West Papoea 2004.
Een, als je het goed bekijkt, politiek incorrecte reis, want de
Papoea's worden onderdrukt door de Indonesische regering.
Een reis die voor mij ook enigszins nostalgisch te noemen is, omdat
ik de eerste vijf jaren van mijn leven op het eiland Biak heb gewoond
samen met mijn ouders en twee zusjes die daar geboren zijn.
Een reis niet samen met Piet, maar een reis zonder Piet.
Een reis nu met drie andere vrienden, Marina, Carla en Jos, maar
ook met een groep.
Een reis georganiseerd door Arcadia, die in de folder duidelijk
laat merken dat een grote flexibiliteit is vereist.
EEN REIS OM NOOIT MEER TE VERGETEN!
16-05-2004.
We zijn op tijd vertrokken hoewel dat DAT een wonder mag heten.
De computers deden het niet en de bagageband! Alles hoopte zich
op. Passagiers in lange rijen en zelfs in de hal wachtende op hun
beurt. Tassen en koffers opgehoopt op een band waar echt niets meer
bij kon. Carla, Jos en Marina zijn al door en staan te wachten op
ons. Nou dat duurde een stief kwartier dus die zijn maar inkopen
gaan doen en een bakkie. Wij hadden daar geen tijd meer voor. Het
was meteen doorlopen naar de boardingbalie en eenmaal in het vliegtuig,
waar we tot onze verbazing bij elkaar zaten, hoopten we dat de bagage
ook in hetzelfde vliegtuig zat.
We keken naar een groot scherm waar we het opstijgen van het enorme
vlieggevaarte konden volgen. Iedereen vond dat wel gaaf, maar ik
had, ondanks dat ik heus wel een optimist ben, zo mijn gedachte
dat je dan ook het neerstorten kan zien en kijk dan ook maar in
een of ander verkoopblad van de Garuda. Er wordt wat gemompeld dat
je zelfs de vogel kan zien vliegen. En dat heeft gevolgen. We voelen
dat het stijgen wat minder hoog gaat en na een kwartier krijgen
we niet het gewone welkomstpraatje van de piloot, maar deze kan
ons wel melden dat de vogel in de motor was gevlogen en dat we nu
eerst boven de Noordzee gaan vliegen om de brandstof te lozen. Dat
gaat ongeveer een goed uur duren en na twee uur stonden we weer
op Schiphol. We konden in ieder geval zeggen dat we een van de duurste
manieren van een rondvlucht hebben gehad. In een halletje staan
we met 450 man te wachten of de motor nog gerepareerd kan worden.
We hebben uitkijk op het vliegtuig en zien de mensen in de enorme
motor staan en er komen steeds meer mensen kijken om te kunnen concluderen
dat deze vlucht echt niet door kan gaan. We worden met z'n allen
naar beneden geloodst waar we van de grondstewardessen te horen
krijgen dat we met bussen vervoerd gaan worden naar het Novotel
en dat de vlucht voor morgen middag gepland staat. Er komen in totaal
drie bussen die de afmeting hebben van een halve bus en daar willen
450 man tegelijk in om zo snel mogelijk naar het hotel te kunnen.
Wij nemen ons gemak ervan. Te laat zijn we toch en buiten is het
mooi weer. We zitten gezellig op een randje van de bloembakken en
er is zelfs een dame die gebakken kippenvleugeltjes heeft die worden
gedeeld met ons. Tegen zevenen zijn we in het hotel waar we zo kunnen
aanschuiven om van een rijsttafel te kunnen genieten. We leren ook
wat medereizigers van de groep kennen. Ad Jansen is de oudste met
82 jaar. Hij is vroeger arts geweest in Nieuw Guinea. Bert is 73
jaar en is ook op Biak geweest in zijn diensttijd. Hij is samen
met zijn zoon Egon om hem zijn herinneringen te laten zien. En we
leren Jan kennen die met ons samen eet.
17-05-2004.
Een nieuwe dag met een hernieuwde poging. Het begint al goed, want
dezelfde soort en aantal busjes komen de mensen weer ophalen. We
komen echt niet te laat als we met de laatste bus meegaan, want
ook nu weer staat iedereen in een lange rij voor de balie. Met de
computers hebben we niets te maken. We hebben gewoon dezelfde plaatsen
als gister. De bagageband echter vertoont nog steeds dezelfde kuren.
Deze zijn van hardnekkige aard zodat we een vertraging van twee
uur hebben. Geen nood. Ook nu zorgt Garuda goed voor ons met etensbonnen
worden we verwend. Al deze vertragingen hebben er voor gezorgd dat
we nooit meer de aansluiting in Jakarta halen naar Biak. Ik krijg
een briefje mee van de grondstewardess met de nieuwe tijden voor
de aansluiting en waar we gaan overnachten in Jakarta. Voorlopig
moeten we eerst de nacht doorbrengen in het vliegtuig.
18-05-2004.
In de vroege morgen komen we aan in de hoofdstad van Indonesië.
Na alle formaliteiten staat er een bus klaar die ons naar het hotel
brengt. En wat voor een hotel. Eerste klas is wat Garuda ons biedt
met alle maaltijden erbij inbegrepen. Het ongerief is tamelijk groot
natuurlijk. De vlucht naar Biak is pas de volgende dag s'avonds.
Hotel Santika rekent op ons en we krijgen een verlate lunch. In
de kamer eerst heerlijk douchen en wat rusten. Vanavond na het eten
krijgen we een brieving hoe het nu verder gaat. Inmiddels hebben
we met de hele groep van 16 mensen kennisgemaakt. We hebben twee
Jannen in ons gezelschap die we voor het gemak oude Jan en jonge
Jan noemen hoewel er maar drie jaar leeftijdsverschil is. Oude Jan
is getrouwd met Nellie. Beide hebben een sappig Limlands dialect.
Mirja die een onnavolgbaar gesprek kan maken in vijf kwartier dat
maar een uur duurt. De fam. De Nooye bestaande uit vader Sjef, zijn
dochter Kelly en neeflief Remco. En last but not least Hans en Jannie.
Twee personen die erg aanwezig konden zijn op een negatieve manier.
Juist daarom hadden we soms wat te kletsen van: moet je horen wat
de hork nu weer deed en er hartelijk om lachen. Het ergerlijke aan
hen maakte het ook smeuïg.
Het ongemak heeft onze flexibiliteit op de proef gesteld en we zijn
allemaal geslaagd. Door dit hele gedoe wordt het een saamhorige
groep die lief en leed zal delen wat zal blijken tijdens de gehele
reis.
Debby, onze onvolprezen reisleidster, verteld dat er in Biak een
reisleider zal bijkomen. Janus, een vriend van haar uit de Molukken
heeft een reisbureau die reizen naar de Baliem wil organiseren en
het wordt dan ook een studiereis voor hem. Hij zal de gehele reis
bij ons blijven. In Biak krijgen we nog twee plaatselijke gidsen
nl. Agus en Matu.
In Jakarta heeft Debby een vriendin die morgen met ons meegaat naar
Bogor. Want we willen, nu we toch een tussenstop hebben, wel wat
zien. De bootreis naar Yapen zal geschrapt moeten worden, maar de
rest kan gewoon doorgaan. Vanuit Manokwari zal de groep zich in
tweeën moeten splitsen om de doodeenvoudige reden het vliegtuigje
dat ons zal terugbrengen naar Biak te klein is. Het tweede groepje
komt dan de volgende dag aan. Omdat ik het een en ander nog wil
bekijken op Biak vraag ik aan de groep of ik met de eerste vlucht
mee mag. Natuurlijk, geen probleem en ook voor Bert en Egon is dat
zo.
Na deze brieving gaan enkele van ons naar het Hardrockcafe waar
op dat moment livebands optreden om geld op te halen voor een zieke
collega. Een enorm feest dus waar wij hartelijk welkom worden geheten.
Nog redelijk op tijd gaan we terug om ook de broodnodige slaap te
hebben.
19-05-2004.
Fris en monter na een goed ontbijt gaan we naar de botanische tuin
in Bogor. Niet alles staat in bloei, maar het is prachtig. We huren
met een paar mensen een gids die ons een hoop kan vertellen wat
er groeit en bloeit. Er zijn veel kinderen in heel veel soorten
gekleurde uniformen. Zo herken je in welke klas of op welke school
ze zitten. Met hun meester of juffrouw maken zij in nette rijen
een wandeling door het enorme park. Als we er langs lopen moeten
we heel wat handen schudden. Het is over het algemeen een rustig
park waar je lekker kan wandelen en waar vooral wat oudere mensen
met elkaar op een bankje of op het gras zitten te praten. Een oudere
man spreekt mij aan om eens lekker ouderwets Nederlands te praten.
Het gaat dan vooral over de goede oude tijd toen de Nederlanders
er nog waren.
We bezoeken ook nog Mini Indonesië waar ik me eerst eens te
buiten ga aan de Gado Gado. Verrukkelijk!! Daar bezoeken we het
gedeelte van NG. In het kleine bijbehorende museumpje is er een
Papoea die mij kan vertellen waar de oude foto's die ik bij me heb
van mijn vader op het werk zijn gemaakt. Inderdaad wat ik zelf al
dacht. Ze zijn van het vliegveld in Biak toentertijd Mokmer geheten
waar mijn vader op de verkeerstoren zit. Mijn vader heeft ook op
de toren in Jakarta gewerkt dus ik wist niet welke toren het nu
was en mijn ouders kunnen me niets meer daarover vertellen, omdat
ze helaas gestorven zijn.
Terug in het hotel even opfrissen, tassen pakken en eten. Dat eten
laat op zich wachten dus we vertrekken erg laat, maar nog wel op
tijd volgens Debby. We zijn de hoek nog niet om of we staan in de
file. Het is de avond voor Hemelvaart en Iedereen is vrij en gaat
op stap om familie te bezoeken. Stapvoets glijden we door de flinke
regenbuien naar het vliegveld waar we nog maar net op tijd aankomen.
Debby had al weer een hotel geregeld en het is de enige keer geweest
tijdens de reis dat ze wat onrustig was. Nou
.. net op tijd
om in te checken. We hadden ruimschoots de tijd om koffie te drinken.
Winkelen kon niet op deze wereldluchthaven. Alles was al potdicht.
20-05-2004
Rond middernacht maken we een tussenstop op Makassar van 40 minuten.
We mogen uitstappen na een vage uitleg wat we daarvoor moesten doen.
Het is iedereen wel gelukt, maar elk op een andere manier. De winkels
daar zijn wel open en we kopen daar mooie gedetailleerde landkaarten
van West Papoea. De man was in ene keer van al zijn kaarten af.
Weer verder door het donkere luchtruim en na weer een nacht overslaan
komen we om 5 uur in de ochtend aan op Biak. Eindelijk
Ik begin spontaan te huilen en samen met Bert staan we er wat verloren
bij. Er is meteen al veel belangstelling voor de nieuwe aankomers
en het zal niet lang duren of het hele eiland weet dat er weer buitenlanders
zijn. Het hotel Nirmala is eenvoudig maar stik gezellig. De vrij
grootte lobby heeft vier banken en wat stoelen gerangschikt in twee
zithoeken. We zullen er veel gebruik van maken. Er zit altijd een
Papoea die blind is en zijn diensten aanbiedt als masseur en er
zijn altijd mensen aanwezig als wij er zitten om met ons te praten.
In de lobby natuurlijk ook de receptie en een enorm aquarium met
groenig water en als je goed kijkt 1 vis. Er zijn terras deuren
die ons naar de groene tuin leiden waar aan weerskanten de kamers
bevinden. Voor elke kamer een zitje op fel rode tegels. Samen met
de hel blauwe golfplaten dak is het een kleurrijk geheel. Elke keer
als we in de lobby zijn of als we terug komen van een wandeling
of iets dan wordt er koffie, thee met iets lekkers geserveerd. De
man die dit regelt is van de oude garde en praat Nederlands. Hij
vindt het heerlijk om wat voor ons te doen en dan een praatje te
maken. We gaan eerst een paar uur slapen, maar dan toch echt wat
doen. We rekenen af met Debby. Zij heeft voorlopig alles voorgeschoten,
maar nu trekken we dat recht en geven meteen een voorschot van wat
zij denkt te moeten gebruiken voor fooien en excursies. In het restaurant
Jakarta beginnen we aan een lunch. Toch wel leuk om zoiets te doen
met de hele groep. Van Ad krijgen we adviezen wat we veilig kunnen
eten en drinken. Van hem mag ik zijn pedisse (pikante) kip proeven
en hij wacht gespannen af wat de reactie zal zijn. Ik ben wel het
een en ander gewend dus die verwachting viel goed tegen, maar bij
de andere had hij meer geluk. Toch wel fijn een dokter in de groep.
Marina heeft een allergische reactie op een insectenbeet en hij
weet raad en staat met daad paraat. Het is een grote man met een
nog grotere humor en lust wel een biertje. Hij is al gauw omgedoopt
tot Adje Bintang.
Als hij maar geen sterallures krijgt. We stappen in verschillende
busjes zodat iedereen voor het raam kan zitten en gaan op weg naar
de Japanse grotten. Het is een hele diepe kuil waar de Jappen schuilden
tijdens de Tweede Wereld oorlog. De Amerikanen kregen ze er niet
onder en hebben toen het rigoureuze plan bedacht om bommen in dat
gat te gooien. De natuur erom heen is prachtig met zonnestralen
door de vegetatie. Deze zijn te zien tot onder in de grot die we
met een glibberige trap kunnen bereiken. Alles bij elkaar geeft
het een buitenaards aanzien. Jonge Jan dacht dat het een eenvoudige
onderneming zou worden en heeft alleen teenslippers aan en het gaat
dan ook fout op de glibberige vieze grond. Weer terug naar boven
wordt Jan verzorgd door Edward die geen dokter is, maar altijd een
verzorgingskit bij zich heeft en wij gaan in het kleine museumpje
kijken die een familie heeft gemaakt en nu nog steeds onderhoud.
Er staan gebruiksvoorwerpen in die de Jappen hebben gebruikt tijdens
hun verblijf in de grot zoals honderden flesjes netjes gerangschikt
op wankele tafels net als knopen, helmen, geweren en granaten. Tijdens
het bekijken gaat er in de buurt een sirene af waar ik verschrikkelijk
van schrik. Een nare jeugdherinnering. Wij moesten dan schuilen
voor de bommenwerpers die overkwamen. Dit was in 1962. Nu was het
de dagelijkse oefening of ze het nog wel deden. In een apart gebouwtje
is er een gastenboek waar Carla en ik lezen en schrijven. Er staan
heel wat herinneringen in.
Onderweg naar de vogeltuin stoppen we om water te kopen. Het wordt
dan meteen een oploopje en de Papoea wil graag op de foto. Ook bij
een wasplaats waar de kinderen aan het zwemmen zijn en de moeders
de kleding aan het soppen. Jongen Jan verliest er bijna een fotolens.
Hij is wel een brokkenpiloot, maar heeft er zelf de meeste lol om.
In het vogelpark zien we naast andere vogels ook de paradijsvogels
die net een paringsritueel uitvoeren. Geweldig, hoewel de dieren
in zeer armzalige hokken zitten. Er is gewoon geen geld voor goed
onderhoud.
Wat later lopen we door het dorp Mokmer waarvan de bewoners alles
hebben proberen te redden van de KLM crash in 1962. De huizen staan
wat verder van de weg en ze hebben dus een tuin. Aan de weg bij
ieder huis staat een huisje op palen wat kerststallen blijken te
zijn. Je kan er eigenlijk niet omheen, want ze zijn met kerstslingers
versiert en er staat met grote letters : Merry Christmas. De mensen
zijn heel vriendelijk en laten met trots de Emanuelkerk zien waarin
een klok hangt die door de Nederlanders is gedoneerd.
Tegen zonsondergang zitten we op een platform aan zee bij het huis
van Agus. Janus heeft een gitaar en we zingen veel en drinken wat.
We lopen in het donker langs het vliegveld en stappen onderweg in
weer andere busjes (Bemu's) . We zitten gezellig opgepropt en de
keiharde popmuziek en fel gekleurde knipperlichten maakt het tot
een disco versie in het openbaar vervoer. Vanavond eten we met z'n
vijven in Jakarta. Dit gaat ons stamrestaurant worden. We hebben
nog keuze uit 1 ander. Terug in het hotel krijgen we op het platje
koffie, thee en pisang goreng geserveerd en wij nemen er ook een
borrel bij. Heerlijk genieten.
21-05-2004.
Deze dag gaan we eerst naar de markt om fruit e.d. te kopen voor
onderweg. Ook naar de bakkerij waar we allerlei lekkers kopen voor
de lunch. Een redelijk uitgebreid assortiment hartig gebak. Wat
je eet weet je niet precies, want alles is verstop onder een laagje
deeg, maar je kiest wat uit wat er smakelijk uitziet.
Waisapo ligt in het noorden, maar het duurt wel lang voor je er
bent. De wegen zijn niet erg goed onderhouden, maar voor zo'n afgelegen
eiland prima te doen. We rijden door heuvelachtig groen landschap
waarin kleine huisjes staan met natuurlijk een platje en geroeste
golfplatendaken kenmerkend voor Nieuw Guinea. We stoppen tussentijds
bij Korem waar enkele jaren geleden een vloedgolf het hele dorp
heeft weggevaagd. We staan op het strand naar de overgebleven woestenij
te kijken. Af en toe regent het wat de sfeer nog eigenlijker maakt.
De luchten zijn wel mooi zo met die wolken. Ook als de zon doorbreekt.
Net als de altijd vriendelijk glimlachende mensen wordt Biak steeds
meer herkenbaar voor mij. Dit is mijn thuisbasis.
Ook wandelen we ergens bij een mooie waterval. Alles lekker rustig
aan.
In het dorpje Dwar stoppen we, omdat Ad hier nog een bekende had
wonen. Een verpleegster die hij na 57 jaar nog wel eens wilden ontmoeten.
Iedereen loopt uit om haar te zoeken en ons te bekijken of is het
laatste andersom. We moeten lang wachten, maar we zitten gezellig
op het gras met iedereen te praten en de lunch te delen. Dorothea
blijkt op een cursus te zijn, maar zo gauw ze terug komt zullen
ze haar brengen naar het strand waar wij haar zullen opwachten.
We waren daar net gearriveerd of zij kwam er ook aan samen met haar
dochter. Terwijl wij in het erg warme heldere en nog zoutere water
aan het dobberen waren zat Ad heel romantisch met haar op een boomstam
een flesje limonade te drinken en herinneringen op te halen van
die goeie oude tijd.
Terug in het hotel staat de koffie enzo al klaar en ook Bert komt
er aan. Hij is enkele bekende uit zijn tijd tegengekomen en naar
de voor hem bekende plekken geweest. Bert is er zeer emotioneel
onder. Na lang kletsen op het platje besluiten we vanavond met het
grootste gedeelte van de groep te gaan eten in het andere restaurant.
Dit restaurant ziet er schoner en moderner uit. Waarschijnlijk in
1999 gebouwd, want de naam is "99". Later begrijpen we
pas precies waarom. We hebben zo'n 99 minuten moeten wachten voor
het voer werd gebracht. Wel heel erg lekker. Ons afzakkertje doen
we uiteraard in het hotel. Het is daar gewoon verschrikkelijk gezellig
in de tuin. Ja, Ad zei nog: "Vaak teveel gehad, maar nooit
genoeg."
22-05-2004.
Vandaag gaan Edward en ik samen opstap. Ik wil nu ook bekende plekken
gaan zoeken. Met de hulp van Agus en foto's van vroeger en vage
herinneringen die ik nog heb.
Als eerste gaan we onze vroegere tuinjongen opzoeken. Hij was toentertijd
een jaar of vijftien Hij heet Absalon en heeft een hazenlip. Jammer
genoeg heb ik daar geen foto van, maar de beschrijving is al genoeg
voor de mannen die in het hotel zijn. Op een brommertje gaan ze
kijken of hij er is. Wij lopen alvast in de richting van de haven
waar hij nu opzichter is van een gebouw. Daar zit hij met enkele
nieuwsgierige onder een boom op me te wachten. Eerst was hij vergeten
dat hij bij ons gewerkt heeft, maar er kwamen steeds meer herinneringen
aan de hand van foto's bij hem terug van dat kleine blonde meisje
wat vaak met hem speelde en waarvan hij het leuk vond om haar te
plagen. Ook wist hij te vertellen dat we soms naar de haven wandelde.
Iets wat ik mij niet meer herinnerde. Hij was toen een verlegen
jongen en nu nog. Voor mij zo herkenbaar. Die blik vlug naar me
kijken vanonder zijn wenkbrauwen.
Na deze ontmoeting gaan we naar het ziekenhuis waar mijn twee zusjes
geboren zijn. Agus wijst ons ook waar Ad heeft gewoond, maar dat
is voor de tijd geweest dat mijn ouders daar waren. Inmiddels is
het verschrikkelijk warm geworden en nemen we een Bemu richting
het vliegveld. Waar het oude KLM hotel ligt, nu Irian hotel genoemd.
We wandelen door het hotel naar de achterzijde waar je de zee ziet
liggen. We lopen via de tuin en komen weer op de hoofdweg waar we
even later linksaf slaan. Na een eindje lopen zie ik ons oude huis
staan. Gauw de foto's erbij of het ook echt zo is. De huidige tuinman
komt ook kijken. Het kan niet missen. Alles is nog precies hetzelfde
op de achterkant na waar een stukje is aangebouwd. Het platje met
dezelfde groene tegels, het muurtje erom heen waar ik tegenaan gevallen
ben en nog steeds een litteken van draag. De deuren met de ramen
die erop uitkomen zijn ook nog identiek. Zelfs de indeling van het
huis. We kunnen er niet in, want de bewoners zijn weg, maar de tuinman
bevestigd mijn verhaal waar de keuken e.d. is. Een boom in de tuin
staat er nog. Hij is nu natuurlijk wat groter maar ik kon me nog
precies herinneren hoe mijn zusje en ik erin klommen. Een feest
van herkenning. De mensen die er nu wonen komen uit de Molukken.
Zij is kleuterleidster en hij werkt als piloot bij Merpati.
Met moeite kan ik me losmaken en gaan we weer verder richting de
nieuwe kerk. Nou ja nieuw. In 1962 is deze katholieke kerk geopend.
Nu wordt de kerk gerestaureerd, maar we mogen toch even naar binnen.
We hebben constant een vervolg achter ons aan lopen en die vragen
nu of we de pastoor willen ontmoeten. Ach waarom ook niet. Een verrassing
staat ons te wachten. Het is een Hollandse priester die jaren in
de Baliem heeft gewerkt en nu met pensioen is en hier de kerk runt.
We worden uitgenodigd door Frans van Lieshout voor een kop koffie.
De koffie wordt echt op z'n Indisch geserveerd in een glas met heel
veel suiker. Achter de pastorie vertel ik dat mijn zusjes nog in
de oude kerk zijn gedoopt. Hij herkent de pater, Frans de Waal,
op de foto die ze gedoopt heeft en verteld dat de man twee maanden
gelden is overleden. Maar alles staat in de boeken. Een soort Sinterklaas
boek komt tevoorschijn en ja hoor daar staan ze. Er staat zelfs
bij een van mijn zusjes nog wanneer ze de communie hebben gedaan
en dat was toch echt in Nederland. De pastoor heeft een computer
waar hij twee nieuwe doopceel uitdraait. Een markant man, die Frans
van Lieshout. Kan smeuïg vertellen en dat gaat, heel wonderlijk
voor een pastoor, met vloeken gepaard.
Na deze rustpauze vervolgen we onze weg. Er stopt een man op zijn
brommer naast ons en vraagt in onvervalst Hollands of we ook echt
uit Holland komen. Op ons positief antwoord gaat de donkere helm
af en stelt hij zich voor als Terry. Hij is gepensioneerd leraar
Nederlands en bij gebrek aan een andere Nederlandse leraar geeft
hij nog steeds les op het voortgezet onderwijs. Hij is een Papoea
die zich inzet voor de vrijheid van zijn land samen met zijn broer
Chris. Hij vraagt wat we gaan doen en hoort dat we na Manokwari
weer terug komen op Biak. Hij nodigt ons uit om dan te komen kijken
met onze vrienden op zijn school.
Rond half twee zijn we weer in het hotel waar we een verfrissende
douche nemen na deze emotionele en zeer hete ochtend. We pakken
ook het een en ander over, want vanavond vertrekken we met de boot
naar Manokwari . We doen wat boodschappen om iets te eten in te
slaan voor vanavond. Inmiddels zijn Jos, Car, oude Jan en Nelly
ook terug van hun snorkeltocht en zijn verschrikkelijk verbrand
op de achterbenen. Na heel lang wachten in de lobby, want we hebben
vertraging, gaan we lopend naar de haven waar we al weer moeten
wachten in de vertrekhal. Toch is dat wachten wel gezellig. In de
lobby horen we de verhalen van de andere en in de vertrekhal heb
je met iedereen wel een praatje. Uiteindelijk kunnen we aan boord
van de 7 etage hoge Pelni die ons in 8 uur naar de plaats van bestemming
gaat brengen. Dat wordt dan 5 uur in de ochtend. Gelukkig hebben
we een slaaphut die we delen met Jos, Carla, Hans en Jannie. Voor
we gaan slapen zoeken we eerst een bar op maar er wordt niets geschonken
waardoor het er erg stil is op de liveband naar, maar daar luistert
dus niemand naar. Wij ook niet. We gaan uitwaaien. Hans en Edward
delen een fotorolhoudertje gevuld met whisky met elkaar. Carla heeft
veel last van d'r verbrandde benen. Bert heeft haar de raad gegeven
die met azijn in te smeren. Het gevolg is dat de hut, toch al niet
schoon en vrij van luchtjes, nu nog meer gearomatiseerd wordt, maar
de kakkerlakken schijnen hierdoor wel te vluchten. Carla zelf ligt
geheel verstopt onder haar slaaplaken met een tissue voor haar neus.
We hebben nog veel lol met elkaar voor we gaan slapen.
23-05-2004.
Na drie uur slaap worden we alweer gewekt door een onverstaanbare
stem die verschrikkelijk luid door de luidspreker van de hut klinkt.
En dat we het niet kunnen verstaan is niet omdat we de taal niet
spreken. De sanitaire stop is ook een heel avontuur. Er is geen
stromend water aan boord, in ieder geval niet in de toiletten. Dat
heeft vreselijke gevolgen met zoveel mensen op het schip die er
gebruik van maken. Daarbij is er zelden of nooit schoongemaakt.
We zijn eerder aangekomen en ondanks dit vroege uur is het hectisch
in de haven. Toch vinden we onze busjes die ons in een zeer korte
tijd naar het hotel Mutaria brengen. Het hotel heeft een enorme
entree. Grote lobby met koninklijke trappen naar de etages. Ook
de kamers zijn ruim, maar ook lekker Indisch, want er zit geen knop
op de warm water kraan. Het onderhoud is een van de moeilijkste
dingen in Indonesië. Wij liggen aan de voorkant waar het verkeer
dag en nacht raast tegenover de markt die zich luid tot in de kleine
nachtelijke uren laat horen. We gaan eerst maar eens wat slaap inhalen
en om 11 uur zijn we weer present in de lobby.
Daar gaan we dan om met z'n allen Manokwari de dag van hun leven
te geven. Althans de kampongs waar we doorheen wandelen. Dat doen
we natuurlijk op het heetst van de dag. Het zweet guts werkelijk
van het lijf. Mannen, vrouwen en vooral kinderen lopen uit. Vele
willen je een hand geven en we fotograferen en lachen veel met de
o zo vriendelijke mensen. Ik heb in geen enkel land zulke lieve
en blije mensen gezien. Ze raken je aan, willen een praatje maken
en zich graag laten fotograferen. De wandeling duurt daardoor lang,
want aan het aantal meters ligt het niet. We moeten een gammele
houten brug over die over een kanaal ligt met een stinkende drab
en andere gribus zooi. We gaan door smalle paadjes, soms geasfalteerd
soms gewoon aangetrapt zand. Kinderen en honden lopen mee. Het is
zondag en deze vrije dag wordt gebruikt om de erven op te ruimen.
Bloementjes worden verzorgd en het afval wat niet door de vele varkens
verorbert is wordt in de fik gestoken. Men is bezig om boten te
repareren of een nieuwe uit een boom te hakken. We lopen door drie
verschillende kampongs waarvan er een vlakbij de haven ligt en de
woningen op palen staan. Het is eb en we lopen daar over nog meer
gammele bruggen die het open riool overspannen van het ene huis
naar het andere. In een van de kampongs laat een zekere Jan-Pieter
een verklaring zien in het Hollands over een huwelijks adat. Hij
en nog een paar andere praten nog een klein beetje Nederlands. (
het verbaast je, maar in het hotel komt er een jonge Papoea langs
die werkelijk perfect Nederlands spreekt.) De kinderen van de kampong
worden weer blijer gemaakt door de ballonnen van Kelly die een onuitputtelijke
voorraad lijkt te hebben. Het restaurant waar Debby wil eten is
gesloten en eten we in een karaoke tentje. Niet echt een restaurant
die op veel mensen is berekend, maar ze toveren toch wat lekkers
op tafel. Na de maaltijd wandelen we weer verder een andere kampong
in. S'avonds eten we dan toch bij Billy's café, het restaurant
waar we vanmiddag wilde eten. In de nacht word ik erg ziek, waarschijnlijk
van het eten van het karaoketentje. Billy's café is een van
de weinige restaurants waar je veilig kan eten. Ik ben in ieder
geval blij dat het fonteintje vlak boven het toilet hangt, want
het komt tegelijk kop en kont uit.
24-05-2004.
S'morgens vertrekken we in drie kleine busjes naar een plek waar
er een man woont die de vissen naar zich toe kan fluiten. Door een
mooi natuurgebied komen we aan in een kampong gelegen aan het strand.
Prachtig helder water. Er is een kleine uitloop van rotsen in de
zee en daar gaat de man staan met een fluitje en gooit miereneitjes
in het water. Na lang fluiten is er nog geen vis te zien zeer tot
teleurstelling van de man. Maar ja het is eb volgens hem en dan
komen ze niet. Nou we vermaken ons wel hoor. Ook hier loopt het
dorp uit en in deze wel haast paradijselijke omgeving genieten we
van de muziek die men maakt. En van de kokosmelk uit de noten die
naar beneden worden gehaald en voor ons worden schoongemaakt we
krijgen er zelfs lepeltjes bij om het kokosvlees uit de noot te
schrapen. In de zee staat een vrouw schelpen schoon te maken. En
deze zijn zo mooi en groot. Debby koopt wat kleinere schelpen om
ze later als extraatje te geven aan de dragers in de Baliem. Na
lange tijd kunnen we ons losscheuren en rijden terug naar het hotel.
Daar pakt men de spullen om te gaan snorkelen. Men heeft katoenen
lange broeken gekocht ter bescherming van de benen tijdens het zwemmen.
Dit hebben we geleerd van de prachtige zeer rode benen van oude
Jan, Nelly, Jos en Car waar de lappen vel nu aanhangen. In kleine
prauws worden ze naar een strandje vervoerd waar het goed snorkelen
is en waar de gevangen visjes worden gebarbecued. Heel wat plaatselijke
jongelui hebben de mannen van de groep uitgenodigd voor een partijtje
voetbal die ze glansrijk hebben verloren van het inheemse team die
wel gewend is om op blote voeten in het ruwe zand te spelen. Sjef
en ik zijn in het hotel gebleven, want we zijn er niet lekker aan
toe. We drinken samen zeer sterke thee om de leegloop een beetje
te temperen.
25-05-2004.
De groep gaat vandaag eerst een ziekenhuis bezoeken waar ze erg
van onder de indruk zijn zo smerig is alles. Wij Europeanen zouden
er alleen zieker van worden. Ze mochten zelfs de operatiekamer in
als ze de schoenen maar uit deden, want er wordt net iemand geopereerd.
Terwijl er twee vrouwen aan het bevallen zijn mogen ze ook de kraamkamer
bekijken. Matrassen zijn ondergekotst of gepoept, sterilisatie handschoenen
worden keer op keer gewassen. Ook het nabij gelegen opleidingcentrum
voor verpleegsters en broeders wordt bezocht. Matthias, de plaatselijke
gids, geeft daar ook les. Het is een heel verlegen vriendelijke
man die bijna niet te verstaan zo zacht praat hij.
Na het bezoek wordt er een wandeling gemaakt met een flinke beklimming
dwars door de rimboe op zoek naar iets? Het is nooit gevonden. Een
mooie en vermoeiende wandeling. Rond half twee is iedereen weer
zweetnat in het hotel.
In de middag ben ik wat opgeknapt en Edward en ik gaan de markt
op tegenover het hotel. Ook hier weer lachende mensen en vaak wordt
ons een prettige wandeling gewenst. Twee tiener meisjes lopen ons
verlegen achterna. Er worden veel betelnoten verkocht. Ze liggen
in kleine bergjes op groene blaadjes netjes op een tafeltje. Er
zijn ook veel soorten groenten eveneens netjes neer gelegd maar
nu op de grond. Je ziet weinig fruit.
S'avonds wordt er weer gegeten in Billy's café. De avond
ervoor heeft de groep bier besteld bij de eigenaar. Het is namelijk
verboden om alcoholische dranken te serveren in dit gedeelte van
Indonesië. Het bier wordt in theepotjes aangeleverd en er is
een gretige aftrek. We hebben er lang gezeten die avond. Debby,
Janus en zelfs enkele onder ons, met name Kelly en Carla, kunnen
goed zingen en samen met de liveband wordt het een groot feest.
We dansen zelfs wat maar dat is een onderneming met deze hitte.
Je zou hier elk uur van de dag een verschoninkje kunnen gebruiken.
26-05-2004.
Vandaag vliegen we weer naar huis zegt Bert tegen mij wat ik alleen
maar kan beamen. Zijn zoon Egon en onze vrienden Jos, Carla en Marina
moeten ook mee vindt de groep. Er is wel een discussie over de andere
twee. Hans en Jannie vonden Biak niets aan, maar nu hebbeen ze er
ineens wat te doen en oude Jan en Nellie offeren zich hiervoor op.
Bert geniet enorm van zijn Nieuw Guinea en vindt het geweldig om
zomaar rond te banjeren en met iedereen een praatje te maken. Daarbij
komt nog dat hij zijn zoon Egon alles kan laten zien wat hij ooit
verteld heeft. Ik ben gewoon jaloers op Egon. Ik had, al was het
maar om te vertellen en de foto's te laten zien, het zo graag nog
met mijn ouders gedeeld.
Zoals alles zijn tijd heeft hier vertrekt het vliegtuig ook later,
maar om 1 uur zijn we in ons gezellige hotel. Marina heeft verschrikkelijke
last van haar oren. Het was dan ook een avontuurlijke vlucht. Het
is een klein vliegtuigje zonder drukcabine. Voor de vliegtuigengekken,
het is een Twin Otter. Als we instappen, krijgen we van een steward
een doosje in de handen gedrukt waar de lunch in blijkt te zitten.
Een klef broodje netjes verpakt en een nog kleffer fel groen of
roze gebakje op een servetje en een bekertje water. Aan een kant
van het vliegtuig zijn er twee zitplaatsen en aan de andere een.
Er tussen een kruip door sluip door gangpad waar we door heen moeten
met de bagage. De stoelen staan iet wat los en de veiligheids gordels
verdienen het Kemakeur niet. Ik heb het geluk helemaal voorin te
zitten waardoor ik de bezigheden van de piloten kan volgen. We vliegen
niet erg hoog zodat het uitzicht adembenemend is. Veel azuurblauwe
zee met eilandjes.
Tegen vieren gaan Jos en Carla en wij op pad naar mijn vroegere
huis wat zo'n twintig minuten lopen is vanaf het hotel. Halfweg
ongeveer worden Car en ik eens goed bekeken door 2 mannen op een
brommer. Ze maken een klein ommetje en komen terug. Wijzen op mij
en met handen en voeten maken ze duidelijk dat ik dat kleine meisje
was die daar gewoond heeft en dat hij nu de overbuurman is. Hij
begeleidt ons verder naar Huis Jalan Garuda 69. We verblijven enige
tijd op ons platje en worden dan uitgenodigd naar de overzijde te
komen waar al rap de kokosnoten uit de boom vallen en we ze moeten
nuttigen. We hebben alweer veel bekijks en men staart ons heel erg
aan. Dat geeft een raar gevoel hoor. De huidige bewoners zijn er
niet en Agus is er niet in geslaagd een afspraak te kunnen maken
met ze. Misschien ooit nog eens in de toekomst. Tegen etenstijd
is Marina gelukkig een beetje opgeknapt en gaan we in ons oude vertrouwde
restaurant Jakarta eten. Als oude bekende worden we binnen gehaald.
Later op de avond nog lekker geborreld voor de kamers met Bert en
Egon.
27-05-2004.
Om 8 uur s'ochtends met Agus en Matu afgesproken om in prauwen naar
de vissers te gaan kijken. Rond 9 uur komt hij met verontschuldigingen
dat het varen niet door kan gaan, omdat er vannacht flinke regenbuien
zijn gevallen en ook de vissers niet uit zijn gevaren daardoor.
Toch gaan we weg in een gehuurd busje met chauffeur naar Bosnik.
Af en toe regent het nog, maar echt erg heb je er niet in. Je wordt
of nat van de transpiratie of van een warme bui. Langs het strand
maken we een wandeling en een stilleven van gevonden mooi gekleurde
en gevormde schelpen en drie fel blauwe helaas dode zeesterren.
Vele kleine schelpjes bewegen zich vliegensvlug over het zand. Er
zitten kleine heremietkreeftjes in die aan het voedsel zoeken zijn
zo gauw er een nieuwe golf over het zand is gekomen. Een eindje
verder op het strand huren we voor 20.000 roepia twee prauwen om
toch nog een eindje de zee op te varen met zo'n instabiel bootje.
In Bosnik gaan we de kleine markt op en kopen wat fruit. De vissen
liggen in prachtige vormen gevouwen te pronken op de kleedjes op
de grond. Het ruikt er niet echt je van het. Een oudere man komt
op ons af en vraagt in het Nederlands of we meester Veenstra kennen.
Dat was onze vroegere buurman in Biak en mijn ouders hebben nog
lang contact gehad met hun. Eerst hebben ze nog in Goes gewoond
en daarna in Friesland. Wat is de wereld klein.
Voor de lunch zijn we weer terug en gaan eerst wat eten voor we
op pad gaan naar de school van Terry. Trots laat hij alles zien
samen met de directeur. De lokalen waar er Nederlands en Engels
wordt gegeven zijn redelijk modern voorzien van dvd. En op iedere
lessennaar een koptelefoon en cassetterecorder. We krijgen uiteraard
les, en staan wat onhandig in de schoolbanken. Het Nederlandse lesmateriaal
is gesponsord door een Nederlandse stichting in Jakarta. Terry is
vooral trots op de bibliotheek waar heel wat, vooral vergeelde en
ouderwetse kinderboeken staan in het Nederlands geschreven. Nog
trotser is Terry op het nieuwe gebouw wat de bib. gaat worden en
ook gesponsord wordt door de Nederlandse gemeente Zutphen. Op 3
okt. Van dit jaar zal hij geopend worden door een burger uit Zutphen.
Wij geven natuurlijk ook een donatie die officieel in ontvangst
genomen wordt door de penningmeesteres van de school. Daar komt
dan een dankwoord bij en een foto met Marina die de envelop overhandigd.
Deze zal in de krant komen te staan.
Als we terug zijn in het hotel is de rest van de groep nog niet
gearriveerd behalve Ad, die op Biak blijft om zich te verdiepen
in de taal. Later komen Bert en Egon ook gezellig bij ons zitten
en verteld honderduit wat hij heeft kunnen laten zien aan Egon waar
hij van jongen knul een man werd. Laat in de middag komt de groep
pas aan na lange vertragingen. Nellie heeft een flinke ontsteking
aan haar enkel en Ad gaat met haar mee naar de apotheek waar hij
een penicillinekuur koopt voor haar. Een strip Amoxicilline, 8 tabletten
voor €1,60. Geen geld, maar de meeste mensen hebben geen geld
om dit te kopen als ze ziek zijn.
We hebben met Terry afgesproken om te gaan eten samen met zijn vrouw
Hisca en hij komt eerst naar het hotel, want hij heeft cadeautjes
bij zich. Prachtige T-shirts met paradijsvogels en een sleutelhanger
van een voorouderbeeldje van Biak. We zijn er zeer verlegen van.
In het restaurant worden we in de gaten gehouden door de politie,
want Terry en zijn broer Chris zijn politiek actief voor de bevrijding
van West Papoea.
28-05-2004.
We staan vroeg op om naar de haven te lopen waar de boot op ons
wacht. Daar ontmoeten we ook Chris met een T-shirt aan van Bert.
Die kennen elkaar al heel lang en gaan vandaag ook weer samen op
pad. Chris heeft voor ons stencils bij hem met het volkslied van
West Papoea. Als je geïnteresseerd bent klik dan ww.nieuwguinea.tk
We lopen door het golvende water naar de boot. De afvaart is wel
eng. De hoge golven gooien het bootje steeds terug de haven in.
De flinke schommeling, de hitte in de kajuit en de benzinelucht
maakt dat we ons er niet jofel bij voelen. Na een uurtje zijn we
op volle zee en is de grote deining over zodat men zich op het dak
van de kajuit kan begeven om van de zon, zee, wind en uitzicht te
genieten. We varen zo'n vijf uur langs eilandjes met paradijselijke
stranden en door helder water wat elke keer van kleur veranderd
die tussen het groen en blauw bevindt. Rond het middaguur komen
we bij het eiland Dawi aan. Daar eten we de meegenomen boterhammen
mat kaas, boter, pindakaas en hagelslag. Carla geeft de tip kaas
in combinatie met pindakaas te eten wat inderdaad goed smaakt. Het
eiland is echt niet groot en je bent in een kwartier rond gelopen.
Er wonen twee gezinnen. Aan een kant van het eilandje is het goed
snorkelen. Je bevindt je dan in een tropisch aquarium met felgekleurde
vissen en koraal. Aan de andere kant duiken we ook nog even het
water in, maar het water is er piswarm dus je bent zo uitgedobberd.
Op het eiland bevindt zich ook een put met bronwater en we mogen
ons van bewoners daar afspoelen. Debby heeft er een enorm plezier
in ons af te spoelen met het ijskoude water en wij gunnen haar natuurlijk
dat genoegen. Om kwart voor 3 vertrekken we met hartzeer, maar we
moeten toch voor het donker in Biak zijn. De raampjes van de kajuit
moeten dicht, want de golven zijn nogal hoog. Dat bevordert de lucht
niet. De boot blijkt ook te lekken en benzine vermengd zich met
water wat vrolijk klotst door de kajuit. We varen niet terug naar
het haventje, maar worden bij de plaats van Agus afgezet. We kunnen
er niet aanleggen, want het is eb en we moeten een heel eind door
het water waadden om er te komen. Eigenlijk komt dat best uit. Ik
moest verschrikkelijk plassen na zo'n lange en klotsende tocht en
ik was niet de enigste. We zouden onze laatste avond in Biak vieren
met een bbq bij de werkplaats van Agus, Ambroden, maar die laat
zich niet zien. We beginnen ons toch een beetje ongerust te maken,
maar na een goed uur komen de gebakken vissen (tonijn), saté,
nasi en andere lekkernijen die op tafel worden gezet en mogen we
toetasten. Er wordt muziek gemaakt en gezongen. Een perfect eind
van een verblijf op Biak.
29-05-2004.
Wake up call om 3 uur in de ochtend en afscheid van Ad die ook nu
weer in Biak blijft voor de taalstudie en die we weer zullen zien
op Bali. We moeten vroeg vertrekken, maar door het slechte weer
in Jayapura wordt dat pas om half 8. Ik heb nog nooit zoveel poses
gezien om op harde ondergrond te slapen of om toch maar geen doorzitplakken
te krijgen. Carla kan zelfs zittend slapen tegen een betonnen pilaar.
Wij gaan aan de koffie in de bar die nu geopend is. In Jayapura
landen we twee keer. De eerste keer mislukte door een fikse bui
met windvlagen waardoor het bijna een touch en go is. De tweede
keer lukt eindelijk. Eenmaal geland gaat het ineens vlug, want het
vroege vrachtvliegtuig (onze aansluitende vlucht) naar Wamena is
ook verlaat en zo staan we om 10 uur s'ochtends in de Baliem vallei.
Een totaal andere wereld. Hier zijn we bij de Bergpapoea's. En bedenk
wel dat alles wat hier rijdt en te koop is, anders dan van de Papoea's,
ingevlogen moet worden. De becaks, de auto's, pannen en andere huishoudartikelen,
vlees, fruit, koekjes, koffie en meer van dergelijk spul. De mensen
komen direct wanneer er een vliegtuig landt. Enkele staan er met
een prachtige hoofdtooi van Kasuaris of Paradijsvogelveren. In de
aankomsthal ontstaat er een ruzie, tot een handgemeen toe, wie toch
onze bagage mag dragen. Bergpapoea's zijn iets agressiever dan de
Kustpapoea's. Uiteindelijk dragen we de tassen zelf maar. Het hotel
Nayak ligt net aan de andere kant van de weg van het vliegveld dus
waar praten we over?
Er zijn verschillende soorten kamers en de echtparen mogen ieder
een twee persoonskamer delen is de mening van de groep. Wij hebben
een redelijke kamer met een kleuter w.c wat voor de lange Edward
een zit wordt met de oren tussen de knieën. We hebben wel het
geluk een badkuip te hebben. Niet dat er warm stromend water is,
maar als het koude water aan staat in de vroege ochtend en namiddag
kunnen we het hele bad vol laten lopen en niet alleen een emmertje.
Het mandiën gaat een stuk makkelijker met meer water tot je
beschikking. We wachten op de rest van de groep in een enorme eetzaal.
Net of er zoveel mensen komen in deze contreien. (Zo'n 150 toeristen
per jaar wordt ons verteld.) Zo gauw je zit komen er papoea's bijna
nederig hun waren verkopen. Er is een scherm in de eetzaal en achter
dat scherm mogen ze niet komen. Vernederend zou je zeggen, maar
ze zijn erg opdringerig en blijven op hun dooie gemak bij je zitten
en om de zoveel tijd komen ze aan je om de aandacht te trekken om
wat te kopen. Heb je iets gekocht dan hebben ze nog wel wat anders
te koop. Je komt er niet vanaf. Het is niet erg, maar tijdens het
eten is het wel gemakkelijker. De eerste naakte man met peniskoker,
koteka, komt ook binnen om een handje te schudden. Toch een raar
gezicht, maar we zullen er gauw aan wennen en dan zie je het niet
eens meer. We gaan eerst gezamenlijk eten in Sinta Prima Jl. Panjaitan,
het enige restaurant in Wamena die berekent is op toeristen. Het
is boven verwachting. De porties zijn flink en erg lekker. Worden
zodanig geserveerd dat de eerst geserveerde al klaar is als de vierde
man zijn eten krijgt. We horen de verdere plannen en vullen de fooienpot
aan. Daarna gaan we Wamenastad in. Het eerste wat ons opvalt, is
het vuilnis langs de kant van de weg die bewoont worden door enorme
varkens.
Al gauw wordt een hele optocht. Onze groep met nieuwsgierige aanhang.
Het meeste waar je aan moet wennen is de onverholen starenden blikken.
We lopen met z'n allen door de 'winkelstraat" en als we een
winkel ingaan gaat bijna de gehele optocht mee. Ze kijken toe wat
wij toch allemaal kopen. Dat is echter niet bijster interessant:
alleen wat water en sigaretten. Hoewel sigaretten zeer aanlokkelijk
zijn, want er wordt wat afgerookt hier, ook zeer jonge kinderen.
Het is een onderhandelingsmiddel net als geld om een foto van ze
te mogen maken. We delen graag met de mensen, want veel hebben ze
hier niet. In de winkel zijn interessante dingen te zien. Echte
Hollandse koekjes, koffie, chocolademelkpoeder en zelfrijzend bakmeel
voor bruin brood van DSM Dordrecht terwijl ik nog nooit bruin brood
heb gegeten in heel Indonesië niet. We lopen verder en Debby
probeert busjes te regelen voor het vervoer naar de markt. Dat is
een hele heisa, want er zijn meer busjes dan passagiers en de keuze
om een goed zitbaar en vooral rijdbaar busje te vinden is daarentegen
nihil. Toch lukt het Debby! We gaan naar de marktplaats even buiten
Wamena. Wat we daar zien overtreft elke verwachting. Ik heb heel
wat markten gezien, maar er was dan toch enige orde in de disorde.
Maar hier loopt alles door elkaar. Prachtig! Tussen vuilhopen worden
groenten en soms wat vlees verkocht. Er worden heel wat sigaretten
en 2000 roepia's uitgewisseld voor een foto. We zien allerlei soorten
kolen zelfs bloemkool en een soort rode vrucht waar hier aubergine
tegen wordt gezegd. Ze maken er een zalig rood sapje van. We worden
ook een soort van begeleid door drie man, waarschijnlijk dat ons
niets zal overkomen of dat wij iets stoms doen. Marina en Kelly
kopen een grote pot kauwgom en al gauw lopen er bellen blazende
kinderen rond. Ze moeten nog oppassen, want ook hier ontstaat er
bijna ruzie. Terug in het hotel drinken we eerst thee. Een goede
gewoonte die ontstaan is. Hier moeten we er wel voor betalen wat
natuurlijk logisch is als alles moet worden ingevlogen.
We liggen vanavond al om half tien op bed. Het was het een dagje
wel.
30-05-2004.
Heerlijk uitslapen tot half zeven. En na een ontbijt met zelfs een
gekookt eitje gaan we weer op weg naar de markt. Nu met een doel,
want we gaan een varken kopen. Voor 1 miljoen roepies (€100,=)
weten we een redelijk dik varkentje te bemachtigen. Het is wel soebatten
voor Debby die bekijks heeft van de Papoea's en van ons. Het varkentje
wordt aan de poten vastgebonden in een zak gedaan en in een van
onze twee busjes gelegd. Het vervoer is echt lachen, zolang het
goed gaat natuurlijk. In een van de busjes is de benzinetoevoer
geregeld vanuit een jerrycan die naast de chauffeur staat en hij
houdt naast het stuur ook het plastic buigzame pijpje vast naar
de motor. Geen lagers in de wielen, geen enkel spoor van lak er
is zelfs brandschade. Daarbij sluiten deuren of wel of niet en van
bekleding is geen sprake laat staan van een vering of andere luxe.
Heb je geluk dan doet de cassetterecorder het nog of je moet niet
van knetter harde muziek houden. Deze test hadden we al doorstaan
in Biak waar de busjes op kleine disco's lijken, maar hier is het
systeem wat verouderd of zo? Bij ons op de schroothoop zouden ze
hebben MISstaan.
Test twee is ook vandaag. We gaan naar de zoutwinningplaats, Iluerainma,
die steil op een berg ligt. Er gaan Papoea's mee die ook met de
trekking mee gaan en die zullen bekijken of we het wel kunnen. Volgens
Debby de ultieme test. Onderaan de berg op de marktplaats verzamelen
we, samen met de bevolking van het naburige dorp, Jiwika, die hopen
dat we ze inhuren om ons te kunnen helpen. Debby is hier niet voor
de eerste keer en instrueert ons. Ik huur een dame in, maar krijg
er onderweg nog een maatje bij. Een hele leuke jongen. Ze blijken
onontbeerlijk, want het pad er naar toe, als er al over een pad
gesproken kan worden is steil, glibberig en gaat over keien, modder
en kleine stroompjes water. Onderweg krijg ik van de hoofdman/kok
een blad aangereikt die ik over mijn bezwete hoofd moet wrijven.
Het is inderdaad heel verkoelend. Die man is overal om te kijken
hoe we het doen. Neem je eigen tempo en hulp van de mensen aan en
het gaat. Sjef ging te hard en is halverwege uitgeteld, maar met
de hoofdman en zijn drager redt hij het uiteindelijk wel. Iedereen
komt boven. De een lachend de ander redelijk uitgeput. Egon is de
eerste die is aangekomen en is werkelijk een kampioen lopen. Lekker
even uitrusten en genieten van de omgeving. Ondertussen delen we
ons water, de koekjes, sigaretten en bananen. We verzamelen ons
bij een klein watertje waar we niet te dicht bij mogen komen, want
het is naast een zoutwinningplaats ook een heilige plaats. Daar
krijgen we een demonstratie hoe de bevolking haar zout wint. Er
worden jonge stammen van een bananenboom afgeschraapt en gepeld
en in het water gelegd gedurende een dag of wat. Zijn ze verzadigd
worden ze verder gedroogd en gebrand zodat er een zoute as overblijft
die later gebruikt kan worden om te verhandelen of in de vuurkuil
waar het eten in bereid wordt. De dragers zingen onder tussen een
hypnotiserend lied. Het ritme is in een bepaalde cadans wat we nooit
meer zullen vergeten. Gelukkig heeft Edward opname apparatuur bij
zich. Dan vangen we de tocht naar beneden aan. Naar beneden vind
ik moeilijker dan naar boven, maar met de geweldige hulp die me
constant vast hebben gehouden kom ik er eigenlijk nog gemakkelijk.
Gisteravond hadden we nasi besteld in het restaurant die we vanmorgen
eerst zijn gaan ophalen en dat is een welkome lunch die we uiteraard
ook delen met onze dragers. Na het nassen rijden we een stukje verder
naar een dorp waar een mummie te zien is. Edward gaat mee, maar
ik moet verschrikkelijk naar de w.c (poepen). Met enkele anderen
zitten we op een parkeerplaats te wachten. Ik hou het echt niet
meer en vraag aan Deb waar ik me kan ontlasten. Tja, een probleem
dat voorgelegd wordt aan een Papoea. Of ik even mee wil lopen. We
gaan de rimboe in en op een gegeven moment gebaart hij dat ik daar
ergens vlak bij het water mag gaan hurken. Hij draait zich discreet
om. Ik heb niet goed gekeken, maar toen het was gebeurd en ik op
stond schrok ik nog erger dan het enorme varken waar ik zowat op
zat. Wanneer de mummie kijkers terug zijn gaan we via een gammel
trappetje over een omheining en lopen over een houten brug verder
over een pas. Plotseling is er een hoop geschreeuw. We worden welkom
geheten in het dorp Aikima op een wel heel bijzondere manier. Het
dorp is ingelicht over het te doneren varken en vergast ons op een
oorlogsritueel. De mannen zijn prachtig versiert met verschillende
hoofdtooien en witte beschilderingen op hun donkere huid. In de
neus soms enorme varkensbotten en op de borst een soort van stropdas.
Ze hebben pijl, boog en speren bij zich. Boven op een uitkijktoren
die niet echt stevig lijkt staat de hoofdman. Ze spelen een oorlog
na en het ziet er wel beangstigend uit. In vroegere tijd hield de
oorlog aan totdat er iemand gewond was. Als deze weer beter was
werd er weer een afspraak gemaakt voor de volgende oorlog bijeenkomst.
Het koppensnellen is een ander ritueel dat met hun voorouder geloof
heeft te maken. Eigenlijk is hun oorlog vredelievender dan in ons
westen waar het dodenaantal de oorlog uitslag is. De vertoning neemt
zeker een half uur in beslag en wij worden ook op de pijl genomen.
Ze richten en schieten zelfs op ons. Dat doen ze natuurlijk wel
met beleid, want er vallen geen gewonden en iedereen moet ook van
het varken kunnen meegenieten. De hoofdman komt ons persoonlijk
een hand geven en heet ons welkom in zijn dorp. Het is een mooie
kleine stevige man met pret oogjes. Zingend worden we begeleid naar
het dorp een eindje verder dan het slagveld. Voor het mannenhuis
staan de vrouwen. Zij beginnen ook te zingen en rond te dansen.
Als een vrouw getrouwd is draagt ze een houtje touwtje rok die ons
verbaasd, omdat hij blijft hangen terwijl er niets te hangen is.
De ongetrouwde vrouwen hebben een rieten rokje. Wij en de mannen
staan tegenover de vrouwen. Plotseling wordt Mirja, de magerste
van ons, door de mannen opgetild en triomfantelijk naar de vrouwen
gedragen. Het feest kan beginnen. Met z'n allen wordt er nu gezongen
en gedanst en ook wij worden uitgenodigd om mee te doen. Dan wordt
het varken gehaald en zorgvuldig gepijld. Een klein vuurtje wordt
aangestoken met de tondeldoos die de Papoea man altijd bij zich
heeft. Die bestaat uit wat stro, een houtje en een touwtje en door
de wrijving maken ze een vuurtje. Voordat de haren van het varken
worden afgebrand worden eerst de staart en de oren afgesneden. Daarna
wordt het varken door de oudere mannen vakkundig geslacht. Ze doen
dat met een klein bamboemesje en er komt geen stalen mes aan te
pas. Het varken ligt op grote palmbladeren en de honden lopen eromheen
om het bloed op te likken. Echt alles wordt gebruikt van het varken.
Op weer een ander vuur worden grote stenen verhit. De vrouwen zijn
bezig in een enorme smoorkuil lagen groenten, kruiden en afdekbladeren
te maken waarop weer de hete stenen komen. De hete stenen worden
door de mannen vervoerd met lange bamboe wigvormige stengels. Als
allerlaatste komt het gedemonteerde varken erop. Inmiddels is de
kuil zo vol dat het een berg is geworden die nu afgedekt wordt met
hooi en strooi en vast gebonden met een bamboetouw zodat het vlees
en de groenten gaar kunnen smoren. Het vel van de leeg gemaakte
darmen worden heel even op een vuurtje gelegd en is een snoeperijtje
voor de kinderen. Het is voor iedereen groot feest, want zo vaak
wordt er geen varken geslacht. Wij mogen overal foto's van maken
en we mogen ook hun huizen bezoeken. Hoewel een vrouw natuurlijk
niet in het mannenhuis mag komen. De mooie jongen die mij zo geholpen
heeft is bij de beklimming is er ook en hij komt mij speciaal even
gedag zeggen. Hij is nog mooier in zijn oorlog beschilderingen.
De mannen die niet bezig zijn leggen nu hun koopwaar op de grond.
Het is meer een museum dan een winkeltje op de grond. Enkele mannen
en kinderen hebben wondjes en die zien er niet echt lekker uit dus
die verzorgen we. Dat is wel provisorisch en misschien wel een druppel
op een hete plaat maar laat ons maar die ene druppel zijn. Laat
in de middag vertrekken we. Vlak voor ik de omheining over ga staat
die mooie jongen weer voor me en nodigt me uit te blijven. Maar
ja, het leeftijdsverschil hè. Wat moet zo'n jonge vent met
een vrouw in de overgang.
Marina is erg ziek geworden en heeft hoge koorts. Zij heeft grote
ontstoken wonden op haar been. Car en ik verzorgen haar. Marina
kermt van de pijn, maar verteld ons later dat ze hier niets meer
van af weet. Ondanks het aanbod van die lieve mensen mee te eten
in het dorp kiezen wij ervoor in Wamena te eten. Het is in dat restaurant
voortreffelijk eten. Ze serveren ook garnalen die in de rivier de
Baliem voorkomen. Een inheemse garnaal dus. Ze zijn ook erg groot.
Voor het slapen gaan de boel pakken voor de trekking morgen. Dat
is nog een heel gedoe, want het licht is uitgevallen en we moeten
ons behelpen met zaklampen en kaarsen. Het maakt het hotel extra
gezellig, want de kaarsen staan overal.
31-05-2004.
Marina is nog steeds ziek en voor we gaan wil Debby eerst met haar
naar de dokter. De dokter is eigenlijk in staking, maar maakt voor
haar een uitzondering en komt naar de praktijk. Marina is wel al
begonnen met een kuurtje en de dokter denkt dat ze malaria heeft
en ze moet extra malaria pillen slikken. Ze kan niet mee op de trekking.
Bert gaat zo wie zo niet mee, hij zou het niet trekken op zijn leeftijd.
Kelly voelt zich ook niet lekker genoeg om mee te gaan en Debby
blijft ook in Wamena, want de toestand van Marina is toch wel zorgelijk.
Janus gaat gelukkig wel mee en zal een uitkomst zijn als tolk. Als
het morgen beter gaat komt Debby wel naar ons toe. Naar deze vertraging
gaan we dan eindelijk op pad. We zijn met 14 man en we hebben zo'n
35 man aan dragers, gidsen en kookploeg mee. De opperkok heeft samen
met Henkie de leiding nu Debby niet mee is. Eerst moeten we een
heel stuk met busjes. Na een moeizame rit over een weggevaagde weg
komen we op een verzamelplaats en worden de dragers aan ons toegewezen.
Nellie is een ouwe rot in het lopen en heeft twee wandelstokken
waarvan ik er een van mag lenen. Edward heeft een grote houten afgeslepen
stok gekregen van de opper. Volgens menigeen lijkt hij nu op Gandalf.
Als iedereen is bedeeld van drager, helper, potten en proviand zet
de karavaan zich in beweging. Denk niet te licht over de proviand.
Deze is loodzwaar met kilo's rijst, aardappelen en liters water,
koffie, melkpoeder, suiker enz. voor vier dagen. Een redelijk pad
dat even wel maar kort duurt, want het eerste obstakel is bereikt.
Grote rotsblokken wijd uitgespreid waar tussen door nog een snel
stromende rivier loopt. Tussen twee blokken die uit het water steken
zijn twee stevige takken gelegd waarover we moeten balanceren om
naar de overkant te kunnen. De dragers en helpers zijn van groot
nut. Wij lopen op de zogenaamde goede wandelschoen met profiel,
maar hun meestal op de blote voeten of een schoen die niet eens
past, maar die ze dan met trots dragen. Toch hebben zij meer grip
en het evenwichtvermogen is ook beter ontwikkeld. Maar iedereen
komt droog over. Lang zal dat niet duren, want het begint te regenen.
We lopen verder en we komen bij de politiepost aan waar de Surat
Jalan getoond moet worden anders mag je het gebied niet in. En dan
gaat de eigenlijke tocht pas beginnen. We lopen over zeer smalle
paadjes langs kleine groentetuintjes die afgebakend zijn met stenen.
Ze liggen soms steil de heuvel op. De Baliem is een van de oudste
gebieden die bekend is om zijn agrarisch beleid. Al duizenden jaren.
Waarschijnlijk een van de oudste agrarische gebieden. Ga je van
het ene dorp naar het andere dan moet je met een gammel houten trapje
over een stenen muurtje. Omdat we vandaag laat zijn vertrokken,
lopen we door tot we om drie uur in het dorp Kadice aankomen waar
we zullen overnachten. Er staan houten hutten met een soort rieten
(atap) dak voor ons gereed en we verdelen onze slaapplaatsen. Jonge
Jan, Edward en ik slapen in een hut. Er is zelfs een soort badkamertje
voor algemeen gebruik tegen de helling gebouwd waarvan het bergwater
via een bamboepijp in de doucheruimte stroomt. Het toilet is er
ook speciaal voor de gasten. Het zijn wat houten planken tot een
hutje gevormd op een vlonder met een gat boven de diepte waarin
alles neerklettert, maar dat hoor je niet eens zo diep.
In het dorp is net een vergadering bezig en de bewoners hebben geen
aandacht voor ons. Het gaat over een overspelige vrouw. De desbetreffende
vrouw en man zitten in het midden van de kring. Mannen en vrouwen
discussiëren op een rustige manier over wat er gebeurt is en
wat er gebeuren moet. Na een ellenlang gesprek wordt er besloten
dat de vrouw mag blijven en dat de man uit het dorp moet vertrekken
plus 8 varkens moet betalen. De vrouw blijft wel besmet, wat dat
ook mogen betekenen. Wij mogen gewoon rond lopen door het dorp en
foto's maken, tegen betaling uiteraard van sigaretten of 2000 roepia.
Na de vergadering gaat het gewone leven in het dorp weer verder.
Ondertussen heeft de kookploeg van onze groep heet water en schenken
thee of koffie. Een verassing, want het is Nescafé. Wow!
Na deze pauze gaat ieder voor zich het dorp verder bekijken. Niet
echt groot. Een paar hutten boven op een berg, dus we hebben ook
nog een fabuleus uitzicht. Het dorp is gezellig gemaakt met bloeiende
bloemen. Net Nederland.
Er wordt gekookt in een smoorkuil in de kookhut en Carla en ik zitten
een hele tijd, op uitnodiging, gezellig mee uit te roken. Het is
even wennen, maar je went aan de rook. Aan de linkerkant van de
grote hut is de smoorkuil waar de vrouwen het eten in lagen opstapelt.
Aan de rechterkant is ook een vuurtje waar de stenen in verwarmd
worden en zoete aardappelen. Enkele mannen zitten er gezellig bij
en praten over de afgelopen dag of zo. Wij hebben ansichtkaarten
van Nederland bij ons en laten die de kring rondgaan. De mannen
nemen er de tijd voor om de kaarten goed te bestuderen. Ondertussen
zijn de zoete aardappelen gaar en worden rond gedeeld en ook wij
worden niet overgeslagen. Ze smaken trouwens erg lekker.
Op een soort pleintje tussen onze slaaphutten verzamelen de kinderen
van het dorp om ons eens goed te bekijken. Praten kunnen we jammer
genoeg niet, maar met zingen maak je ook contact. Carla en ik kennen
heel wat gebarenliedjes en met behulp van Janus wordt het een mengelmoes
van Nederlands, Papoea's en Bahassa Indonesia. We beginnen met hoofd,
schouders knie en teen. Veel hilariteit, maar de meisjes en jongens
komen heel verlegen toch een beetje in beweging. Wij leren op onze
beurt hoe het klinkt in een andere taal. De kinderen zingen een
speciaal Papoea lied voor ons.
De maaltijd die wij krijgen is boven verwachting. Wie denkt dan
ook op een trekking een volledige rijsttafel te krijgen met bami,
witte rijst, tjap toi en kroepoek en koffie na. We eten in een soort
schuur speciaal voor de gasten gebouwd. Hij wordt met grote petroleumlampen
verlicht. Na de koffie doen we het spelletje: "Ik ga op vakantie
en ik neem mee
" Dat breiden we uit met wat ons lievelingsgerecht
is en lievelingsdier. Veel anders is er niet te doen. Het dorp ligt
vroeg op bed en wij volgen ook al gauw. De dragers zingen hun hypnotiserende
lied tot diep in de nacht. Als ik er s'nachts even uit moet voor
de sanitaire stop hoor ik ze nog zachtjes zingen en dat maakt de
mistige maanverlichte omgeving nog mooier. Er vliegt bijna geluidloos
een enorme uil over me heen en ik besef: "Hier ben ik in de
Baliem."
01-06-2004.
Rond 6 uur wordt het bedrijvig in het dorp. Voor de badkamer vormt
zich een rij tussen de Papoea's die nu een klein marktje hebben
opgezet op het pleintje. Speren die mooi bewerkt zijn, zo ook de
pijlen en de boog, bijlen en een soort hamer prachtig versiert bij
de handvatten, kleine kalebassen ook prachtig en kleurrijk versiert.
Deze worden gebruikt als waterreservoir. Dit alles wordt verkocht
voor kleine prijsjes. De kleine kalebassen hebben mijn interesse.
Ze zijn van zichzelf donker en versiert met gele, rode en bruine
draadjes die in ronde vormen op de oppervlakte zijn bevestigd. Van
een man koop ik zijn veren tooi nadat we er zeker van zijn dat het
kippenveren zijn. Ja, dat is lachen hoor, want hoe maak je dat duidelijk.
Je roept tok tok en kukeleku en hun knikken van ja. Veilig om te
kopen dus. Carla en ik sparen hoedjes uit verschillende landen en
omdat ze binnen kort jarig is heeft ze ons cadeau nu binnen. De
man waarvan ik de tooi koop voor 20.000 roepia gaat de verdere trekking
met ons mee en hij heeft door dat ik nog zo'n verentooi wil hebben
en om de haverklap komt hij langs en laat mooie tooien zien en de
prijs gaat ook verder omhoog tot wel 100.000 roepia. Ik ben misschien
wel mal, maar niet gek. Op de allerlaatste dag komt hij nogmaals
lachend langs en biedt hij de tooi voor toch nog 20.000 roepia aan.
Verkocht!
Het ontbijt bestaat uit Nescafé en creamer. Wonderlijk hoor,
want het is werkelijk nergens te krijgen en moeten we het doen met
koffie tebroek. Dat is een glas of kom met losse koffie en suiker
erin en heet water erop gegoten. Maar hier in de verre zitten we
er van de Nescafé te genieten. Verder zijn er bananen, mandarijnen
en gebakken zoete aardappelen en die zijn verschrikkelijk lekker
al is het voor het ontbijt. We blijven lang in het dorp hangen,
want Henkie is gisteren middag terug gegaan naar de politiepost
waar Debbie is om op gehaald te worden. Eindelijk komt hij, maar
zonder Debby. Wel heeft hij een briefje bij zich waarop het ongelofelijke
avontuur van Deb beschreven is en waarom ze er nu niet kan zijn,
maar ons op de laatste dag zal ontmoeten als we weer bij de post
komen. Het is een onduidelijk geschreven briefje, maar het is in
het donker geschreven. Er staat dat ze voor Remco petroleum moest
meenemen en dat heeft ze in een waterfles gedaan. In de vroege ochtend
heeft ze zich in het flesje vergist en een flinke slok genomen voor
ze er erg in had dat het de verkeerde drank was. Gelukkig was er
melk op de post, maar ziek is ze er wel van geworden. Daarbij durfde
ze ook niet meer te roken, bang dat ze in de fik zou vliegen. Zonder
Debby gaan we weer in de benen. Vandaag gaan we op en neer over
de hoge heuvels en modderige paden. De omgeving is adembenemend.
We zijn in het land van de Dani's, die weer onderverdeeld zijn in
de Lani's, de Hoeblaas en de Jali's. We horen de rivier stromen
beneden ons. We komen langs verschillende dorpen die verborgen liggen
tussen de enkele bomen die er staan. Voor de rest is het een lappendeken
van groenten tuinen waar we zelf langs lopen en die we aan de andere
kant van de heuvel zien. We kunnen soms heel ver kijken. Ik heb
veel moeite om naar beneden te lopen, maar de drager is van zeer
goede hulp. Hij zet zijn blote voet overdwars zodat ik mijn voet
er tegen kan zetten. We dalen steil af en de rivier horen we steeds
duidelijker. Eenmaal bij het woest stromende water aangekomen houden
we halt op een stenen strandje. Stijl naar boven aan de andere kant
van de rivier die je over kan steken over een hangbrug ligt een
dorp. Een idyllische plek. Er wordt hout gesprokkeld en al gauw
is er thee voor ons. Er wordt een grote pan op het vuur gezet en
daarin gaan allerlei verse groente, die we samen met de koks snijden.
Het wordt een heerlijke bamisoep. Wat willen we nog meer. Een eindje
verder is er een inham in de rivier waar het water minder hard stroomt
en daar gaan de dragers en koks lekker baden. Na deze flinke pauze
gaan we de hangbrug over en de steile helling op. Dat valt niet
mee. De paadjes zijn uiterst smal, glibberig en je kijkt zo een
afgrond in. Boven gekomen zien we aan de overkant een dorpje vlak
aan de oever van de rivier gelegen. Edward, Jonge Jan en ik lopen
helemaal achter aan met heel wat Papoea's die zich voor de lol bij
de karavaan hebben aangesloten. Boven gekomen stoppen ze en beginnen
prachtig te zingen naar de overburen. Daar komen de mensen uit de
hutten en hun tuinen en beginnen ook te zingen. We delen sigaretten
uit en staan stil te genieten van
..Tja, hoe moet je dit gebeuren
omschrijven. We zitten in een andere wereld. Dit is niet aards meer.
Na zeker een half uur, lopen we weer verder en komen bij een bijna
droge rivier aan. Een dikke modderstroom die we nog net kunnen oversteken.
Eenmaal aan de overkant gekomen is het nog een klein stukje tot
in het volgende dorp, Sokosimo waar we zullen overnachten. Voor
het dorp is een groot grasveld waarop ook de school staat. We zetten
ons neer op het veld. De dragers gaan zitten kaarten en wij worden
al gauw omringt door de kinderen van het dorp. Ze hebben allemaal
een groene drab onder de neuzen en lelijke wonden met een, ik weet
niet hoeveel, vliegen erop. Deze snotneuzen zijn pas ontstaan nadat
de mensen met blanken in contact zijn gekomen. De verkoudheid bacterie
bestond niet in West Papoea en er zijn dan ook vele mensen gestorven
toen de bacterie zijn intrede deed. Wij hebben er veel schuld aan.
De hut die we vandaag toebedeeld krijgen is groot. Er zijn vier
kamers, waarvan we er twee in gebruik nemen om te slapen. We delen
wederom de slaapplaats met jonge Jan en in de andere kamer liggen
Jos en Carla. Voor onze hut is een klein grasveldje met een bank.
Car en ik gaan daar zitten met onze ansichtkaarten die ook nu weer
veel bewondering oogsten. Bij ons is er verwondering, want bij een
kaart van een molen in een weiland met een prachtige Hollandse lucht
weten ze niet hoe ze de kaart moeten houden om te zien wat het is.
Hilarisch!
Voor de eethut is een groter grasveld met wat bankjes en daar krijgen
we weer een overheerlijke koffie geserveerd. Remco en Sjef hebben
ook nog allerlei artikelen zoals instant soep en chocolademelk bij
zich die nu ook gretig aftrek vinden. Janus, Carla en ik gaan tussen
de kinderen op het grasveld zitten en beginnen een repertoire aan
Nederlandse liedjes af te steken. Ook de volwassenen zitten er inmiddels
bij en ons publiek is in dit geval de groep.
De kinderen zitten lekker tegen ons aangeschurkt en we moeten wel
iets overwinnen om tegen de specifieke penetrante geur en de niezende
spetterende kinderen te kunnen. Ook denken we allerlei beestjes
te voelen. Maar het kan uiteindelijk niet op tegen dit overweldigende
samenzijn. Wij op onze beurt leren nu een liedje van hun met de
daar bij behorende gebaren.
Topi saya bundar
Bundar topi saykaiau tidak bundar
Bukan nya topi saya.
Voor het eten hebben we nog even de tijd om ons wat op te frissen
en vooral Carla is verguld met de hulp van een Papoea die haar spiegeltje
ophoud om haar haar te kunnen vlechten.
En wederom is de maaltijd geweldig. We hebben rijst, bami goreng,
kroepoek, gekookte groenten, komkommer en heel verassend
.frites.
De dragers komen gezellig, zowat op elkaar, bij ons in de eethut
zitten en zingen hun liederen.
Winibako wohibako
hèkituk wagai wagai wagai
hèjira npiri
kabanhin silai oba
o puhti o
hèjira napirika
kiabahin agè roba
wè mati o |
S'avonds als het donker is
ik kom van verre (dan vraag ik aan mijn moeder)
waar is mijn eten, waar zijn mijn zoete aardappelen?
(moeder: ) o, die zijn in de silai-oba
(dan vraag ik aan mijn moeder: )
waar is mijn groente
(moeder: ) o, die hangt
boven in de silai-oba. |
Voor ons lijken ze allemaal op elkaar,
maar nu krijgen we uitleg van Janus wat ze betekenen. Het gaat vooral
dat de man van huis weggaat voor de jacht of op trektocht en dat
de vrouw iets lekkers voor onderweg bereidt en dat ze zal wachten
op zijn thuiskomst.
De dragers liggen in de hut naast de onze en de hele nacht zingen
ze zachtjes door. Gelukkig heeft Edward veel van de liedjes op band
kunnen zetten om er een cd. van te branden. Zo kunnen we er thuis
ook nog eens van genieten en aan de mensen laten horen wat wij niet
kunnen uitleggen. Rond een uur of twee s'nachts begint het onbedaarlijk
hard te regenen. We hebben het ongeluk met onze hoofden op een gedeelte
te liggen waar het lekt en we verhuizen met onze hoofden de andere
kant op en hopen dat de voeten enigszins droog zullen blijven.
02-06-2004.
Om 5 uur wakker gezongen en met droge voeten. Anderen hebben geen
last gehad van lekkage maar wel van muizen die gewoon over het gezicht
liepen. Egon die nergens bang voor is heeft zijn slaapzak voor de
veiligheid maar tot de kin opgetrokken. Het is voorlopig nog heerlijk
wat keutelen door het dorp voor we gaan ontbijten met die overheerlijke
gebakken aardappel en bananen. En daarna nemen we er nog eens ons
gemak van. Het hele dorp is nu uitgelopen, ook van de hutten die
niet in het dorp zelf staan. Ze staan met z'n allen voor de eethut
wat natuurlijk enige gedrang geeft. Niet gehinderd daardoor verhandelen
ze hun spullen. Ook vandaag verwisselen de goederen van de ene eigenaar
naar de andere. Maar uiteindelijk gaan we weer en we worden enthousiast
uitgezwaaid door de schoolgaande jeugd die al in nette rijen voor
de school staan. Het eerste stuk is het zelfde tot aan de hangbrug.
Maar het heeft dus hard geregend afgelopen nacht en de kleine modderstroom
vlak bij het dorp is nu een flinke modderstroom geworden en de eerste
die over gaan hebben nog enigszins een stevige ondergrond, dat duurt
drie personen en de rest die volgt is tot boven de knieën onder
de modder bedekt. Maar als ik eraan kom is alles al tot een drabberige
brij gestamd. Er worden grote stenen in de brij gegooid die acuut
wegzakken en dat zet dus geen zoden aan de dijk. Geen nood. Voor
ik er erg in heb hang ik op de rug van een drager en ben droog over.
Edward die een heel stuk langer is, nl.1m 85 wordt ook op de rug
genomen door een potige drager, maar hangt met z'n benen wat te
bungelen en heeft modderige neuzen op de schoenen. De dragers zijn
kleiner dan hij is, maar oh zo sterk blijkt eens te meer. Het verdere
pad is ook door de regen erg glibberig geworden en sommige stukken
van het pad zijn weggeslagen. Je moet dan een grote stap nemen over
een diepte, je vast houdend aan het gewas wat boven de stenen afscheiding
hangt. Maar zoals velen malen geschreven. We hebben dragers!! Na
de hangbrug gaan we een andere kant op. De paden worden nu ook wat
makkelijker, soms, tot aan de lunch. Langs de kant van een pad bij
een klein stroompje wat van de berg afkomt, houden we halt. Op een
groot zeildoek zitten we nu bij elkaar en zingen oud Hollandse liedjes.
De bamisoep gaat er ook vandaag weer goed in. De Papoeaman die vanaf
het eerste dorp met ons is meegelopen zit tegenover ons. Hij is
erg ijdel en ook nu pakt hij zijn spiegeltje en een lang puntig
iets wat hij een heel eind in zijn neus stopt, tot aan zijn fontanel
lijkt het wel. Dat gaat natuurlijk fout en hij verwijderd zich met
spoed. Later komen we hem weer tegen in de karavaan zonder dat we
iets aan hem zien. Na de lunch is het pad weer moeilijker begaanbaar.
We moeten zelfs door een watervalletje heen. Over enorme rotsblokken
klauteren we door het vallende water. Onderweg begint het wat te
regenen. De grote zwarte pan dient bij de Papoeaman als paraplu.
Al vlug komen we aan bij de politiepost. Een eind daarvoor staat
Debby op ons te wachten en verwelkomt ons met een dikke zoen. De
politie maakt ruimt voor ons zodat we er kunnen overnachten. Wij
(Calrla, Jos, jonge Jan, Edward en ik) slapen in de huiskamer van
de wachtcommandant. Zijn familie slaapt in kleine kamertjes naast
ons. De keuken ligt er achter en strekt zich uit naar het belendende
perceel waar de rest zal slapen. Zij hebben een kamer helemaal opgefleurd
met wat overgebleven ballonnen Wij leggen ons beddengoed uit en
gaan wat liggen schrijven op de provisorische bedden. Debby verrast
ons met patatjes. Daarna gaan Car en ik de rokerige keuken in om
te helpen met het bereiden van de laatste maaltijd tijdens de trekking.
Kokkie (de opper) zit al de gehele trekking met een pleister op
zijn hoofd waar een lelijke wond achter verborgen zit. Deze is onderwijl
flink gaan ontsteken en hij voelt zich niet echt happy. Wij hebben
nog een penicillinekuurtje voor hem. Hij heeft een flinke oplawaai
gekregen van zijn ex. Hij zit hijgend en puffend achter ons en laat
ons zien hoe we de bonen moeten snijden. Zelf is hij bezig eieren
in een grote plastic bak te breken. Car en ik ruiken op een bepaald
moment een ontzettende vieze zwavel lucht. We kijken achter ons
en zien dat kokkie een rot ei met een lepel uit de bak vist. We
denken er het onze van en beloven elkaar niets te zeggen tegen de
rest van de groep. We zijn ten slotte niet ziek geworden tijdens
de trekking dus waarom nu wel. De andere dragers zitten gezellig
rond het vuur en zingen hun liederen. We worden uitgerookt, maar
willen dit beslist niet missen er zo tussen in te zitten. Debby
is weer geheel opgeknapt, gelukkig, en verteld ons dat Kelly goed
gaat en dat Marina zich ook beter voelt, hoewel het nog op en neer
gaat. Het is de laatste avond en ondanks het verbod alcohol mee
te nemen de Baliem in hebben we toch wat kleine flesjes weten mee
te smokkelen. Het verhoogd de vreugde van de dragers en staan te
dansen buiten. We zullen merken dat ze de hele nacht op blijven
en hun geld verwedden met kaarten. Op de politiepost is niet veel
te doen en het regent veel zodat we niet buiten kunnen zijn. We
liggen dan ook vroeger op bed dan de andere dagen.
03-06-2004.
Rond half zeven staan we op jonge Jan voelt zich niet lekker. Bij
het restaurant in Wamena is hij in een diepe goot gevallen waarin
niet al te schoon water stond. Edward is in Biak ook in zo'n goot
gevallen die nog dieper was, maar gelukkig droog. Ik schrok me dood.
Het ene moment liep hij naast me en het volgende was hij geruisloos
verdwenen. Edward heeft er een kleine blauwe plek in zijn handpalm
aan overgehouden.
Enkele wondjes aan het been van jonge Jan zijn waarschijnlijk daardoor
gaan ontsteken. Ons laatste ontbijt met de gebakken zoete aardappels
en bananen. Er is een keuze uit twee routes. Een moeilijke en de
makkelijke. Egon, Jos, oude Jan en Remco besluiten de moeilijke
route te nemen. We vertrekken later, omdat het vandaag maar een
klein stukje lopen is. De weg is met wat obstakels goed te doen.
We komen aan bij de rivier die we de eerste dag ook moesten oversteken
over kleine boomstammetjes. Dat is vandaag niet mogelijk. Door de
regen is het een grote snel stromende rivier geworden met in het
water verborgen de rotsblokken. Bianca, mijn persoonlijke drager
geworden tijdens de afgelopen dagen neemt me op de rug en maakt
rennend een d-tour door het water. Al hotsend komen we gierend van
het lachen bij de overkant aan. We zijn de eerste vandaag. Er gaan
er meer op de rug om veilig naar de overkant te komen. De dragers
hebben een soort radar in het hoofd om precies de goede stukken
te pakken waar ze veilig kunnen lopen. En dat allemaal op blote
voeten. Het is ons opgevallen dat die voeten erg breed zijn vooral
bij de tenen. Een soort van voeten van de Yeti.
Auto's staan op ons te wachten en we proppen ons erin. De hobbels
in de weg zijn niet de enige obstakels die we op de weg tegen komen.
Men is aan het verhuizen. Dat nemen ze kennelijk letterlijk, want
er staat een heel huis op de weg. Het ziet er niet uit dat de verhuizing
vandaag nog verder gaat en we moeten er omheen. De berm is zacht
dus we moeten uitstappen en hopen dat de auto niet in de modder
zal blijven steken.
Voldaan komen we bij het hotel aan waar we opgewacht worden door
Kelly, Bert en Marina met warme chocomel en Hollandse koekjes. We
gebruiken een kleine maaltijd en gaan genieten van het koude water
in de mandierbak. Goh, wat is dat zalig. Daarna verzamelen we ons
in de lobby samen met de dragers. Debby gaat ze uitbetalen en ik
heb de eer naast haar te mogen zitten en de schelpen uit te delen.
Wij hebben ook wat weg te geven aan een flinke welverdiende fooi,
oude T-shirts, truien, beddenspul e.d. Voor kokkie houden we een
inzameling zodat hij zich in het ziekenhuis kan verzorgen. Dat heeft
hij de volgende ochtend gedaan samen met een maat. Toen hij uit
het ziekenhuis kwam stond zijn ex met haar familie hem en zijn maat
op te wachten en sloegen hem nogmaals in elkaar. Kokkie kwam er
dit keer redelijk vanaf, maar zijn maat kon direct het ziekenhuis
weer in met een gebroken arm.
Voor de achtergeblevene geven de dragers een concert zodat zij ook
een klein beetje het gevoel krijgen. Zij hebben zich nogal verveeld,
want erg veel is er niet te doen in Wamena. S'avonds dineren we
met z'n allen in het enige restaurant waar het eten goed is en porties
groot zijn en de ambiance prima.
04-06-2004.
Heerlijk uitslapen. We worden wakker in een kamer die niet echt
welriekend is. De rugtassen die de dragers hebben gedragen blijven
hun eigenaardige lucht behouden. We zullen ze deze vakantie nog
gebruiken, maar dan is het einde verhaal. Een groot gedeelte van
de groep gaan naar een schooltje en nog een eind wandelen. Jonge
Jan voelt zich niet lekker maar besluit toch met ons te gaan shoppen
in de souvenirwinkel die Debby ons heeft aangewezen. We kopen er
prachtige maskers en ander prularia, zoals armbandjes gemaakt van
zaden en pitten, om de thuiszitters te verwennen. We zien nog dragers
die hun gewone werkzaamheden hebben met T-shirts die wij ze gegeven
hebben. Ze komen even een praatje maken zover dat mogelijk is met
twee totaal verschillende talen. Maar ze vinden het al leuk dat
je bij ze blijft stil staan en een hand drukt, want dat maakt natuurlijk
indruk op de anderen. We sloffen verder door de dorpsstraten met
een klein gevolg wat nog iets aan je zou willen verkopen. Jonge
Jan wordt steeds zieker en de transpiratie loopt van zijn lijf.
We gaan terug naar het hotel waar Jan naar bed gaat en wij lekker
niets doen dan een beetje lezen en om ons heen kijken. Enkele dragers
zijn ook in het hotel blijven hangen, want die hebben geen werk.
Na de lunch moest Marina nog naar de dokter en er wordt besloten
dat Jan nu ook meemoet. Helaas, vanavond terug komen, want de dokter
ligt net te slapen. S'avonds gaan ze alsnog achterop brommertjes.
Jan kan zich amper in evenwicht houden zo ziek is hij. Later op
de avond is het licht weer uitgevallen en zitten we gezellig met
de groep en in het kaarslicht en een borrel in de lobby. Ik had
nooit gedacht dat het zo fijn kon zijn met een groep. Ik vind het
exceptioneel.
05-06-2004.
Om vijf uur weer op en om half zeven inchecken. Het vliegveld ligt
aan de overzijde van het hotel zodat het uitzonderlijke fenomeen
ontstaat dat de bagage wordt ingecheckt en wij wachten in het hotel
tot het vliegtuig komt. Alle dragers zijn nu aanwezig en houden
het luchtruim in de gaten, want als er een vliegtuig binnenkomt
dan is dat ons vliegtuig. Om even over zevenen krijgen we het seintje
en gaan we in optocht naar het vliegveld. Om kwart over zeven zitten
we in het vliegtuig. Het is de eerste keer dat er iets op tijd is
gegaan. En zoals het met elke binnenlandse vlucht krijgen we ook
nu weer een pakketje eten mee. Het is elke keer een verrassing wat
er in zit. Of meer, welke kleuren de kleffe broodjes nu hebben.
We worden enthousiast uitgezwaaid door de dragers. We zullen ze
nooit meer vergeten!
Met een half uur zijn we in Jayapura. Het bagagesysteem heeft ons
de eerste keer al verbaasd en ook vandaag kunnen we het niet bevatten,
maar alles is er. De bagage wordt alvast naar het hotel gebracht
en wij gaan varen op het Sentanimeer. Met z'n allen in een bootje
varen we over het grote meer omringt door groene bergen die gladgeschoren
lijken te zijn net zoals je ziet bij modelspoorlijnen. De lucht
heeft verschillende nuances blauw doorbroken door mooi gevormde
wolken die soms ook de bergen verbergen. Af en toe vliegt er een
stalen vogel van of naar het dicht bij gelegen vliegveld. We zien
dorpjes met kerktorens in de verte. Als we dichter langs de oever
varen zien we de huizen op palen. Meestal fel gekleurd en met vrolijke
bewoners die naar ons zwaaien. We stoppen op een eilandje Asei genaamd.
De totale bevolking loopt uit. Het is een klein eilandje wat je
in tien minuten rond kan lopen. De varkens zwemmen in het water
en we zien er zelfs een die een vist vangt. Heel curieus. Het eiland
staat bekend om zijn boomschors schilderingen. Ze zijn ook prachtig.
Simpel van kleur en tekening geeft ze een stilistische uitstraling.
We varen weer verder naar een volgend eiland waar we een Papoea
tegen komen die een klein beetje Nederlands spreekt en die ons uitnodigt
naar de kerkdienst te gaan waar hij trompet moet spelen. En zoiets
kan je natuurlijk niet afslaan. In de kerk zijn we van harte welkom
en men schuift graag een stukje op zodat je naast ze kan zitten.
Ik zit naast een oma die haar kleinkind op de kerkbank voor haar
heeft zitten. Samen kijken we in het psalmen boek en met een vinger
wijst ze de woorden aan die ik nu kan meezingen. Een belediging
als je dat niet doet, toch? Het vrouwenkoor zingt prachtig en het
meisjeskoor klinkt ijl, maar de trompettist is een aanfluiting.
We zijn een soort van blij dat we eerder weg moeten, want jonge
Jan begint zich weer zieker te voelen. Hij heeft ook een raar soort
medicijn gekregen waarbij je je zeer oncomfortabel bij moet voelen.
Een half uur na het innemen begint er uit alle poriën van zijn
lijf het water te gutsen. Er ligt gewoon een film over zijn blote
arm heen en zijn kleding is dan ook zeiknat. Och arme, eerst terug
varen en dan nog opgestapeld in een busje. Ook wij leren te stouwen
om zoveel mogelijk mensen en bagage in een zo'n klein mogelijk ruimte
te krijgen. Na een uur hobbelen, komen we aan in het hotel. De bagage
is er nog niet. We besluiten dan maar te gaan eten want daar zijn
we hard aan toe. Om drie uur s'middags ondergaan we een weldadige
warme douche. De kamer is luxe en we genieten de verdere middag
al lezend en tv. kijkend, kortom, lekker luierend.
Om de zoveel tijd gaan we bij Jan kijken die nu hele hoge koorts
heeft.
Debby weet voor vanavond een goed restaurant boven op een heuvel
die uitkijkt over de haven van Jayapura. Het uitzicht is inderdaad
schitterend met de gekleurde verlichting van de stad weerkaatst
op het water van de haven. Het eten daarentegen is ongewoon slecht.
Dat was voor Deb ook een verrassing en voelde zich schuldig, maar
dat hoeft niet, want ze is wat mij betreft een hele goede reisbegeleidster
die meer doet dan ze hoeft te doen en ook gewoon gezellig met ons
meedoet. En dan slapen. Heerlijk hoor. Dan merk je pas dat, ondanks
dat je het niet mist, de luxe wel als prettig aanvaard.
06-06-2004.
Inderdaad het eten was niet best. Verschillende mensen zijn ziek
geworden en hebben buikloop. Ook Jan is nog hetzelfde. Als we morgen
naar Bali vertrekken gaat hij direct door naar Nederland. Jos hoort
ook bij de mensen met de buikloop en samen met Carla gaan we Jayapura
onveilig maken. Moet je eens proberen op een regenachtige zondag
dat alle winkels dicht zijn en de weinige moslims de winkels daarom
ook maar laat openen. Toch amuseren we ons wel. Het houdt op met
regenen en elke winkel die open is struinen we helemaal af. In kledingzaken
passen we alles, bij de apotheek bekijken we elk medicijn en we
vinden een pakje extra Jos in een klein maar overvol supermarktje.
Extra Jos is een energie drankje. Vlakbij het hotel ligt een groot
politieterrein en we worden uitgenodigd deze te bekijken. Een leuk
verzetje voor de stoere mannen in hun veel te strakke uniformen
die heel druk zijn met niets doen. Het zijn overigens geen Papoea's.
Na de lunch gaan we in kleine busjes naar de markt waar ook goede
souvenirwinkels zijn. Carla, Edward en ik gaan vooral de gewone
markt op. Dit keer geen groente en fruit, maar kleding e.d. We passen
hoedjes tot grote verbazing en hilariteit en we worden warempel
gefotografeerd. Marina en Kelly kopen wat babyspullen voor de aankomende
baby van Janus. Als het een meisje wordt zal het de naam Kelly krijgen.
(Het is een meisje geworden). Na het marktbezoek gaan we rond Jayapura
rijden. Mooie uitzichtpunten worden er opgezocht. Jayapura ligt
beneden aan een baai.
Na het eten hebben we in de lobby afgesproken om afscheid te nemen
van Janus. Een geweldenaar die we gefêteerd hebben met zang,
cadeaus en geld.
07-06-2004.
Heden ochtend weer vroeg op voor het vliegtuig naar Bali. In Timika
is een tussenstop. Je mag er wel even uit, maar je zit dan gevangen
achter een soort kooi. Tenminste als je een Papoea bent. Anders
mag je nog wel enigszins vrij rond lopen en je sigaret roken. Op
dezelfde dag dat wij daar even waren is er een opstand geweest.
De Papoea's worden daar nog meer onderdrukt dan elders. Hun land
wordt ontgonnen. Dit bedoel ik letterlijk, want de berg die er eens
stond is weg. De Papoea's die er woonden kregen wel een soort behuizing,
maar mogen niet werken voor het Amerikaanse bedrijf Freeport. Niet
alleen hun land is weg, maar ook hun levenswijze is danig ondermijnd.
Zij hebben daar eeuwen gewoond en het wordt rigoureus weggevaagd.
Het geld wat ermee verdiend wordt gaat voor het grootste deel naar
Amerika en de rest naar Jakarta. Maar Amnesty International hoor
je er niet over.
Om twee uur landen we op Bali. Jonge Jan voelt zich weer beter en
zal ook de laatste dagen bij ons blijven. We zitten tot onze verbazing
in hetzelfde hotel waar we al twee keer hebben gelogeerd. Heerlijke
kamers met tuin of balkon, een tuin, een zwembad en een restaurantje.
Gewoon een gezellig familiehotel. Het ligt in een kleine winkelstraat
10 minuten lopen van het centrum en 2 minuten van het strand. In
de namiddag komt Adje Bintang weer in ons midden en we drinken natuurlijk
op zijn komst. We genieten van een vredige middag en de avondmaaltijd
gebruiken we bij het restaurant aan het strand. Voor het slapen
gaan luieren we met een borrel op het balkon met de muggen en vleermuizen.
08-06-2004.
Vandaag een extra excursie in, heel luxe, een airco busje met goede
vering. Oude Jan, Nelly, Jos en Car, Mirja en Ad gaan mee. We rijden
lange afstanden, maar we zien veel van mooi Bali. We rijden dwars
door Ubud. Verschrikkelijk. Het is een grote souvenirwinkel. Gelukkig
rijden we er alleen doorheen. We zijn op weg naar een Balinese dansvoorstelling.
Geen Apendans dit keer. Hoewel die dans indrukwekkend is, is dit
toch ook wel mooi. We gaan verder en bezichtigen allerlei fabriekjes
waar er gebatikt wordt, ijzersmeden en beeldhouwen.
De lunch is in een groot panoramarestaurant waar we uitzicht hebben
op de Agung vulkaan met zijn maanlandschap en meer. De hel blauwe
lucht weerschijnt er mooi in. We stoppen bij een markt die eigenlijk
voor groothandelaren is bedoeld. Grote manden met mandarijnen, jack
fruit, gepeld en ongepelde mais, cassave, grote trossen groene bananen
en Chinese kolen zo gebonden dat alleen de achterwerkjes te zien
waren. In een lege mand gaat Jos zitten en wordt bijna per opbod
verkocht. We bezoeken natuurlijk ook tempels, die zo een eigen charme
hebben op Bali. Elk ervan is anders. Deze tempel had in het midden
op het terrein een groot bassin met verschillende wellen die er
in uitkwamen. Heel helder ijskoud water, de reden om hier het hindoeïstische
geloof tot uiting te brengen met beelden en offers van fruit en
bloemen. Gewoon waar Bali om bekend is. Grote hilariteit, want ook
de mannen moeten dit keer een sarong met gekleurde sjerp om. Dat
hoeft nl. niet bij elke tempel voor de mannen, de vrouwen uiteraard
wel. We bezoeken ook een van de apentempels die er op het eiland
zijn. Voor mij hoeft het niet, want ik ben verschrikkelijk bang
voor deze dieren. Ze rukken aan alles waar ze aan kunnen rukken.
Zo ben ik ooit bijna uit m'n korte broek gehaald. Ze zijn heel brutaal
en komen op je zitten. Jos kent die angst niet en hij heeft een
hele horde, of hoe noem je een kluitje apen bij elkaar, op zijn
armen, schouders en hoofd zitten. Wel leuk voor de foto. Ik moet
eerlijk bekennen dat mijn foto's van de apen allemaal bewogen zijn
zo vlug wil ik ze nemen om het toestel weer gauw op te ruimen. We
zijn rond zevenen weer terug. En dan de laatste avond. Afscheid
nemen van onze Debby. We zullen je nooit vergeten! Na het afscheidsmaal
gaat een gedeelte van de groep nog uit. Edward en ik nemen het ervan
op ons balkonnetje.
09-06-2004.
De volgende ochtend gaan we shoppen met jonge Jan. Voor we bij de
grote winkels en de kledingmarkt komen nemen we traditioneel een
koffie waar je de lekkerste koffie kan krijgen volgens het bord,
maar ook wij vinden dat wel. We kopen heel wat en de kunst van tarwarren
(afpingelen) wordt hier op de proef gesteld. Ik vind het altijd
heerlijk hierover te soebatten. Volgens menigeen ben ik er wel een
kampioen in. Na de lunch komen we eindelijk weer bij het hotel aan.
Jonge Jan gaat zijn koffertje pakken en ook de rest van de groep
moet dat doen. Marina, Jos, Carla en wij blijven nog enkele dagen.
Langzaamaan verzamelt iedereen zich in het restaurant waar we nog
een Bintang nuttigen. En na vele zoenen en beloftes elkaar te schrijven,
te bellen of te mailen zwaaien we ze node uit. Een raar gevoel hoor
nadat je eerst met zovele bent geweest.
10 en 11-06-2004.
We gebruiken de dagen om lekker te winkelen, traditioneel koffie
te drinken, afkoeling te zoeken in het zwembad en lekker te luieren.
Op een van deze dagen maken we de eindfase mee van een crematie.
Op het einde van de crematie wordt de as van de overledene verzameld
en naar het strand gebracht waar het met veel ceremonieel per boot
op zee wordt verstrooid. Men is dit keer gekleed in wit met gele
accenten. Er zijn veel mensen die de laatste eer willen bewijzen
met hun offers. Sommige offers zijn hoogopgestapelde bloemen of
fruit, maar er is ook allerlei eten in zilverkleurige schalen. Deze
offers worden allemaal op de hoofden van de vrouwen gedragen. De
mannen zitten gezellig bij elkaar op een paar na die de versierde
toren waar het as in wordt vervoerd naar het strand dragen. Men
zit een hele tijd gewoontjes bij elkaar en op een teken die wij
hebben gemist staat iedereen op en loopt naar het water. Men loopt
het water in tot net boven het middel en verstrooien de offers.
Er gaan ook boten in het water met de naaste familieleden die de
as ver de zee op zullen brengen. Een mooi gezicht al die mensen
in de toch wel flinke branding. Zo hebben Edward en ik nu al verschillende
fasen meegemaakt van de geloofbelijdenis op Bali.
We zijn veel met Marina op stap, want Jos en Carla willen nog meer
zien op dit prachtige eiland.
12-06-2004.
De laatste dag beginnen we met koffers inpakken en naar de kamer
brengen die we voor vandaag nog huren, want we gaan vanavond pas
weg. Heerlijk, nog een hele dag. Car is wat sacherijnig, altijd
op een laatste vakantiedag, maar we helpen haar er door heen. Ze
is een soort zus voor me dus door dik en dun zal ik er zijn. Zij
met haar ventje blijven bij het zwembad en Marina en wij gaan nog
even shoppen hoor. Heerlijk langs alle winkeltjes, kijken, kopen,
koffie drinken en lunchen. Daarna ook nog even aan het zwembad.
Maar dan is de tijd aangebroken dat ook wij moeten vertrekken. In
Jakarta moeten we nog eventjes wachten op de volgende vlucht dus
gaan we ergens een kleine maaltijd nemen. En dan wordt onze flexibiliteit
nog eenmaal op de proef gesteld. Het vliegtuig heeft technische
problemen en het vertrek wordt voor onbepaalde tijd uitgesteld.
Op vertoon van onze boardingpas mogen we in een restaurant wat eten.
Dat geeft een hoop rompslomp voor hen, want ze zijn niet berekend
op 450 eters en gaan eigenlijk om 24.00 uur sluiten. Dat gebeurt
dan ook een uurtje later weliswaar. Uiteindelijk zitten we dan weer.
Marina valt in een diepe slaap en wordt zelfs niet wakker tijdens
de tussenstop op Singapore al wordt er om haar heen driftig schoongemaakt.
Enkele uren te laat arriveren we in Amsterdam en is het echt over.
Deze vakantie was uniek. Niet alleen door de bestemming, maar ook
de emotionele binding daarmee. De groep die wonderwel heel goed
met elkaar overweg kon. De vele vertragingen die we al puzzelend
en pratend met een vrolijk fatalisme hebben doorstaan. Onze twee
gidsen, Debby en Janus, twee geweldige kanjers die er altijd waren
met goede hulp, maar vooral ook met hun vrolijke instelling. Het
leek of we verschillende vakanties hadden in een maand. We hadden
Biak, Manokwari, de tropische eilandjes, de Baliem en Bali. Elk
zo verschillend. Maar het mooiste waren toch wel die lieve Papoea's!!!!!!!!!!