| Papua Sounds | Foto's| Linken | Contact | Home |




© Webspul 2004

 

West Papoea 2004.

Een, als je het goed bekijkt, politiek incorrecte reis, want de Papoea's worden onderdrukt door de Indonesische regering.
Een reis die voor mij ook enigszins nostalgisch te noemen is, omdat ik de eerste vijf jaren van mijn leven op het eiland Biak heb gewoond samen met mijn ouders en twee zusjes die daar geboren zijn.
Een reis niet samen met Piet, maar een reis zonder Piet.
Een reis nu met drie andere vrienden, Marina, Carla en Jos, maar ook met een groep.
Een reis georganiseerd door Arcadia, die in de folder duidelijk laat merken dat een grote flexibiliteit is vereist.

EEN REIS OM NOOIT MEER TE VERGETEN!

16-05-2004.
We zijn op tijd vertrokken hoewel dat DAT een wonder mag heten. De computers deden het niet en de bagageband! Alles hoopte zich op. Passagiers in lange rijen en zelfs in de hal wachtende op hun beurt. Tassen en koffers opgehoopt op een band waar echt niets meer bij kon. Carla, Jos en Marina zijn al door en staan te wachten op ons. Nou dat duurde een stief kwartier dus die zijn maar inkopen gaan doen en een bakkie. Wij hadden daar geen tijd meer voor. Het was meteen doorlopen naar de boardingbalie en eenmaal in het vliegtuig, waar we tot onze verbazing bij elkaar zaten, hoopten we dat de bagage ook in hetzelfde vliegtuig zat.
We keken naar een groot scherm waar we het opstijgen van het enorme vlieggevaarte konden volgen. Iedereen vond dat wel gaaf, maar ik had, ondanks dat ik heus wel een optimist ben, zo mijn gedachte dat je dan ook het neerstorten kan zien en kijk dan ook maar in een of ander verkoopblad van de Garuda. Er wordt wat gemompeld dat je zelfs de vogel kan zien vliegen. En dat heeft gevolgen. We voelen dat het stijgen wat minder hoog gaat en na een kwartier krijgen we niet het gewone welkomstpraatje van de piloot, maar deze kan ons wel melden dat de vogel in de motor was gevlogen en dat we nu eerst boven de Noordzee gaan vliegen om de brandstof te lozen. Dat gaat ongeveer een goed uur duren en na twee uur stonden we weer op Schiphol. We konden in ieder geval zeggen dat we een van de duurste manieren van een rondvlucht hebben gehad. In een halletje staan we met 450 man te wachten of de motor nog gerepareerd kan worden. We hebben uitkijk op het vliegtuig en zien de mensen in de enorme motor staan en er komen steeds meer mensen kijken om te kunnen concluderen dat deze vlucht echt niet door kan gaan. We worden met z'n allen naar beneden geloodst waar we van de grondstewardessen te horen krijgen dat we met bussen vervoerd gaan worden naar het Novotel en dat de vlucht voor morgen middag gepland staat. Er komen in totaal drie bussen die de afmeting hebben van een halve bus en daar willen 450 man tegelijk in om zo snel mogelijk naar het hotel te kunnen. Wij nemen ons gemak ervan. Te laat zijn we toch en buiten is het mooi weer. We zitten gezellig op een randje van de bloembakken en er is zelfs een dame die gebakken kippenvleugeltjes heeft die worden gedeeld met ons. Tegen zevenen zijn we in het hotel waar we zo kunnen aanschuiven om van een rijsttafel te kunnen genieten. We leren ook wat medereizigers van de groep kennen. Ad Jansen is de oudste met 82 jaar. Hij is vroeger arts geweest in Nieuw Guinea. Bert is 73 jaar en is ook op Biak geweest in zijn diensttijd. Hij is samen met zijn zoon Egon om hem zijn herinneringen te laten zien. En we leren Jan kennen die met ons samen eet.


17-05-2004.
Een nieuwe dag met een hernieuwde poging. Het begint al goed, want dezelfde soort en aantal busjes komen de mensen weer ophalen. We komen echt niet te laat als we met de laatste bus meegaan, want ook nu weer staat iedereen in een lange rij voor de balie. Met de computers hebben we niets te maken. We hebben gewoon dezelfde plaatsen als gister. De bagageband echter vertoont nog steeds dezelfde kuren. Deze zijn van hardnekkige aard zodat we een vertraging van twee uur hebben. Geen nood. Ook nu zorgt Garuda goed voor ons met etensbonnen worden we verwend. Al deze vertragingen hebben er voor gezorgd dat we nooit meer de aansluiting in Jakarta halen naar Biak. Ik krijg een briefje mee van de grondstewardess met de nieuwe tijden voor de aansluiting en waar we gaan overnachten in Jakarta. Voorlopig moeten we eerst de nacht doorbrengen in het vliegtuig.

18-05-2004.
In de vroege morgen komen we aan in de hoofdstad van Indonesië. Na alle formaliteiten staat er een bus klaar die ons naar het hotel brengt. En wat voor een hotel. Eerste klas is wat Garuda ons biedt met alle maaltijden erbij inbegrepen. Het ongerief is tamelijk groot natuurlijk. De vlucht naar Biak is pas de volgende dag s'avonds. Hotel Santika rekent op ons en we krijgen een verlate lunch. In de kamer eerst heerlijk douchen en wat rusten. Vanavond na het eten krijgen we een brieving hoe het nu verder gaat. Inmiddels hebben we met de hele groep van 16 mensen kennisgemaakt. We hebben twee Jannen in ons gezelschap die we voor het gemak oude Jan en jonge Jan noemen hoewel er maar drie jaar leeftijdsverschil is. Oude Jan is getrouwd met Nellie. Beide hebben een sappig Limlands dialect. Mirja die een onnavolgbaar gesprek kan maken in vijf kwartier dat maar een uur duurt. De fam. De Nooye bestaande uit vader Sjef, zijn dochter Kelly en neeflief Remco. En last but not least Hans en Jannie. Twee personen die erg aanwezig konden zijn op een negatieve manier. Juist daarom hadden we soms wat te kletsen van: moet je horen wat de hork nu weer deed en er hartelijk om lachen. Het ergerlijke aan hen maakte het ook smeuïg.
Het ongemak heeft onze flexibiliteit op de proef gesteld en we zijn allemaal geslaagd. Door dit hele gedoe wordt het een saamhorige groep die lief en leed zal delen wat zal blijken tijdens de gehele reis.
Debby, onze onvolprezen reisleidster, verteld dat er in Biak een reisleider zal bijkomen. Janus, een vriend van haar uit de Molukken heeft een reisbureau die reizen naar de Baliem wil organiseren en het wordt dan ook een studiereis voor hem. Hij zal de gehele reis bij ons blijven. In Biak krijgen we nog twee plaatselijke gidsen nl. Agus en Matu.
In Jakarta heeft Debby een vriendin die morgen met ons meegaat naar Bogor. Want we willen, nu we toch een tussenstop hebben, wel wat zien. De bootreis naar Yapen zal geschrapt moeten worden, maar de rest kan gewoon doorgaan. Vanuit Manokwari zal de groep zich in tweeën moeten splitsen om de doodeenvoudige reden het vliegtuigje dat ons zal terugbrengen naar Biak te klein is. Het tweede groepje komt dan de volgende dag aan. Omdat ik het een en ander nog wil bekijken op Biak vraag ik aan de groep of ik met de eerste vlucht mee mag. Natuurlijk, geen probleem en ook voor Bert en Egon is dat zo.
Na deze brieving gaan enkele van ons naar het Hardrockcafe waar op dat moment livebands optreden om geld op te halen voor een zieke collega. Een enorm feest dus waar wij hartelijk welkom worden geheten. Nog redelijk op tijd gaan we terug om ook de broodnodige slaap te hebben.

19-05-2004.
Fris en monter na een goed ontbijt gaan we naar de botanische tuin in Bogor. Niet alles staat in bloei, maar het is prachtig. We huren met een paar mensen een gids die ons een hoop kan vertellen wat er groeit en bloeit. Er zijn veel kinderen in heel veel soorten gekleurde uniformen. Zo herken je in welke klas of op welke school ze zitten. Met hun meester of juffrouw maken zij in nette rijen een wandeling door het enorme park. Als we er langs lopen moeten we heel wat handen schudden. Het is over het algemeen een rustig park waar je lekker kan wandelen en waar vooral wat oudere mensen met elkaar op een bankje of op het gras zitten te praten. Een oudere man spreekt mij aan om eens lekker ouderwets Nederlands te praten. Het gaat dan vooral over de goede oude tijd toen de Nederlanders er nog waren.
We bezoeken ook nog Mini Indonesië waar ik me eerst eens te buiten ga aan de Gado Gado. Verrukkelijk!! Daar bezoeken we het gedeelte van NG. In het kleine bijbehorende museumpje is er een Papoea die mij kan vertellen waar de oude foto's die ik bij me heb van mijn vader op het werk zijn gemaakt. Inderdaad wat ik zelf al dacht. Ze zijn van het vliegveld in Biak toentertijd Mokmer geheten waar mijn vader op de verkeerstoren zit. Mijn vader heeft ook op de toren in Jakarta gewerkt dus ik wist niet welke toren het nu was en mijn ouders kunnen me niets meer daarover vertellen, omdat ze helaas gestorven zijn.
Terug in het hotel even opfrissen, tassen pakken en eten. Dat eten laat op zich wachten dus we vertrekken erg laat, maar nog wel op tijd volgens Debby. We zijn de hoek nog niet om of we staan in de file. Het is de avond voor Hemelvaart en Iedereen is vrij en gaat op stap om familie te bezoeken. Stapvoets glijden we door de flinke regenbuien naar het vliegveld waar we nog maar net op tijd aankomen. Debby had al weer een hotel geregeld en het is de enige keer geweest tijdens de reis dat ze wat onrustig was. Nou….. net op tijd om in te checken. We hadden ruimschoots de tijd om koffie te drinken. Winkelen kon niet op deze wereldluchthaven. Alles was al potdicht.

20-05-2004
Rond middernacht maken we een tussenstop op Makassar van 40 minuten. We mogen uitstappen na een vage uitleg wat we daarvoor moesten doen. Het is iedereen wel gelukt, maar elk op een andere manier. De winkels daar zijn wel open en we kopen daar mooie gedetailleerde landkaarten van West Papoea. De man was in ene keer van al zijn kaarten af. Weer verder door het donkere luchtruim en na weer een nacht overslaan komen we om 5 uur in de ochtend aan op Biak. Eindelijk……… Ik begin spontaan te huilen en samen met Bert staan we er wat verloren bij. Er is meteen al veel belangstelling voor de nieuwe aankomers en het zal niet lang duren of het hele eiland weet dat er weer buitenlanders zijn. Het hotel Nirmala is eenvoudig maar stik gezellig. De vrij grootte lobby heeft vier banken en wat stoelen gerangschikt in twee zithoeken. We zullen er veel gebruik van maken. Er zit altijd een Papoea die blind is en zijn diensten aanbiedt als masseur en er zijn altijd mensen aanwezig als wij er zitten om met ons te praten. In de lobby natuurlijk ook de receptie en een enorm aquarium met groenig water en als je goed kijkt 1 vis. Er zijn terras deuren die ons naar de groene tuin leiden waar aan weerskanten de kamers bevinden. Voor elke kamer een zitje op fel rode tegels. Samen met de hel blauwe golfplaten dak is het een kleurrijk geheel. Elke keer als we in de lobby zijn of als we terug komen van een wandeling of iets dan wordt er koffie, thee met iets lekkers geserveerd. De man die dit regelt is van de oude garde en praat Nederlands. Hij vindt het heerlijk om wat voor ons te doen en dan een praatje te maken. We gaan eerst een paar uur slapen, maar dan toch echt wat doen. We rekenen af met Debby. Zij heeft voorlopig alles voorgeschoten, maar nu trekken we dat recht en geven meteen een voorschot van wat zij denkt te moeten gebruiken voor fooien en excursies. In het restaurant Jakarta beginnen we aan een lunch. Toch wel leuk om zoiets te doen met de hele groep. Van Ad krijgen we adviezen wat we veilig kunnen eten en drinken. Van hem mag ik zijn pedisse (pikante) kip proeven en hij wacht gespannen af wat de reactie zal zijn. Ik ben wel het een en ander gewend dus die verwachting viel goed tegen, maar bij de andere had hij meer geluk. Toch wel fijn een dokter in de groep. Marina heeft een allergische reactie op een insectenbeet en hij weet raad en staat met daad paraat. Het is een grote man met een nog grotere humor en lust wel een biertje. Hij is al gauw omgedoopt tot Adje Bintang.
Als hij maar geen sterallures krijgt. We stappen in verschillende busjes zodat iedereen voor het raam kan zitten en gaan op weg naar de Japanse grotten. Het is een hele diepe kuil waar de Jappen schuilden tijdens de Tweede Wereld oorlog. De Amerikanen kregen ze er niet onder en hebben toen het rigoureuze plan bedacht om bommen in dat gat te gooien. De natuur erom heen is prachtig met zonnestralen door de vegetatie. Deze zijn te zien tot onder in de grot die we met een glibberige trap kunnen bereiken. Alles bij elkaar geeft het een buitenaards aanzien. Jonge Jan dacht dat het een eenvoudige onderneming zou worden en heeft alleen teenslippers aan en het gaat dan ook fout op de glibberige vieze grond. Weer terug naar boven wordt Jan verzorgd door Edward die geen dokter is, maar altijd een verzorgingskit bij zich heeft en wij gaan in het kleine museumpje kijken die een familie heeft gemaakt en nu nog steeds onderhoud. Er staan gebruiksvoorwerpen in die de Jappen hebben gebruikt tijdens hun verblijf in de grot zoals honderden flesjes netjes gerangschikt op wankele tafels net als knopen, helmen, geweren en granaten. Tijdens het bekijken gaat er in de buurt een sirene af waar ik verschrikkelijk van schrik. Een nare jeugdherinnering. Wij moesten dan schuilen voor de bommenwerpers die overkwamen. Dit was in 1962. Nu was het de dagelijkse oefening of ze het nog wel deden. In een apart gebouwtje is er een gastenboek waar Carla en ik lezen en schrijven. Er staan heel wat herinneringen in.
Onderweg naar de vogeltuin stoppen we om water te kopen. Het wordt dan meteen een oploopje en de Papoea wil graag op de foto. Ook bij een wasplaats waar de kinderen aan het zwemmen zijn en de moeders de kleding aan het soppen. Jongen Jan verliest er bijna een fotolens. Hij is wel een brokkenpiloot, maar heeft er zelf de meeste lol om.
In het vogelpark zien we naast andere vogels ook de paradijsvogels die net een paringsritueel uitvoeren. Geweldig, hoewel de dieren in zeer armzalige hokken zitten. Er is gewoon geen geld voor goed onderhoud.
Wat later lopen we door het dorp Mokmer waarvan de bewoners alles hebben proberen te redden van de KLM crash in 1962. De huizen staan wat verder van de weg en ze hebben dus een tuin. Aan de weg bij ieder huis staat een huisje op palen wat kerststallen blijken te zijn. Je kan er eigenlijk niet omheen, want ze zijn met kerstslingers versiert en er staat met grote letters : Merry Christmas. De mensen zijn heel vriendelijk en laten met trots de Emanuelkerk zien waarin een klok hangt die door de Nederlanders is gedoneerd.
Tegen zonsondergang zitten we op een platform aan zee bij het huis van Agus. Janus heeft een gitaar en we zingen veel en drinken wat. We lopen in het donker langs het vliegveld en stappen onderweg in weer andere busjes (Bemu's) . We zitten gezellig opgepropt en de keiharde popmuziek en fel gekleurde knipperlichten maakt het tot een disco versie in het openbaar vervoer. Vanavond eten we met z'n vijven in Jakarta. Dit gaat ons stamrestaurant worden. We hebben nog keuze uit 1 ander. Terug in het hotel krijgen we op het platje koffie, thee en pisang goreng geserveerd en wij nemen er ook een borrel bij. Heerlijk genieten.

21-05-2004.
Deze dag gaan we eerst naar de markt om fruit e.d. te kopen voor onderweg. Ook naar de bakkerij waar we allerlei lekkers kopen voor de lunch. Een redelijk uitgebreid assortiment hartig gebak. Wat je eet weet je niet precies, want alles is verstop onder een laagje deeg, maar je kiest wat uit wat er smakelijk uitziet.
Waisapo ligt in het noorden, maar het duurt wel lang voor je er bent. De wegen zijn niet erg goed onderhouden, maar voor zo'n afgelegen eiland prima te doen. We rijden door heuvelachtig groen landschap waarin kleine huisjes staan met natuurlijk een platje en geroeste golfplatendaken kenmerkend voor Nieuw Guinea. We stoppen tussentijds bij Korem waar enkele jaren geleden een vloedgolf het hele dorp heeft weggevaagd. We staan op het strand naar de overgebleven woestenij te kijken. Af en toe regent het wat de sfeer nog eigenlijker maakt. De luchten zijn wel mooi zo met die wolken. Ook als de zon doorbreekt. Net als de altijd vriendelijk glimlachende mensen wordt Biak steeds meer herkenbaar voor mij. Dit is mijn thuisbasis.
Ook wandelen we ergens bij een mooie waterval. Alles lekker rustig aan.
In het dorpje Dwar stoppen we, omdat Ad hier nog een bekende had wonen. Een verpleegster die hij na 57 jaar nog wel eens wilden ontmoeten. Iedereen loopt uit om haar te zoeken en ons te bekijken of is het laatste andersom. We moeten lang wachten, maar we zitten gezellig op het gras met iedereen te praten en de lunch te delen. Dorothea blijkt op een cursus te zijn, maar zo gauw ze terug komt zullen ze haar brengen naar het strand waar wij haar zullen opwachten.
We waren daar net gearriveerd of zij kwam er ook aan samen met haar dochter. Terwijl wij in het erg warme heldere en nog zoutere water aan het dobberen waren zat Ad heel romantisch met haar op een boomstam een flesje limonade te drinken en herinneringen op te halen van die goeie oude tijd.
Terug in het hotel staat de koffie enzo al klaar en ook Bert komt er aan. Hij is enkele bekende uit zijn tijd tegengekomen en naar de voor hem bekende plekken geweest. Bert is er zeer emotioneel onder. Na lang kletsen op het platje besluiten we vanavond met het grootste gedeelte van de groep te gaan eten in het andere restaurant. Dit restaurant ziet er schoner en moderner uit. Waarschijnlijk in 1999 gebouwd, want de naam is "99". Later begrijpen we pas precies waarom. We hebben zo'n 99 minuten moeten wachten voor het voer werd gebracht. Wel heel erg lekker. Ons afzakkertje doen we uiteraard in het hotel. Het is daar gewoon verschrikkelijk gezellig in de tuin. Ja, Ad zei nog: "Vaak teveel gehad, maar nooit genoeg."

22-05-2004.
Vandaag gaan Edward en ik samen opstap. Ik wil nu ook bekende plekken gaan zoeken. Met de hulp van Agus en foto's van vroeger en vage herinneringen die ik nog heb.
Als eerste gaan we onze vroegere tuinjongen opzoeken. Hij was toentertijd een jaar of vijftien Hij heet Absalon en heeft een hazenlip. Jammer genoeg heb ik daar geen foto van, maar de beschrijving is al genoeg voor de mannen die in het hotel zijn. Op een brommertje gaan ze kijken of hij er is. Wij lopen alvast in de richting van de haven waar hij nu opzichter is van een gebouw. Daar zit hij met enkele nieuwsgierige onder een boom op me te wachten. Eerst was hij vergeten dat hij bij ons gewerkt heeft, maar er kwamen steeds meer herinneringen aan de hand van foto's bij hem terug van dat kleine blonde meisje wat vaak met hem speelde en waarvan hij het leuk vond om haar te plagen. Ook wist hij te vertellen dat we soms naar de haven wandelde. Iets wat ik mij niet meer herinnerde. Hij was toen een verlegen jongen en nu nog. Voor mij zo herkenbaar. Die blik vlug naar me kijken vanonder zijn wenkbrauwen.
Na deze ontmoeting gaan we naar het ziekenhuis waar mijn twee zusjes geboren zijn. Agus wijst ons ook waar Ad heeft gewoond, maar dat is voor de tijd geweest dat mijn ouders daar waren. Inmiddels is het verschrikkelijk warm geworden en nemen we een Bemu richting het vliegveld. Waar het oude KLM hotel ligt, nu Irian hotel genoemd. We wandelen door het hotel naar de achterzijde waar je de zee ziet liggen. We lopen via de tuin en komen weer op de hoofdweg waar we even later linksaf slaan. Na een eindje lopen zie ik ons oude huis staan. Gauw de foto's erbij of het ook echt zo is. De huidige tuinman komt ook kijken. Het kan niet missen. Alles is nog precies hetzelfde op de achterkant na waar een stukje is aangebouwd. Het platje met dezelfde groene tegels, het muurtje erom heen waar ik tegenaan gevallen ben en nog steeds een litteken van draag. De deuren met de ramen die erop uitkomen zijn ook nog identiek. Zelfs de indeling van het huis. We kunnen er niet in, want de bewoners zijn weg, maar de tuinman bevestigd mijn verhaal waar de keuken e.d. is. Een boom in de tuin staat er nog. Hij is nu natuurlijk wat groter maar ik kon me nog precies herinneren hoe mijn zusje en ik erin klommen. Een feest van herkenning. De mensen die er nu wonen komen uit de Molukken. Zij is kleuterleidster en hij werkt als piloot bij Merpati.
Met moeite kan ik me losmaken en gaan we weer verder richting de nieuwe kerk. Nou ja nieuw. In 1962 is deze katholieke kerk geopend. Nu wordt de kerk gerestaureerd, maar we mogen toch even naar binnen. We hebben constant een vervolg achter ons aan lopen en die vragen nu of we de pastoor willen ontmoeten. Ach waarom ook niet. Een verrassing staat ons te wachten. Het is een Hollandse priester die jaren in de Baliem heeft gewerkt en nu met pensioen is en hier de kerk runt. We worden uitgenodigd door Frans van Lieshout voor een kop koffie. De koffie wordt echt op z'n Indisch geserveerd in een glas met heel veel suiker. Achter de pastorie vertel ik dat mijn zusjes nog in de oude kerk zijn gedoopt. Hij herkent de pater, Frans de Waal, op de foto die ze gedoopt heeft en verteld dat de man twee maanden gelden is overleden. Maar alles staat in de boeken. Een soort Sinterklaas boek komt tevoorschijn en ja hoor daar staan ze. Er staat zelfs bij een van mijn zusjes nog wanneer ze de communie hebben gedaan en dat was toch echt in Nederland. De pastoor heeft een computer waar hij twee nieuwe doopceel uitdraait. Een markant man, die Frans van Lieshout. Kan smeuïg vertellen en dat gaat, heel wonderlijk voor een pastoor, met vloeken gepaard.
Na deze rustpauze vervolgen we onze weg. Er stopt een man op zijn brommer naast ons en vraagt in onvervalst Hollands of we ook echt uit Holland komen. Op ons positief antwoord gaat de donkere helm af en stelt hij zich voor als Terry. Hij is gepensioneerd leraar Nederlands en bij gebrek aan een andere Nederlandse leraar geeft hij nog steeds les op het voortgezet onderwijs. Hij is een Papoea die zich inzet voor de vrijheid van zijn land samen met zijn broer Chris. Hij vraagt wat we gaan doen en hoort dat we na Manokwari weer terug komen op Biak. Hij nodigt ons uit om dan te komen kijken met onze vrienden op zijn school.
Rond half twee zijn we weer in het hotel waar we een verfrissende douche nemen na deze emotionele en zeer hete ochtend. We pakken ook het een en ander over, want vanavond vertrekken we met de boot naar Manokwari . We doen wat boodschappen om iets te eten in te slaan voor vanavond. Inmiddels zijn Jos, Car, oude Jan en Nelly ook terug van hun snorkeltocht en zijn verschrikkelijk verbrand op de achterbenen. Na heel lang wachten in de lobby, want we hebben vertraging, gaan we lopend naar de haven waar we al weer moeten wachten in de vertrekhal. Toch is dat wachten wel gezellig. In de lobby horen we de verhalen van de andere en in de vertrekhal heb je met iedereen wel een praatje. Uiteindelijk kunnen we aan boord van de 7 etage hoge Pelni die ons in 8 uur naar de plaats van bestemming gaat brengen. Dat wordt dan 5 uur in de ochtend. Gelukkig hebben we een slaaphut die we delen met Jos, Carla, Hans en Jannie. Voor we gaan slapen zoeken we eerst een bar op maar er wordt niets geschonken waardoor het er erg stil is op de liveband naar, maar daar luistert dus niemand naar. Wij ook niet. We gaan uitwaaien. Hans en Edward delen een fotorolhoudertje gevuld met whisky met elkaar. Carla heeft veel last van d'r verbrandde benen. Bert heeft haar de raad gegeven die met azijn in te smeren. Het gevolg is dat de hut, toch al niet schoon en vrij van luchtjes, nu nog meer gearomatiseerd wordt, maar de kakkerlakken schijnen hierdoor wel te vluchten. Carla zelf ligt geheel verstopt onder haar slaaplaken met een tissue voor haar neus. We hebben nog veel lol met elkaar voor we gaan slapen.


23-05-2004.
Na drie uur slaap worden we alweer gewekt door een onverstaanbare stem die verschrikkelijk luid door de luidspreker van de hut klinkt. En dat we het niet kunnen verstaan is niet omdat we de taal niet spreken. De sanitaire stop is ook een heel avontuur. Er is geen stromend water aan boord, in ieder geval niet in de toiletten. Dat heeft vreselijke gevolgen met zoveel mensen op het schip die er gebruik van maken. Daarbij is er zelden of nooit schoongemaakt.
We zijn eerder aangekomen en ondanks dit vroege uur is het hectisch in de haven. Toch vinden we onze busjes die ons in een zeer korte tijd naar het hotel Mutaria brengen. Het hotel heeft een enorme entree. Grote lobby met koninklijke trappen naar de etages. Ook de kamers zijn ruim, maar ook lekker Indisch, want er zit geen knop op de warm water kraan. Het onderhoud is een van de moeilijkste dingen in Indonesië. Wij liggen aan de voorkant waar het verkeer dag en nacht raast tegenover de markt die zich luid tot in de kleine nachtelijke uren laat horen. We gaan eerst maar eens wat slaap inhalen en om 11 uur zijn we weer present in de lobby.
Daar gaan we dan om met z'n allen Manokwari de dag van hun leven te geven. Althans de kampongs waar we doorheen wandelen. Dat doen we natuurlijk op het heetst van de dag. Het zweet guts werkelijk van het lijf. Mannen, vrouwen en vooral kinderen lopen uit. Vele willen je een hand geven en we fotograferen en lachen veel met de o zo vriendelijke mensen. Ik heb in geen enkel land zulke lieve en blije mensen gezien. Ze raken je aan, willen een praatje maken en zich graag laten fotograferen. De wandeling duurt daardoor lang, want aan het aantal meters ligt het niet. We moeten een gammele houten brug over die over een kanaal ligt met een stinkende drab en andere gribus zooi. We gaan door smalle paadjes, soms geasfalteerd soms gewoon aangetrapt zand. Kinderen en honden lopen mee. Het is zondag en deze vrije dag wordt gebruikt om de erven op te ruimen. Bloementjes worden verzorgd en het afval wat niet door de vele varkens verorbert is wordt in de fik gestoken. Men is bezig om boten te repareren of een nieuwe uit een boom te hakken. We lopen door drie verschillende kampongs waarvan er een vlakbij de haven ligt en de woningen op palen staan. Het is eb en we lopen daar over nog meer gammele bruggen die het open riool overspannen van het ene huis naar het andere. In een van de kampongs laat een zekere Jan-Pieter een verklaring zien in het Hollands over een huwelijks adat. Hij en nog een paar andere praten nog een klein beetje Nederlands. ( het verbaast je, maar in het hotel komt er een jonge Papoea langs die werkelijk perfect Nederlands spreekt.) De kinderen van de kampong worden weer blijer gemaakt door de ballonnen van Kelly die een onuitputtelijke voorraad lijkt te hebben. Het restaurant waar Debby wil eten is gesloten en eten we in een karaoke tentje. Niet echt een restaurant die op veel mensen is berekend, maar ze toveren toch wat lekkers op tafel. Na de maaltijd wandelen we weer verder een andere kampong in. S'avonds eten we dan toch bij Billy's café, het restaurant waar we vanmiddag wilde eten. In de nacht word ik erg ziek, waarschijnlijk van het eten van het karaoketentje. Billy's café is een van de weinige restaurants waar je veilig kan eten. Ik ben in ieder geval blij dat het fonteintje vlak boven het toilet hangt, want het komt tegelijk kop en kont uit.

24-05-2004.
S'morgens vertrekken we in drie kleine busjes naar een plek waar er een man woont die de vissen naar zich toe kan fluiten. Door een mooi natuurgebied komen we aan in een kampong gelegen aan het strand. Prachtig helder water. Er is een kleine uitloop van rotsen in de zee en daar gaat de man staan met een fluitje en gooit miereneitjes in het water. Na lang fluiten is er nog geen vis te zien zeer tot teleurstelling van de man. Maar ja het is eb volgens hem en dan komen ze niet. Nou we vermaken ons wel hoor. Ook hier loopt het dorp uit en in deze wel haast paradijselijke omgeving genieten we van de muziek die men maakt. En van de kokosmelk uit de noten die naar beneden worden gehaald en voor ons worden schoongemaakt we krijgen er zelfs lepeltjes bij om het kokosvlees uit de noot te schrapen. In de zee staat een vrouw schelpen schoon te maken. En deze zijn zo mooi en groot. Debby koopt wat kleinere schelpen om ze later als extraatje te geven aan de dragers in de Baliem. Na lange tijd kunnen we ons losscheuren en rijden terug naar het hotel. Daar pakt men de spullen om te gaan snorkelen. Men heeft katoenen lange broeken gekocht ter bescherming van de benen tijdens het zwemmen. Dit hebben we geleerd van de prachtige zeer rode benen van oude Jan, Nelly, Jos en Car waar de lappen vel nu aanhangen. In kleine prauws worden ze naar een strandje vervoerd waar het goed snorkelen is en waar de gevangen visjes worden gebarbecued. Heel wat plaatselijke jongelui hebben de mannen van de groep uitgenodigd voor een partijtje voetbal die ze glansrijk hebben verloren van het inheemse team die wel gewend is om op blote voeten in het ruwe zand te spelen. Sjef en ik zijn in het hotel gebleven, want we zijn er niet lekker aan toe. We drinken samen zeer sterke thee om de leegloop een beetje te temperen.

25-05-2004.
De groep gaat vandaag eerst een ziekenhuis bezoeken waar ze erg van onder de indruk zijn zo smerig is alles. Wij Europeanen zouden er alleen zieker van worden. Ze mochten zelfs de operatiekamer in als ze de schoenen maar uit deden, want er wordt net iemand geopereerd.
Terwijl er twee vrouwen aan het bevallen zijn mogen ze ook de kraamkamer bekijken. Matrassen zijn ondergekotst of gepoept, sterilisatie handschoenen worden keer op keer gewassen. Ook het nabij gelegen opleidingcentrum voor verpleegsters en broeders wordt bezocht. Matthias, de plaatselijke gids, geeft daar ook les. Het is een heel verlegen vriendelijke man die bijna niet te verstaan zo zacht praat hij.
Na het bezoek wordt er een wandeling gemaakt met een flinke beklimming dwars door de rimboe op zoek naar iets? Het is nooit gevonden. Een mooie en vermoeiende wandeling. Rond half twee is iedereen weer zweetnat in het hotel.
In de middag ben ik wat opgeknapt en Edward en ik gaan de markt op tegenover het hotel. Ook hier weer lachende mensen en vaak wordt ons een prettige wandeling gewenst. Twee tiener meisjes lopen ons verlegen achterna. Er worden veel betelnoten verkocht. Ze liggen in kleine bergjes op groene blaadjes netjes op een tafeltje. Er zijn ook veel soorten groenten eveneens netjes neer gelegd maar nu op de grond. Je ziet weinig fruit.
S'avonds wordt er weer gegeten in Billy's café. De avond ervoor heeft de groep bier besteld bij de eigenaar. Het is namelijk verboden om alcoholische dranken te serveren in dit gedeelte van Indonesië. Het bier wordt in theepotjes aangeleverd en er is een gretige aftrek. We hebben er lang gezeten die avond. Debby, Janus en zelfs enkele onder ons, met name Kelly en Carla, kunnen goed zingen en samen met de liveband wordt het een groot feest. We dansen zelfs wat maar dat is een onderneming met deze hitte. Je zou hier elk uur van de dag een verschoninkje kunnen gebruiken.

26-05-2004.
Vandaag vliegen we weer naar huis zegt Bert tegen mij wat ik alleen maar kan beamen. Zijn zoon Egon en onze vrienden Jos, Carla en Marina moeten ook mee vindt de groep. Er is wel een discussie over de andere twee. Hans en Jannie vonden Biak niets aan, maar nu hebbeen ze er ineens wat te doen en oude Jan en Nellie offeren zich hiervoor op.
Bert geniet enorm van zijn Nieuw Guinea en vindt het geweldig om zomaar rond te banjeren en met iedereen een praatje te maken. Daarbij komt nog dat hij zijn zoon Egon alles kan laten zien wat hij ooit verteld heeft. Ik ben gewoon jaloers op Egon. Ik had, al was het maar om te vertellen en de foto's te laten zien, het zo graag nog met mijn ouders gedeeld.
Zoals alles zijn tijd heeft hier vertrekt het vliegtuig ook later, maar om 1 uur zijn we in ons gezellige hotel. Marina heeft verschrikkelijke last van haar oren. Het was dan ook een avontuurlijke vlucht. Het is een klein vliegtuigje zonder drukcabine. Voor de vliegtuigengekken, het is een Twin Otter. Als we instappen, krijgen we van een steward een doosje in de handen gedrukt waar de lunch in blijkt te zitten. Een klef broodje netjes verpakt en een nog kleffer fel groen of roze gebakje op een servetje en een bekertje water. Aan een kant van het vliegtuig zijn er twee zitplaatsen en aan de andere een. Er tussen een kruip door sluip door gangpad waar we door heen moeten met de bagage. De stoelen staan iet wat los en de veiligheids gordels verdienen het Kemakeur niet. Ik heb het geluk helemaal voorin te zitten waardoor ik de bezigheden van de piloten kan volgen. We vliegen niet erg hoog zodat het uitzicht adembenemend is. Veel azuurblauwe zee met eilandjes.
Tegen vieren gaan Jos en Carla en wij op pad naar mijn vroegere huis wat zo'n twintig minuten lopen is vanaf het hotel. Halfweg ongeveer worden Car en ik eens goed bekeken door 2 mannen op een brommer. Ze maken een klein ommetje en komen terug. Wijzen op mij en met handen en voeten maken ze duidelijk dat ik dat kleine meisje was die daar gewoond heeft en dat hij nu de overbuurman is. Hij begeleidt ons verder naar Huis Jalan Garuda 69. We verblijven enige tijd op ons platje en worden dan uitgenodigd naar de overzijde te komen waar al rap de kokosnoten uit de boom vallen en we ze moeten nuttigen. We hebben alweer veel bekijks en men staart ons heel erg aan. Dat geeft een raar gevoel hoor. De huidige bewoners zijn er niet en Agus is er niet in geslaagd een afspraak te kunnen maken met ze. Misschien ooit nog eens in de toekomst. Tegen etenstijd is Marina gelukkig een beetje opgeknapt en gaan we in ons oude vertrouwde restaurant Jakarta eten. Als oude bekende worden we binnen gehaald. Later op de avond nog lekker geborreld voor de kamers met Bert en Egon.

27-05-2004.
Om 8 uur s'ochtends met Agus en Matu afgesproken om in prauwen naar de vissers te gaan kijken. Rond 9 uur komt hij met verontschuldigingen dat het varen niet door kan gaan, omdat er vannacht flinke regenbuien zijn gevallen en ook de vissers niet uit zijn gevaren daardoor. Toch gaan we weg in een gehuurd busje met chauffeur naar Bosnik. Af en toe regent het nog, maar echt erg heb je er niet in. Je wordt of nat van de transpiratie of van een warme bui. Langs het strand maken we een wandeling en een stilleven van gevonden mooi gekleurde en gevormde schelpen en drie fel blauwe helaas dode zeesterren. Vele kleine schelpjes bewegen zich vliegensvlug over het zand. Er zitten kleine heremietkreeftjes in die aan het voedsel zoeken zijn zo gauw er een nieuwe golf over het zand is gekomen. Een eindje verder op het strand huren we voor 20.000 roepia twee prauwen om toch nog een eindje de zee op te varen met zo'n instabiel bootje.
In Bosnik gaan we de kleine markt op en kopen wat fruit. De vissen liggen in prachtige vormen gevouwen te pronken op de kleedjes op de grond. Het ruikt er niet echt je van het. Een oudere man komt op ons af en vraagt in het Nederlands of we meester Veenstra kennen. Dat was onze vroegere buurman in Biak en mijn ouders hebben nog lang contact gehad met hun. Eerst hebben ze nog in Goes gewoond en daarna in Friesland. Wat is de wereld klein.
Voor de lunch zijn we weer terug en gaan eerst wat eten voor we op pad gaan naar de school van Terry. Trots laat hij alles zien samen met de directeur. De lokalen waar er Nederlands en Engels wordt gegeven zijn redelijk modern voorzien van dvd. En op iedere lessennaar een koptelefoon en cassetterecorder. We krijgen uiteraard les, en staan wat onhandig in de schoolbanken. Het Nederlandse lesmateriaal is gesponsord door een Nederlandse stichting in Jakarta. Terry is vooral trots op de bibliotheek waar heel wat, vooral vergeelde en ouderwetse kinderboeken staan in het Nederlands geschreven. Nog trotser is Terry op het nieuwe gebouw wat de bib. gaat worden en ook gesponsord wordt door de Nederlandse gemeente Zutphen. Op 3 okt. Van dit jaar zal hij geopend worden door een burger uit Zutphen. Wij geven natuurlijk ook een donatie die officieel in ontvangst genomen wordt door de penningmeesteres van de school. Daar komt dan een dankwoord bij en een foto met Marina die de envelop overhandigd. Deze zal in de krant komen te staan.
Als we terug zijn in het hotel is de rest van de groep nog niet gearriveerd behalve Ad, die op Biak blijft om zich te verdiepen in de taal. Later komen Bert en Egon ook gezellig bij ons zitten en verteld honderduit wat hij heeft kunnen laten zien aan Egon waar hij van jongen knul een man werd. Laat in de middag komt de groep pas aan na lange vertragingen. Nellie heeft een flinke ontsteking aan haar enkel en Ad gaat met haar mee naar de apotheek waar hij een penicillinekuur koopt voor haar. Een strip Amoxicilline, 8 tabletten voor €1,60. Geen geld, maar de meeste mensen hebben geen geld om dit te kopen als ze ziek zijn.
We hebben met Terry afgesproken om te gaan eten samen met zijn vrouw Hisca en hij komt eerst naar het hotel, want hij heeft cadeautjes bij zich. Prachtige T-shirts met paradijsvogels en een sleutelhanger van een voorouderbeeldje van Biak. We zijn er zeer verlegen van. In het restaurant worden we in de gaten gehouden door de politie, want Terry en zijn broer Chris zijn politiek actief voor de bevrijding van West Papoea.

28-05-2004.
We staan vroeg op om naar de haven te lopen waar de boot op ons wacht. Daar ontmoeten we ook Chris met een T-shirt aan van Bert. Die kennen elkaar al heel lang en gaan vandaag ook weer samen op pad. Chris heeft voor ons stencils bij hem met het volkslied van West Papoea. Als je geïnteresseerd bent klik dan ww.nieuwguinea.tk
We lopen door het golvende water naar de boot. De afvaart is wel eng. De hoge golven gooien het bootje steeds terug de haven in. De flinke schommeling, de hitte in de kajuit en de benzinelucht maakt dat we ons er niet jofel bij voelen. Na een uurtje zijn we op volle zee en is de grote deining over zodat men zich op het dak van de kajuit kan begeven om van de zon, zee, wind en uitzicht te genieten. We varen zo'n vijf uur langs eilandjes met paradijselijke stranden en door helder water wat elke keer van kleur veranderd die tussen het groen en blauw bevindt. Rond het middaguur komen we bij het eiland Dawi aan. Daar eten we de meegenomen boterhammen mat kaas, boter, pindakaas en hagelslag. Carla geeft de tip kaas in combinatie met pindakaas te eten wat inderdaad goed smaakt. Het eiland is echt niet groot en je bent in een kwartier rond gelopen. Er wonen twee gezinnen. Aan een kant van het eilandje is het goed snorkelen. Je bevindt je dan in een tropisch aquarium met felgekleurde vissen en koraal. Aan de andere kant duiken we ook nog even het water in, maar het water is er piswarm dus je bent zo uitgedobberd. Op het eiland bevindt zich ook een put met bronwater en we mogen ons van bewoners daar afspoelen. Debby heeft er een enorm plezier in ons af te spoelen met het ijskoude water en wij gunnen haar natuurlijk dat genoegen. Om kwart voor 3 vertrekken we met hartzeer, maar we moeten toch voor het donker in Biak zijn. De raampjes van de kajuit moeten dicht, want de golven zijn nogal hoog. Dat bevordert de lucht niet. De boot blijkt ook te lekken en benzine vermengd zich met water wat vrolijk klotst door de kajuit. We varen niet terug naar het haventje, maar worden bij de plaats van Agus afgezet. We kunnen er niet aanleggen, want het is eb en we moeten een heel eind door het water waadden om er te komen. Eigenlijk komt dat best uit. Ik moest verschrikkelijk plassen na zo'n lange en klotsende tocht en ik was niet de enigste. We zouden onze laatste avond in Biak vieren met een bbq bij de werkplaats van Agus, Ambroden, maar die laat zich niet zien. We beginnen ons toch een beetje ongerust te maken, maar na een goed uur komen de gebakken vissen (tonijn), saté, nasi en andere lekkernijen die op tafel worden gezet en mogen we toetasten. Er wordt muziek gemaakt en gezongen. Een perfect eind van een verblijf op Biak.


29-05-2004.
Wake up call om 3 uur in de ochtend en afscheid van Ad die ook nu weer in Biak blijft voor de taalstudie en die we weer zullen zien op Bali. We moeten vroeg vertrekken, maar door het slechte weer in Jayapura wordt dat pas om half 8. Ik heb nog nooit zoveel poses gezien om op harde ondergrond te slapen of om toch maar geen doorzitplakken te krijgen. Carla kan zelfs zittend slapen tegen een betonnen pilaar. Wij gaan aan de koffie in de bar die nu geopend is. In Jayapura landen we twee keer. De eerste keer mislukte door een fikse bui met windvlagen waardoor het bijna een touch en go is. De tweede keer lukt eindelijk. Eenmaal geland gaat het ineens vlug, want het vroege vrachtvliegtuig (onze aansluitende vlucht) naar Wamena is ook verlaat en zo staan we om 10 uur s'ochtends in de Baliem vallei. Een totaal andere wereld. Hier zijn we bij de Bergpapoea's. En bedenk wel dat alles wat hier rijdt en te koop is, anders dan van de Papoea's, ingevlogen moet worden. De becaks, de auto's, pannen en andere huishoudartikelen, vlees, fruit, koekjes, koffie en meer van dergelijk spul. De mensen komen direct wanneer er een vliegtuig landt. Enkele staan er met een prachtige hoofdtooi van Kasuaris of Paradijsvogelveren. In de aankomsthal ontstaat er een ruzie, tot een handgemeen toe, wie toch onze bagage mag dragen. Bergpapoea's zijn iets agressiever dan de Kustpapoea's. Uiteindelijk dragen we de tassen zelf maar. Het hotel Nayak ligt net aan de andere kant van de weg van het vliegveld dus waar praten we over?
Er zijn verschillende soorten kamers en de echtparen mogen ieder een twee persoonskamer delen is de mening van de groep. Wij hebben een redelijke kamer met een kleuter w.c wat voor de lange Edward een zit wordt met de oren tussen de knieën. We hebben wel het geluk een badkuip te hebben. Niet dat er warm stromend water is, maar als het koude water aan staat in de vroege ochtend en namiddag kunnen we het hele bad vol laten lopen en niet alleen een emmertje. Het mandiën gaat een stuk makkelijker met meer water tot je beschikking. We wachten op de rest van de groep in een enorme eetzaal. Net of er zoveel mensen komen in deze contreien. (Zo'n 150 toeristen per jaar wordt ons verteld.) Zo gauw je zit komen er papoea's bijna nederig hun waren verkopen. Er is een scherm in de eetzaal en achter dat scherm mogen ze niet komen. Vernederend zou je zeggen, maar ze zijn erg opdringerig en blijven op hun dooie gemak bij je zitten en om de zoveel tijd komen ze aan je om de aandacht te trekken om wat te kopen. Heb je iets gekocht dan hebben ze nog wel wat anders te koop. Je komt er niet vanaf. Het is niet erg, maar tijdens het eten is het wel gemakkelijker. De eerste naakte man met peniskoker, koteka, komt ook binnen om een handje te schudden. Toch een raar gezicht, maar we zullen er gauw aan wennen en dan zie je het niet eens meer. We gaan eerst gezamenlijk eten in Sinta Prima Jl. Panjaitan, het enige restaurant in Wamena die berekent is op toeristen. Het is boven verwachting. De porties zijn flink en erg lekker. Worden zodanig geserveerd dat de eerst geserveerde al klaar is als de vierde man zijn eten krijgt. We horen de verdere plannen en vullen de fooienpot aan. Daarna gaan we Wamenastad in. Het eerste wat ons opvalt, is het vuilnis langs de kant van de weg die bewoont worden door enorme varkens.
Al gauw wordt een hele optocht. Onze groep met nieuwsgierige aanhang. Het meeste waar je aan moet wennen is de onverholen starenden blikken. We lopen met z'n allen door de 'winkelstraat" en als we een winkel ingaan gaat bijna de gehele optocht mee. Ze kijken toe wat wij toch allemaal kopen. Dat is echter niet bijster interessant: alleen wat water en sigaretten. Hoewel sigaretten zeer aanlokkelijk zijn, want er wordt wat afgerookt hier, ook zeer jonge kinderen. Het is een onderhandelingsmiddel net als geld om een foto van ze te mogen maken. We delen graag met de mensen, want veel hebben ze hier niet. In de winkel zijn interessante dingen te zien. Echte Hollandse koekjes, koffie, chocolademelkpoeder en zelfrijzend bakmeel voor bruin brood van DSM Dordrecht terwijl ik nog nooit bruin brood heb gegeten in heel Indonesië niet. We lopen verder en Debby probeert busjes te regelen voor het vervoer naar de markt. Dat is een hele heisa, want er zijn meer busjes dan passagiers en de keuze om een goed zitbaar en vooral rijdbaar busje te vinden is daarentegen nihil. Toch lukt het Debby! We gaan naar de marktplaats even buiten Wamena. Wat we daar zien overtreft elke verwachting. Ik heb heel wat markten gezien, maar er was dan toch enige orde in de disorde. Maar hier loopt alles door elkaar. Prachtig! Tussen vuilhopen worden groenten en soms wat vlees verkocht. Er worden heel wat sigaretten en 2000 roepia's uitgewisseld voor een foto. We zien allerlei soorten kolen zelfs bloemkool en een soort rode vrucht waar hier aubergine tegen wordt gezegd. Ze maken er een zalig rood sapje van. We worden ook een soort van begeleid door drie man, waarschijnlijk dat ons niets zal overkomen of dat wij iets stoms doen. Marina en Kelly kopen een grote pot kauwgom en al gauw lopen er bellen blazende kinderen rond. Ze moeten nog oppassen, want ook hier ontstaat er bijna ruzie. Terug in het hotel drinken we eerst thee. Een goede gewoonte die ontstaan is. Hier moeten we er wel voor betalen wat natuurlijk logisch is als alles moet worden ingevlogen.
We liggen vanavond al om half tien op bed. Het was het een dagje wel.

30-05-2004.
Heerlijk uitslapen tot half zeven. En na een ontbijt met zelfs een gekookt eitje gaan we weer op weg naar de markt. Nu met een doel, want we gaan een varken kopen. Voor 1 miljoen roepies (€100,=) weten we een redelijk dik varkentje te bemachtigen. Het is wel soebatten voor Debby die bekijks heeft van de Papoea's en van ons. Het varkentje wordt aan de poten vastgebonden in een zak gedaan en in een van onze twee busjes gelegd. Het vervoer is echt lachen, zolang het goed gaat natuurlijk. In een van de busjes is de benzinetoevoer geregeld vanuit een jerrycan die naast de chauffeur staat en hij houdt naast het stuur ook het plastic buigzame pijpje vast naar de motor. Geen lagers in de wielen, geen enkel spoor van lak er is zelfs brandschade. Daarbij sluiten deuren of wel of niet en van bekleding is geen sprake laat staan van een vering of andere luxe. Heb je geluk dan doet de cassetterecorder het nog of je moet niet van knetter harde muziek houden. Deze test hadden we al doorstaan in Biak waar de busjes op kleine disco's lijken, maar hier is het systeem wat verouderd of zo? Bij ons op de schroothoop zouden ze hebben MISstaan.
Test twee is ook vandaag. We gaan naar de zoutwinningplaats, Iluerainma, die steil op een berg ligt. Er gaan Papoea's mee die ook met de trekking mee gaan en die zullen bekijken of we het wel kunnen. Volgens Debby de ultieme test. Onderaan de berg op de marktplaats verzamelen we, samen met de bevolking van het naburige dorp, Jiwika, die hopen dat we ze inhuren om ons te kunnen helpen. Debby is hier niet voor de eerste keer en instrueert ons. Ik huur een dame in, maar krijg er onderweg nog een maatje bij. Een hele leuke jongen. Ze blijken onontbeerlijk, want het pad er naar toe, als er al over een pad gesproken kan worden is steil, glibberig en gaat over keien, modder en kleine stroompjes water. Onderweg krijg ik van de hoofdman/kok een blad aangereikt die ik over mijn bezwete hoofd moet wrijven. Het is inderdaad heel verkoelend. Die man is overal om te kijken hoe we het doen. Neem je eigen tempo en hulp van de mensen aan en het gaat. Sjef ging te hard en is halverwege uitgeteld, maar met de hoofdman en zijn drager redt hij het uiteindelijk wel. Iedereen komt boven. De een lachend de ander redelijk uitgeput. Egon is de eerste die is aangekomen en is werkelijk een kampioen lopen. Lekker even uitrusten en genieten van de omgeving. Ondertussen delen we ons water, de koekjes, sigaretten en bananen. We verzamelen ons bij een klein watertje waar we niet te dicht bij mogen komen, want het is naast een zoutwinningplaats ook een heilige plaats. Daar krijgen we een demonstratie hoe de bevolking haar zout wint. Er worden jonge stammen van een bananenboom afgeschraapt en gepeld en in het water gelegd gedurende een dag of wat. Zijn ze verzadigd worden ze verder gedroogd en gebrand zodat er een zoute as overblijft die later gebruikt kan worden om te verhandelen of in de vuurkuil waar het eten in bereid wordt. De dragers zingen onder tussen een hypnotiserend lied. Het ritme is in een bepaalde cadans wat we nooit meer zullen vergeten. Gelukkig heeft Edward opname apparatuur bij zich. Dan vangen we de tocht naar beneden aan. Naar beneden vind ik moeilijker dan naar boven, maar met de geweldige hulp die me constant vast hebben gehouden kom ik er eigenlijk nog gemakkelijk. Gisteravond hadden we nasi besteld in het restaurant die we vanmorgen eerst zijn gaan ophalen en dat is een welkome lunch die we uiteraard ook delen met onze dragers. Na het nassen rijden we een stukje verder naar een dorp waar een mummie te zien is. Edward gaat mee, maar ik moet verschrikkelijk naar de w.c (poepen). Met enkele anderen zitten we op een parkeerplaats te wachten. Ik hou het echt niet meer en vraag aan Deb waar ik me kan ontlasten. Tja, een probleem dat voorgelegd wordt aan een Papoea. Of ik even mee wil lopen. We gaan de rimboe in en op een gegeven moment gebaart hij dat ik daar ergens vlak bij het water mag gaan hurken. Hij draait zich discreet om. Ik heb niet goed gekeken, maar toen het was gebeurd en ik op stond schrok ik nog erger dan het enorme varken waar ik zowat op zat. Wanneer de mummie kijkers terug zijn gaan we via een gammel trappetje over een omheining en lopen over een houten brug verder over een pas. Plotseling is er een hoop geschreeuw. We worden welkom geheten in het dorp Aikima op een wel heel bijzondere manier. Het dorp is ingelicht over het te doneren varken en vergast ons op een oorlogsritueel. De mannen zijn prachtig versiert met verschillende hoofdtooien en witte beschilderingen op hun donkere huid. In de neus soms enorme varkensbotten en op de borst een soort van stropdas. Ze hebben pijl, boog en speren bij zich. Boven op een uitkijktoren die niet echt stevig lijkt staat de hoofdman. Ze spelen een oorlog na en het ziet er wel beangstigend uit. In vroegere tijd hield de oorlog aan totdat er iemand gewond was. Als deze weer beter was werd er weer een afspraak gemaakt voor de volgende oorlog bijeenkomst. Het koppensnellen is een ander ritueel dat met hun voorouder geloof heeft te maken. Eigenlijk is hun oorlog vredelievender dan in ons westen waar het dodenaantal de oorlog uitslag is. De vertoning neemt zeker een half uur in beslag en wij worden ook op de pijl genomen. Ze richten en schieten zelfs op ons. Dat doen ze natuurlijk wel met beleid, want er vallen geen gewonden en iedereen moet ook van het varken kunnen meegenieten. De hoofdman komt ons persoonlijk een hand geven en heet ons welkom in zijn dorp. Het is een mooie kleine stevige man met pret oogjes. Zingend worden we begeleid naar het dorp een eindje verder dan het slagveld. Voor het mannenhuis staan de vrouwen. Zij beginnen ook te zingen en rond te dansen. Als een vrouw getrouwd is draagt ze een houtje touwtje rok die ons verbaasd, omdat hij blijft hangen terwijl er niets te hangen is. De ongetrouwde vrouwen hebben een rieten rokje. Wij en de mannen staan tegenover de vrouwen. Plotseling wordt Mirja, de magerste van ons, door de mannen opgetild en triomfantelijk naar de vrouwen gedragen. Het feest kan beginnen. Met z'n allen wordt er nu gezongen en gedanst en ook wij worden uitgenodigd om mee te doen. Dan wordt het varken gehaald en zorgvuldig gepijld. Een klein vuurtje wordt aangestoken met de tondeldoos die de Papoea man altijd bij zich heeft. Die bestaat uit wat stro, een houtje en een touwtje en door de wrijving maken ze een vuurtje. Voordat de haren van het varken worden afgebrand worden eerst de staart en de oren afgesneden. Daarna wordt het varken door de oudere mannen vakkundig geslacht. Ze doen dat met een klein bamboemesje en er komt geen stalen mes aan te pas. Het varken ligt op grote palmbladeren en de honden lopen eromheen om het bloed op te likken. Echt alles wordt gebruikt van het varken. Op weer een ander vuur worden grote stenen verhit. De vrouwen zijn bezig in een enorme smoorkuil lagen groenten, kruiden en afdekbladeren te maken waarop weer de hete stenen komen. De hete stenen worden door de mannen vervoerd met lange bamboe wigvormige stengels. Als allerlaatste komt het gedemonteerde varken erop. Inmiddels is de kuil zo vol dat het een berg is geworden die nu afgedekt wordt met hooi en strooi en vast gebonden met een bamboetouw zodat het vlees en de groenten gaar kunnen smoren. Het vel van de leeg gemaakte darmen worden heel even op een vuurtje gelegd en is een snoeperijtje voor de kinderen. Het is voor iedereen groot feest, want zo vaak wordt er geen varken geslacht. Wij mogen overal foto's van maken en we mogen ook hun huizen bezoeken. Hoewel een vrouw natuurlijk niet in het mannenhuis mag komen. De mooie jongen die mij zo geholpen heeft is bij de beklimming is er ook en hij komt mij speciaal even gedag zeggen. Hij is nog mooier in zijn oorlog beschilderingen. De mannen die niet bezig zijn leggen nu hun koopwaar op de grond. Het is meer een museum dan een winkeltje op de grond. Enkele mannen en kinderen hebben wondjes en die zien er niet echt lekker uit dus die verzorgen we. Dat is wel provisorisch en misschien wel een druppel op een hete plaat maar laat ons maar die ene druppel zijn. Laat in de middag vertrekken we. Vlak voor ik de omheining over ga staat die mooie jongen weer voor me en nodigt me uit te blijven. Maar ja, het leeftijdsverschil hè. Wat moet zo'n jonge vent met een vrouw in de overgang.
Marina is erg ziek geworden en heeft hoge koorts. Zij heeft grote ontstoken wonden op haar been. Car en ik verzorgen haar. Marina kermt van de pijn, maar verteld ons later dat ze hier niets meer van af weet. Ondanks het aanbod van die lieve mensen mee te eten in het dorp kiezen wij ervoor in Wamena te eten. Het is in dat restaurant voortreffelijk eten. Ze serveren ook garnalen die in de rivier de Baliem voorkomen. Een inheemse garnaal dus. Ze zijn ook erg groot. Voor het slapen gaan de boel pakken voor de trekking morgen. Dat is nog een heel gedoe, want het licht is uitgevallen en we moeten ons behelpen met zaklampen en kaarsen. Het maakt het hotel extra gezellig, want de kaarsen staan overal.

31-05-2004.
Marina is nog steeds ziek en voor we gaan wil Debby eerst met haar naar de dokter. De dokter is eigenlijk in staking, maar maakt voor haar een uitzondering en komt naar de praktijk. Marina is wel al begonnen met een kuurtje en de dokter denkt dat ze malaria heeft en ze moet extra malaria pillen slikken. Ze kan niet mee op de trekking. Bert gaat zo wie zo niet mee, hij zou het niet trekken op zijn leeftijd. Kelly voelt zich ook niet lekker genoeg om mee te gaan en Debby blijft ook in Wamena, want de toestand van Marina is toch wel zorgelijk. Janus gaat gelukkig wel mee en zal een uitkomst zijn als tolk. Als het morgen beter gaat komt Debby wel naar ons toe. Naar deze vertraging gaan we dan eindelijk op pad. We zijn met 14 man en we hebben zo'n 35 man aan dragers, gidsen en kookploeg mee. De opperkok heeft samen met Henkie de leiding nu Debby niet mee is. Eerst moeten we een heel stuk met busjes. Na een moeizame rit over een weggevaagde weg komen we op een verzamelplaats en worden de dragers aan ons toegewezen. Nellie is een ouwe rot in het lopen en heeft twee wandelstokken waarvan ik er een van mag lenen. Edward heeft een grote houten afgeslepen stok gekregen van de opper. Volgens menigeen lijkt hij nu op Gandalf. Als iedereen is bedeeld van drager, helper, potten en proviand zet de karavaan zich in beweging. Denk niet te licht over de proviand. Deze is loodzwaar met kilo's rijst, aardappelen en liters water, koffie, melkpoeder, suiker enz. voor vier dagen. Een redelijk pad dat even wel maar kort duurt, want het eerste obstakel is bereikt. Grote rotsblokken wijd uitgespreid waar tussen door nog een snel stromende rivier loopt. Tussen twee blokken die uit het water steken zijn twee stevige takken gelegd waarover we moeten balanceren om naar de overkant te kunnen. De dragers en helpers zijn van groot nut. Wij lopen op de zogenaamde goede wandelschoen met profiel, maar hun meestal op de blote voeten of een schoen die niet eens past, maar die ze dan met trots dragen. Toch hebben zij meer grip en het evenwichtvermogen is ook beter ontwikkeld. Maar iedereen komt droog over. Lang zal dat niet duren, want het begint te regenen. We lopen verder en we komen bij de politiepost aan waar de Surat Jalan getoond moet worden anders mag je het gebied niet in. En dan gaat de eigenlijke tocht pas beginnen. We lopen over zeer smalle paadjes langs kleine groentetuintjes die afgebakend zijn met stenen. Ze liggen soms steil de heuvel op. De Baliem is een van de oudste gebieden die bekend is om zijn agrarisch beleid. Al duizenden jaren. Waarschijnlijk een van de oudste agrarische gebieden. Ga je van het ene dorp naar het andere dan moet je met een gammel houten trapje over een stenen muurtje. Omdat we vandaag laat zijn vertrokken, lopen we door tot we om drie uur in het dorp Kadice aankomen waar we zullen overnachten. Er staan houten hutten met een soort rieten (atap) dak voor ons gereed en we verdelen onze slaapplaatsen. Jonge Jan, Edward en ik slapen in een hut. Er is zelfs een soort badkamertje voor algemeen gebruik tegen de helling gebouwd waarvan het bergwater via een bamboepijp in de doucheruimte stroomt. Het toilet is er ook speciaal voor de gasten. Het zijn wat houten planken tot een hutje gevormd op een vlonder met een gat boven de diepte waarin alles neerklettert, maar dat hoor je niet eens zo diep.
In het dorp is net een vergadering bezig en de bewoners hebben geen aandacht voor ons. Het gaat over een overspelige vrouw. De desbetreffende vrouw en man zitten in het midden van de kring. Mannen en vrouwen discussiëren op een rustige manier over wat er gebeurt is en wat er gebeuren moet. Na een ellenlang gesprek wordt er besloten dat de vrouw mag blijven en dat de man uit het dorp moet vertrekken plus 8 varkens moet betalen. De vrouw blijft wel besmet, wat dat ook mogen betekenen. Wij mogen gewoon rond lopen door het dorp en foto's maken, tegen betaling uiteraard van sigaretten of 2000 roepia. Na de vergadering gaat het gewone leven in het dorp weer verder. Ondertussen heeft de kookploeg van onze groep heet water en schenken thee of koffie. Een verassing, want het is Nescafé. Wow! Na deze pauze gaat ieder voor zich het dorp verder bekijken. Niet echt groot. Een paar hutten boven op een berg, dus we hebben ook nog een fabuleus uitzicht. Het dorp is gezellig gemaakt met bloeiende bloemen. Net Nederland.
Er wordt gekookt in een smoorkuil in de kookhut en Carla en ik zitten een hele tijd, op uitnodiging, gezellig mee uit te roken. Het is even wennen, maar je went aan de rook. Aan de linkerkant van de grote hut is de smoorkuil waar de vrouwen het eten in lagen opstapelt. Aan de rechterkant is ook een vuurtje waar de stenen in verwarmd worden en zoete aardappelen. Enkele mannen zitten er gezellig bij en praten over de afgelopen dag of zo. Wij hebben ansichtkaarten van Nederland bij ons en laten die de kring rondgaan. De mannen nemen er de tijd voor om de kaarten goed te bestuderen. Ondertussen zijn de zoete aardappelen gaar en worden rond gedeeld en ook wij worden niet overgeslagen. Ze smaken trouwens erg lekker.
Op een soort pleintje tussen onze slaaphutten verzamelen de kinderen van het dorp om ons eens goed te bekijken. Praten kunnen we jammer genoeg niet, maar met zingen maak je ook contact. Carla en ik kennen heel wat gebarenliedjes en met behulp van Janus wordt het een mengelmoes van Nederlands, Papoea's en Bahassa Indonesia. We beginnen met hoofd, schouders knie en teen. Veel hilariteit, maar de meisjes en jongens komen heel verlegen toch een beetje in beweging. Wij leren op onze beurt hoe het klinkt in een andere taal. De kinderen zingen een speciaal Papoea lied voor ons.
De maaltijd die wij krijgen is boven verwachting. Wie denkt dan ook op een trekking een volledige rijsttafel te krijgen met bami, witte rijst, tjap toi en kroepoek en koffie na. We eten in een soort schuur speciaal voor de gasten gebouwd. Hij wordt met grote petroleumlampen verlicht. Na de koffie doen we het spelletje: "Ik ga op vakantie en ik neem mee…" Dat breiden we uit met wat ons lievelingsgerecht is en lievelingsdier. Veel anders is er niet te doen. Het dorp ligt vroeg op bed en wij volgen ook al gauw. De dragers zingen hun hypnotiserende lied tot diep in de nacht. Als ik er s'nachts even uit moet voor de sanitaire stop hoor ik ze nog zachtjes zingen en dat maakt de mistige maanverlichte omgeving nog mooier. Er vliegt bijna geluidloos een enorme uil over me heen en ik besef: "Hier ben ik in de Baliem."

01-06-2004.
Rond 6 uur wordt het bedrijvig in het dorp. Voor de badkamer vormt zich een rij tussen de Papoea's die nu een klein marktje hebben opgezet op het pleintje. Speren die mooi bewerkt zijn, zo ook de pijlen en de boog, bijlen en een soort hamer prachtig versiert bij de handvatten, kleine kalebassen ook prachtig en kleurrijk versiert. Deze worden gebruikt als waterreservoir. Dit alles wordt verkocht voor kleine prijsjes. De kleine kalebassen hebben mijn interesse. Ze zijn van zichzelf donker en versiert met gele, rode en bruine draadjes die in ronde vormen op de oppervlakte zijn bevestigd. Van een man koop ik zijn veren tooi nadat we er zeker van zijn dat het kippenveren zijn. Ja, dat is lachen hoor, want hoe maak je dat duidelijk. Je roept tok tok en kukeleku en hun knikken van ja. Veilig om te kopen dus. Carla en ik sparen hoedjes uit verschillende landen en omdat ze binnen kort jarig is heeft ze ons cadeau nu binnen. De man waarvan ik de tooi koop voor 20.000 roepia gaat de verdere trekking met ons mee en hij heeft door dat ik nog zo'n verentooi wil hebben en om de haverklap komt hij langs en laat mooie tooien zien en de prijs gaat ook verder omhoog tot wel 100.000 roepia. Ik ben misschien wel mal, maar niet gek. Op de allerlaatste dag komt hij nogmaals lachend langs en biedt hij de tooi voor toch nog 20.000 roepia aan. Verkocht!
Het ontbijt bestaat uit Nescafé en creamer. Wonderlijk hoor, want het is werkelijk nergens te krijgen en moeten we het doen met koffie tebroek. Dat is een glas of kom met losse koffie en suiker erin en heet water erop gegoten. Maar hier in de verre zitten we er van de Nescafé te genieten. Verder zijn er bananen, mandarijnen en gebakken zoete aardappelen en die zijn verschrikkelijk lekker al is het voor het ontbijt. We blijven lang in het dorp hangen, want Henkie is gisteren middag terug gegaan naar de politiepost waar Debbie is om op gehaald te worden. Eindelijk komt hij, maar zonder Debby. Wel heeft hij een briefje bij zich waarop het ongelofelijke avontuur van Deb beschreven is en waarom ze er nu niet kan zijn, maar ons op de laatste dag zal ontmoeten als we weer bij de post komen. Het is een onduidelijk geschreven briefje, maar het is in het donker geschreven. Er staat dat ze voor Remco petroleum moest meenemen en dat heeft ze in een waterfles gedaan. In de vroege ochtend heeft ze zich in het flesje vergist en een flinke slok genomen voor ze er erg in had dat het de verkeerde drank was. Gelukkig was er melk op de post, maar ziek is ze er wel van geworden. Daarbij durfde ze ook niet meer te roken, bang dat ze in de fik zou vliegen. Zonder Debby gaan we weer in de benen. Vandaag gaan we op en neer over de hoge heuvels en modderige paden. De omgeving is adembenemend. We zijn in het land van de Dani's, die weer onderverdeeld zijn in de Lani's, de Hoeblaas en de Jali's. We horen de rivier stromen beneden ons. We komen langs verschillende dorpen die verborgen liggen tussen de enkele bomen die er staan. Voor de rest is het een lappendeken van groenten tuinen waar we zelf langs lopen en die we aan de andere kant van de heuvel zien. We kunnen soms heel ver kijken. Ik heb veel moeite om naar beneden te lopen, maar de drager is van zeer goede hulp. Hij zet zijn blote voet overdwars zodat ik mijn voet er tegen kan zetten. We dalen steil af en de rivier horen we steeds duidelijker. Eenmaal bij het woest stromende water aangekomen houden we halt op een stenen strandje. Stijl naar boven aan de andere kant van de rivier die je over kan steken over een hangbrug ligt een dorp. Een idyllische plek. Er wordt hout gesprokkeld en al gauw is er thee voor ons. Er wordt een grote pan op het vuur gezet en daarin gaan allerlei verse groente, die we samen met de koks snijden. Het wordt een heerlijke bamisoep. Wat willen we nog meer. Een eindje verder is er een inham in de rivier waar het water minder hard stroomt en daar gaan de dragers en koks lekker baden. Na deze flinke pauze gaan we de hangbrug over en de steile helling op. Dat valt niet mee. De paadjes zijn uiterst smal, glibberig en je kijkt zo een afgrond in. Boven gekomen zien we aan de overkant een dorpje vlak aan de oever van de rivier gelegen. Edward, Jonge Jan en ik lopen helemaal achter aan met heel wat Papoea's die zich voor de lol bij de karavaan hebben aangesloten. Boven gekomen stoppen ze en beginnen prachtig te zingen naar de overburen. Daar komen de mensen uit de hutten en hun tuinen en beginnen ook te zingen. We delen sigaretten uit en staan stil te genieten van…..Tja, hoe moet je dit gebeuren omschrijven. We zitten in een andere wereld. Dit is niet aards meer.
Na zeker een half uur, lopen we weer verder en komen bij een bijna droge rivier aan. Een dikke modderstroom die we nog net kunnen oversteken. Eenmaal aan de overkant gekomen is het nog een klein stukje tot in het volgende dorp, Sokosimo waar we zullen overnachten. Voor het dorp is een groot grasveld waarop ook de school staat. We zetten ons neer op het veld. De dragers gaan zitten kaarten en wij worden al gauw omringt door de kinderen van het dorp. Ze hebben allemaal een groene drab onder de neuzen en lelijke wonden met een, ik weet niet hoeveel, vliegen erop. Deze snotneuzen zijn pas ontstaan nadat de mensen met blanken in contact zijn gekomen. De verkoudheid bacterie bestond niet in West Papoea en er zijn dan ook vele mensen gestorven toen de bacterie zijn intrede deed. Wij hebben er veel schuld aan.
De hut die we vandaag toebedeeld krijgen is groot. Er zijn vier kamers, waarvan we er twee in gebruik nemen om te slapen. We delen wederom de slaapplaats met jonge Jan en in de andere kamer liggen Jos en Carla. Voor onze hut is een klein grasveldje met een bank. Car en ik gaan daar zitten met onze ansichtkaarten die ook nu weer veel bewondering oogsten. Bij ons is er verwondering, want bij een kaart van een molen in een weiland met een prachtige Hollandse lucht weten ze niet hoe ze de kaart moeten houden om te zien wat het is. Hilarisch!
Voor de eethut is een groter grasveld met wat bankjes en daar krijgen we weer een overheerlijke koffie geserveerd. Remco en Sjef hebben ook nog allerlei artikelen zoals instant soep en chocolademelk bij zich die nu ook gretig aftrek vinden. Janus, Carla en ik gaan tussen de kinderen op het grasveld zitten en beginnen een repertoire aan Nederlandse liedjes af te steken. Ook de volwassenen zitten er inmiddels bij en ons publiek is in dit geval de groep.
De kinderen zitten lekker tegen ons aangeschurkt en we moeten wel iets overwinnen om tegen de specifieke penetrante geur en de niezende spetterende kinderen te kunnen. Ook denken we allerlei beestjes te voelen. Maar het kan uiteindelijk niet op tegen dit overweldigende samenzijn. Wij op onze beurt leren nu een liedje van hun met de daar bij behorende gebaren.

Topi saya bundar
Bundar topi saykaiau tidak bundar
Bukan nya topi saya.

Voor het eten hebben we nog even de tijd om ons wat op te frissen en vooral Carla is verguld met de hulp van een Papoea die haar spiegeltje ophoud om haar haar te kunnen vlechten.
En wederom is de maaltijd geweldig. We hebben rijst, bami goreng, kroepoek, gekookte groenten, komkommer en heel verassend….frites. De dragers komen gezellig, zowat op elkaar, bij ons in de eethut zitten en zingen hun liederen.

Winibako wohibako
hèkituk wagai wagai wagai
hèjira npiri
kabanhin silai oba
o puhti o
hèjira napirika
kiabahin agè roba
wè mati o

S'avonds als het donker is
ik kom van verre (dan vraag ik aan mijn moeder)
waar is mijn eten, waar zijn mijn zoete aardappelen?
(moeder: ) o, die zijn in de silai-oba
(dan vraag ik aan mijn moeder: )
waar is mijn groente
(moeder: ) o, die hangt
boven in de silai-oba.

Voor ons lijken ze allemaal op elkaar, maar nu krijgen we uitleg van Janus wat ze betekenen. Het gaat vooral dat de man van huis weggaat voor de jacht of op trektocht en dat de vrouw iets lekkers voor onderweg bereidt en dat ze zal wachten op zijn thuiskomst.
De dragers liggen in de hut naast de onze en de hele nacht zingen ze zachtjes door. Gelukkig heeft Edward veel van de liedjes op band kunnen zetten om er een cd. van te branden. Zo kunnen we er thuis ook nog eens van genieten en aan de mensen laten horen wat wij niet kunnen uitleggen. Rond een uur of twee s'nachts begint het onbedaarlijk hard te regenen. We hebben het ongeluk met onze hoofden op een gedeelte te liggen waar het lekt en we verhuizen met onze hoofden de andere kant op en hopen dat de voeten enigszins droog zullen blijven.

02-06-2004.
Om 5 uur wakker gezongen en met droge voeten. Anderen hebben geen last gehad van lekkage maar wel van muizen die gewoon over het gezicht liepen. Egon die nergens bang voor is heeft zijn slaapzak voor de veiligheid maar tot de kin opgetrokken. Het is voorlopig nog heerlijk wat keutelen door het dorp voor we gaan ontbijten met die overheerlijke gebakken aardappel en bananen. En daarna nemen we er nog eens ons gemak van. Het hele dorp is nu uitgelopen, ook van de hutten die niet in het dorp zelf staan. Ze staan met z'n allen voor de eethut wat natuurlijk enige gedrang geeft. Niet gehinderd daardoor verhandelen ze hun spullen. Ook vandaag verwisselen de goederen van de ene eigenaar naar de andere. Maar uiteindelijk gaan we weer en we worden enthousiast uitgezwaaid door de schoolgaande jeugd die al in nette rijen voor de school staan. Het eerste stuk is het zelfde tot aan de hangbrug. Maar het heeft dus hard geregend afgelopen nacht en de kleine modderstroom vlak bij het dorp is nu een flinke modderstroom geworden en de eerste die over gaan hebben nog enigszins een stevige ondergrond, dat duurt drie personen en de rest die volgt is tot boven de knieën onder de modder bedekt. Maar als ik eraan kom is alles al tot een drabberige brij gestamd. Er worden grote stenen in de brij gegooid die acuut wegzakken en dat zet dus geen zoden aan de dijk. Geen nood. Voor ik er erg in heb hang ik op de rug van een drager en ben droog over. Edward die een heel stuk langer is, nl.1m 85 wordt ook op de rug genomen door een potige drager, maar hangt met z'n benen wat te bungelen en heeft modderige neuzen op de schoenen. De dragers zijn kleiner dan hij is, maar oh zo sterk blijkt eens te meer. Het verdere pad is ook door de regen erg glibberig geworden en sommige stukken van het pad zijn weggeslagen. Je moet dan een grote stap nemen over een diepte, je vast houdend aan het gewas wat boven de stenen afscheiding hangt. Maar zoals velen malen geschreven. We hebben dragers!! Na de hangbrug gaan we een andere kant op. De paden worden nu ook wat makkelijker, soms, tot aan de lunch. Langs de kant van een pad bij een klein stroompje wat van de berg afkomt, houden we halt. Op een groot zeildoek zitten we nu bij elkaar en zingen oud Hollandse liedjes. De bamisoep gaat er ook vandaag weer goed in. De Papoeaman die vanaf het eerste dorp met ons is meegelopen zit tegenover ons. Hij is erg ijdel en ook nu pakt hij zijn spiegeltje en een lang puntig iets wat hij een heel eind in zijn neus stopt, tot aan zijn fontanel lijkt het wel. Dat gaat natuurlijk fout en hij verwijderd zich met spoed. Later komen we hem weer tegen in de karavaan zonder dat we iets aan hem zien. Na de lunch is het pad weer moeilijker begaanbaar. We moeten zelfs door een watervalletje heen. Over enorme rotsblokken klauteren we door het vallende water. Onderweg begint het wat te regenen. De grote zwarte pan dient bij de Papoeaman als paraplu. Al vlug komen we aan bij de politiepost. Een eind daarvoor staat Debby op ons te wachten en verwelkomt ons met een dikke zoen. De politie maakt ruimt voor ons zodat we er kunnen overnachten. Wij (Calrla, Jos, jonge Jan, Edward en ik) slapen in de huiskamer van de wachtcommandant. Zijn familie slaapt in kleine kamertjes naast ons. De keuken ligt er achter en strekt zich uit naar het belendende perceel waar de rest zal slapen. Zij hebben een kamer helemaal opgefleurd met wat overgebleven ballonnen Wij leggen ons beddengoed uit en gaan wat liggen schrijven op de provisorische bedden. Debby verrast ons met patatjes. Daarna gaan Car en ik de rokerige keuken in om te helpen met het bereiden van de laatste maaltijd tijdens de trekking. Kokkie (de opper) zit al de gehele trekking met een pleister op zijn hoofd waar een lelijke wond achter verborgen zit. Deze is onderwijl flink gaan ontsteken en hij voelt zich niet echt happy. Wij hebben nog een penicillinekuurtje voor hem. Hij heeft een flinke oplawaai gekregen van zijn ex. Hij zit hijgend en puffend achter ons en laat ons zien hoe we de bonen moeten snijden. Zelf is hij bezig eieren in een grote plastic bak te breken. Car en ik ruiken op een bepaald moment een ontzettende vieze zwavel lucht. We kijken achter ons en zien dat kokkie een rot ei met een lepel uit de bak vist. We denken er het onze van en beloven elkaar niets te zeggen tegen de rest van de groep. We zijn ten slotte niet ziek geworden tijdens de trekking dus waarom nu wel. De andere dragers zitten gezellig rond het vuur en zingen hun liederen. We worden uitgerookt, maar willen dit beslist niet missen er zo tussen in te zitten. Debby is weer geheel opgeknapt, gelukkig, en verteld ons dat Kelly goed gaat en dat Marina zich ook beter voelt, hoewel het nog op en neer gaat. Het is de laatste avond en ondanks het verbod alcohol mee te nemen de Baliem in hebben we toch wat kleine flesjes weten mee te smokkelen. Het verhoogd de vreugde van de dragers en staan te dansen buiten. We zullen merken dat ze de hele nacht op blijven en hun geld verwedden met kaarten. Op de politiepost is niet veel te doen en het regent veel zodat we niet buiten kunnen zijn. We liggen dan ook vroeger op bed dan de andere dagen.

03-06-2004.
Rond half zeven staan we op jonge Jan voelt zich niet lekker. Bij het restaurant in Wamena is hij in een diepe goot gevallen waarin niet al te schoon water stond. Edward is in Biak ook in zo'n goot gevallen die nog dieper was, maar gelukkig droog. Ik schrok me dood. Het ene moment liep hij naast me en het volgende was hij geruisloos verdwenen. Edward heeft er een kleine blauwe plek in zijn handpalm aan overgehouden.
Enkele wondjes aan het been van jonge Jan zijn waarschijnlijk daardoor gaan ontsteken. Ons laatste ontbijt met de gebakken zoete aardappels en bananen. Er is een keuze uit twee routes. Een moeilijke en de makkelijke. Egon, Jos, oude Jan en Remco besluiten de moeilijke route te nemen. We vertrekken later, omdat het vandaag maar een klein stukje lopen is. De weg is met wat obstakels goed te doen. We komen aan bij de rivier die we de eerste dag ook moesten oversteken over kleine boomstammetjes. Dat is vandaag niet mogelijk. Door de regen is het een grote snel stromende rivier geworden met in het water verborgen de rotsblokken. Bianca, mijn persoonlijke drager geworden tijdens de afgelopen dagen neemt me op de rug en maakt rennend een d-tour door het water. Al hotsend komen we gierend van het lachen bij de overkant aan. We zijn de eerste vandaag. Er gaan er meer op de rug om veilig naar de overkant te komen. De dragers hebben een soort radar in het hoofd om precies de goede stukken te pakken waar ze veilig kunnen lopen. En dat allemaal op blote voeten. Het is ons opgevallen dat die voeten erg breed zijn vooral bij de tenen. Een soort van voeten van de Yeti.
Auto's staan op ons te wachten en we proppen ons erin. De hobbels in de weg zijn niet de enige obstakels die we op de weg tegen komen. Men is aan het verhuizen. Dat nemen ze kennelijk letterlijk, want er staat een heel huis op de weg. Het ziet er niet uit dat de verhuizing vandaag nog verder gaat en we moeten er omheen. De berm is zacht dus we moeten uitstappen en hopen dat de auto niet in de modder zal blijven steken.
Voldaan komen we bij het hotel aan waar we opgewacht worden door Kelly, Bert en Marina met warme chocomel en Hollandse koekjes. We gebruiken een kleine maaltijd en gaan genieten van het koude water in de mandierbak. Goh, wat is dat zalig. Daarna verzamelen we ons in de lobby samen met de dragers. Debby gaat ze uitbetalen en ik heb de eer naast haar te mogen zitten en de schelpen uit te delen. Wij hebben ook wat weg te geven aan een flinke welverdiende fooi, oude T-shirts, truien, beddenspul e.d. Voor kokkie houden we een inzameling zodat hij zich in het ziekenhuis kan verzorgen. Dat heeft hij de volgende ochtend gedaan samen met een maat. Toen hij uit het ziekenhuis kwam stond zijn ex met haar familie hem en zijn maat op te wachten en sloegen hem nogmaals in elkaar. Kokkie kwam er dit keer redelijk vanaf, maar zijn maat kon direct het ziekenhuis weer in met een gebroken arm.
Voor de achtergeblevene geven de dragers een concert zodat zij ook een klein beetje het gevoel krijgen. Zij hebben zich nogal verveeld, want erg veel is er niet te doen in Wamena. S'avonds dineren we met z'n allen in het enige restaurant waar het eten goed is en porties groot zijn en de ambiance prima.

04-06-2004.
Heerlijk uitslapen. We worden wakker in een kamer die niet echt welriekend is. De rugtassen die de dragers hebben gedragen blijven hun eigenaardige lucht behouden. We zullen ze deze vakantie nog gebruiken, maar dan is het einde verhaal. Een groot gedeelte van de groep gaan naar een schooltje en nog een eind wandelen. Jonge Jan voelt zich niet lekker maar besluit toch met ons te gaan shoppen in de souvenirwinkel die Debby ons heeft aangewezen. We kopen er prachtige maskers en ander prularia, zoals armbandjes gemaakt van zaden en pitten, om de thuiszitters te verwennen. We zien nog dragers die hun gewone werkzaamheden hebben met T-shirts die wij ze gegeven hebben. Ze komen even een praatje maken zover dat mogelijk is met twee totaal verschillende talen. Maar ze vinden het al leuk dat je bij ze blijft stil staan en een hand drukt, want dat maakt natuurlijk indruk op de anderen. We sloffen verder door de dorpsstraten met een klein gevolg wat nog iets aan je zou willen verkopen. Jonge Jan wordt steeds zieker en de transpiratie loopt van zijn lijf. We gaan terug naar het hotel waar Jan naar bed gaat en wij lekker niets doen dan een beetje lezen en om ons heen kijken. Enkele dragers zijn ook in het hotel blijven hangen, want die hebben geen werk. Na de lunch moest Marina nog naar de dokter en er wordt besloten dat Jan nu ook meemoet. Helaas, vanavond terug komen, want de dokter ligt net te slapen. S'avonds gaan ze alsnog achterop brommertjes. Jan kan zich amper in evenwicht houden zo ziek is hij. Later op de avond is het licht weer uitgevallen en zitten we gezellig met de groep en in het kaarslicht en een borrel in de lobby. Ik had nooit gedacht dat het zo fijn kon zijn met een groep. Ik vind het exceptioneel.

05-06-2004.
Om vijf uur weer op en om half zeven inchecken. Het vliegveld ligt aan de overzijde van het hotel zodat het uitzonderlijke fenomeen ontstaat dat de bagage wordt ingecheckt en wij wachten in het hotel tot het vliegtuig komt. Alle dragers zijn nu aanwezig en houden het luchtruim in de gaten, want als er een vliegtuig binnenkomt dan is dat ons vliegtuig. Om even over zevenen krijgen we het seintje en gaan we in optocht naar het vliegveld. Om kwart over zeven zitten we in het vliegtuig. Het is de eerste keer dat er iets op tijd is gegaan. En zoals het met elke binnenlandse vlucht krijgen we ook nu weer een pakketje eten mee. Het is elke keer een verrassing wat er in zit. Of meer, welke kleuren de kleffe broodjes nu hebben. We worden enthousiast uitgezwaaid door de dragers. We zullen ze nooit meer vergeten!
Met een half uur zijn we in Jayapura. Het bagagesysteem heeft ons de eerste keer al verbaasd en ook vandaag kunnen we het niet bevatten, maar alles is er. De bagage wordt alvast naar het hotel gebracht en wij gaan varen op het Sentanimeer. Met z'n allen in een bootje varen we over het grote meer omringt door groene bergen die gladgeschoren lijken te zijn net zoals je ziet bij modelspoorlijnen. De lucht heeft verschillende nuances blauw doorbroken door mooi gevormde wolken die soms ook de bergen verbergen. Af en toe vliegt er een stalen vogel van of naar het dicht bij gelegen vliegveld. We zien dorpjes met kerktorens in de verte. Als we dichter langs de oever varen zien we de huizen op palen. Meestal fel gekleurd en met vrolijke bewoners die naar ons zwaaien. We stoppen op een eilandje Asei genaamd. De totale bevolking loopt uit. Het is een klein eilandje wat je in tien minuten rond kan lopen. De varkens zwemmen in het water en we zien er zelfs een die een vist vangt. Heel curieus. Het eiland staat bekend om zijn boomschors schilderingen. Ze zijn ook prachtig. Simpel van kleur en tekening geeft ze een stilistische uitstraling. We varen weer verder naar een volgend eiland waar we een Papoea tegen komen die een klein beetje Nederlands spreekt en die ons uitnodigt naar de kerkdienst te gaan waar hij trompet moet spelen. En zoiets kan je natuurlijk niet afslaan. In de kerk zijn we van harte welkom en men schuift graag een stukje op zodat je naast ze kan zitten. Ik zit naast een oma die haar kleinkind op de kerkbank voor haar heeft zitten. Samen kijken we in het psalmen boek en met een vinger wijst ze de woorden aan die ik nu kan meezingen. Een belediging als je dat niet doet, toch? Het vrouwenkoor zingt prachtig en het meisjeskoor klinkt ijl, maar de trompettist is een aanfluiting. We zijn een soort van blij dat we eerder weg moeten, want jonge Jan begint zich weer zieker te voelen. Hij heeft ook een raar soort medicijn gekregen waarbij je je zeer oncomfortabel bij moet voelen. Een half uur na het innemen begint er uit alle poriën van zijn lijf het water te gutsen. Er ligt gewoon een film over zijn blote arm heen en zijn kleding is dan ook zeiknat. Och arme, eerst terug varen en dan nog opgestapeld in een busje. Ook wij leren te stouwen om zoveel mogelijk mensen en bagage in een zo'n klein mogelijk ruimte te krijgen. Na een uur hobbelen, komen we aan in het hotel. De bagage is er nog niet. We besluiten dan maar te gaan eten want daar zijn we hard aan toe. Om drie uur s'middags ondergaan we een weldadige warme douche. De kamer is luxe en we genieten de verdere middag al lezend en tv. kijkend, kortom, lekker luierend.
Om de zoveel tijd gaan we bij Jan kijken die nu hele hoge koorts heeft.
Debby weet voor vanavond een goed restaurant boven op een heuvel die uitkijkt over de haven van Jayapura. Het uitzicht is inderdaad schitterend met de gekleurde verlichting van de stad weerkaatst op het water van de haven. Het eten daarentegen is ongewoon slecht. Dat was voor Deb ook een verrassing en voelde zich schuldig, maar dat hoeft niet, want ze is wat mij betreft een hele goede reisbegeleidster die meer doet dan ze hoeft te doen en ook gewoon gezellig met ons meedoet. En dan slapen. Heerlijk hoor. Dan merk je pas dat, ondanks dat je het niet mist, de luxe wel als prettig aanvaard.

06-06-2004.
Inderdaad het eten was niet best. Verschillende mensen zijn ziek geworden en hebben buikloop. Ook Jan is nog hetzelfde. Als we morgen naar Bali vertrekken gaat hij direct door naar Nederland. Jos hoort ook bij de mensen met de buikloop en samen met Carla gaan we Jayapura onveilig maken. Moet je eens proberen op een regenachtige zondag dat alle winkels dicht zijn en de weinige moslims de winkels daarom ook maar laat openen. Toch amuseren we ons wel. Het houdt op met regenen en elke winkel die open is struinen we helemaal af. In kledingzaken passen we alles, bij de apotheek bekijken we elk medicijn en we vinden een pakje extra Jos in een klein maar overvol supermarktje. Extra Jos is een energie drankje. Vlakbij het hotel ligt een groot politieterrein en we worden uitgenodigd deze te bekijken. Een leuk verzetje voor de stoere mannen in hun veel te strakke uniformen die heel druk zijn met niets doen. Het zijn overigens geen Papoea's. Na de lunch gaan we in kleine busjes naar de markt waar ook goede souvenirwinkels zijn. Carla, Edward en ik gaan vooral de gewone markt op. Dit keer geen groente en fruit, maar kleding e.d. We passen hoedjes tot grote verbazing en hilariteit en we worden warempel gefotografeerd. Marina en Kelly kopen wat babyspullen voor de aankomende baby van Janus. Als het een meisje wordt zal het de naam Kelly krijgen. (Het is een meisje geworden). Na het marktbezoek gaan we rond Jayapura rijden. Mooie uitzichtpunten worden er opgezocht. Jayapura ligt beneden aan een baai.
Na het eten hebben we in de lobby afgesproken om afscheid te nemen van Janus. Een geweldenaar die we gefêteerd hebben met zang, cadeaus en geld.

07-06-2004.
Heden ochtend weer vroeg op voor het vliegtuig naar Bali. In Timika is een tussenstop. Je mag er wel even uit, maar je zit dan gevangen achter een soort kooi. Tenminste als je een Papoea bent. Anders mag je nog wel enigszins vrij rond lopen en je sigaret roken. Op dezelfde dag dat wij daar even waren is er een opstand geweest. De Papoea's worden daar nog meer onderdrukt dan elders. Hun land wordt ontgonnen. Dit bedoel ik letterlijk, want de berg die er eens stond is weg. De Papoea's die er woonden kregen wel een soort behuizing, maar mogen niet werken voor het Amerikaanse bedrijf Freeport. Niet alleen hun land is weg, maar ook hun levenswijze is danig ondermijnd. Zij hebben daar eeuwen gewoond en het wordt rigoureus weggevaagd. Het geld wat ermee verdiend wordt gaat voor het grootste deel naar Amerika en de rest naar Jakarta. Maar Amnesty International hoor je er niet over.
Om twee uur landen we op Bali. Jonge Jan voelt zich weer beter en zal ook de laatste dagen bij ons blijven. We zitten tot onze verbazing in hetzelfde hotel waar we al twee keer hebben gelogeerd. Heerlijke kamers met tuin of balkon, een tuin, een zwembad en een restaurantje. Gewoon een gezellig familiehotel. Het ligt in een kleine winkelstraat 10 minuten lopen van het centrum en 2 minuten van het strand. In de namiddag komt Adje Bintang weer in ons midden en we drinken natuurlijk op zijn komst. We genieten van een vredige middag en de avondmaaltijd gebruiken we bij het restaurant aan het strand. Voor het slapen gaan luieren we met een borrel op het balkon met de muggen en vleermuizen.

08-06-2004.
Vandaag een extra excursie in, heel luxe, een airco busje met goede vering. Oude Jan, Nelly, Jos en Car, Mirja en Ad gaan mee. We rijden lange afstanden, maar we zien veel van mooi Bali. We rijden dwars door Ubud. Verschrikkelijk. Het is een grote souvenirwinkel. Gelukkig rijden we er alleen doorheen. We zijn op weg naar een Balinese dansvoorstelling. Geen Apendans dit keer. Hoewel die dans indrukwekkend is, is dit toch ook wel mooi. We gaan verder en bezichtigen allerlei fabriekjes waar er gebatikt wordt, ijzersmeden en beeldhouwen.
De lunch is in een groot panoramarestaurant waar we uitzicht hebben op de Agung vulkaan met zijn maanlandschap en meer. De hel blauwe lucht weerschijnt er mooi in. We stoppen bij een markt die eigenlijk voor groothandelaren is bedoeld. Grote manden met mandarijnen, jack fruit, gepeld en ongepelde mais, cassave, grote trossen groene bananen en Chinese kolen zo gebonden dat alleen de achterwerkjes te zien waren. In een lege mand gaat Jos zitten en wordt bijna per opbod verkocht. We bezoeken natuurlijk ook tempels, die zo een eigen charme hebben op Bali. Elk ervan is anders. Deze tempel had in het midden op het terrein een groot bassin met verschillende wellen die er in uitkwamen. Heel helder ijskoud water, de reden om hier het hindoeïstische geloof tot uiting te brengen met beelden en offers van fruit en bloemen. Gewoon waar Bali om bekend is. Grote hilariteit, want ook de mannen moeten dit keer een sarong met gekleurde sjerp om. Dat hoeft nl. niet bij elke tempel voor de mannen, de vrouwen uiteraard wel. We bezoeken ook een van de apentempels die er op het eiland zijn. Voor mij hoeft het niet, want ik ben verschrikkelijk bang voor deze dieren. Ze rukken aan alles waar ze aan kunnen rukken. Zo ben ik ooit bijna uit m'n korte broek gehaald. Ze zijn heel brutaal en komen op je zitten. Jos kent die angst niet en hij heeft een hele horde, of hoe noem je een kluitje apen bij elkaar, op zijn armen, schouders en hoofd zitten. Wel leuk voor de foto. Ik moet eerlijk bekennen dat mijn foto's van de apen allemaal bewogen zijn zo vlug wil ik ze nemen om het toestel weer gauw op te ruimen. We zijn rond zevenen weer terug. En dan de laatste avond. Afscheid nemen van onze Debby. We zullen je nooit vergeten! Na het afscheidsmaal gaat een gedeelte van de groep nog uit. Edward en ik nemen het ervan op ons balkonnetje.

09-06-2004.
De volgende ochtend gaan we shoppen met jonge Jan. Voor we bij de grote winkels en de kledingmarkt komen nemen we traditioneel een koffie waar je de lekkerste koffie kan krijgen volgens het bord, maar ook wij vinden dat wel. We kopen heel wat en de kunst van tarwarren (afpingelen) wordt hier op de proef gesteld. Ik vind het altijd heerlijk hierover te soebatten. Volgens menigeen ben ik er wel een kampioen in. Na de lunch komen we eindelijk weer bij het hotel aan. Jonge Jan gaat zijn koffertje pakken en ook de rest van de groep moet dat doen. Marina, Jos, Carla en wij blijven nog enkele dagen. Langzaamaan verzamelt iedereen zich in het restaurant waar we nog een Bintang nuttigen. En na vele zoenen en beloftes elkaar te schrijven, te bellen of te mailen zwaaien we ze node uit. Een raar gevoel hoor nadat je eerst met zovele bent geweest.

10 en 11-06-2004.
We gebruiken de dagen om lekker te winkelen, traditioneel koffie te drinken, afkoeling te zoeken in het zwembad en lekker te luieren. Op een van deze dagen maken we de eindfase mee van een crematie. Op het einde van de crematie wordt de as van de overledene verzameld en naar het strand gebracht waar het met veel ceremonieel per boot op zee wordt verstrooid. Men is dit keer gekleed in wit met gele accenten. Er zijn veel mensen die de laatste eer willen bewijzen met hun offers. Sommige offers zijn hoogopgestapelde bloemen of fruit, maar er is ook allerlei eten in zilverkleurige schalen. Deze offers worden allemaal op de hoofden van de vrouwen gedragen. De mannen zitten gezellig bij elkaar op een paar na die de versierde toren waar het as in wordt vervoerd naar het strand dragen. Men zit een hele tijd gewoontjes bij elkaar en op een teken die wij hebben gemist staat iedereen op en loopt naar het water. Men loopt het water in tot net boven het middel en verstrooien de offers. Er gaan ook boten in het water met de naaste familieleden die de as ver de zee op zullen brengen. Een mooi gezicht al die mensen in de toch wel flinke branding. Zo hebben Edward en ik nu al verschillende fasen meegemaakt van de geloofbelijdenis op Bali.
We zijn veel met Marina op stap, want Jos en Carla willen nog meer zien op dit prachtige eiland.

12-06-2004.
De laatste dag beginnen we met koffers inpakken en naar de kamer brengen die we voor vandaag nog huren, want we gaan vanavond pas weg. Heerlijk, nog een hele dag. Car is wat sacherijnig, altijd op een laatste vakantiedag, maar we helpen haar er door heen. Ze is een soort zus voor me dus door dik en dun zal ik er zijn. Zij met haar ventje blijven bij het zwembad en Marina en wij gaan nog even shoppen hoor. Heerlijk langs alle winkeltjes, kijken, kopen, koffie drinken en lunchen. Daarna ook nog even aan het zwembad. Maar dan is de tijd aangebroken dat ook wij moeten vertrekken. In Jakarta moeten we nog eventjes wachten op de volgende vlucht dus gaan we ergens een kleine maaltijd nemen. En dan wordt onze flexibiliteit nog eenmaal op de proef gesteld. Het vliegtuig heeft technische problemen en het vertrek wordt voor onbepaalde tijd uitgesteld. Op vertoon van onze boardingpas mogen we in een restaurant wat eten. Dat geeft een hoop rompslomp voor hen, want ze zijn niet berekend op 450 eters en gaan eigenlijk om 24.00 uur sluiten. Dat gebeurt dan ook een uurtje later weliswaar. Uiteindelijk zitten we dan weer. Marina valt in een diepe slaap en wordt zelfs niet wakker tijdens de tussenstop op Singapore al wordt er om haar heen driftig schoongemaakt. Enkele uren te laat arriveren we in Amsterdam en is het echt over.

Deze vakantie was uniek. Niet alleen door de bestemming, maar ook de emotionele binding daarmee. De groep die wonderwel heel goed met elkaar overweg kon. De vele vertragingen die we al puzzelend en pratend met een vrolijk fatalisme hebben doorstaan. Onze twee gidsen, Debby en Janus, twee geweldige kanjers die er altijd waren met goede hulp, maar vooral ook met hun vrolijke instelling. Het leek of we verschillende vakanties hadden in een maand. We hadden Biak, Manokwari, de tropische eilandjes, de Baliem en Bali. Elk zo verschillend. Maar het mooiste waren toch wel die lieve Papoea's!!!!!!!!!!