kip eten. Dan komt de hele groep die elk afzonderlijk een touwtje om onze polsen doen. We moeten water drinken en daarna de Lao Lao die we gelukkig mogen delen met het welkomstcomité. Het serieuze gedeelte is nu voorbij en mede door de Lao Lao wordt het een vrolijke boel. Ze beginnen te zingen. De andere hoofdman heeft een speciaal lied en wordt begeleid door een hele apart fluit. Een soort panfluit, maar dan onderste boven gehouden, bespeelt. Ook de hoofdvrouw heeft een lied en Khom een eigen gecomponeerde. Met al dat zingen beginnen de benen ook te bewegen en we gaan staan om met elkaar te dansen. Wat is dit fantastisch! Na het eten hebben we nog wat geborreld op de veranda en de indrukken van deze Bassi nog eens goed op ons laten inwerken. Onze polsen zijn dik ingepakt met witte draadjes. Lekker met het douchen.

06-11-2005.
We zijn al vroeg op weg naar een grot. Dat doen we in bootjes. We gaan verder de rivier op. De natuur is indrukwekkend. Hele mooie vlinders van allerlei kleuren en grote. Prachtige planten en bloemen. We zien visjes lopen over het water dat soms kniehoog is en soms heel diep. We zien netten over de breedte van de rivier gespannen met een kleine uitsparing waar het nog behoorlijk manoeuvreren is met de bootjes om er langs te komen. Het zit ook niet echt comfortabel. Net als gisteren zitten we laag op kleine houten plankjes. Goed te doen voor even, maar met een lange tocht wordt het toch een beetje penibel. Maar we hadden het beslist niet willen over slaan. De dorpjes hoog op de oevers en de natuur zijn van een puurheid die je niet overal meer tegenkomt. Na anderhalf uur stappen we over op nog kleinere bootjes met twee mannen. De mannen die nu de boot besturen zijn ook heel wat ouder. Na nog eens een stief kwartier kijken we tegen een rotswand aan. Het water hier is donker helder groen en diep. We zien de opening van de grot en we zien ook dat je daar varend niet in komt. Flinke rotsblokken stagneren de opening. Wij worden aan wal gezet en moeten flink klimmen. De bootsmannen dragen de boot over de rotsen bij de rivier en zien we weer aan de andere kant van de enorme rotspartij. Piet komt hier niet over en zal terugvaren met Wie. Wij moeten dan wachten tot de boot van Piet weer terug is. We hebben dan, om de tijd te doden een praatje met de bootsmannen die gezellig bij ons zijn komen zitten. Zij spreken geen Engels en wij geen Lao en toch zijn we leeftijden en hoeveel kinderen of kleinkinderen die we hebben te weten gekomen. Als de boot van Piet weer terug is gaan we de Kong Lor grot in. Er moeten zeldzame vogels en insecten in zitten, maar die hebben wij niet gezien. Het is ook pikkedonker in de grot. De bootsmannen hebben flinke lampen op hun hoofd die ze af en toe aan doen om goed te kunnen navigeren op de kronkelige route of onder laag hangende rotsen. De lengte die we moeten afleggen om de grot weer uit te varen is 7½ km. We moeten verscheidene malen de boot uit, omdat het water te ondiep is en lopen dan een stuk over hele scherpe steentjes. Ik loop veel op mijn blote voeten en ben de rotsen ook op blote kakkies over gekomen, maar dit is teveel van het goede. Ik mag de reuzen slippers van de bootsman lenen. Toen werd het lopen nog moeilijker, want probeer maar eens slippers, waar ik toch al niet aan gewend ben, aan te houden in hard stromend water. We overleven het allemaal en komen aan de andere kant uit in de felle en warme zon. Aan de oever eten we onze meegebrachte lunch. Er staan bomen met gaten in de bast. Die gaten worden er expres ingemaakt en er wordt een vuur bijgehouden zodat het heel warm wordt. Dan komt er een soort olie uit die men gebruikt voor lampen. We gaan dezelfde route terug. Halverwege de grot moet ik mee een heel eind naar boven over glibberige grond, met slippers, om stalagmieten te bekijken die op Boeddhabeelden lijken. Als ik achterom kijk zie ik de boten en hoor Jan en Edward niet meer. We zijn echt een heel eind weg gelopen. Naar beneden was ook nog een hele toer, maar ik heb het wel lekker gezien. Bij de plek waar we gewisseld hebben van boten gaan we nu te voet verder. Khom die al had gezegd niet van wandelen te houden stevent door geoogste rijstvelden die nu droog staan en de planten hard en stoppelig zijn in de brandende zon. Om dood te gaan. Wij verzoeken hem dringend langs de rivier te lopen waar de dorpjes liggen en die onder de bomen staan. Dan is de wandeling goed te doen en genieten we met volle teugen. Een beekje is een welkome verkoeling en we maken de borst nat.We komen tegen het donker aan in het hotel waar Piet op ons zit te wachten. Hij is met Wie terug gevaren en heeft een rustige middag gehad.

07-11-2005.
We vertrekken om 8 uur in de ochtend met de nu iets grotere boot dan waar we mee heen kwamen en varen terug naar de plek waar het busje staat.Weer een fantastische tocht in de ochtend koelte en natuur. Wie is gisteren al vertrokken, want hij was tijdens het uitstappen van de boot de autosleutels verloren in het stromende water van de rivier. Hij heeft het handig opgelost, want we kunnen gewoon verder. Er zit bij het stuur nu wel een dot grijs tape waar hij aan rommelt en als bij toverslag de motor aanslaat. We rijden nu een andere route terug. Khom weet de weg echt niet en Wie kiest nu zijn eigen weg en zo komen we redelijk vlot op de grote weg. Khom heeft zich ook iet wat in de reistijd vergist. We zouden er vijf uur over doen en het werden er acht. Helemaal niet erg, want de muziek is goed, het busje comfortabel en de omgeving geweldig. Alleen Piet valt in slaap, maar dat zijn we niet anders gewend. Zo gauw hij in een auto zit knikkebolt’íe. Langs de oever van de Mekong nemen we een lunch. We zaten eerst in een Viet Namees restaurant, maar die serveerde alleen ingewanden en dat was niet helemaal ons idee. Hoewel het er gezellig druk was. Enfin het eten was toch goed en het uitzicht helemaal. Voor we Sanvannakhet in rijden bezoeken we de That Ing Hang tempel. Het is een belangrijke tempel voor Laos. We merken dat hoe meer we in het zuiden zijn gekomen het Boeddhisme ook meer leeft. Natuurlijk is er in het noorden van Laos meer animisme door de bergstammen die daar wonen, maar toch is er een verschil van beleving van het Boeddhisme. Het is een hele oude tempel met een mythe over varkens. De mythe weet ik niet, maar het is nog steeds zo dat in de omgeving van deze tempel geen varkens gehouden worden, omdat deze dan dood gaan. De tempel ligt er sereen bij zo laat in de middag. Het is een groot ommuurd complex. Er staan wat stoepa’s en één ervan is zo heilig dat alleen de mannen naderbij mogen komen. Centraal gelegen is een groot overdekt plein. Er is een monnik en een non aanwezig die gebeden over je uit kunnen spreken. Vooral Wie blijkt heel vroom. En ik moet het natuurlijk ook uit proberen hoe het voelt om goede wensen en zegeningen te krijgen. Daar blijft het niet alleen bij. Ik krijg ook nog een gehaakt wit koordje om mijn pols gehangen. Naast de rest van de touwtjes van de Bassi valt hij alleen op,omdat hij nog zo maagdelijk wit is. De andere touwtjes beginnen een beetje te stinken, zo op een hoopje en ettelijke keren nat geworden is het een broedhaard geworden voor bacteriën. Vanavond gaan er toch een heleboel af, want het zit gewoon ook niet lekker, maar we durfden het niet eerder te doen zo vlak bij het dorp gezeten en de band daarmee direct te verbreken. Dat brengt natuurlijk ook onheil met zich mee. We laten er een paar zitten om de band niet helemaal te verbreken. Tegen zonsondergang komen we in het hotel aan. We gooien de tassen op onze kamers en gaan onmiddellijk naar een guesthouse om de hoek die aan de Mekong ligt. Daar op een overdekt terras gezeten met een Lao beer, kijken we naar de einder die weinig zon meer laat zien. Grote donderwolken worden nog net van onderen belicht door die zon. Groots! Maar dan is het echt pikkedonker en zitten we in een stortbui die je alleen in de tropen hebt. Met veel gedonder raast hij over. Lao-time rekken we tot de bui over is. We lopen terug over een donker modderig pad. De rode modder blijft aan onze sandalen kleven. Al gauw lopen we een paar centimeter hoger en voor we de modder er af hebben is het nog een heel gestuntel. Wat een plakzooi. Maar wel lachen zo als we daar over de glibberige rode straat lopen terwijl we geen hand voor ogen zien. De huizenbouw is ook anders. Meer villa-achtige gebouwen. Ze zouden in Nederland heel duur zijn, want ze zijn geheel opgebouwd uit teakhout.

08-11-2005.
Vroeg op voor de citytour. Eerst naar de markt. Een vrij grote markt ook nog en heel gezellig. Vooral de mannen hebben bekijks van de vrouwen en zij vragen aan mij wie ze zijn, waar ze vandaan komen en of er een prijs kaartje aanhangt. Als de Laotiaan verbaasd is zeggen ze oe op een hoge toon. Vele zinnen zijn hiermee doorspekt. Dat klinkt heel leuk. Nou, op de markt hoorde we niet anders. Helemaal geweldig. Er werd vooral veel gevogelte verkocht. Allemaal al dood en ontvedert liggen ze glimmend op de betegelde tafels. Kontjes kijken dezelfde kant op en de kop, heel theatraal, in de vleugel gelegd. De oogjes van de onthoofde ganzen kijken ons vriendelijk aan. Varkens in onderdelen liggen ook te wachten op kopers. Je kan een teiltje varkenspootjes kopen en voor de zult liggen de varkens koppen in zijn geheel op een plankje. Verder heb je de kruiden afdeling die lekker ruikt en natuurlijk ook de groenten. Zij liggen ook op kleur en vorm gerangschikt in de kramen. Dat is nog eens wat anders dan in een kistje zoals in Nederland. We rijden een aantal malen door Sanvannakhet. Khom is de weg kwijt, hoewel het een kleine stad is. Hij wil persé naar het dinosaurussenmuseum, maar dat willen wij niet. Wij willen naar de Theresa Kerk. Die zien we wel steeds liggen, maar alle straten zijn één richting verkeer en als Khom de weg wijst dan kom je er niet. Wie wel. Khom heeft ook geen rijbewijs dus heeft geen erg in de verkeersborden. Hij moet er zelf ook om lachen. Eindelijk in de kerk. Aan de rechterflank is een glazen kist waar Theresa glimlachend ligt weg te kwijnen wachtend op de prins op het witte paard. Het was net Sneeuwwitje in de glazenkist. Aan de linkerflank een hoge kast met daarop een Mariabeeld waar we een kaarsje laten branden. Daarboven een schilderijtje met een elektrische draad. We volgen de draad en zetten het schilderij aan. Allerlei gekleurde flikkerlichtjes lichten op rondom de hoofden van Maria en Jezus die op het schilderij zijn afgebeeld. We vinden nog meer van die prachtige voorstellingen en ook daar zitten stekkertjes aan. Zo verlichten wij de kerk. Het is een eenvoudig gebouw met gotisch gevormde ramen van glas en lood. Die hebben geen voorstellingen erin, maar zijn opgebouwd uit vierkanten. De schilderijen doen kitsch aan, maar de rest is heel gestileerd. Omdat we zo de weg zijn kwijtgeraakt, zelfs om de stad uit te komen, wil Khom in ene keer doorrijden. Wij hebben hem uitgelegd dat we niet meteen op de plaats van bestemming hoeven te zijn, maar op ons gemakje ergens koffie willen drinken en eten. Aldus geschiedde. In Pakse gaan we eerst naar een markt om Khom de gelegenheid te geven naar het ziekenhuis te gaan waar zijn vader ligt. Gelukkig is het een overdekte markt, want we krijgen een plensbui! Maar we zitten in de tropen dus de bui is hevig en kort. Edward koopt er een cd met Lao traantrekkers en Piet nieuwe sandalen. Deze waren afgelopen week ter ziele gegaan. En ik ben er eindelijk in geslaagd de rok te kopen die ik mooi vindt. Khom is heel behulpzaam en wil dan helpen met het afdingen, maar dat wil ik persé niet. Ik wil mijn prijs en niet de zijne. Hij wil ons ook graag helpen met het kiezen van het menu, maar ook dat willen we zelf doen. Het is een aardige man hoor, maar soms een beetje te… De chauffeur Wie is een geweldenaar, het is echt jammer dat hij geen Engels spreekt. Als het weer droog is en Khom weer terug uit het ziekenhuis gaan we verder naar het natuurreservaat Tad Fane. Daar slapen we in kleine prachtige bungalows op palen. Deze staan in een bostuin. Het is er heel vochtig, maar overweldigend mooi. Het open restaurant is gezellig ingericht, het eten is uitermate goed en het uitzicht nog beter. Het kijkt over twee enorme watervallen tussen groen. Er zijn drie watervallen, maar vanuit het restaurant zie je er twee. We zijn allemaal moe en liggen er vroeg in.

09-11-2005.
We maken er vandaag een verwendag van. De gehele dag blijven we hangen in het restaurant met een goed boek, het harde ruizen van de watervallen op de achtergrond en lekker eten en drinken. Het is vandaag wat bewolkt, maar als het zonnetje even doorkomt en op de waterval schijnt komen er allemaal mistflarden vanaf. We wandelen in de ochtend nog wel even naar het kleine marktje in de buurt. Je zou zeggen, wat kunnen ze in deze negorij nu verkopen, maar gedurende de hele dag komen dagjes mensen langs om de watervallen te bekijken. Ze verkopen naast het gewone toeristenspul ook vooral veel koffie. In dit gebied zijn er veel koffieplantages en volgens zeggen is het ook de beste koffie die hier geteeld wordt in Laos. Nou dat moeten we natuurlijk gaan proeven. De meeste mensen lopen gewoon langs, want hun tour gaat verder, maar wij hebben ruim de tijd voor ze. Dus er worden stoelen en een tafel neergezet en iedereen komt bij ons buurten. Vooral de kinderen hebben veel schik. Ze willen heel graag op de foto. We verdelen onze ansichtkaarten van Holland waar ze heel blij mee zijn. Als een kostbare kleinood worden ze in plastic zakjes gedaan en aan iedereen geshowd.

10-11-2005. Edward is jarig, maar we hebben besloten om er niets aan te doen in het bijzijn van Khom. Dus als we ’s middags aan de lunch zitten zingen we zacht het “lang zal die leven” lied. We vertrekken al vroeg en rijden in anderhalf uur naar Champasak waar we de pont moeten nemen over de Mekong. De pont bestaat uit drie boten waarvan de middelste het grootst is. Daar staat op de voorkant het stuurhuis op en op de achterkant het motorhuis. Over de breedte van de boten en tussen de twee huizen liggen lange planken waar het verkeer op komt. Je vaart voor je gevoel verkeerd, maar we komen netjes aan de overkant. Daar lopen we naar een restaurantje waar we de lunch bestellen en twee fietsen huren. De mannen rijden met Wie mee en ik ga met Khom fietsen door de dorpjes naar Wat Phou. Volgens kenners is Wat Phou de oorsprong van de Kmerbeschaving die het Angkor Wat in Cambodja hebben gebouwd. Wat Phou is in de zesde tot achtste eeuw gebouwd. Het fietsen is een zeer warme en stoffige aangelegenheid. In de felle zon rijden we over de zandstraten door de dorpen. De school heeft net speelkwartier en de kinderen spelen op de enorme Boeddha die op het schoolplein staat. Je ziet ze wel eens, van die beeldjes in Chinese winkels. Van die dikke lachende mannen met kinderen op zijn schouder en erom heen. Dit was dan geen dikkerd, maar het was wel gaaf, want ik heb nog nooit gezien dat er op deze manier met een Boeddhabeeld werd omgegaan. Een eind verder staat het meest lelijke Boeddhabeeld wat ik ooit heb gezien. Maar hij is geweldig. Helemaal vergroeid met de boom. De mensen zeggen allemaal gedag en roepen naar Khom die lachend antwoord. Waar het over gaat….? Ik weet het niet, maar heb een vermoeden dat het over mij ging. Het wordt een erg gezellige rit met hem en we praten over het leven, kinderen krijgen en zo meer. Zijn vrouw werkt ook voor de toeristen en is zwanger. Een spannende periode voor hem, want het duurt nog maar twee maandjes voor hij zich Pappa mag noemen. Wat Phou is een groot complex. Als we door de poort zijn gefietst zetten we ze neer bij het museum. We zien er zeker erg verhit uit, want de fans worden aangezet. De beeldjes die hier staan zijn erg mooi gedetailleerd. Genieten hoor, mooie dingen en wat koelte. Daarna gaan we verder met de fiets. We rijden langs een toen aangelegd waterreservoir waar een heleboel ibissen op een boom zitten te kwetteren. In de verte de oude gebouwen. We zijn de enige twee die hier rijden en je voelt ineens de sacrale sfeer die er hangt. Voor we de eigenlijke gebouwen gaan zien zetten we de fietsen bij een restaurant neer. We wandelen verder over een enorme geplaveide laan. Aan het einde van de laan staan twee rode ruines. Twee tempels, één voor de vrouwen en één voor de heren. Daar zit Piet in de schaduw. Jan en Edward zijn helemaal naar boven gelopen samen met Wie. Ik besluit bij Piet te blijven en Khom speert naar boven. Daar staat ook weer een tempeltje. Het is in gebruik, vooral omdat er een bron bij is die heilig is verklaard. Wie was daarop voorbereid, want die had lege waterflesjes bij zich die hij daar vulde. Jan en Edward hadden een fantastisch uitzicht over de vallei waar Wat Phou in is gebouwd. Khom en ik gaan terug met de auto samen met de anderen en de fietsten worden op een andere auto geladen. Terug in het restaurant waar de lunch wordt opgediend. Het terras is boven het water gebouwd en we kijken uit over de Mekong. Opa, vader en broers van de familie zitten ook in het restaurant te eten en als deze verzadigd zijn komt de zelfgestookte Lao Lao op tafel. Ons wordt ook een glaasje aangeboden en omdat we het wel lekker vinden nog één. Het wordt een gezellige boel waar ook de dames van de familie zich mee bemoeien en we mogen nu ook wat salade proeven. Mijn lievelings kostje, Papaya pok pok. Dat is een onrijpe groene papaya die met garnalen en andere specerijen in een vijzel worden fijngemaakt wat een pok pok geluid maakt. Een voornaam bestanddeel is ook veel pepertjes, héél veel pepertjes. Een bekkenbrander, maar verrukkelijk. Na dit feestmaal nemen we de pont terug en rijden weer door een stuk mooi Laos. Ook in Laos is hele stukken rijden geen straf. Het landschap is wisselend ruwe natuur of tot landbouw gecultiveerd. En ik heb nog nooit zoveel houten huizen gezien in een land. We moeten node afscheid nemen van Wie die we over twee dagen weer terug zullen zien, want wij gaan nu per boot verder de Mekong op. De Mekong is hier erg breed en heeft vele eilanden. De “Duizend eilanden”of op z’n Laotiaans “Siphnadone” genaamd. Het is een comfortabele boot vergeleken bij de andere waarin we hebben gezeten. We zitten lekker op bankjes en hebben een afdakje. De bagage staat ergens achterin. Khom gaat er lekker bij liggen. Dit is zijn thuis. De boot is ook van hem. We varen drie en een half uur. Heerlijk, de wind in je haren, goed gezelschap en in een prachtig land. We varen langs vele grote en kleine eilanden en op één ervan (Khong Island) zullen we de nacht doorbrengen. We komen tegen zonsondergang aan. Het hotel waar we zouden overnachten is overboekt en Khom zorgt ervoor dat we in een ander hotel vlakbij komen te zitten. De douche hier is ook weer apart hoor. In heel Laos hebben we douches gehad waar een soort verwarminkje boven de kraan met slang en douchekop hangt. Dat kacheltje moet je dan aanzetten, meestal op zijn heetst en dan heb je, met geluk warm water. Dit is een lux hotel. De douche is op dezelfde manier opgebouwd, maar nu hangen er twee kranen naast elkaar. Aan die kranen gekoppeld twee slangen met douchekop. De ene kraan is ook gekoppeld aan het kacheltje en de andere niet. Zo heb je ook koud en warm stromend water. Het dorp ligt langs de Mekong en hier komen we meer toeristen tegen. Er zijn dan ook terrasjes langs het water die allemaal bezet zijn. Gelukkig vinden wij ook nog een tafeltje waar we een heerlijk koud biertje drinken.

11-11-2005.
We hebben een hele goede nachtrust op zalige zachte bedden. In Laos, maar in het algemeen in Azië slaap je op een soort plankmatras. Neme een dunne matras met over de gehele lengte en breedte een plank en die leg je op bed met de plank boven. Voila, je ruggesteuntje voor de hele reis. Het went hoor, maar als je dan een zacht bed hebt is het een heerlijk extraatje. We varen verder tussen de eilanden door. Na een half uurtje stappen we uit op één van de eilanden. Piet gaat al varende verder, wij te voet. Er is een smal zandpaadje boven aan het talud dat ons dwars over het eiland lijdt langs de huizen. Deze staan allemaal op palen. Boven wordt er geslapen en onder de huizen is er opslag, kleine werkruimte of om zomaar te zitten in de schaduw of als het regent uit de regen. Om de huizen heen is er het erf en een kleine tuin. Alles is omheind en kinderen hollen naar het hekje als ze ons aan zien komen. Zwaaiend en lachend maken ze kennis met de drie buitenlanders die er nu lopen. Ze zijn wat terughoudend, omdat hier niet zoveel buitenlanders komen. Een jong kindje begint zelfs te huilen als ze ons ziet en een ander durft mij een handje te geven, maar veegt het snel af zo gauw ze loslaat. Ook sommige ouderen verlaten het werk om ons te bekijken. Er hangen vele visnetten als vitrages over palen te drogen en er zijn vele soorten fuiken, allemaal zelf fabrikaat. Achter de huizen liggen de akkertjes waar rijst ed. verbouwd wordt. Ook tabak. We zien hoe er op lange schrage tafels en onder een blauw plastic afdak kleine tabaksplantjes worden gekweekt. De draagbare gifpomp staat er naast. De vele varkentjes zien er aandoenlijk uit. Zo heel anders dan in het noorden. Deze zijn nl. bruin en hebben hangoortjes. Het zijn net klein bulletjes. Waterbuffels liggen met hun jong onder de bomen te herkauwen en zijn eigenlijke de enige die niet vreemd opkijken, maar stoïcijns door kauwen. In een kleine plas zwemt een kluitje jonge eendjes en de kippen en hanen laten ook goed van zich horen. De rijst is net geoogst en wordt gedorst. Een soort wasmachinetrommel met grote gebogen haken er aan wordt d.m.v. de voet rond gedraaid en daar worden dan een vuistvol halmen rijst tegen aan gehouden zodat de korrels eruit vallen. De kinderen die op school zitten hebben permissie van de juf gehad om ons te bekijken en gedag te zeggen. In het begin zijn ze erg verlegen, maar als de eerste begint te praten is het hek van de dam en heeft juffie moeite de kinderen weer in school te krijgen. Maar ook wij wandelen door. Er zijn veel bomen en dat maakt het aangenaam om te lopen, zo in de schaduw. Twee omaatjes zitten gezellig bij elkaar. Eén van hen is met een grote klewang over een dun wit blaadje aan het wrijven die ze tegen haar scheenbeen houdt. Ze is vloeipapier aan het schrapen voor het rokertje. Dit blad is een soort schors van een palmboom. Met veel geduld en lange halen wordt het steeds dunner. Ik laat zien hoe ons vloeipapier eruit ziet. Niet veel anders, maar dat plakrandje hé, dat doet het hem. Ik draai een shaggie van dit papier met shag uit Nederland. Heerlijk! Al paffend zwaaien ze ons na. Af en toe zien we Piet langzaam voorbij varen. We kunnen instappen waarneer we maar willen, maar lopen tot het einde van het eilandje. Dit is geweldig. Dan varen we een klein stukje om weer uit te stappen. Nu op het eiland Dhondet, waar Khom is geboren. Bij het eerste restaurant drinken we een ice-coffee. Het tentje is eigendom van de familie van Khom en hij is trots en terecht. Na de koffie gaan wij wederom met de benenwagen verder en Piet zal daar blijven tot de lunch en verder varen tot ons hotel. Het eiland is veroverd door de toeristen, vooral de rugzakkers. Voor hen zijn er eenvoudige bungalowtjes gebouwd. Een idyllische plek voor hen. In een klein hokje langs het water is er een restaurantje en we hebben wel trek gekregen. We maken de dame wakker die op een matje ligt voor het hutje en doen onze bestelling. We zitten vlak naast de keuken en zien hoe alles op één vuurtje wordt gekookt en gebakken. De heerlijkste geuren komen op ons af vanuit dat piep kleine rookhol en we krijgen zowat tegelijk een warme maaltijd voorgeschoteld. Het duurde even voor het klaar was, maar wat wil je, op één vuurtje. Wij doodde de tijd met bier en uitzicht over water waarin nu veel bomen groeien en heel wat bootjes sputterend voorbij komen varen. Helemaal geweldig. Op dit eiland liggen ook rails van een trein. Dit hebben de Fransen gebouwd met spectaculaire ideeën over transport over eilanden en langs water. Gedoemd te mislukken. De rails, betonnen bruggen en één locomotief zijn de restanten, wat dan voor de Laotianen publieks trekkers zijn. Dhondet is verbonden met het eiland Khone, dat er naast ligt met zo’n betonnen brug en die moeten wij over om nog een stukje te lopen om ons onderkomen te bereiken. Vlak bij ons hotel is er een bruiloft. De huwelijkse voltrekking heeft zich reeds voltrokken en de bruid was nu een heleboel Bassi touwtjes aan het verkopen. Deze touwtjes zijn meegenomen in de gebeden voor een goed en gelukkig huwelijk en als je zo’n touwtje koopt straalt die ook een beetje van dat geluk op jouw uit. Het hotel is in tweeën gedeeld. Langs de waterkant heb je de receptie, lobby annex bar en restaurant. Aan de andere kant van een zandpad liggen de kamers die onderverdeeld zijn in houten huizen op palen. Piet zijn kamer en die van ons liggen met de douches tegen elkaar en als ik sta te douchen en Piet wil dat ook en doet zijn kraan open sta ik droog. Gelukkig zijn de wandjes zo dun dat we gewoon met elkaar kunnen kletsen. Jan en Piet gaan met Khom nog even kijken bij de locomotief en Edward en ik lopen het pad weer eens af. Nog even bij de bruiloft kijken en ik had op de heenweg een mooie sarong gezien en die moest ik natuurlijk hebben. Het kopen ervan heeft nogal geduurd. De oude dronken verkoopster had heel wat te bepraten met ons. We glimlachen begrijpend terug wat haar weer aanspoorde om verder te vertellen. De verhalen moeten zeer grappig zijn geweest, want ze lachte menigmaal haar tandeloze bekkie bloot. Enfin twee sarongs rijker gaan we in het restaurant zitten met een Lao beer. Ook hier weer goed toeven. De zon gaat onder en het vaarverkeer wordt ook langzaam minder. Heel af en toe hoor je nog een motortje, maar je ziet het bootje niet. Hoe zouden hun de weg hier vinden? Omdat er een grote Engelse groep is gearriveerd eten we ergens anders. Jan had gezien dat een eindje verder een bootje in het water lag waar je kon eten. En dat was een zeer goede hint. Het eten is uitmuntend en voldaan gaan we weer naar ons oude stekkie waar we verder gaan met koffie, bier en een goed gesprek met de Engelsen. Wat hebben die een humor zeg. Het is onze laatste avond in Laos.

12-11-2005.
We worden al vroeg gewekt (6.15u.) door de pruttelende bootjes die voorbij komen varen. En tel daarbij de hanen die ons deze reis hebben achtervolgd volgens de mannen. Het is nog lekker koel als wij ook in een bootje stappen. We komen er vele tegen met hele families erin op weg naar school en de markt. Wie staat ons big smilend op te wachten. We gaan naar de grootste watervallen van zuidoost Azië, Pha Peng. En ze zijn indrukwekkend! Op een overdekt plateau kun je de waterval niet eens in zijn geheel overzien. Met enorm geweld perst het water zich langs de rotsen. Het water staat geeneens zo hoog dus we kunnen een eindje de waterval inklimmen. Aan de picknickvuurtjes te zien wordt dit regelmatig gedaan. Het is ook een perfecte plek. Het ziet er allemaal ongerept uit. Een stuk terug is er een marktje en wat restaurantjes. Alles voor de toerist en de regering is van plan om een lux hotel met golfbaan te bouwen. Tja, de vooruitgang hé. Om bij de grens te komen moeten we nog plusminus 10 kilometer rijden. De allerlaatste meters door een indrukwekkend land met geweldig lieve mensen. Bij de grens aangekomen loodst Khom ons naar een onooglijk klein schamel hutje. Meer een buitentoilet. Hier zit de douane bekijkt onze paspoorten, haalt het papiertje wat we zorgvuldig hebben moeten bewaren eruit en gooit het achteloos weg en vraagt $1 voor de stempel die in het paspoort komt te staan. Terwijl er gestempeld wordt plopt er uit het niets, lijkt het wel, een slanke man naast me met een bord waarop staat “party Smith”. Het is onze Cambodjaanse gids, Kay. Party Smith wordt in Azië nogal vreemd (paárty sa-mmith) uitgesproken en in het begin hadden we ook niet direct in de gaten dat het over ons ging. Er zijn wat restaurantjes op de plek en we worden vriendelijk verzocht daar wat te gaan nuttigen. Even later staat Kay bij ons en vraagt of hij een dollar van ons kan lenen. Khom weigert de boten te betalen. Het zijn Laotiaanse boten, want die mogen wel aan de Cambodjaanse kant afmeren, maar Cambodjaanse boten niet op de Laotiaanse zijde. Nu moeten we echt afscheid gaan nemen en lopen de laatste meters over nat zand naar de boot. Onze bagage is inmiddels geladen en we varen naar de overkant van de Mekong. Daar ligt een vlot met een andere boot. De bagage wordt op het vlot neergezet en als Piet uitstapt op het vlotje dan zakt alles langzaam naar beneden. Gauw gauw de bagage eraf. Piet kan minder gauw gauw en staat beteuterd met zijn hoofd in de nek naar boven te kijken. Bovenop een erg steil talud staat een volgende hutje waar de douaneformaliteiten moeten plaats vinden. Hij moppert waarom er geen trap is, maar men stelt hem gerust dat hij niet naar boven hoeft, maar dat één van ons zijn paspoort kan regelen. Het is ook een flinke klim, maar boven worden we opgewacht door twee allervriendelijke douane beambten. Zij begeleiden ons naar de hut waar een tafel en stoelen staan en helpen ons de formulieren goed in te vullen. Ik doe die van Piet en als er getekend moet worden mag ik namens hem tekenen. Als we daarmee klaar zijn denken we het gehad te hebben, maar nee hoor…. De hut blijkt groter dan gedacht en we worden een kamertje binnengebracht en daar zit het hoofd. Strak in het pak met vele ornamenten erop genaaid. Hij kijkt in het paspoort waar de visa in is geplakt. (Deze zijn in Nederland al geregeld.) en zet er alsof het zijn aller laatste daad is theatraal een stempel erop met de woorden USED. Daar moeten we ieder $2 voor betalen die hij in zijn broekzak steekt. Kijkt waar de bladzijde is waar er een foto opstaat en houdt die vervolgens om hoog, draait het plaatje naar ons en vraagt ons één voor één van wie die is tot diegene ja zegt als hij zichzelf herkend. Dan houdt hij één paspoort over en vraagt streng waar deze persoon is. Onderdanig vertellen de twee mannen dat die meneer niet naar boven kon klimmen en beneden staat te wachten ter controle. Het hoofd stapt naar buiten en bestudeerd van bovenaf nu wel of de foto en de man corresponderen. Gelukkig, Piet is ook goed bevonden en we kunnen verder. De stuurmannen van de boot hebben diep meelij met me, want ik had de wandelstok gebruikt om naar boven te komen en hebben dit als zielig vertaald. Ik wordt onder de oksels genomen. Al bengelend en strompelend kom ik bij de boot. Er komt een extra passagier bij. Deze douaneman heeft gevraagd mee te mogen varen. Weten wij veel hoe de indeling is van zo’n boot. Deze is redelijk breed en er liggen matten en een zeil op de bodem. Er zijn geen bankjes en er is geen afdak. En er is een motorgedeelte met een staande plank over de breedte die het gedeelte zo afscheid van de rest van de boot. De indeling is aldus. In het motor gedeelte de twee stuurmannen die elkaar om de sigaret zullen afwisselen. Piet zit in de lengte tegen het staande schot van de boot. Dan komen Edward, Jan, ik en Kay die om en om overdwars in de boot liggen. Dan komt de bagage en daar tegenaan de extra passagier. Het past eigenlijk maar net (niet). Maar wat geeft het. We racen weer over het water waar nu een heleboel bomen in staan. De rivier is weer erg breed geworden. En na 4 uur van de ene bil naar de andere komen we, licht verbrand, in Stung Treng aan. Hier heeft de kade wel een stenen trap en bovenaan de trap worden we hartelijk welkom geheten door de baas, Mister T., van een café restaurant. Hij zorgt voor dat de bagage in een auto komt en wij worden naar de overkant van de straat geleid voor een verfrissing en of we al wat willen eten. We moeten weer even in de vorm komen en gaan op het verzoek in. Goh, wat was dit weer gaaf! We nemen de tijd voor een colaatje en eten een noedelsoep. Tijdens het zitten gaat de telefoon van Piet. Het is André van Local Travel die onze reis in Cambodja heeft georganiseerd in opdracht van Namasté die vraagt of alles is goed gegaan. Kay wisselt voor ons geld terwijl wij naar het hotel worden gebracht. We moeten hier even wennen hoor met het geld. Zo hebben we in Laos steeds met kip moeten betalen en hier gaat het met de riel. We hebben met Kay afgesproken om ‘s middags met hem op stap te gaan. We gaan naar een weefschool die met ontwikkelingsgeld is opgezet door en voor vrouwen. Er is een schooltje aan verbonden en ook een kindercrèche. Ze verbouwen alles zelf, kleuren alles zelf met natuurlijke producten, zelfs de weefgetouwen van hout zijn zelf gebouwd. Er werken ook enkele mannen die een been of arm missen. De handgeweven doeken zijn prachtig en worden verkocht in een winkeltje waar we er natuurlijk één kopen. In de winkel is een barretje waar we een bier nemen en les krijgen in de taal. Kay doet vreselijk zijn best om ons de goede uitspraak te leren, maar die is heel erg moeilijk. Terug in Stung Treng gaan we weer naar het café restaurant waar we uitgebreid Angkor time nemen. Een heerlijk moment van de dag die begon met Lao beer in Laos en elke dag doorgezet is, maar nu met een Angkor biertje. We blijven hangen en eten daar weer. Er komen nogal wat lokale jongere en buitenlanders daar en dat is goed te horen aan de muziek. Het is er heel gezellig. Daar krijgen we te horen dat de boot die ons morgen verder moet brengen al een paar maanden niet meer vaart en dat een taxi ons komt halen. Wij zeggen dat het een busje of twee taxi’s moet zijn, want anders kunnen wij en de bagage niet tegelijk mee. We moesten ons maar geen zorgen maken, want dat ging echt wel lukken. En zo niet dan moesten we hem maar even komen halen en dan zou hij het als nog regelen. Mister T. zorgt goed voor ons. Aldus gerustgesteld gaan we de eerste nacht in Cambodja in.

13.11.2005.
Enfin de volgende ochtend zit Kay al op ons en de taxi te wachten. We hebben nog alle tijd om even de markt op te gaan die naast het hotel ligt. De bagage staat al beneden in de lobby en als de taxi komt begint Kay met goede moed de tassen in te laden. De moed zakt hem al gauw in de schoenen en het zweet stroomt langs zijn gezicht. Piet staat het vermakelijk te bezien en schudt meewarig met zijn hoofd. De chauffeur helpt verwoedt mee. Tja, de bagage gaat er wel in, maar wij moeten ook nog mee. Toch eerst meer even langs Mister T. Die is natuurlijk in geen velden of wegen te zien en we worden tussen de bagage gepropt. Ook de chauffeur heeft zelfs een tas onder de arm. Aldus klemgezet gaan we op weg. De zandweg is voornamelijk roodgekleurd en erg hobbelig. Een tegenligger zie je al van verre aankomen door de enorme rode mist die hij dan veroorzaakt. Zelfs als het vehikel voorbij komt zie je hem haast niet. De snelheid wordt dan terug genomen om ongelukken te voorkomen. Op sommige plaatsen wordt het rode zand aangestampt, wegwerkzaamheden, en wordt je gewoon langs de weg omgeleid door de naastliggende akkers. Tweemaal wordt er een brug gerepareerd. Ze leggen dan gewoon een nieuwe naast de oude. De oude is dan al zo aftands dat je er niet eens meer overheen kan rijden. De omlegging is dan niet over een noodbrug, maar gewoon door de, gelukkig, droge rivierbedding. Door al dat zand zien we niet heel veel van de omgeving, maar wat we zien is vooral plat, doffig gekleurd en met hier en daar een palm. Nogal desolaat. Na drie uur hobbelen in een ijskoude taxi, de man is zeker bang dat we smelten als hij hem wat beter op temperatuur zou brengen, komen we aan in Kratie. Hij moet ons ergens langs de boulevard bij een hotel afzetten, maar weet niet welk hotel. Hij rijdt de stad in naar enkele cafés om te vragen hoe dit op te lossen. Iedereen schijnt ervan af te weten en we worden naar een hotel gebracht waar geen gids te bekennen is. Dan gaat de mobiele telefoon van de chauffeur af en geeft hem aan Piet, “Voor jou” lijkt hij te zeggen. Best een vreemde gewaarwording zoiets. Het is Pisay, onze nieuwe gids en vertelt Piet dat ze verlaat is door de drukte op de weg. Ga lekker even wandelen op de markt en dan zie ik jullie zodadelijk wel in het hotel. Daar mogen we ook de bagage neerzetten. Heel aardig allemaal. We komen een soort van gebroken uit de taxi rollen en zijn blij met het wandelingetje. Op de markt koop ik schoentjes voor Semara, onze kleindochter. In noord Laos hadden we kinderen gezien die op plastic sandaaltjes liepen die geluid maakten. Pietpoet geluidjes. Dus overal waar we ze zagen zeiden we pietpoet, pietpoet en hadden veel lol met de kinderen die dat schitterend vonden. Ja en dan moet je ook van die schoentjes hebben, hé. Het loopt tegen lunchuur aan en we gaan een restaurantje in die geleid wordt door een Amerikaan die nog wat goed te maken heeft in dit land, zo zegt hij zelf. Het ligt dichtbij het hotel waar we met Pisay hebben afgesproken zodat we het goed in de gaten kunnen houden. En dan is ze er, een klein charmant vrouwtje wat graag en veel lacht. We laden de bagage in het busje en gaan op weg naar een haventje waar de boten liggen om de zoetwaterdolfijnen te bezoeken. De Mekong is hier nog steeds erg breed en ook hier groeien de bomen in het midden van het water, allemaal één kant op kijkend door de flinke stroming. We varen naar het midden en de motor wordt afgezet en dan is het wachten tot we iets zien. We hebben verschrikkelijk veel geluk. Om ons heen veel dolfijnen. Je ziet soms de rug als ze adem komen halen en weer onderduiken en een heel enkele keer zien we ze springen. De dolfijnen zijn beschermt, want er zijn er niet veel meer. Het hele gebied is stilte gebied zodat ze in rust kunnen voortleven. We gaan weer verder op weg zuidwaarts naar het dorpje, Cloung. Daar woont de moeder van Pisay en daar zullen we ook overnachten. We rijden door boerenlandschap waar vooral de jonge rijstplantjes staan. De velden zijn daardoor onnatuurlijk groen. De mensen met de typische Cambodjaanse geblokte hoofddoek op zijn bezig in de velden om de plantjes te verzamelen voor verdere groei elders in het land. Ze worden geholpen door veel kinderen en ook de waterbuffel ontbreekt niet. Rond een uur of 4 komen we in het dorp aan. Een groot feest voor de bewoners en kinderen die ons hartelijk verwelkomen. Met Pisay kuieren we door haar dorp en ze laat ons kennismaken met rijstemie makers. De rijst wordt gekookt en een soort van gefermenteerd in grote potten voor één nacht. Dit wordt tegen de avond gedaan zodat ze de volgende dag het prutje bewerken tot mie. We komen langs een ouder vriendelijk vrouwtje die zelfgemaakte snoepjes verkoopt. Deze zijn fel roze, groen en bruin gekleurd. De snoepjes zijn ook van rijst gemaakt. Samen met wat andere ingrediënten worden ze gebakken en met kokos in een zakje waar je ze in kan dopen genuttigd. Het zijn eigenlijk meer koekjes. Heel erg lekker overigens. We hebben een hele kinderschare achter ons aan. Gelukkig hebben we genoeg ballonnen bij ons. Iedereen zit buiten wat kleine laatste klusjes te doen. De netten worden geboet door de vissers die gezellig bij elkaar zijn gaan zitten. De buurvrouwen wisselen de laatste roddels uit terwijl men bij elkaar het haar ontluist. Moeder knipt het haar van haar kinderen of men zit zomaar wat. Bij het koffiehuis zitten de mannen tot zelfs buiten te kijken naar een bokswedstrijd op de enige tv. die het dorp rijk is. Iedereen lacht ons blij toe. Na ander half uur komen we bij een klein marktje aan waar de kaarsen worden ontstoken, want het begint donker te worden. Wij gaan nu ook richting huis tussen en onder andere huizen door waar de vleermuizen je om de oren vliegen. Daar aangekomen staat het eten al klaar in het voorhuis. Toen we daar aankwamen was de moeder van Pisay daar bezig om Engelse les te geven aan enkele kinderen van het dorp en was het voorhuis nog een schooltje met heuse schoolbanken. Die zijn nu aan elkaar geschoven zodat wij daarom heen kunnen zitten en kunnen eten. Er zijn nu meer mensen in huis. Een tante die het eten heeft gemaakt, een zus, een broer en nog een zus die verstandelijk gehandicapt is. Dat is ze geworden toen moeder in een heropvoedingskamp zat van de Rode Kmer. Door voedselgebrek en andere ontberingen. De maaltijd is heel uitgebreid met soep, rijst, vis, twee soorten vlees en groenten. Moeder en tante houden goed in de gaten of we genoeg eten. Zelf eten de Cambodjanen pas als ze zich gewassen hebben, anders is het onrein. Pong, de bijnaam van Pisay komt wat later gezellig bij ons zitten en vertelt veel over haar familie en het dorp. Moeder en tante drentelen nog steeds om ons heen en we komen er achter dat ze beide zeer goed Engels spreken, maar ook Frans en dat maakt een gesprek veel makkelijker. We komen er ook achter dat de beide dames hard toe zijn aan een leesbril. En laten we die nou bij ons hebben. Ervaring heeft ons geleerd altijd wat van die dingen, die in Nederland zo goedkoop zijn, bij ons te hebben. Je kan ze niet blijer maken. De brillen worden getest en er komen allerlei boekjes te voorschijn waarin de drukletter steeds kleiner wordt en ze het nog steeds kunnen lezen. Wij mogen na het eten douchen. Een grote bak staat in een ruimte waar ook de hurk wc is. Je gaat op de wc staan en giet water over je heen. Heerlijk verfrissend na deze stoffige dag. Daar na duiken we het nachtleven in en gaan naar het koffiehuis. Voor ons speciaal wordt het bier tevoorschijn gehaald. Het is voor de meeste dorpsbewoners te duur om bier te drinken, die doen het met thee en koffie wat de hele dag staat te pruttelen. Om half negen gaan we naar bed, want dan is alles stikke donker. Het aggregaat wat voor de elektriciteit zorgt en waarvoor alle bewoners collectief een steentje bijdragen gaat om negen uur uit. De bedden en het zijn gewoon echte bedden en geen matje, waar normaal de familie in slaapt worden gereed gebracht voor ons. Zij gaan samen in één bed. Wat een gastvrijheid. Nadat het licht is uitgegaan horen we alleen de ratten en muizen om ons heen ritselen en een enkel blaffende hond, hanen die hun gebied staan af te kraaien en snurkers. Iedereen ligt te slapen, want de ochtend begint vroeg hier.

14-11-2005.
Om vier uur staat het dorp op. De overbuurvrouw begint het zandpad aan te vegen en zet haar spulletjes buiten die ze vandaag hoopt te verkopen. Wij blijven nog even liggen, maar na verloop van tijd komt ook in ons huis iedereen tot leven. Vooral Pisay en familie hebben last van het snurken gehad en hebben geen oog dicht gedaan. Nadat we ons gewassen hebben gaan we naar de markt in de nabij gelegen, wat groter dorp. Daar is ook Pisay’s moeder en samen met haar eten we ons ontbijt in een Chinese noedeltent. De tv. staat daar keihard op een Chinese soap aan en iedereen heeft het hoofd naar die kant gericht en kijkt ademloos en gedachteloos happend van de soep toe. Op de markt mag ik een stofje uitkiezen voor een sarong. Een cadeau van de familie en daar wordt je verlegen van. Een jonge dame die in ‘t minst verlegen is stapt op me af en begint in perfect Engels een gesprek. Ze is heel nieuwsgierig waar we vandaan komen, wat we doen in het dagelijks leven, wat we verdienen en welke man er bij mij hoort. Van Pisay mogen we kiezen of we een lange of een korte route willen rijden. We kiezen natuurlijk voor de lange route. Dat is wel langer in de auto, maar je ziet weer eens wat. Voor we daaraan beginnen bezoeken we een lagere school. Nou dan zet je wat overhoop hoor. Alle lessen zijn verstoord en de kinderen staren verbijsterd naar die grote blanke barangs. We hebben gelukkig heelveel ballonnen bij ons, want Pisay en de juffen vinden wel dat ieder kind er één mag. In stilte worden deze ontvangen. Ik mag de ballonnen één voor één geven en loop tussen de schoolbankjes door. Allemachtig wat ziet zo’n barang er eng uit van dichtbij, maar zo gauw we de klas verlaten breekt de hel los. Het gebouw bestaat uit verschillende houten barakken. Het onderwijs in Cambodja staat niet op het prioriteitslijstje van de regering. De juffen zijn zwaar onderbetaald, de lessenaars zien er niet uit en als een familie het schoolgeld niet kan betalen dan kun je niet naar school. Toch proberen ze er iets van te maken in samenwerking met de dorpen waar de kinderen vandaan komen. Schoolboeken zijn er al helemaal niet, maar gelukkig wel schrijfgerei. In het voortgezet onderwijs die we ook bezoeken is dat weer andersom. Hier wel veel lesmateriaal, maar de kinderen moeten zelf voor schrijfgerei zorgen. Ook daar hebben we een heleboel van bij ons en we overhandigen die aan de directrice die ze onder de nooddriftige studenten zal verdelen. We worden uitgenodigd in een klas waar aardrijkskunde wordt gegeven. Iedereen staat op en we mogen Engelse les geven. Allemachtig, voor ons niet makkelijk, maar voor hun helemaal moeilijk als er ineens een vraag aan je gesteld wordt en blauwe ogen kijken je aan, wachtende op een antwoord. Wat ons wel al is op gevallen in Cambodja is dat vooral de vrouwen hard werken, maar hier ook de mannen. Dit is net als in Viet Nam, maar anders in Laos en Thailand. En zo kom je er wel als het land zich verder open zal stellen voor internationale economie. De route die we nemen gaat vlak langs de Viet Namese grens. De beroemde Mekong delta begint hier. Het is prachtig uitgestrekt landschap die Piet de uiterwaarden noemt. Erg plat landschap waar je ver kan kijken. De ene keer zijn het enorme rijstvelden dan weer akkers met water gevuld en her en der verspreid palmbomen. De lange staken van de stammen met een toefje lover steken hoog in het landschap af. Edward en ik kijken elkaar aan: hier willen we ooit nog eens terug komen om langer van Cambodja te genieten en nog meer te zien. Jan is al een keer in Cambodja geweest. We gaan vele bruggen over en de weg is goed verhard. We stoppen voor koffie en kodakmomenten. De lunch is uitgebreid. We zitten in een soort alkloof waar we eigen bediendes hebben. Te gênant voor woorden gewoon. Je glaasje is nog niet leeg of hij wordt gevuld en als de elektriciteit uitvalt begint men ons koelte toe te waaieren en de vliegen weg te jagen die hier hun broedplaats hebben. Het restaurant ligt namelijk boven de enorme afvalbak van hetzelfde restaurant. Het eten is overigens verrukkelijk. Piet en ik kunnen ons weer tegoed doen aan garnalen! We maken ook een stop bij een markt waar men gefrituurde wolfspinnen (soort vogelspin) verkoopt en die moeten natuurlijk genuttigd worden. De chauffeur doet voor hoe dat moet en neemt een flinke hap uit het dikke zachte achterlijf en laat de inhoud zien. Het ziet er zwart uit met aan de onderkant een oranje laagje wat de eitjes zijn. Nou wij komen niet verder dan een pootje. Het smaakt niet vies, maar dat komt door de gekruide frituur. Dit is al dapper genoeg. Tegen het eind van de middag komen we aan in Phnom Penh waar we eerst naar Local Travel gaan en Menno tegenkomen. Hij is de compagnon van André die ons bij aankomst in Cambodja heeft gebeld. Twee Nederlanders die hier een reisorganisatie hebben opgezet. André loopt op krukken. Hij heeft zijn been ernstig gebroken gehad tijdens een voetbal wedstrijd tussen Hollanders en Cambodjanen. Hij is zelfs geopereerd moeten worden in Bangkok. In Phnom Penh is het verschrikkelijk druk. Het waterfeest gaat officieel morgen van start. Dat zijn roeiwedstrijden tussen roeiboten van allerlei kaliber uit zes Aziatische landen. Wij hebben onze reis om deze festiviteiten heen gepland. Ons hotel ligt aan de boulevard met kamers en balkon die daar over uit kijken. En dat doen we dan ook. We zien hoe er allerlei standjes worden opgezet. Tegen over onze kamer zetten ze twee kraampjes op die als café zullen dienen en zonder muziek geen café lijken ze te denken, want enorme boxen worden neergezet. Deze worden om half twaalf ’s avonds getest op hun geluidssterkte als wij net in bed liggen. We liggen te trillen in bed en niet alleen van de schrik. Dit wordt feest morgen. We verheugen ons er enorm op.

15-11-2005.
Het feest begint rond de klok van enen dus wij gaan eerst met Pisay de stad verkennen. Omdat het koninklijk paleis en andere musea dicht zijn wordt het een andere tour dan zij in gedachte had. Ze vraagt wat we willen, maar ja als je de stad niet kent wordt het moeilijk iets te kiezen. We krijgen een keuze menu waarin ook het woord shopping in voor komt. Ja hoor dat willen we ook wel en met een hoera, shopp-ing met de nadruk op ing gaan we op weg. We zijn opgehaald door een tuk tuk en aldus gezeten kunnen we de stad ook goed opsnuiven. Als eerste gaan we op bezoek bij mevrouw Penh. Zij is degene die een mooie plek zag langs de Mekong en is zich daar gaan vestigen en vele andere hebben haar gevolgd met als resultaat de stad Phnom Penh. Het werd een welvarende stad en daarom is er een tempel en een cultus over haar ontstaan. De tempel staat op een terp midden in de stad. Het is er erg druk, omdat vele mensen van het platte land zijn gekomen voor de roeiwedstrijden en nu om hun geluk komen bidden. De mensen zijn op hun paasbest gekleed. Op de trappen met stenen reling waarop grote roze figuren staan zijn ook veel bedelaars. De bedelaars, en er zijn hele jonge mensen bij, missen stuk voor stuk een ledemaat. Erg confronterend, want daarnaast zien ze er vies en onverzorgd uit. Boven gekomen koop ik eerst wierook, kaarsjes en lotusbloemen om te offeren. En netjes in sarong gekleed betreden we de tempel. Boeddha neemt natuurlijk de hoofdplaats in, maar mevrouw Penh heeft ook een prominente plek. Het is een prachtig beeld van een wat dikkige op een plateautje gezeten dame die behoorlijk is opgemaakt met eyeliner, lippenstift en witte poeder. Ook is ze prachtig aangekleed in een zijde rok en blouse en om haar hals een kanten sjaal. Ze heeft prachtige grote oorbellen, een broche en kettingen die allemaal met edelstenen zijn bezet. Een zeer geëerde dame. De sexy dame met het lange haar in een staart die we overal in tempels in Laos tegen kwamen staat ook vooraan de beelden groep. Wat haar betekenis is zijn we niet achtergekomen. Voor de enorme beelden groep (Boeddha in het midden en aan de zijkanten mevr. Penh, de vrouw met de lange paardenstaart genaamd Nang Thorami en staande Boeddhabeelden) staan aan weerskanten twee grote vazen waarin de lotusbloemen neer gezet kunnen worden. Er tussen in een grote pot met zand waar de wierookstokjes in gezet kunnen worden en daarvoor een langwerpige bak waar de kaarsjes branden. Van Pisay krijg ik les hoe je moet gaan zitten zodat je voetzolen niet in de richting van Boeddha wijzen. Ze heeft al gauw door dat dit niet de eerste tempel is die we bezoeken. Na het offeren leidt ze me naar de zijkant van het kleed waar een man zit. Bij hem kan je je toekomst laten voorspellen. Dat gaat als volgt. Je moet een soort boekje boven op je hoofd zetten. Dat boekje bestaat uit twee langwerpige mooi bewerkte plankjes met daartussenin allemaal volgeschreven blaadjes. Met een houten pennetje die je tussen de blaadjes schuift geef je aan welke bladzijde voor jou van toepassing is. De man vertaalt wat er op het papiertje staat. Het is een vreemde taal die ook de Cambodjanen niet kunnen lezen. Hij zegt dan of het een goede voorspelling is of niet. Dan kies je ervoor dat hij hem hardop voorleest of dat je nog een keer het ritueel met het boek op je hoofd wilt herhalen. Dat mag in totaal drie keer. Enkele vrouwen komen erbij zitten om te horen wat mijn voorspelling is en zij besluiten gezamenlijk dat ik het nog maar een keer moet doen. Achter het Boeddha beeld staat ook een beeld van Kua Hin, de Chinese vrouwelijke Boeddha, maar ook een beeld van Maria en Jezus. Zo kun je al je geloof belijden. Een hele mooie manier. Om de tempel zijn er kleine open tempeltjes waar kleine beeldjes in staan van mevr. Penh. Ook hier veel wierook en mensen die voor haar bidden. Met twee stenen die gegooid worden kun je ook zien of je toekomst goed of slecht zal zijn. Het zijn zwarte glimmende stenen die, als je ze op de goeie manier bij elkaar legt op en hele banaan lijken. Op die manier gooi je ze naar voren. Liggen ze open, dus met de bolle kant op de rug, dan is de toekomst voorspoedig, allebei dicht, dan is de toekomst niet rooskleurig en om en om, dan kan het erom hangen. We verlaten de tempel aan de andere kant. Het is hier nog drukker. Men zit gezellig op de groene helling. De kinderen spelen om de volwassene heen. Helemaal beneden is er een klein pleintje waar een aantal mannen aan het voetbal-badmintonnen zijn. Een shuttle moet hoog gehouden worden en om dat te bereiken maken de mannen vreemde capriolen. Na de tempel gaan we naar de overdekte Russische markt. Het is er donker, druk, warm en bedompt. Maar helemaal geweldig. Er worden vooral gebruiksgoederen verkocht. Je moet er ook flink afdingen, want je betaald al gauw te duur voor een t shirt. Overal in Cambodja kan je betalen met dollars. Ze hebben dat zelfs liever, dus we hadden helemaal niet hoeven wisselen. De grotere maten die de mannen nodig hebben zijn er wel, maar dan moet er goed gezocht worden en hebben ze het zelf niet in hun kraampje dan wordt er bij de buren of elders op de markt gekeken. Als je goed kijkt kun je goede kwaliteit krijgen. We nemen er een ice-coffee om de drukte op ons gemakje te kunnen in laten werken én er hangt een fan zodat we hier wat koelte krijgen. We waren erachter gekomen dat Pisay helemaal gek is van dolfijnen en de mannen lokken haar weg zodat ik een mooi kettinkje kan kopen met bedeltjes van dolfijnen eraan. De lunch gebruiken we in een Chinees eethuisje. Pisay besteld voor ons. Voor we aan een tafeltje gaan zitten wordt het vuil wat erop ligt in een prullenbakje geschoven wat onder de tafel komt te staan. Ik begrijp die Camobdjanen niet, ze eten altijd boven een vuilnisbak met de bijbehorende vliegen natuurlijk. En daar hebben ze zelf ook last van. We krijgen snel het eten op tafel gezet en de baas en kok gaan voor de tv. zitten in de eetruimte, want de voorwedstrijden van het roeien zijn begonnen. Wij besluiten om nog even naar een supermarkt te gaan om bier en versnaperingen te kopen. De tukt tuk mag per uitzondering ons voor het hotel brengen, want de boulevard is afgezet en verboden voor auto’s. Het is er nu enorm druk. We nemen afscheid van Pisay (snik snik). We zetten het bier koud en de stoelen om het tafeltje op het balkon. Heerlijk zitten in de schaduw en een onovertreffelijk uitzicht op de straat, het grasveld met kramen en het water waar de wedstrijden plaatsvinden. Maar we storten ons regelmatig de drukte in. In de straat die vlak onder ons balkon is, lopen families, stelletjes en groepjes vrienden en vriendinnen hand in hand. Er rijden ook wat bromfietsen die van alles en nog wat op de bagagedrager hebben om te verkopen. Er is er één met een grote ijzeren ton waarin suikerspinnen worden gedraaid en één met een glazen huisje met rubberen dieren erin, een soort spel ofzo. Ze rijden de straat heen en terug. Dat is nog een heel eind en duurt lang, want de mensenmassa is groot. Als wij van het balkon de straat in kijken richting het koninklijk paleis geeft het een kleurig spektakel van kraampjes die met allerlei doeken tegen de regen en de zon zijn beschermt, heel veel vlaggen hoog in de mast en daartussen de vrolijke mensen. Fietsen zijn zo mogelijk nog meer beladen dan de brommers. Door de veelheid zie je niet eens de fiets of de rijder. Ze zijn verstopt tussen ballonnen , kruiden, speelgoeddingetjes en wat dies meer zei. We hebben er één gezien die wel duizend kleine rieten hoedjes had in plastic zakjes verpakt tussen andere plastic zakjes met een variëteit aan klein spul. Precies onder ons stopt het gevaarte en twee dames komen tevoorschijn. Tussen de hoedjes e.d. waren ook nog twee plastic stoeltjes die ze pakken en ze gaan naast de fiets zitten. Gezellig keuvelend met elkaar en de passanten wachten ze tot ze wat verkopen. Staat de plek ze niet meer aan dan gaan ze een eindje verder zitten. En zo zijn er tallozen en verandert het beeld voortdurend. Tegen etenstijd komen er nog meer bij, maar nu met hele restaurants op de fiets, in handkarren of aan een stok over de schouder. Als ze een mooi plekje hebben gevonden gaat de bbq aan en kunnen de meegenomen ingrediënten naar wens worden bereid. Zo zijn er aparte noedel, vlees en vis stalletjes. Jonge opgeschoten knulletjes proberen mobilés op een stokje aan de man te brengen. Een dame in een lange groene plastic jas veegt te straat aan en zeult een grote afvalbak mee. Schoongemaakt fruit ligt hoog opgestapeld op schalen die op het hoofd worden gedragen. Sommige brommers hebben een ijskastje als zijspan en een parasol erboven hangen. Het hele gezin zit dan op de bagagedrager. Ze verkopen ijs of gekoelde drankjes. Op een pleintje verderop staan de wat groter bakbrommers. Zij verplaatsen het gevaarte niet zomaar en hebben een vaste standplaats. Zij verkopen één merk zoals coca cola, pepsi, knorr en iets wat op conimex lijkt. Op het plein staat ook een witte overdekte vrachtwagen met een rood kruis erop, het is de ambulance. Iets verder dan het plein en voor het paleis aan het water is een grote feesttent opgezet. Hij is goed bewaakt, want van hier uit bekijken de vertegenwoordigers van de deelnemende landen en de Cambodjaanse koninklijke familie de roeiwedstrijden. Op het grasveld staan de grote eet en drink kramen waarin ieder zijn eigen muziek draait op volle geluidssterkte. Vooral de mannen zitten daar te luisteren, te drinken en proberen een gesprek te houden met elkaar. Tussen de kramen in zijn er kermisachtige activiteiten. Zoals ringblikwerpen. Op een met touw omheinde plek van twee bij vijf meter staan heel veel blikjes limonade dicht opeen. Enkele mannen en vrouwen verkopen bamboe armbanden en het is dan de kunst om een armband om een blikje te gooien. Lukt dat dan heb je dat blikje gewonnen. Iedereen wil het proberen en iedereen leeft mee als men aan het gooien is. Gaat het mis dan roepen ze oooeeeee. Gaat het net niet goed en blijft de armband half hangen dan is de ooooeeeee nog langgerekter, maar gaat het goed dan volgt er een enorm applaus. Een ander volksvermaak is het openlucht circus. De kleine beschilderde auto die de attributen vervoert van het circus belooft veel wilde dieren en Thai boxen. Het circus bestaat uit één aapje dat geen kunstjes hoeft te doen maar die steeds verplaatst wordt met de schaduw mee. Een meneer die de boel op een olijke wijze alles aan elkaar praat. Hij is een soort komiek. En een orkestje die is aangesloten op een stereo-installatie. Het orkest heeft een bezetting van twee man waarvan er één op een heuse kindertrommel slaat en de ander slaat met een stokje op een uitlaatpijp. De piste is een klein blauw zeil. Hier gebeuren spannende dingen met boxhandschoenen, kleine poppenbeertjes, zinken tonnen en gieter, verkleedkleding, papier, verschillende soorten plastic flessen en een glas water. De komiek nodigt de mensen dus op ludieke manier uit om dingen te doen die hij zegt en dat alles begeleidt door het orkest. Maar het grootste vermaak zijn de wedstrijden. Heel veel mensen zitten op het stenen talud de verschillende wedstrijden tussen de verschillende dorpen en landen te bekijken en hun groep aan te moedigen. Elke groep roeiers hebben hun eigen kleurrijke t shirt waarop staat waar ze vandaan komen. Tijdens de strijd zelf zijn ze tegenstander, maar als ze aan de zijkant staan tussen de andere aanmoedigers zijn ze vrienden. De roeiboten zijn van verschillende grootte en zijn ook prachtig versiert met de kleuren van land of dorp. Elk heeft een offertje op de voorplecht waar ook de ritme aangever zit. Met een roeispaan beweegt hij ritmisch naar voren en samen met de stuurman die achterin staat of zit roept hij het ritme om. Soms is de ritme aangever een dame die in glitterende kledij elegante golfbewegingen maakt met lichaam en armen. Er zijn verschillende categorieën waarin men kan uitkomen. Er zijn hele grote roeiboten waarin aan beide zijden de mannen staan en roeien of hun leven er van afhangt. Er zitten dan 50 man in zo’n boot. Hetzelfde kan ook zittende gebeuren of met twee groepen in één boot. Of de voorste helft staan en de achterst helft zit en andersom. Dan heb je de wat kleinere boten en nog een kaliber kleiner. Ze moeten een afstand van ongeveer 5 kilometer afleggen. De wedstrijden duren drie dagen en de landen die meedoen zijn Birma, China, Laos, Vietnam, Thailand en Cambodja. Plus de wedstrijden tussen verschillende dorpen. De dorpen zijn al maanden bezig om te oefenen en de boot te verfraaien. Aan de overkant van het water zien we ook heel groot reuzenrad staan. ’s Avonds is er daar een groot vuurwerk en de potons met enorme bouwwerken erop worden ontstoken. Ze worden door kleine slepertjes door de haven heen getrokken. Zo zien we de landkaart van Cambodja voorbij varen, alle vlaggen van de landen die meedoen, goden en danstaferelen. Een kleurrijk spektakel.

16-11-2005.
Het feest is nog lang doorgegaan, maar we zijn bijtijds naar bed gegaan. Vandaag is het vroeg op om de ferry naar Siem Reap te nemen over het Tonle Sapmeer. Eénmaal per jaar stroomt het rode water van de Mekong het meer in en kleurt het water. En om dat te vieren worden de roeiwedstrijden gehouden. Nu gaan we over het grootse meer varen. Piet en Edward zitten beneden op de gereserveerde vliegtuigstoelen. Jan en ik gaan op het dak zitten. Tijdens het varen is het er heerlijk koel, maar verder naar het middaguur brand de zon wel flink op je bol. In het begin varen we door smalle waters langs druk bebouwde oevers, maar allengs word het water breder en komt er meer landbouw. Soms liggen de boerderijtjes op kleine smalle eilandjes in het door de zon glinsterende, bijna verblindende water. De huisjes en palmen tekenen zich dan zwart af tegen de horizon. Als de zon hoger komt te staan kunnen we meer in details zien wie en wat er op de eilandjes bevindt. De kinderen zwaaien vrolijk naar ons. De vrouwen doen de was of gaan in hun bootje met een boodschappentas. De mannen verplaatsen het magere koetje of gooien een hengeltje uit. De hooibergen zijn als uit een schilderij van de middeleeuwen. We zien platforms waar grote visnetten aan hangen. Ze liggen zowat over de gehele breedte van het water. Dorpen waar we langs varen zijn allemaal woonboten en boven op de daken staan hoge tv. antennes. Er lopen veel van dit soort brede vaarten richting het eigenlijke meer. Als we daarop komen is er geen wallenkant meer te zien. Na vijf en een half uur varen komen we aan. Bij de aanlegsteiger is het een chaos van busjes, taxi’s, brommers en tuk tuks. Iedereen schreeuwt om een vrachtje. De boot vervoerde alleen toeristen die nu massaal hun bagage uit het ruim willen die een smalle uitgang heeft en waar één Cambodjaan probeert de koffers en tassen er op een fatsoenlijke manier uit te krijgen. Och erme, hij komt helemaal in de verdrukking. Wij gaan langs de kant staan en wachten af, maar kijken wel goed of niet één van onze tassen meegaat met de verkeerde bus. We moeten twee tassen redden uit twee verschillende stapels. Maar uiteindelijk hebben we ons hele hebben en houwen, maar ook onze gids, die een eindje verder staat met ons busje. Ook hij heeft de tijd en we wachten nog een moment zodat we alle ruimte hebben om weg te rijden. We worden naar ons hotel gebracht net buiten Siem Reap. Het is een rustig en sfeervol hotel met maar 8 kamers gerund door een Franse dame. Daar eten we eerst wat voor we naar het openlucht museum, “Culture Village”gaan. Hier laten ze op een speelse wijze de geschiedenis en cultuur zien van Cambodja, zo staat erin de folder. We krijgen een plaatselijke gids toegewezen die Engels heeft gestudeerd, wat niet inhoudt dat je hem dan kan verstaan. Hij gaat voortvarend te werk en of wij hem maar willen volgen in zijn tempo. Dat tempo wordt danig verstoord door een enorme onweersbui waardoor we een uur moeten schuilen. Het park is groots opgezet en de minderheden in dit land worden als museumstuk neergezet. Er is een gebouw waarin ze een grot hebben nagemaakt waar je kan zien hoe het in de hel is. Dan zie je ook meteen hoe de Rode Kmer heeft gemarteld. Leuk voor de kinderen. De hemel hebben we niet kunnen bezichtigen, want die was in reparatie. De gids plant ons op een tribune en net als we een beetje gezeten zijn loods hij ons verder zonder dat wij ooit zullen zien wat daar nu toch zou gebeuren. We gaan een museum in waar de geschiedenis van af het ontstaan van Cambodja is afgebeeld middels kinderlijke geschilderde schilderijen en nog kinderlijker, buiten porporties gemaakte poppen. Omdat de gids haast heeft praat hij steeds sneller en zijn we binnen enkele minuten door de oudheid heen. Bij de recente geschiedenis blijft hij wat langer de dingen uitleggen. Het enige wat we daarvan begrepen hebben was bij de laatste twee poppen. Er staat een Unifil soldaat naast een (volgens de gids) Viet Namees hoertje: “en zo is er aids in Cambodja gekomen.” Klaar. Met gepaste snelheid naar de uitgang en we zijn weer op weg naar het hotel. Ach, gelukkig maar, want het regent en onweert weer. We gunnen ons een goed boek en een biertje. Voor we weer opgehaald worden verfrissen we ons. We gaan naar een Apsara dansshow. Het is een leuke en erg mooie dansshow, vooral de hoofddanseres is erg goed en bloedje mooi. Het eten is in buffetvorm en erg lekker. De show wordt in een grote hoge zaal gegeven en nadat het is afgelopen wordt het gesloten. Dus effe uitbuiken is er niet bij. Dat doen we wel in ons onvolprezen hotelletje. Deze heeft lekkere zitjes met veel kussens, leuke lampjes en mooie planten. Een fan boven je hoofd, een lekker drankje en dat goede boek maakt het tot een rustige avond.

17-11-2005.
Dit is de grote dag van een wereldwonder. Een hele dag van oude cultuur in ruïnes verspreid over een heel groot gebied. Men duidt het geheel als Angkor Wat, maar dat is maar één gebouw van de vele die er staan. Het is wel het gebouw die je meestal op de plaatjes ziet met zijn typische torens die ook in het water weerschijnen. Samen met de gebouwen met de enorme hoofden en de gebouwen die in de bomen lijken te zijn gebouwd zijn zij het meest bekend. De gids leidt ons door de tot nu omgevormde Hindoeïstische en Boeddhistische tempels en is een wandelend geschiedenisboek. We komen vandaag veel te weten. Als we voor de grote stenen brug staan die leidt naar het Angkor Wat staan we met tranen in de ogen. Een wens in vervulling en het zicht is indrukwekkend. Jan kiest vandaag zijn eigen weg hier, want hij is er voor de tweede keer en wil alleen maar plaatjes schieten. Er is een Japanse presentatrice van een reisprogramma die achtervolgt wordt door cameraploegen en geluidsmannen. Op de steile trappen van de torentjes gilt ze het uit tot vermaak van de ploegen die met hun zware apparatuur ogenschijnlijk gemakkelijk naar boven wandelen. Wij gaan de trappen niet naar boven, ze zijn echt steil en vaak kom je wel boven, maar dan moet je dezelfde weg weer naar beneden. Omdat er in heel Azie het maanfeest wordt gevierd zijn er veel toeristen uit die landen. Voornamelijk, Japanners, Chinezen en Koreanen. Zij speren niets ontziend met hun gids door je heen. Ze lopen je gewoon omver en gaan voor je beeld staan. En voordat zij zijn uitgefotografeerd ben je een stief kwartier verder, want iedereen moet in verschillende composities op de foto. Gelukkig hebben we alle tijd en de gids weet altijd wel een plekje te vinden waar het rustig zitten is om naar zijn verhaal te luisteren. Hij legt uit wat op de muren is gebeeldhouwd. Het is net een spannend stripboek die heel fijn is uitgesneden en dat in steen! Het gebouw met de vele hoofden van een koning is net zo onwerkelijk. Als je het van een afstandje staat te bekijken is het één grote grijze steenklomp, maar hoe dichter je erbij komt hoe meer hoofden je kunt onderscheiden. We rijden met ons busje naar verschillende tempels. In elk van deze gebouwen staan beelden al dan niet onthoofd of aangekleed met een oranje sjaal. Bij sommige beelden staan nonnen. Kale tandeloze vrouwtjes die de mensen naar de goede weg leiden of een gebed over ze uitspreken en de wierook brandende houden. Er lopen heel wat monniken rond, maar ik krijg soms het idee dat dat speciaal voor de toerist is wanneer ze op bepaalde plekken in poses gaan staan of zitten. Het is een indrukwekkende dag en ‘s avonds zitten we vermoeid in de kussens van hotel en besluiten morgen niet terug te gaan hoewel we een pas hebben voor twee dagen. Dit moet eerst betijen en we maken andere plannen.

18-11-2005.
Zoals heerlijk een keer uitslapen. Rond een uur of negen hebben we met de chauffeur van ons busje afgesproken en gaan we naar Chantier des Arts. Hier worden kansarme en soms lichamelijke gehandicapten jongeren een vak geleerd in handwerkkunsten. Als ze klaar zijn met leren is er ergens op een toeristische plaats in Cambodja een gegarandeerde plek waar ze kunnen werken. We worden rondgeleid door iemand die de geschiedenis vertelt van deze school en die ons door de verschillende klassen leidt. Er is een klas vol doofstomme meisjes die op zijde witte lappen een prachtig landschap of een tafereel van het Angkor met waterverf schilderen. Een klas met voornamelijk jongens die uit een brok steen iets moois bikken of uit een boomstammetje met verschillende mesjes het hout zodanig bewerken dat ook hier iets moois ontstaat. Het is echt vakwerk wat ze leveren en wil je iets moois dan moet je hier zijn. Je betaald er wat meer voor, maar je hebt kwaliteit en daarbij help je de school en hun leerlingen. We wisten dit in Nederland al en gaan nu voor de hebbedingetjes. Edward mag hier zijn verjaarscadeau uitzoeken en neemt een gebeeldhouwd hoofd van de Bayontempel. De chauffeur denkt dat we nu toe zijn aan een massage en brengt ons net buiten Siem Reap naar een deftig uitziende salon. Maar wij willen dit helemaal niet. Hij is een aardige man die de kans om Engels te spreken te baat neemt, maar het luisteren ernaar een beetje vergeet. Eenmaal duidelijk gemaakt gaan we naar de Psah Chah markt, centraal gelegen en vlak bij de school. We duiken de overdekte markt in. Voor het eerst ruiken we hem weer. Dat komt vooral door de vis die in alle mogelijke manieren wordt verkocht. Ze liggen netjes aan elkaar gebonden in een teil met water of reeds gerookt op een zeiltje. Of bungelen aan een stok en als je niet uit kijkt loop je tegen de bundels op. Ze zitten net als haringen in een ton opgehoopt in grote doorzichtige plastic pot samen met rode pepers en andere ingrediënten. Of fijngemalen in grote open tonnen om verder te fermenteren. Je hebt ze in allerlei soorten met ieder zijn eigen stank. Ook voor de toeristen is er handel, maar je moet goed zoeken wil je iets moois hebben van goede kwaliteit. Op de markt nemen we een ice-coffee en later gaan we in een klein restaurantje iets eten. Heerlijk op ons gemakje. In de vroege namiddag gaan we naar het hotel om ons op te frissen, want we willen schoon naar een massagesalon. We kiezen ervoor dat in een salon te doen waar alleen blinde mensen werken. Het ziet er allemaal zeer armmoedig uit, maar het is schoon. We worden met z’n vieren naar een grote kamer geleidt waar bedden staan met een gat in het hoofdeind. Eerst moeten we nog blauwe, door zeep en zon gebleekte pakjes aan en Piet ziet de bui al hangen hij is niet zo groot als Edward maar net zo breed. Hier is het “one size fits all” dus Piet past het pakje ook en ik verzuip er zowat in. Alles gebeurt in een stilte, niet dat ze ook nog stom zijn, maar gewoon de Engelse taal niet spreken. Ieder krijgt zijn eigen bed met dame. Deze lopen eerst al voelende langs je lijf hoe lang je bent. Bij Edward begint ze te giechelen, er komt geen end aan dat lijf en het bed is ook al te kort. Het is een soort van synchroon masseren. De dames leggen een zelfde parcours af op onze ruggen.We liggen op onze buik en we worden van top tot teen gepijnigd. Elke spier in de rug armen en benen krijgen een knijpbeurt. Afgezien van de lengte zitten er dezelfde spieren in en krijgen dezelfde behandeling in hetzelfde tempo. Na een uur kneden is het klaar en verfomfaaid en een beetje licht in het hoofd staan we even later aangekleed weer buiten. Je knapt er gewoon van op en er zijn geen beurse plekken. Hoog tijd voor een biertje. De chauffeur had nog een goed restaurant in gedachte en rijdt ons daarheen. Een beetje spijt hebben we er wel van, want het was niet echt Cambodjaans, maar wel lekker.

19-11-2005.
De laatste blikken op mooi Cambodja met de belofte ooit nog terug te keren, maar nu nemen we het vliegtuig naar Bangkok. Rond een uur of twaalf zitten we daar in ons hotel. Het hotel is gebouwd boven en naast het grootste lokale kledingcentrum, Bobae Tower. Dat is een makkelijk punt voor taxichauffeurs, want iedere Thai kent deze markt. Je moet op de elfde inchecken en het duurde een moment voor we daar achter waren. We zitten met onze kamers op de 21 ste verdieping en hebben uitzicht over een dimstige stad. We zitten redelijk centraal van de bezienswaardigheden. Het hotel moet een enorme energierekening krijgen, want de airco staat overal op zijn koudst aan. Tijdens het ontbijt bevriezen de botertjes tot onbewerkbare brokjes die overal heen schieten en je net gebakken ei heeft kippenvel en krijg je dus ook niet warm naar binnen net als je koffie of thee. Er zitten zelfs mensen demonstratief in hun jas. We gaan eerst iets te eten zoeken en doen dit op de bovenste verdieping van de kledingtoren bij het hotel. Je moet daar eerst bonnen kopen en dan kun je kiezen uit stalletjes waar ze verschillende etenswaren verkopen. Als je al je bonnen niet hebt opgebruikt dan kun je ze gewoon weer inwisselen voor bath. Weer een hele andere omrekening dan de kip of de riel. Het eten is er erg goed en je zit tussen de Thai, want hier zie je geen falang. In de namiddag gaan we naar Greenwood Travel die op de 11 verdieping zit van het hotel. Zij zullen zorg dragen voor het reconformeren van onze tickets naar Nederland. En in de avond worden we verwacht in een grote bierton, Tawandang Brew House aan de Rama 3 road. De bazen hiervan zijn Duitsers en hebben goed geboerd met deze tent. Hier ook weinig buitenlanders. Het is een groot gebouw in de vorm van een bierton en je kunt er vele soorten biertjes krijgen. Het zijn vooral de jongere Thai die hier komen en je moet al maanden van te voren reserveren voor een plaatsje. Er is een podium waar verschillende acts op professionele wijze worden getoond. En als er iemand van je gezelschap jarig is dan vraag je het bekende Happy Birthday lied aan. Deze wordt dan vrolijk gezongen door de optredende artiest in een ritme die niet bij te houden is zo langzaam. Het wordt meer een treurmars van: “(snik), alweer een jaar ouder”. Ondertussen zit je te eten en te drinken. Er is constant bediening om je heen om je glas bij te vullen en je kunt ook steeds bijbestellen. Als je een whisky besteld krijg je meteen een hele fles en het is dus niet gek als je die fles mee naar huis neemt. We zijn uitgenodigd door de mensen waar Piet twee jaar mee heeft samengewerkt toen hij in Thailand werkte. Het zijn collegae, maar Don met haar zoontje, zus en moeder zijn er ook. Zij was de huishoudster. Iedereen kent iedereen. De verkering van een vrouwelijke collega (Noey) is er ook en hij is een politieagent. De collega (Eileen) die het meest met Piet heeft samengewerkt is een Filippijnse. Zo kunnen we toch aardig in het Engels kletsen. Het is een hele gezellige avond en de collegae zorgen er voor dat we niets te kort komen en er wordt van alles bijbestelt. We zijn met een man of 20 en met drinken en eten zijn we €120 kwijt. Een kapitaal in Thailand, maar voor ons verbijsterend goedkoop voor zo’n avond met consumptie. We gaan redelijk op tijd weg, want morgen moeten we vroeg op.

20-11-2005.
Om 7 uur moeten Edward en ik in een hotel in Chinatown zijn. Daar wacht ons een kleine groep en uitleg over de fietstocht die we gaan maken door een klein gedeelte van Bangkok. Piet verklaart ons voor gek, want in Bangkok kan je niet fietsen in het verkeer. Daar hebben we tijdens de fietstocht weinig last van. We moeten achter elkaar aan rijden en er rijden verschillende gidsen mee. Als we dan moeten over steken, steken zij een gekleurd petje omhoog en het ongelofelijke gebeurt: de auto’s stoppen zodat we met een gerust hart kunnen oversteken. Dus zo gek is het allemaal niet. We zitten in een zeer gemengd groepje waar twee dames tot in de puntjes gekleed met witte blouses en roze schoentjes eruit springen. Na de uitleg van Ko Kessel die er op gespits is dat wij Nederlanders niets weten van de Thaise bevolking en de clichés hierover worden met harde woord ontrafeld. Dan gaan we naar de garage die onder het hotel ligt en daar staan de fietsen met elk een nummer erop. Even passen en meten voor je goed op je fietsje zit en daar gaan we dan. We rijden dwars over markten, door kleine steegjes waar de mensen op straat zitten te koken of waar de afwas wordt gedaan. Iedereen begroet ons vriendelijk. Langzaam komen we dichter bij de rivier, Chao Phaya, die Bangkok in tweeën splitst. Het heeft de laatste tijd hard geregend en het is vloed zodat we met de door kuithoog water moeten fietsen. Helemaal geweldig! Alleen niet voor de dames met de roze schoentjes, maar ook zij fietsen dapper door en laten zich niet kennen. Het is ook wel een magnifieke ervaring. We varen met een bootje over en fietsen daar verder. Het contrast kan niet groter. Hier staan veel minder huizen en een eindje verder rijden we over smalle paden tussen groen velden en bomen met hier en daar een huisje. We komen langs kleine tempels en in één ervan moeten we wachten op de bootjes waar we later in stappen, die door de sluizen moeten. Er is daar net een crematie afgelopen en de gidsin vraagt aan de mensen of wij even mogen kijken en praten met hen. Yes, we can tok them. De Thai hebben een leuk Engels taaltje waar je even aan moet wennen. Daarbij wordt het met uithalen naar boven uitgesproken. No heb, is dat ze iets niet hebben. I can’t change you wil zeggen dat ze geen wisselgeld hebben en I will look for you long sleep gaan ze op zoek naar een t shirt of bloes met lange mouwen. You can open air is dat de airco aan kan en when you liep is wanneer je weggaat. Er is ook een katholieke kerk waar net een dienst bezig is. De kerk zit stampvol. Hij is prachtig roze met wit beschilderd. Bij een parkje waar de toilet stop is zitten kinderen te luisteren naar een man. Ze krijgen les. Midden in het drukke parkje hebben we de enigste slang gezien van de hele vakantie. Iets wat je dus niet verwacht. Zo zie je maar, Ko heeft best een beetje gelijk met hoe de Hollanders over Thailand of Azië denken. Zoals ijsklontjes moet je niet gebruiken, want dan krijg je diaree, omdat ze niet van zuiver water zijn gemaakt. Welk gastland wil zijn bezoekers nou vergiftigen? Je hebt fabrieken die van zuiver water ijsklontjes maken en de Thai gebruiken die zelf ook. Voedselvergiftiging komt trouwens meer voor in het westen dan in het oosten. En wat de hoeren betreft: 93% van de Thaise mannen zijn bezoeker en het is niet de buitenlander. Wel zijn er wel geteld twee straten met van dit soort tenten in Bangkok speciaal opgezet voor buitenlanders en in enkele badplaatsen ook. De Thai is absoluut niet monogaam. Zo is het leven daar, dus moeten wij daar dan over oordelen? Het zijn daarom ook vooroordelen zoals menig Amerikaan dat over Holland heeft. Wij lopen toch ook niet op klompen en Amsterdam is niet alleen het red light district of wij zijn niet allemaal hasj rokende verslaafden. Doordat we gebruik moeten maken van de sluizen duurt de tocht iets langer dan gepland, maar we komen weer veilig aan in de garage. We nemen een taxi naar ons hotel en gaan het shopping center erboven in voor de lunch. De rest van de middag doen we rustig aan, want het was gisteren laat en vanochtend vroeg. En vanavond gaan we ook weer uit. Samen met Don die een Isaan-sing of sing a song restaurant weet. We zijn al een keer eerder bij zo’n avond geweest en dat vonden we toen helemaal je hét. Het is één of ander oud lokaal waar gezongen, gedanst en gegeten wordt. Wij worden vooraan bij het podium en dansvloer geplant net voor de grote boxen. Een ereplaats, want veel buitenlanders zien ze hier niet. Don besteld het eten, want zij weet precies wat wij lekker vinden en de menukaart is hier in het Thais geschreven. Op het rijdende dienblad staan onze drankjes en ook hier worden onze glazen direct weer bijgevuld als ze halfleeg zijn. Op het podium zit achter glitter guirlandes het orkest en de zangers en zangeressen staan zich op te maken in de diverse wc’s waar het dan ook erg gezellig is. Elke zanger of zangeres geeft vlak voor zij op moet treden het te zingen stuk aan de leider van de band. Heel professioneel allemaal. In ieder geval speelt de band uitstekend en de zangers doen het zeker niet slecht. Het zijn de originele Isaanliedjes die enorme hits scoren in Thailand. Er wordt flink gedanst en wij worden al gauw uitgenodigd om mee te doen. Veel kan er niet fout gaan. Je stapt ritmisch van je ene voet op de andere en je armen zwaaien met draaiende handen langs je borst of heupen en dit doe je zo sierlijk mogelijk. De Thaise dames vinden het geweldig om met die grote blanke mannen op de vloer te staan en de Thaise heren laten mij ook niet met rust. Er wordt zelfs naar me gezwaaid door een zanger die een ernstig lied ten gehore brengt. We liggen laat en afgepeigerd op bed en het duurt even voor het piepje uit onze oren is verdwenen.

21-11-2005.
Na een laat en koud ontbijt gaan we op pad naar het Grand Palace waar ook de tempel staat met de smaragd-Boeddha, Wat Phra Kaeo. Daar is het ontzettend druk met alweer Chinezen, Japanners en Koreanen. Ze zijn ons gevolgd. Dat merkten we op het vliegveld al, waar het een waar slagveld wordt als de koffers over de band komen. Ga op een afstandje staan met de benen gespreid, want ze lopen je gewoon van de sokken en wacht geduldig tot ze weg zijn en pak dan je koffer. Het geduld geldt ook bij het Grand Palace als je foto’s wilt nemen. Wacht tot de groep met gids weg is schiet dan gauw, want er kan nog een groep komen. Gelukkig hebben we de tijd aan ons eigen. En ondanks dat we er niet voor de eerste keer zijn blijft het indrukwekkend. Na het palace drinken we een koffie en gaan naar Wat Po net achter het palace gelegen. Hier is het ook stervens druk, maar dat komt omdat de moeder van de directeur van het nationale Thaise biermerk Chang net haar laatste eer krijgt voor ze de oven ingaat. De pleinen zijn rijkelijk versierd met hele grote bloemenkransen op standaards en het ruikt er heerlijk. Er is zelfs een bloemenkrans bij van de Rabobank zo lezen we op het enige lint wat we kunnen lezen. Tegen de muren hangen kleurige gebloemde dekens en één plein is overdekt met een tentdoek. We zullen er vanavond een biertje opdrinken. De enorme liggende Boeddha in Wat Po is net uit de steigers. Hebben wij even geluk. Bij een kraam die souvenirs verkoopt staat het beeld van Kua Hin waar ik al zo lang naar op zoek ben. Het kost veel praten, weglopen en weer praten, maar ik krijg het beeld voor mijn prijs en staat nu te prijken op de pronktafel. De lunch gebruiken we aan de overkant van het palace en nemen daarna de taxi eerst naar het hotel en daarna naar Robinson. Dat is een groot warenhuis te vergelijken met de Bijenkorf. Voor Westerlingen ook een uitkomst, want de winkel op Sukhumvit-road heeft een supermarkt waar ze Franse kazen, Hollandse haring en Italiaanse worst verkopen. Wij gaan erheen, want we willen goede sandalen van Ecco hebben en een elektrische rijstkoker. Hierna nemen we weer taxi’s. Een goed vervoermiddel in Bangkok, maar vraag eerst of ze de weg weten en altijd de taximeter aan. Doen ze niet wat je wil stap gewoon uit, vinden ze helemaal niet raar. Eerst naar het hotel waar we de koffers pakken, morgen is het vertrek dag, maar Piet blijft nog drie weken en we kunnen zolang de koffers op zijn kamer zetten. En daarna gaan we doen wat zoveel rugzakkers doen, naar Khao San-road. We gaan op cd jacht en zoeken iets op om te eten. Je krijgt daar wel een soort valse schaamte als je de rugzakkers als hippies ziet zitten of lopen. Redelijk onaangepast. Ach, ieder zijn meug, maar zij moeten me niet gaan vertellen dat ze zo’n goed contact hebben met de bevolking. Ga er altijd vanuit dat je niet met blote schouders moet lopen in een Aziatisch land al is het nog zo warm. Doe een gewoon t shirt aan en een korte broek is helemaal niet erg, maar tekort of met gaten erin is nou net iets wat niet kan, hoewel ze het niet zullen zeggen.

22-11-2005.
Vandaag de laatste dag in Azië. De koffers zetten we bij Piet en gaan een laatste koutje pakken in de ontbijtzaal. We worden opgehaald van ons hotel en samen met wat andere mensen gaan we de welbekende klongtour doen. Die hebben we ook al eens gedaan, maar toen regende het pijpenstelen. Nu hebben we prachtig weer en de route is toch iets anders. We gaan zelfs een stukje lopen door twee tempels en iedereen vindt dat natuurlijk reuze interessant, maar de gids maant ons door te lopen wat niet helemaal lukt. Het is hoog water en met een rustige gang varen we over het water langs de huizen. Zou je dat niet doen dan hebben de mensen daar natte voeten. Je hebt werkelijk niet het idee dat je nog in Bangkok bent. Het doet zo landelijk aan. We zitten met ons viertjes in de boot gepropt en hebben weer de grootste lol met elkaar. Zeker als we op een grotere vaart komen en de bootsman er tempo in zet. Met de boeg omhoog racen we door het water en over waterhyacinten waar rotzooi en kokosnoten tussen zijn verstopt en met een flinke bonk weet je dan dat je over iets heen voer. De bochten zijn ook leuk, we liggen helemaal schuin in de boot om vooral geen tegenwicht te geven. Langs één van de klongs hebben we een eenvoudige lunch. Met een klongkapsel stappen we uit bij de laatste halte en moeten wachten op de rest van de groep. Vlakbij, achter wat huizen verstopt is nog een marktje waar we nog wat kruiden kopen om thuis te gebruiken. In de late middag komen we terug in het hotel, frissen ons op en nemen de taxi naar een speciaal visrestaurant op een bepaald adres. De chauffeur weet waar. We zitten heel lang in files en op het juiste adres is geen restaurant. Weer terug in de files en zijn pas tegen negen uur ’s avonds in het hotel waar we dan maar een maaltijd nemen. Een kleine deceptie. Maar mag de pret niet drukken, want de gehele trip is goed en leuk verlopen. We hebben weer veel gezien. Rond een uur of twaalf worden we afgehaald en nemen afscheid van Piet. Op het vliegveld moeten we nog enige tijd wachten en onder het genot van cola met een zelfmeegebrachte tic valt dat toch nog niet mee. We zitten weer behoorlijk in de airco en komen verkouden aan in Nederland. Jan gaat met de trein naar huis en wij hebben de luxe opgehaald te worden. Het is weer heerlijk thuis te zijn, maar toch…………………..