Aankomst één uur later
i.v.m. een omweg zodat we niet over Afghanistan en Pakistan kwamen.
Met de in Holland al besproken taxi in twee uur na landing in ons
hotel. Twee uurtjes geslapen, een douche genomen en naar Greenwoodtravel
in hetzelfde hotel waar Ernst zit. Daar anderhalve kilo snoep (veel
zacht en zoet) afgegeven als dank nog voor de goede hulp van twee
jaar geleden. Na een wakkermaakkoffie de straat op. Heerlijk die
bekende stank!? Je ziet weer van alles. De èchte visstick,
maar ook een vrouw die haar eierstokken verkocht. De eieren worden
iets voorgekookt waarna ze aan een flinke satéprikker worden
gespietst. Rond vier uur komt Piet ons ophalen samen met zijn vriendin
Tanja Rat, maar zeg maar Wan. Piet woont en werkt in Thailand, vlakbij
Bangkok en heeft enige ervaring dus, en een auto. Wan rijdt wat
ik bewonderenswaardig vindt in de hectiek van gemotoriseerd Bangkok.
Eerst Pat Pong gezien (de rosse buurt waar vooral de Thai komen
in tegenstelling tot andere verhalen) en daarna in het restaurant
Yok Yor gegeten. Lekker buiten en heerlijk voer, wat wil je nog
meer? Nou, vuurwerk! En dat allemaal aan het water, waar ook een
bootje nog langs komt waar je eten kan kopen, wat na bereiding omhoog
getakeld wordt en het restaurant zal daar niets van zeggen. Ook
niet als je je bestek en bord met een servetje (een soort dun wc-papiertje
wat in een houder op tafel staat) schoonmaakt eer je gaat eten.
Een schone Thaise gewoonte. Enfin. Geweldig is het woord wat te
weinig zegt over deze dag.
Vrijdag 16-11-01. Bangkok
Na een goede nachtrust en ontbijt
samen met Piet en Wan de taxi in richting Grand Palace alwaar we
de boot namen naar de Wat Arum. Op de boot wat militairen en een
dame in een blank witte bloes. Uit een plastic zakje kwamen badges,
insignes, sterren en balken die nonchalant op de bloes werden bevestigd
waarna de militairen direct in de houding sprongen. Wat Arum, opgebouwd
uit gebroken aardewerk en porseleinen schoteltjes, trapsgewijs gestapeld,
al vormend trappen en hoge torens gedragen door wachters van hetzelfde
materiaal. Boven op de hoogste toren olifanten ingebouwd, een soort
van olifant in een porseleinen kast. Een vrij rustig tempelcomplex
waar we op ons gemakkie hebben rondgekeken en het één
en ander geofferd hebben aan de dag Boedha’s en een tegel hebben
gedoneerd voor reparatie en verder opbouw. Na een overheerlijke
lunch van miesoep in een klein stalletje naar China Town. De chinezen
hier weten het nog voller te stouwen met allerhande dan Bangkok
al is. Boven, langs en op de straten hangt, rijdt en staat er in
onze ogen de onmogelijkste variaties. Je kijkt je ogen uit! Eenden
hangen er reeds gebraden en gedroogd, totaal met kop en poten, geheel
plat als een bord aan pinnen. Heel apart! Garnalen in soorten al
dan niet gedroogd in grote balen en heel veel eetstalletjes waar
het voedsel toch enigszins gegarneerd is met koolmonoxide. Wan heeft
ons van alles laten proeven, maar vooral het pannenkoekje met banaan,
gecondenseerde melk en suiker was een topper. Ook nog even naar
Koseang Road, de backpackerstreet, waar men soms twee tot drie weken
verblijft, zo leuk. Het was wel de plek waar ik me onveilig voelde
en het was er duur. En toen was het alweer avond. Om de hoek van
ons hotel in een donker steegje met dito restaurantje typisch Thais
gegeten. Soep en vele gerechtjes worden door elkaar gegeten met
een hapje rijst. Tonnetje rond en tongstrelend voor nog geen twintig
gulden. Wan weet haar weetje wel wat onze smaak betreft!
De taxiritten van vandaag waren gem.
Fl.3,50 per rit en het gezegde: Wees niet bang Kok heeft voor ons
een betekenis gekregen met een taxichauffeur die aan Gilles de la
Tourette leed. Werkelijk geen onvertogen woord, maar de onverhoedse
wilde bewegingen waren schokkend.
Zaterdag 17-11-01. Bangkok.
De dag rustig doorgebracht in de
Rosegarden. Wan reed dit keer weer en werd aangehouden, omdat ze
met drie farang (buitenlanders) reed. Na enig praten en bidden was
de boete 200 bath (± Fl.11,=). Het was nog een eind rijden vanuit
ons hotel, maar zo zie je nog eens wat van Bangkok. In de Rosegarden,
waar overigens weinig rozen te zien zijn, zomaar heerlijk gezeten
aan een water met enorm grote vissen en een showtje gezien met wat
Thaise dansen, een trouwerij en Thai boksen. Alles zeer humoristisch
gebracht. Twee geweldig mooie Zuid-Afrikaanse boys spraken me nog
aan. Ze hadden een baie reis en omdat ik morgen weg ga uit Bangkok
nodigden ze me enpassant maar uit om naar Kaapstad te komen, de
lieverds! De weg terug was ook weer imposant zoals we op een gegeven
moment uitkeken vanuit een hoger gelegen punt over Bangkok met zijn
torens in de schemering. Een wereldstad! Als afsluiter gingen we
s’avonds naar een I-saan sing. Eten, drinken, zingen en dansen voor
en van de mensen uit de I-saan. We konden niet meezingen, maar dat
was geen probleem. De liedjes zijn een soort van traantrekkende
smartlappen, zoals Frans Bouwer ze ook vertolkt. Dansen ging ons
dus beter af. Met gekochte bloemenkransen die om je nek werden gehangen
werden we uitgenodigd om op het podium te dansen met de dames en
heren. Heel veel lol met de mensen daar en die vonden het weer leuk
dat wij als enige farang daar waren.
Playboy: Je gaat (man) naar het toilet
en je staat net lekker, wordt je rug ineens gemasseerd, waardoor
je niet meer kan plassen. Is dat uiteindelijk dan toch geklaard
wordt de kraan voor je opengezet zodat je je handen kan wassen waarna
de handdoek wordt uitgereikt samen met een kam en als laatste ultieme
verzorging wordt er wat talkpoeder over je handen gestrooid.
Zondag 18-11-01. Bangkok-Korath.
(Nakorn Ratchasima)
Vandaag vertrekken we voor de I-saantour.
Het oostelijke gedeelte van Thailand. We zaten te wachten in het
hotel op onze gids en wie scherts onze verbazing dat Nalina, onze
gids van twee jaar geleden, aan kwam lopen. En zij zou ons gedurende
de volgende zes dagen weer gidsen, joepie! Op weg naar de I-saan.
Eerst naar een fruitmarkt langs de grote weg. Fruit proeven. Zonzoet!
We hebben een grote grapefruit en wat jackfruit gekocht voor onderweg,
maar ook een ijskoffie in meeneem plasticzak met rietje. Verder
op weg naar een waterval in een natuurreservaat waar veel thai de
nacht daar wilde kamperen, omdat er die nacht een maansverduistering
was. Ook bij de waterval een gezellige drukte van picknickende thai.
Er moesten veel foto’s gemaakt worden met een grote blonde blanke
dame. Later werd het rustiger toen we door een gecultiveerde jungle
op een betonnen pad wandelden. Daar waren we samen met veel onzichtbare
maar luidruchtige vogels. Daar vertelde Na mij een geheim. Het is
dat ze niet kan blozen, anders was het me met rode konen verteld.
Als wij zeggen mooi, bijv. bij een Boedha, betekent dat schaamhaar.
Arme Na en monniken. Na een lange rit en zeer goede lunch kwamen
we in een pottenbakkers dorp aan. Hoe ervan een stukje klei een
pot gemaakt wordt van 1.50 meter hoog en idem in diameter, maar
ook kleinere. Vervolgens gaan ze in een kolen of houten gestookte
ovens die eruit zien als een iglo, waarna ze in onze Intratuinen
worden verkocht. De hele grote worden vooral in de I-saan gebruikt
als waterreservoir. Onze nieuwe reisgenoot heet Bas en leert heel
hard om heet te eten.
En de maansverduistering werd verduisterd
door wolken. Tja, het leven is taai.
Maandag 19-11-01. Korath-Udon Thani.
Om halfacht vertrokken we naar de
eerste Kmertempel, Phrasat Phanom Wan, een ruïne tempel uit
de elfde eeuw die nog steeds als een heiligdom wordt gebruikt. Er
heerst hier dan ook een speciale religieuze sfeer, zeker als je
daar door het nog natte gras loopt en de zon laag staat. Hierna
stond een opgraving gepland van skeletten uit een heel oude cultuur
die 5000 jaar geleden daar geleefd hebben op het programma, maar
het dorp waar deze opgraving ligt is veel levendiger en vonden we
ook leuker. We hebben dan ook lekker gewandeld over de stoffige
straatjes. Men was druk met het bewaken van de rijst die op grote
zeilen lag te drogen, tegen de kippen en doende met allerlei klussen
buitenshuis. Bij de kleuterschool speelden de kleintjes buiten,
omdat de tegels in school nog te koud waren. Na de wandeling naar
de kmertempel, Phrasat Hin Phimai. Prachtig gerestaureerd. Deze
tempel was vroeger verbonden met de Angkor Wat in Cambodja. De fijne
bewerking van zandsteen gaf de ruigheid van de tempel een elegante
charme. De Bhodiboom groeide er een klein stukje rijden vandaan.
De boom bedekte een paar vierkante meters. Door de luchtwortels
te ondersteunen en te geleiden vormde het een soort kabouterbos
waar je doorheen kon lopen. We hebben vandaag veel gereden, dus
veel landschap gezien. Heel vlak met rijstvelden met daarin her
en der een palmboom. Het is oogsttijd, dus er is veel te doen op
de velden door mensen, karbouwen en waterbuffels. Voordat we Udon
Thani bereikten, bezochten we het dorp Chonnabot, waar vooral het
weven van zijde de bron van inkomsten is. Het verven en weven van
de zijde was heel kleurrijk, maar de kleding die ze ervan maakten
was weinig modieus. In een park in Udon Thani was er net de gezamenlijke
gymnastiek. Geweldig al die niet op ritme mee springende mensen
op Abbamuziek. S’avonds weer met Na en Bas gegeten in een restaurant
aan het meer waar we in een skylab naar toe zijn gebracht. Een skylab
is een gemotoriseerde riksja waar je met 4 personen in kan zitten
in de lengte. Dus weer anders dan een tuktuk waar je met twee man
in kan en in de breedte zit. De I-saan is een prachtig agrarisch
stuk Thailand en de toeristen houden daar denk ik niet zo van, want
die zie je hier weinig. Wij vinden het echt genieten!
Dinsdag 20-11-01. Udon Thani-Chiang
Kaen.
Weer op weg door dimstig groene vergezichten
met palmen, buffels en rijstsnijders die we van dichtbij hebben
mogen vastleggen op de foto. Halm voor halm wordt de rijst met een
sikkel afgesneden. Een wandeling door een landschap van rotsen zo
geplaatst op en in elkaar dat het tot heiligdommen was gemaakt door
de oudheid mensen. Bin Phu is een park met grillige rotsformaties
die gevormd zijn door een vroegere route van de Mekong. Er zijn
rotsschilderingen van 1500-4000 jaar voor Christus. Onbeschrijflijk
en warm op de zwarte rotsplateaus. We hebben dan ook wat afkoeling
gezocht in een dorpstempeltje net buiten het park. Een prachtige
tempel die nog intensief werd gebruikt, vooral voor speciale wensen.
Je moest voor een liggende, in steen uitgefreesde Boedha een wens
doen, in stilte natuurlijk, en dan die steen optillen. Lukte dat,
dan kwam je wens uit. Na en Bas gingen voor een goede lunch en diner
en het lukte om de steen op te heffen, maar een vrouw die later
kwam lukte dat niet tot grote teleurstelling van haar en haar man.
Waarschijnlijk gaat een kinderwens nu niet door. De voortreffelijke
lunch in een achenebbisj restaurantje in Si Chiang Mai aan de Mekong
met aan de overzijde Vientienne, de hoofdstad van Laos. Een wens
in vervulling! De weg vervolgt zich verder langs de Mekong, wat
een prachtig gezicht is, naar Chiang Kaen. Daar is ons hotelletje,
een zeer eenvoudig onderkomen met heel veel gezelligheid mede door
de eigenaresse en….. het lag aan de Mekong! Het was een authentiek
teakhouten Thais huis dat op palen staat. Je zou denken tegen het
hoge water, wat gedeeltelijk waar is, maar de eigenlijke reden is
dat daar altijd schaduw is, dus koel waar men op de dag lekker kan
rusten of werken. Daar aangekomen werden we direct in een boot geloodst.
Daar voeren we dan. Eerst naar de kant van Laos, een heel eind varen
naar de rokerige horizon en door een stroomversnelling terug naar
de andere zijde, retour naar het hotel, de zonsondergang tegemoet.
Een dag met een gouden randje!
Woensdag 21-11-01. Chiang Kaen-Phitsanulok.
Om 5 voor 6 wake up call om het eten
geven aan de monniken te zien die langs de huizen lopen waar de
vrouwen wachten met vooral kleefrijst en dan gaat het van de ene
gamel in de andere. Het was goed koud en alles gebeurde in stilte
en dikke mist. Mystiek! Vandaag hebben we veel gereden, maar nu
door de bergen. In de bergen is het goed druiven telen. We zijn
daar een wijngaard op geweest met de auto en uitstappen mocht niet.
De wijnstokken staan hoog op de poten en soms hebben ze een soort
dakje van plastic boven zich. Merkwaardig, en de wijn is heel duur,
ook voor onze begrippen. In een dorp waar zout werd gewonnen uit
een speciale bron een wandeling gemaakt. Een klein en zeer verlegen
meisje hielp Na, die altijd de weg kwijt is, de bron te vinden die
op het moment dicht was. Alleen als Boedha of een andere god het
toeliet ging de bron open. Het dorp was heel mooi en heuvelachtig
gelegen. De huizen stonden niet op al te hoge palen zodat we goed
in de houten huizen konden kijken. Ook het toilet van binnen gezien.
Een soort doopvont waar je op moest hurken. Ik ben niet groot, maar
keek toch boven het gebouwtje uit. Enfin, na weer een stukje rijden
kwamen we bij een enorme waterval die vooral indrukwekkend moet
zijn in het regenseizoen. Bij een andere waterval was een restaurantje
waar we dus hebben gegeten. Wel romantisch. Redelijk vroeg bij het
hotel in Phitsanulok aangekomen waar we na een verkwikkende douche
hebben gewandeld door heerlijk Thailand. Met een riksja door de
stad. Doodeng zoals die riksjarijders zich al bellend met passagier
door het verkeer trachten vooruit te komen. Hier geldt het recht
van de sterkste (gemotoriseerd), maar zij denken de sterkste te
zijn. Veilig aangekomen bij het bootrestaurant. Leuk varen, maar
slecht eten.
Donderdag 22-11-01. Phitsanulok.
Tot 8 uur uitgeslapen en om 9 uur
op weg naar Sukhothai, de eerste hoofdstad van Thailand. Op de fiets
verder rijden door de laatste 200 jaar van de elfde eeuw. Er liepen
drie verschillende bouwstijlen door elkaar. De verschillen zit ‘m
in de daken en figuren van de Boedha’s. Na had een kaart bij zich
die liet zien hoe het er waarschijnlijk uit zou hebben gezien in
volle glorie. Rustig fietsend en kuierend door de oude paleizen
en/of tempels was de sfeer sacraal en alleen daar te zien en te
voelen. Terug in Phitsanulok hebben we een museumpje bezocht die
het leven van de boeren goed liet zien. Ook de thuissituaties en
met wat de kinderen spelen. Het museum is opgezet door een verzamelaar
en dat is dus iets uit de hand gelopen, maar absoluut cultureel
verantwoord. Schuin tegenover was een Boedhafabriek, waar vooral
de vechthanen mijn aandacht trokken. Deze hadden ook al heel wat
prijzen gewonnen. Het maken van de Boedha’s was authentiek maar
ontluisterend maar de hanen maakten veel goed. S’avonds bij de beroemde
flying vegetables gegeten. Wij hebben er niet mee gegooid, maar
het eten is daar uitmuntend. Ook Bas begint al een beetje te wennen
aan het voedsel.
Vrijdag 23-11-01. Phitsanulok-Chang
Mai.
S’morgens naar de Wat Mahattat zoals
bijna alle tempels heten en soms met een toevoeging. Een levendige
tempel. Er was net een halve maandienst bezig voorgezeten door een
monnik op een verhoogde zetel en gezongen door witgeklede vrouwen
(meestal zijn dat vrouwelijke monniken). Heel erg mooi, juist door
de monotoonheid van het gezang. Heel wat mensen kwamen offeren zowel
binnen als buiten de tempel bij een Boedha. Prachtig in punten gevouwen
bananenblad met op elk puntje een wit bloemetje, het leken wel kleine
kerstbomen. Ook de bovenkant van een varkenskop compleet met oren.
Ik heb nog eens nagevraagd hoe dat kan, dieren offeren in een tempel
waar geen dieren gedood mogen worden, maar dat wordt alleen gedaan
als er een grote wens is uitgekomen. Niet echt een duidelijk antwoord.
Na dit bezoek zijn we de lager school doorgelopen. Van de kleintjes
tot de grote van een jaar of twaalf, dertien. Vanaf 6 jaar leren
ze al engels. Alles op een speelse manier. We mochten zelfs een
klas in wat voor veel hilariteit zorgde. De één vond
het wel leuk de ander stond te griezelen van ons anderszijn. We
moesten ook heel wat schriftjes bekijken en onze handtekening zetten.
S’middags afscheid van onze lieve Na en een lange treinreis van
6 en een half uur naar Chang Mai. De reis lijkt lang, maar is zo
voorbij, want je ziet zoveel.
Chang Mai is een soort thuiskomen.
We hebben een bed waar je nog makkelijk met vijf man in kan slapen,
zo groot en het uizicht is ook groots vanaf de tiende verdieping.
Zaterdag 24-11-01. Chang Mai.
Na een goede nachtrust in ons zwembed
zijn we eerst naar Mautours gegaan om de kookcursus af te spreken.
Onderweg kwamen we Bas tegen en die had dezelfde plannen als wij,
dus gedrieën de binnenstad gaan bekijken. Al slenterend door
de drukke straten zie je heel wat. Onooglijke winkels naast fraaie.
De winkel met kleurrijke wasmachines, koelkasten en éénpitsgasfornuizen
vind ik het leukst. Uiteindelijk aangekomen bij de Wat Pra Sing.
Een drukke tempel mede door de jongensschool waar ook de jonge monniken
naar toe gaan. In de tempel naast de grote Boedha vier beelden bedekt
met opgeplakte goudblaadjes voorstellend monniken. Deze hadden veel
betekend voor Chang Mai en de school, zo hoorde we van een monnik.
Op het plein voor de tempel werden we aangesproken door een (zogenaamde)
leraar die een tuktuk regelde naar het andere end van de stad alwaar
een regeringswinkel is. Enfin, voor Fl.1,50 zijn we er ingestonken,
maar hebben het leven in de buitenwijken gezien waar het wonderbaarlijk
rustig is. Met een rode bus weer terug bij af hebben we eerst gelunched
waar veel studenten zaten te eten. Daarna de weg terug naar ons
hotel gewandeld. Ongeveer drie uur durend omdat er onderweg zoveel
te zien is. Heel veel tempels bezichtigd en elk weer anders met
zijn eigen bekoring waardoor het reuze interessant blijft. Ook de
pleintjes en directe omgeving zijn mooi. Zoveel verschillende chedi’s,
maar ook de rust die daar heerst. Het is geweldig hoe de thai zijn
geloof beleid in de zo verschillend gebouwen en zoveel van elkaar
verschillende Boedha’s, maar ook andere beelden. Ook het hindoeïsme
loopt er doorheen met af en toe iets chinees. S’avonds gegeten bij
een Chinese visboer. Een druk bezet terras vertelde al iets over
de kwaliteit en die konden we later na de maaltijd alleen maar beamen.
Het is zo wie zo goed eten waar veel Thai zit.
Zondag 25-11-01. Chang Mai.
We zijn een geweldige dag geëindigd
met een Mai Tai op een terras op de Nightbazar. De dag begon een
beetje verkeerd. We werden op tijd afgehaald voor de kookschool,
maar de eerste bleek vol. Geen probleem ze hadden er nog één.
Daar aangekomen sloten we ons bij de andere drie aan die daar al
zaten. Reuze gezellig, maar ik voelde me bedot, omdat ik het een
en ander op internet had gezien en dit er in zijn geheel niet op
leek. Zoals gezegd reuze gezellig, maar smerig en vol met vlooien
na later bleek. Gelukkig kwam er een verlossend telefoontje. We
zaten bij de verkeerde en even later stonden we in de goede groep
op de markt de ingrediënten te kopen die we die dag nodig zouden
hebben en kregen we daarvan een goede uitleg hoe je kon zien hoe
iets vers was. In de kookschool had ieder zijn eigen schone snijblok
en éénpitter. Alles hygiënisch en een goede humoristische
uitleg met bijgeleverd een goed kookboek. We hebben vis gevouwen
in bananenblad, een garnalensalade een kipcurry een bananenkokostoetje
en noodles gemaakt. De ingrediënten, vlees en groenten voor
de gangen stonden klaar in eigen bakjes of pannen. Vooral het snijden
met een hakmes viel niet mee. Alles ragfijn of schuin naargelang
het gerecht en niet de groenten. Kortom, een veelzijdige Thaise
keuken die je niet in 1 dag leert, maar wel een stukje beter begrijpt.
Deze dag had vele hoogtepunten. Samen koken met zoveel mensen van
verschillende nationaliteiten die op hun eigen manier staan te stuntelen.
Het samen eten van je eigen baksel. Natuurlijk ook de humor dat
het fout ging vanochtend en het leren van het Thaise begrip koken.
Om vier uur was het feest ten einde en werden we weer thuis gebracht.
We hebben nog wat geinternet en s’avonds op het foodcenter gegeten.
Heerlijk eten op de bon, soms wat moeilijk om een plekkie te vinden,
maar zeer beslist een geslaagde manier om aan je voer te komen.
En daarna dus op een terras van een engelse pup.
Maandag 26-11-01. Chang Mai.
Veel gewandeld vandaag. In de ochtend
naar de markt. Iedereen heeft een orde weten te scheppen in wat
ze verkopen. Zelfs per straatje verkopen ze hetzelfde. Toch komt
het over als één grote chaos. En dan de geur! Je moet
eerst wat oppervlakkig ademen om niet meteen om te vallen, maar
na 5 minuten weet je niet beter. Een echt gezonde vakantie is het
niet als je erbij optelt dat we vaak door auto’s, tuktuks en brommers
zijn omgeven. De hele ochtend zijn we op de markt gebleven. Verwonderd
om ons heen kijkend. Rijen vissen, gedroogd, nog levend of al een
tijdje overleden. Straten met keukengerei van dat lichte metaal,
aardewerk of hout en bamboe of ook wel kokos. Stapels knoflook,
thee, pepers en gekleurde allerlei van groenten. Maar dan het vlees.
Springende kikkers in netten, opgehangen dode kippen en eenden en
netjes neer gelegde in stukken gesneden varkens. Koeien en waterbuffels
of ossen eten ze niet, want die hebben tenslotte voor je gewerkt.
Is dat nu Thai’s of Boedhistisch? Varkenskoppen en poten op een
rijtje naast magen die er nog in zijn geheel liggen. Dan ziet pens
er opeens nog appetijtelijk uit. Eigenlijk is het onbeschrijfelijk.
Kaarten gekocht, beschreven en van een postzegel voorzien voor het
thuisfront. Gelunched en s’middags naar een bejaardentehuis geweest,
waar de oudjes wonen in erbarmelijke omstandigheden, maar zeer gelukkig,
omdat ze wat hebben. Deze mensen hebben geen familie die voor ze
zorgt en nu zitten ze droog met bed en drie maaltijden, alles verzorgd
door de regering. S’avonds hebben we reuzen garnalen gegeten voor
nog geen tientje! Smullen.
Inmiddels is de hal van ons hotel
versierd met enorme witte kerstbomen en twee kerstmannen.
Dinsdag 27-11-01. Chang Mai-Thaton.
Rond halfnegen werden we opgehaald
door Addy, onze gids voor de komende drie dagen in het noorden.
Eerst naar een olifantenkamp. Groot en klein stond klaar voor banaan,
suikerriet en foto. Daarna gingen ze met z’n allen in bad waarna
de circusnummers begonnen. Vooral de kleintjes zijn koddig en vrij
soepel in de bewegingen. Er werd gedanst, mondharmonica gespeeld
en geschilderd. Ook de grote olifanten hadden een nummer. Zij brachten
grote zware boomstammen op hun plek. Hierna hebben we een orchideeën
anex vlinderkwekerij bezocht. Prachtig! In een andere orchituin
gelunched. Daar hadden ze een kennel met siamese ridgeback honden
en siamese katten. Mooi en goed verzorgd. Vooral het hondenras had
mijn aandacht. Weer verder naar de Chiang Dao Cave Temple. Een heilige
grot in een heilige berg met veel Boedha’s, zelfs één
die op zijn rug ligt geheel bedekt met een oranje (lijk)wade. Die
hadden we nog nooit gezien. Verder door prachtig heuvelachtig landschap.
Zo anders dan we al gezien hadden. Veel bos, hoge heuvels en dan
weer rijstvelden. Overal Boedha’s langs de weg en op de wanden van
de heuvels, ondanks dat een groot gedeelte van de bevolking hier
animistisch is. Daar zagen we een goed voorbeeld van bij de grot.
In het dorp waar de mensen vlijtig manden aan het vlechten waren,
stond een allemachtig lelijk groot hert met rond zijn poten allemaal
andere dieren en vooral olifanten en dat alles weer rondom een heilige
boom. Op weg naar ons hotel een origineel Hmongdorp gezien. De Hmong
zijn vluchtelingen uit Laos. Velen hadden inmiddels de Thaise nationaliteit
en droegen ook gewone kleding. Je kon wel goed zien dat ze van oorsprong
weer chinees waren. Een idyllisch dorp op een heuvel in de schemering.
Na wat ballonnen te hebben uitgedeeld was het ijs gebroken en was
er veel lol met de kinderen en hun moeders. Het hotel ligt pal aan
de Mae Kok rivier, maar het is al donker als we arriveren dus morgenochtend
vroeg op. Gelukkig hadden we warme truien, broeken en sokken bij
ons, want het is inmiddels goed koud geworden.
Woensdag 28-11-01.Thaton-Chang Rai.
Zaza jarig! Wordt m’n dochter alweer
21 jaar. Om zeven uur opgestaan, aangekleed en naar de enorme Boedha
op de berg tegenover ons hotel gelopen. Een heilige berg vol met
Boedha’s en een klooster. Onderweg veel schoolgaande kinderen en
boertjes tegengekomen. Eenmaal boven op de berg geklommen staan
we in de mist van de serene rust te genieten bij een waanzinnig
grote spierwitte Boedha. Een mooie plek die we node moesten verlaten.
Rond halfnegen kwamen we weer terug bij ons hotel voor de douche
en het ontbijt. Daar aangekomen kwamen er twee luid kwebbelenden
Akha dametjes aangelopen. O, ze hadden het zo koud. Dit keer wilden
ze niets verkopen, maar hun handen warmen in onze handen. En weer
op weg door prachtig landschap ingesloten door mist. Veel knoflookvelden,
mandarijnen en lychee boomgaarden, theeplantages en rijstvelden.
Een gevecht met mist en zon. De zon wint aan kracht maar de mist
aan pracht, die wonderbaarlijk oplost in zachte prismakleuren. We
maken heel wat fotostops. Het eerste vluchtelingendorp wat we bezoeken
is van de veteranen van Chang Kai Chek, Doi Mae Salong. Meer een
stad met alles erop en eraan. De inkomsten komen vooral van de theeplantages.
Ook veel Akha vrouwen die wat probeerden te verdienen. Poeslief
opdringerig en voor een foto moest je ook betalen. Dan maar geen
foto. Nog een chinees dorp, maar veel kleiner van opzet en van de
Yao. Een origineel dorp en ingesteld op de toeristen. We weten dat
ze opium roken, maar hier doen ze het even voor de toerist tegen
betaling uiteraard. We hadden ballonnen bij ons en dat was betaling
genoeg. Vriendelijke mensen en prachtig gekleed. Een oud vrouwtje
liet me haar borduurwerkje zien en omdat we belangstelling hadden
haalde ze haar oude kleding te voorschijn van jaren her met een
ander patroon dan dat er tegenwoordig wordt gedragen. Werkelijk
schitterend. Toen naar een Akha nederzetting. Alleen de ouderen
waren aanwezig met hun bezigheden. Hier hadden ze ook nog en hondenslachterij.
Weer verder kwamen we bij Chiang Saen aan, het drielandenpunt. Thailand,
Birma en Laos gescheiden door de Mekong. Addy zorgde voor een goede
plek met uitzicht waar we van de lunch hebben genoten. In Mae Sai,
de grensplaats tussen Birma en Thailand, was het een komen en gaan
van veel mensen die wat te verhandelen hadden. Ook heel veel kinderbedelaars
vaak met een klein kind op de rug. Je moet ze niets geven, want
ze vechten enorm met elkaar om de buit en je houdt iets in stand
wat niet echt bevorderlijk is voor kinderen. In Chang Rai een authentiek
noord Thai’s voorgerecht gegeten. Miang Kam: gember, knoflook, sjalot,
nootjes, chili, garnaaltjes, lemon en kokosnoot die je in een betelblad
doet met een siroopje, je vouwt het dicht en klaar is dit heerlijke
hapje. Ook in Chang Rai een nightmarkt, maar veel kleiner en heel
veel Akha’s en nog goedkoper dan in Chang Mai.
Donderdag 29-11-01. Chang Rai-Chang
Mai.
Vandaag gaan we naar de Kalen volgens
Addy, maar die kan zoals vele Thai de R niet uitspreken. Eerst met
een bootje over de Mae Kok. Meer dan een uur genieten van vissers
in bivakmutsen en de natuur. De aanlegplaats was ook die van de
olifanten en we kwamen tegelijk aan wal. Aan wal weer allemaal winkeltjes
bezet door de Akha. Ook hier deden de ballonnen het goed. Opblazen
kunnen ze haast niet al doen ze nog zo hun best, maar daarom is
juist de lol. Bolle wangen en door de knieën om kracht te zetten,
zoveel dat je een scheet moet laten. Een klein eindje verder lopen
de weg over, het Karendorp. Heel rustig. Een jonge moeder met kind
dat aan het weven is en opoe die de hoek om kwam kuieren genoeglijk
aan haar pijpje lurkend. Ze zei vriendelijk gedag en omdat Addy
een praatje begon bleef ze staan. Ook Addy is hun taal niet machtig,
maar het was wel een gezellig gekeuvel in ieders eigen taal en ruilhandel
met tabak. Ik viel zowat om toen ik een trekkie nam van haar tabak.
We hebben daar ook een kleuterschooltje bezocht dat was opgezet
door missionarissen, maar geleid door de Karen zelf. De kleuters
waren net aan de lunch voordat ze een middagslaapje gingen doen.
Het matrasdeken met kussen lag al klaar op de binnenspeelplaats.
De Karen dragen een wit geborduurd kleed als ze ongetrouwd zijn.
In gehuwde staat is het een geborduurd kleurrijk geheel. Na vriendelijk
vragen mochten we foto’s maken. Vele stammen hangen het animisme
aan en geloven dat hun ziel gepakt wordt als je ze fotografeert.
Na een zeer goede lunch met papayapokpok, een frisse gepeperde salade,
de lange terugreis van vier en een half uur naar Chang Mai door
prachtig Thailand.
Bedenk bij alles wat je ziet dat
de Thai niet lui is, maar makkelijk!
Vrijdag 30-11-01. Chhang Mai.
Een rustig aan dagje. In de ochtend
naar de dierentuin die flink aan het verbouwen was. De hokken zijn
verstopt in een groot weelderig bos waar veel prachtige vlinders
fladderen. Hele mooie vogels in een groot, met netten overdekt,
gebied. We waren daar met z’n tweeën, dus we konden heel stil
op een steen zitten zodat de vogels wel heel dichtbij kwamen. De
dierentuin met vervoer daarnaar toe kostten ons Fl.5,= bij elkaar.
S’middags lekker lezen bij het zwembad van ons hotel.
Zaterdag 01-12-01. Chang Mai.
Voordat Piet en Wan kwamen nog even
geïnternet en gewandeld. Nadat ze waren aangekomen een vroege
lunch gebruikt, want zij hadden nog niet ontbeten. Plan de campagne
gemaakt voor de rest van de week en meteen het nodige bij het reisbureau
Mautours afgesproken. S’middags een eind gelopen naar twee tempels
waar ook Wan bewonderend over was en nog iets over de geschiedenis
kon vertellen. Wel leuk dat Wan overal even een kort gebed maakt,
zeker voor de grote Boedha’s.
Zondag 02-10-01. Chang Mai.
Met een rode taxibus en plattegrond
naar drie tempels buiten de vesting van Chang Mai en op redelijke
afstand van elkaar en weer heel anders dan de rest van de tempels.
In de eerste tempel, en hele oude, waren ook prinsessen begraven
in witte chedi’s net naast de Wat Suan Dok, zoals de tempel heette.
In de Wat Yet Yod was er een soort mis waar we een tijdje bij hebben
gezeten. Het monotone gezang van de monniken begeleidde een jonge
man die het oranje gewaad aannam. De Wat Chiang Mun is weer erg
belangrijk, omdat er een kristallen Boedha is en uniek helder muurschilderingen
over het leven van Boedha. Enkele monniken zaten voetbal op de t.v.
te kijken en te internetten, gewoon, in de tempel. De middag hebben
we lezend aan het zwembad doorgebracht en geluisterd naar de verhalen
van Piet die zeer vermakelijk zijn. Zoals het verwerken van chemisch
en biologisch afval van zijn lab. Het chemische gedeelte is geen
probleem en wordt goed afgevoerd. Het biologische afval wordt in
de plaatselijke tempel bij de lijkverbranding verwerkt.
Maandag 03-12-01. Chang Mai.
O, o wat een dag. Piet is gisterenavond
zijn portemonnaie kwijtgeraakt en we zouden om halfnegen worden
opgehaald, maar om negen uur zaten we er nog. Onze gids van de dag
had een ongeluk gehad (gelukkig niet ernstig) en Addy kwam ons nu
ophalen. I.p.v. alleen een bezoek aan de Doi Suthep tempel kregen
we ook nog het toeristische handycraft en de lunch aangeboden, omdat
we nu ook bij een groepje van drie werden gevoegd. Drie aardige
Australiërs en leuk opgelost. Enfin, hout en jade bewerking,
lakwerk, een goud en edelstenenwinkel en de geschilderde pluutjes.
Na de lunch de Wat Phratat Doi Suthep. Een prachtig, met veel goud
bedekte, serene tempel waar Wan heel wat gebedjes heeft gedaan en
gezegend werd door een monnik. Een andere monnik was tussen het
gapen door gebeden hardop aan het oplezen van een boek. Zomaar zitten
tussen allerlei Boedha’s, schilderingen en een monnik. Alle bellen
gebeld die er waren. Misschien brengt het geluk? En het uitzicht
is ook formidabel. Daarna naar de Hmong, een verschrikkelijk rijke
bergstam door de toeristen die langs komen. S’avonds weer heerlijk
gegeten. Met Wan als eetgids lukt dat uitermate goed. Edward werd
nog door de baas van het restaurant gemasseerd.
Heel Thailand wordt schoongemaakt
en overal verschijnen foto’s van de koning die 5 dec. jarig is.
Dinsdag 04-12-01. Chang Mai.
Vandaag begon het goed. Alles op
tijd, en wat maakt het uit op je vakantie? Naar Lampung en Lampang.
Van Chang Mai naar Lampung is een afstand van 30 km. over een landelijke
provinciale weg met bomen in tropische mist. In Lampung weer een
mooi tempelcomplex met een heel oude bibliotheek. Je kon er nog
steeds op een speciale manier in, maar dat is alleen voor bevoegden
die de bamboetrap hebben. In Lampang een rit gemaakt in een koetsje
getrokken door kleine paardjes en ik mocht op de bok. Raar hoor
zo’n grote blonde blanke op de bok, wist ik veel dat de rit door
de binnenstad ging. Ik leek Maxima wel, je moest terug wuiven.
Heerlijk Noordthai’s gegeten met prachtig uitzicht, want de dames
van een schoonheidswedstrijd aten daar ook. Het leken wel Thaise
barbypoppen. Op de terugweg het alom bekende olifantenziekenhuis
bezocht. Veel foto’s gezien van hoe de olifant aan zijn poot werd
geopereerd, omdat die op een mijn had gestaan. Wel raar dat we de
tempel van Lampang niet hebben gezien.
Woensdag 05-12-01. Chang Mai.
De koning is jarig, niet dat je daar
veel van merkte. Een extra versiering in de tempel en de offers
kwamen op kleine vrachtwagentjes en natuurlijk vrij van school.
De optochten die door de schoolkinderen worden gemaakt waren gisteren,
waar we veel voorbeelden van hebben gezien onderweg. De markt was
gewoon open, dus daar gaan struinen. Een cd. gekocht met die traantrekkende
I-saan muziek voor 100 bath (±Fl.5,50) en een kilo gemalen heel
hete chili voor 80 bath, tel uit je winst. Na een icekoffie verder
wandelen om nog wat tempels te zien. Rond halfvier terug in ons
hotel om de benen te laten rusten en wat te lezen. S’avonds weer
heerlijk gegeten. De oesters met wat zuur en chilipasta, echalotjes
en knoflook zijn wel mijn favoriet, ook eens een vogelnestje geprobeerd,
maar die spuug vond ik te zoet. We zijn de avond wederom geëindigd
bij de Red Lion met een Mai Tai of ander cocktail.
Donderdag 06-12-01. Chang mai.
De hele dag op stap met 2 4wieljeepies.
Edward en ik hadden de gids die zo op een man lijkt, maar ze stapte
met mij het toilet in. De orchideeënfarm weer gezien, maar
het blijft mooi en de grot met boedha’s waar nu veel mensen waren,
vooral Thai. Op de plaatselijke markt waren veel Lisu, weer een
ander stam uit China en ook kleurrijk gekleed. Er wordt een soort
harig mos verkocht wat op een beest lijkt. Het wordt gebruikt als
natte watten om het bloeden te stelpen. Achter een lux ressort was
een afscheiding waar de Karen waren gestopt. We hebben meer dorpsleven
gezien deze dag, maar verder weg de jungle in. De Phrao, een zeer
kleine stam, andere Karen en ook de Akha. De laatste zijn zeer rijk
al zien ze er zo niet uit. Zij wassen zich één maal
per jaar, dus wat je ziet in Chang Mai zijn geen echte. Daarbij
hebben ze zich aangepast. Onze ballonnen en kleurplaten deden het
ook weer goed. We hadden steeds een vrolijke kinderschaar om ons
heen en de moeders maakten we zo ook blij. Zo gauw je een dorp binnenkwam
begonnen de vrouwen te rennen om de spulletjes te pakken om aan
ons te verkopen. Maar zo gauw ze doorkregen dat wij niets kochten
ging het leven weer zijn gewone gang. Sojabonen werden uit de schil
geslagen, wat aan de hut gewerkt, de was en jezelf wassen en de
opa’s pasten op de kinderen. De Akha’s doen niet veel. Curieus volk,
tweelingen worden gedood, want zij zijn een gevaar en roepen boze
geesten op en teveel aan kinderen is ook geen probleem, die kun
je eten net als de honden waar de zwart harige favoriet zijn, want
die geven warmte in koude dagen. De vrouwen van de Phrao dragen
ringen om hun middel gemaakt van bamboe en gehard met kleurig lakwerk.
Deze krijgen ze van hun man bij en tijdens hun huwelijk en alleen
hij kan ze eraf halen. Erg ongemakkelijk, vooral bij een zwangerschap
of liggen, maar schitterend om te zien. Hoe ouder de vrouw, hoe
meer ringen. Al met al een kleurrijke dag.
Edward moest s’avonds een broek passen
bij een kraampje voor een Amerikaanse dame, want hij had dezelfde
maat als haar vader.
Vrijdag 07-12-01. Chang Mai.
In de ochtend een cruise over de
Mae ping rivier. Cruise is een groot woord, maar we hebben gevaren.
Eerst door Chang Mai en daarna het Buiten van de stad waar de zeer
luxe huizen staan. Aan wal bij een modelboerderij, in een nogal
vervallen staat, maar het toonde wat vruchten en kruiden die in
de keuken gebruikt worden. Daar kregen we wat te drinken en fruit
te eten. Heerlijke zoete ananas en meloen. Wat zullen we het fruit
missen in Nederland. Daarna weer teruggevaren. Na de lunch lekker
gehangen, gelezen en geslapen bij het zwembad.
Zaterdag 08-12-01. Chang Mai.
De laatste dag. Vanavond om halfacht
vertrek naar Bangkok en om halftwee s’nachts, vertrek naar Nederland.
S’morgens nog wat gewandeld naar een tempeltje om de hoek van het
hotel aan de Mae Ping. Een druk gebruikte tempel waar kokkels en
palingen teruggegooid worden in de rivier en vogels vrijgelaten
als offer. Een tempel voor verschillende geloven. Animisme, Hindoeïsme,
iets chinees en uiteraard het Boedhisme. Ook woonden en werkten
er monniken. Nadat Piet en Wan vertrokken waren hebben wij ons galgemaal
gebruikt op ons vaste stekkie. Gisterenavond zaten we daar op het
parkeerterrein, wat ook een geweldige ervaring is naast het eten
en vanavond werd er op een tafel naast de onze een bedje gemaakt
waar de baby heerlijk ging slapen. Het bedje bestond uit de tafel,
een kleedje met iets duns ertussen als matras, een kussentje en
een laken, en een krant als onderlegger.
Wat een geweldig land!
We hebben weer optimaal kunnen genieten
van deze reis dankzij Zaza en Djenny, twee geweldige dochters die
op het huis en honden pasten, BMair,
Greenwoodtravel
en Mautours(MTS),
gidsen, medereizigers, Piet en Wan, maar vooral door de Thai zelf.