|
|
||
|
|
||
|
|
Sri-Lanka bestaat uit een kustvlakte die in het zuidwesten betrekkelijk smal is (zo'n 50 to 60 km) en in het noorden en oosten wat breder. Gaat men vanaf de kust verder naar het binnenland, dan treffen we daar een terrassengebied, wat overgaat in hoogland. Wat vooral bekend is als een van de hoogste punten in Sri-Lanka, is Samanalakanda, beter bekend als Adam's Peak, met een hoogte van 2.243 meter. De flora van het eiland komt overeen met die van tropisch Azië, zij het dat Sri-Lanka veel soorten herbergt die alleen op dit eiland voorkomen. Typerend voor de gebieden met weinig regen zijn de doornbossen. Een groot deel van de droge zone heeft graslandgebieden. Typerend voor de natte zone is het tropisch regenwoud. De fauna heeft veel raakvlakken met met die van India. De panter en de lippenbeer zijn de grootste roofdieren. Bekender is echter de Ceylon-olifant. Deze zijn herkenbaar vanwege het feit dat, in tegenstelling tot de Indische olifant, de bullen geen slagtanden hebben. Verder herbergt Sri-Lanka plusminus 400 vogelsoorten en staat het bekend om de export van vele soorten aquariumvissen. De bevolking telt 15.3 miljoen mensen. de samenstelling is zeer gevarieerd; 74% wordt gevormd door merendeel boeddhistische Singalezen, 18% door overwegend Hindoeïstische Tamils en 7% door zogenaamde Islamitische Moren, afstammend van handelaren uit het Midden-Oosten. De resterende 1% zijn Burghers (nakomelingen van de Europeanen) en Wedda's, de oorspronkelijke bewoners van Sri-Lanka. Voornamelijk door de inspanningen van de overheid, die sinds de jaren 50 steeds een groot voorstander is geweest van bewuste geboortebeperking, bedraagt het gemiddelde geboortecijfer van Sri-Lanka slechts 2,7% per jaar Desondanks is er nog steeds een aanzienlijke bevolkingsaanwas, omdat dankzij de vrij goede medische voorzieningen en de jonge bevolking het sterftecijfer laag ligt (0,6% per jaar) Een andere karakteristiek van de Srilankaanse bevolking is, afwijkend van de meeste ontwikkelingslanden, is de hoge alfabetiseringsgraad. Slechts 15% van de bevolking is analfabeet, waarbij echter moet worden bedacht, dat het daarbij in veel gevallen gaat om de vaardigheid van een der inheemse talen met niet-Latijns alfabet (Tamil/Singhalees) te kunnen lezen en schrijven. Het Engels, de derde taal, wordt nog steeds opvallen veel verstaan en gesproken. Economisch gezien is Sri-Lanka grotendeels nog onderhevig aan de gevolgen van de koloniaalse, met name Engelse overheersing. De meeste plantages, wegen, spoorlijnen en andere infrastructurele werken dateren nog uit die tijd. De economie steunt voornamelijk op de productie en export van de producten die al in de Engelse tijd van belang waren+ thee, rubber, kokos en edelstenen. De thee wordt bijna uitsluitend in de koele bergzonen verbouwd. Kokos en rubber komen vooral uit het zuidwesten en edelstenen worden gedolven langs de zuidflank van het centrale bergland. De im- en export vindt grotendeels plaats via Colombo, dat ook al in de engelse tijd de belangrijkste haven was. Wat betreft export zijnde VS, Engeland en Duitsland de voornaamste afnemers. De invoer bestaat voornamelijk uit aardolie en industrieproducten. Voornaamste leveranciers zijn Saoedi-Arabië , de VS en Japan.
|
|
|
|
||
|
|||