meteorites.nl
meteorieten en tektieten
|
   
Algemene informatie en wetenswaardigheden  
Puin uit de ruimte
Meer is het eigenlijk niet, een steen uit de ruimte die op de aarde is gevallen. Vaak kan aan de hand van de samenstelling van veel meteorieten bepaald worden wat de herkomst is. Zo zijn er al meer dan twintig gevonden die van de maan afkomstig zijn en zijn er meteorieten gevonden waarvan de herkomst Mars en Venus is. In veel gevallen is de meteoriet echter afkomstig uit de asteroÔdengordel tussen Mars en Jupiter. Ook brokstukken van kometen vallen met een ernome snelheid als meteoriet op de Aarde.

Veel puin dat in contact komt met de dampkring bereikt de aarde niet maar verbrandt door de weerstand van de atmosfeer. De brokstukken die verbranden zijn in de nacht zichtbaar als meteoren, ook wel 'sterrenregen' genoemd.

Bij grotere stukken die niet volledig verbranden maar gedeeltelijk als meteoriet op de aarde neerkomen onstaat bij het passeren van de dampkring een bolide (vuurbol). Dat het om een indrukwekkend verschijnsel kan gaan blijkt uit de bolide van de Sikhote Alin. Die was bij volledig daglicht zeer duidelijk zichtbaar.

Snel, zwaar en soms heel oud
De snelheid waarmee de meeste meteoroÔden de atmosfeer binnenkomen bedraagt naar schatting 35.000 tot 250.000 km/ uur. Alleen zeer grote meteoroÔden (> 100.000 kg) ondervinden relatief zo weinig weerstand dat de snelheid voldoende blijft om bij inslag een krater te veroorzaken.

Een aanzienlijk deel van de meteoroÔde verdampt en slechts een beperkt deel bereikt de Aarde. De massa van de Sikhote Alin meteoroÔde wordt geschat op 70.000 tot 100.000 kg waarvan ongeveer 30.000 kg als meteoriet op de Aarde is ingeslagen.

De oudste meteoriet heeft een ouderdom van 4,56 miljard jaar.

Verzamelen of onderzoeken?
Dat een meteoriet een bijzonder object is en dat metorieten daarom worden verzameld mag duidelijk zijn. Niet alle wetenschappers vinden dat ethisch even verantwoord. Metorieten kunnen waardevolle informatie verschaffen over de samenstelling van planeten in ons zonnestelsel. Verzamelaars 'onttrekken' meteorieten aan wetenschappelijk onderzoek.Verzamelaars brengen daar tegen in dat vele vondsten zijn gedaan door de belangstelling in meteorieten.

Feit is dat er in 1970 minder dan 2.000 meteorieten bekend waren. Sindsdien is de interesse sterk toegenomen en wordt en onder meer op Antarctica en in de Sahara (waar ze door hun donkere kleur goed opvallen) gericht naar gezocht. Inmiddels zijn er al meer dan 20.000 exemplaren wetenschappelijk gedocumenteerd.

De massa van meteorieten als Sikhote Alin, Campo del Cielo, Canyon Diablo en Gibeon en vele andere meteorieten is overigens zo omvangrijk dat er geen valide wetenschappelijk argument bestaat om deze meteorieten niet te verzamelen.

__________
 

Over chemische samenstelling, structuur en classificatie  
Soort bij soort
Op basis van de structuur worden meteorieten ingedeeld in drie hoofdgroepen:

1. IJzermeteorieten (minder dan 5% van alle meteorieten)
2. Steenijzermeteorieten (minder dan 1% van alle meteorieten)
3. Steenmeteorieten (ongeveer 95% van alle meteorieten)

1. IJzermeteorieten
Vermoed wordt dat ijzermeteorieten overeen komen met materiaal uit de kern van uiteen gevallen asteroÔden. Waarschijnlijk komen deze meteorieten eveneens overeen met o.a. de kern van de Aarde. IJzer is het belangrijkste bestanddeel van deze groep. Daarnaast is meestal een bepaald percentage nikkel (Ni) aanwezig.

Classificatie van de ijzer meteorieten op basis van structuur:

HexaŽdrieten: 4.5 - 6.5 % Ni

HexaŽdrieten bestaan geheel uit kamaciet, dit is een nikkel-ijzer legering met maximaal 7.5 % Ni. Deze legering heeft een kubische structuur; in hexaŽdrieten zijn vaak hexaŽders aanwezig.

OctaŽdrieten: 6.5 - 13 % Ni
OctaŽdrieten bestaan uit zowel kamaciet als taeniet. Taeniet is een nikkel-ijzer legering met 27 tot 65 % Ni. De kamaciet kristallen hebben in de octaŽdrieten vaak de vorm van octaŽders. Het verschil in nikkel-gehalte van de beide legeringen is zichtbaar te maken d.m.v. etsing met verdund salpeterzuur. De kamaciet lamellen krijgen hierdoor een lichtere kleur dan de taeniet lamellen. Indien de meteoriet wordt doorgezaagd en geŽtst zijn afhankelijk van de richting van de zaagsneden driehoekige figuren of lamellen die loodrecht op elkaar staan zichtbaar. Deze patronen worden de Figuren van Widmanstštten genoemd. De meeste ijzermeteorieten zijn octaŽdrieten.

Ataxieten : 13 - 30 % Ni
Ataxieten bestaan zo goed als geheel uit taeniet. Ataxiet betekent letterlijk "zonder structuur" en de naam verwijst dan ook naar het ontbreken van de Figuren van Widmanstštten na etsing.

Naast de classificatie naar structuur worden ijzermeteorieten ook geclassificeerd op basis van chemische samenstelling. De indeling van deze (veelgebuikte) classificatie is echter niet altijd eenduidig.

2. Steenijzermeteorieten
Van steenijzermeteorieten wordt aangenomen dat deze overeen komen met materiaal uit de mantel, of uit de contactzone tussen mantel en kern, van uiteengevallen asteroÔden. Het nikkel-ijzer gehalte van deze meteorieten is nog steeds hoog en ook zijn silicaten algemeen. De steen-ijzer meteorieten worden onderverdeeld in de mesosiderieten en de pallasieten.

Mesosiderieten
Deze bestaan uit hoekige fragmenten van zowel mantelgesteente als ijzer-nikkel verbindingen. Deze fragmenten zijn samengesmolten. Orthopyroxeen en olivijn zijn aanwezig in het mantelgesteente. De ijzer nikkel delen bestaan vaak uit oktaŽdrieten.

Pallasieten
Pallasieten zijn waarschijnlijk afkomstig uit de contactzone tussen de mantel en de kern van gedifferentieerde asteroÔden. Troiliet, FeS, is in deze meteorieten aangetroffen. Olivijn is de belangrijkste silicaat.

3. Steenmeteorieten
Steenmeteorieten komen mogelijk overeen met gesteenten die in de mantel en korst van uiteengevallen asteroÔden te vinden zijn. De samenstelling komt ook overeen met de samenstelling van gesteenten die in de mantel en korst van o.a. de aarde voorkomen. Silicaten zijn de belangrijkste bestanddelen van deze steen meteorieten. De steen meteorieten worden onderverdeeld in chondrieten en achondrieten.

Chondrieten
Chondrieten kunnen grote overeenkomsten vertonen met gesteenten die wij op het aardoppervlak tegenkomen. Chondrieten bevatten 70% tot 80% silicaten (olivijn, pyroxenen, veldspaten, e.a.). Daarnaast kunnen nikkel-ijzer legeringen, troiliet en grafiet aanwezig zijn. Karakteristiek voor de chondrieten is de aanwezigheid van chondrulen (ook chondren genoemd). Chondrulen zijn bolletjes met een doorsnede tot enkele millimeters die vaak uit glas bestaan. De meeste chondrieten zijn niet veranderd na hun vorming Ī 4,6 miljard jaar geleden. Maar het komt voor dat kristallisatie heeft plaatsgevonden: het glas in de chondrulen kan in silicaatmineralen overgegaan zijn. Sommige chondrieten bevatten relatief veel carbonaten.

Achondrieten
Chondrulen zijn afwezig in achondrieten. De chondrulen zijn oorspronkelijk wel aanwezig geweest maar door een latere fase van verhitting zijn de chondrulen gekristalliseerd waarbij de bolletjesstructuur verdwenen is.

De bovenstaande tekst over de indeling van meteorieten is grotendeels overgenomen van de website van mineralogisch geologisch museum TU Delft: ta.tudelft.nl/museum/

__________
   

Meteoriet gevonden? Kijk hier voor tips over identificatie van meteorieten  
Een meteoriet is niet eenvoudig te onderscheiden van gewoon gesteente.

Bij ijzermeteorieten is het hoge gewicht door het ijzergehalte een aanduiding. Deze meteorieten zijn uiteraard magnetisch. Een mogelijkheid tot identificatie is ook doorzagen en met behulp van etsen de Figuren van Widmanstštten zichtbaar maken. Verder kan niet destructief onderzoek in het laboratorium uitsluitsel bieden.

IJzersteenmeteorieten en steenmeteorieten zijn vaak zeer moeilijk te onderscheiden van gewoon gesteente. Soms biedt microscopisch onderzoek hulp. In een aantal gevallen is de steen aan de buitenzijde duidelijk als metoriet herkenbaar. Bij het passeren van de dampkring wordt de buitenkant zo warm dat de meteoroÔde smelt. Deze gesmolten rand stolt weer en vormt dan in de meeste gevallen een smalle donkere verglaasde korst rond de meteoriet (smeltkorst, Engels = fusion crust).

Heeft u een meteoriet gevonden kunt u telefonisch of per mail contact opnemen met het
Meteorieten Documentatie Centrum, van het Sterrekundig Instituut Utrecht, Universiteit van Utrecht.

__________
 

Over de conservatie van meteorieten  
Roest rust niet
Er is geen ontkomen aan. IJzer roest dus ijzermeteorieten en steenijzermeteorieten ook. Met name metorieten met een hoog gehalte aan FeCl3 and NiCl3 hebben aandacht nodig
.

De meteorieten van meteorites.nl
zijn stabiel maar moeten wel tegen roest beschermd worden. Uiteraard moeten de meteorieten droog worden bewaard. De metoriet dient verder zorgvuldig te worden schoongemaakt met alcohol of wasbenzine. Een ijzermeteoriet kan dan het best worden ingespoten met kruipolie zoals WD40, of eenvoudig worden ingevet met vet als zuurvrije vaseline.

Bij het aanraken komt zuur uit de huid op de meteoriet waardoor het roesten wordt bevorderd. Pak een onbeschermde meteoriet daarom bij voorkeur niet met blote handen beet zonder de metoriet daarna te reinigen.
__________
   

Classificatie

naar boven

Zoals ook toegelicht op de algemene informatiepagina worden meteorieten onderverdeeld in drie hoofdgroepen:

1. Steenmeteorieten
2. Steenijzermeteorieten
3. IJzermeteorieten

De hoofdgroepen zijn weer verder onderverdeeld in subgroepen en subsubgroepen. Deze onderverdeling wordt (beperkt) uitgewerkt en toegelicht in de volgende schema's.

Allereerst de
steenmetorieten:

STEENMETEORIETEN
Onderscheid op basis van de aan- of afwezigheid van chondrulen.
CHONDRIETEN
Circa 90 % van alle steenmeteorieten. Onderscheid wordt gemaakt op basis van mineralogische samenstelling en structuur.

Petrologische typering
Naast de groepen en subgroepen chondrieten wordt nog onderscheid gemaakt op basis van petrologische typering die genummerd is van 1 tot en met 6. De 5 in L5 geeft het petrologische type aan.

De petrologische typering is een beoordeling (en dus geen meting) waarmee wordt vastgesteld in welke mate het gesteente beÔnvloed is door temperatuur en water. Type 3 betreft de "neutrale" structuur met de minste wijzigingen. Type 4 tot en met 6 zijn in toenemende mate beÔnvloed door temperatuur, type 2 tot en met 1 in toenemende mate door water.

Koolstofhoudende chondrieten
C groep, verder onderverdeeld in CI, CM, CV, CO, CK, CR, CH, CH en een klasse niet te groeperen koolstofhoudende chondrieten.

Gewone chondrieten
Onderverdeeld op basis van ijzer en metaalgehalte:
H groep (Hoog ijzergehalte)
L groep (Laag ijzergehalte)
LL groep (Laag ijzergehalte, Laag gehalte aan metalen).

Overige chondrieten
E groep (Enstatiet Chondrieten), R groep (Rumurutiiten), K groep (Kakangariiten), F groep (Forsteriet Chondrieten).

ACHONDRIETEN
Circa 10 % van alle steenmeteorieten. Onderscheid wordt gemaakt op basis van mineralogische samenstelling en structuur. De meteorieten binnen een groep hebben waarschijnlijk een zelfde herkomst.
PAC groep - Primitieve Achondrieten
Omvat de Acapulcoieten, Lodranieten, Brachinieten, Winonaiten, Ureilieten en ongegroepeerde primitieve achondrieten. De herkomst is onbekend.
_________________________________
HED groep - Meteorieten afkomstig van de asteroÔde Vesta
Howardites, Eucrieten, Diogenites

LUN groep - Maanmeteorieten

SNC groep - Marsmeteorieten

Overige achondrieten
Restgroep met achrondieten van onbekende herkomst.

Naast de aanduiding van de exacte groep en de petrologische typering wordt bij steenmeteorieten gebruik gemaakt van aanvullende specificaties die onder meer kunnen aangeven in welke mate de meteoriet beÔnvloed is door weersinvloeden en inslagen. Deze specificatie wordt afzonderlijk toegelicht.

naar boven

Een kleine, maar uiterlijk zeer aantrekkelijke groep wordt gevormd door de steenijzermeteorieten:

STEENIJZERMETEORIETEN
MESOSIDERIETEN
De naam mesosidrieten is afgeleid van het Griekse woord mesos dat midden of helft betekent en sideros, ijzer. Deze meteorieten bestaan voor de helft uit ijzer. Wat structuur betreft zijn mesosiderieten een complexe mengeling van ijzer nikkel delen (vaak uit oktaŽdrieten) en orthopyroxeen en olivijn.
Mesosiderieten
_______________________
PALLASSIETEN
Vernoemd naar de Duitse ontdekker Peter Simon Pallas. Deze meteorieten bestaan uit afzonderlijke silicaten (met als meest belangrijke olivijn) in een nikkel-ijzerstructuur. Vaak schitterend om te zien met olivijnkristallen als edelstenen.
Hoofdgroep Pallasieten
Eagle Station Pallasieten
Pyroxene Pallasieten
Ongegroepeerde pallasieten


naar boven

Bij ijzermeteorieten vindt classificatie plaats op basis van structuur en op basis van chemische samenstelling. Het gaat om twee verschillende classificaties die echter wel verband met elkaar houden; de verhouding van de verschillende elementen bepaald samen met de verdeling van de elementen de kristalstructuur.

IJZERMETEORIETEN
CLASSIFICATIE STRUCTUUR

Het onderscheid wordt bepaald door de aanwezigheid van kamaciet en taeniet.

Kamaciet is een nikkel-ijzer legering met maximaal 7.5 % nikkel.

Taeniet is een nikkel-ijzer legering met 27 tot 65 % Ni.
STRUCTUUR Subgroep - Symbool - Gerelateerde chemische groepen
HEXAEDRIETEN (4.5 - 6.5 % Ni)
HexaŽdrieten bestaan geheel uit kamaciet. Deze legering heeft een kubische structuur; in hexaŽdrieten zijn vaak hexaŽders aanwezig.
HexaŽdrieten - H - IIAB, IIG
OCTAEDRIETEN (6.5 - 13 % Ni)
De meeste ijzermeteorieten zijn octaŽdrieten. OctaŽdrieten bestaan uit zowel kamaciet als taeniet. De kamaciet kristallen hebben in de octaŽdrieten vaak de vorm van octaŽders. Het verschil in nikkel- gehalte wordt zichtbaar gemaakt d.m.v. etsing waardoor de kamaciet lamellen een andere lichtere kleur krijgen dan de taeniet lamellen. De figuren die ontstaan worden de Figuren van Widmanstštten genoemd waarvan de grootte soms wordt gespecificeerd door middel van aanduiding van de bandbreedte. Op basis van de verschillende bandbreedtes worden octaŽdrieten ook onderverdeeld van grof naar fijn.
Grofste octaŽdrieten - Ogg - IIAB, IIG

Grove octaŽdrieten - Og - IAB, IC, IIE, IIIAB, IIIE

Middelfijne octaŽdrieten - Om - IAB, IID, IIE, IIIAB, IIIF

Fijne octaŽdrieten - Of - IID, IIICD, IIIF, IVA

Fijnste octaŽdrieten - Off - IIC, IIICD

'Plessiet' octaŽdrieten - Opl - IIC, IIF
ATAXIETEN (13 - 30 % Ni)
Ataxieten bestaan zo goed als geheel uit taeniet. Ataxiet betekent letterlijk 'zonder structuur', na etsing zijn geen Figuren van Widmanstštten zichtbaar.
Ataxieten - D - IIF, IVB
____________________________________________


naar boven

Naast de classificatie op basis van structuur worden ijzermeteorieten dus ook geclassificeerd op basis van chemische samenstelling:

IJZERMETEORIETEN
CLASSIFICATIE CHEMISCHE SAMENSTELLING

Een meer recente onderverdeling van ijzermeteorieten vindt plaats op basis van chemische samenstelling waarbij nikkel en sporenelementen als gallium, germanium en iridium bepalend zijn voor het onderscheid tussen de groepen. Ook wordt de aanwezigheid van antimoon, arsenicum, kobalt, koper, goud, thallium en tungsten gebruikt om de onderverdeling te verfijnen.

Groepen die worden aangeduid met een Romeins cijfer en een letter.

Aangenomen wordt dat de meteorieten in ťťn groep eenzelfde herkomst hebben. Dat de indeling niet volledig is blijkt uit het feit dat 15% van de meteorieten niet is te groeperen. Deze ongegroepeerde ijzermeteorieten hebben, naar wordt aangenomen, in meer dan 50 gevallen een verschillende herkomst.
_____________________________________________

IAB groep
Ruim 125 meteorieten bekend. Voornamelijk grove tot middelfijne octaŽdrieten zoals Campo del Cielo en Canyon Diablo.
IC groep
Iets meer dan 10 meteorieten bekend. Lijkt sterk op de IAB groep, meestal grove octaŽdrieten.
IIAB groep
Meer dan 100 meteorieten bekend. De IIAB ijzermeteorieten zijn geclassificeerd als hexaŽdrieten of grove octaŽdrieten. Tot deze groep behoort de Sikhote Alin meteoriet. Naar wordt aangenomen afkomstig uit de kern van een gedefragmenteerde C- type asteroÔde.
IIC groep
OctaŽdrieten met een fijne samensmelting van kamaciet en taeniet, slechts acht meteorieten bekend.
IID groep
Fijne tot middelfijne octaŽdrieten, circa 15 meteorieten bekend.
IIE groep
Circa 18 meteorieten bekend, grove tot middelfijne octaŽdrieten met ijzerrijke silicaat insluitingen.
IIF groep
Vijf meteorieten bekend, octaŽdrieten (met een fijne samensmelting van kamaciet en taeniet) en ataxieten.
IIG groep
Recent toegevoegde groep, hexaŽdriet of grove octaŽdriet.
IIIAB groep
De meest uitgebreide groep met meer dan 230 bekende meteorieten. Bestaat uit twee subgroepen, IIIA met meestal grove octaŽdriet en IIIB met een middelfijne structuur.
IIICD groep
Ruim 40 meteorieten bekend, meest fijne en middelfijne octaŽdrieten en ataxieten.
IIIE groep
Ruim 10 meteorieten bekend, lijkt sterk op de IIIAB groep.
IIIF groep
Circa acht meteorieten bekend, fijne en middelfijne octaŽdrieten met een laag nikkel gehalte.
IVA groep
Ruim 65 meteorieten bekend, meetstal fijne octaŽdrieten met een zeer laag gehalte germanium.
IVB groep
Circa 13 meteorieten bekend, extreem rijk aan nikkel en ataxieten.
Ongegroepeerde ijzermeteorieten
De groep bestaat uit meer dan 100 ijzermeteorieten die niet zijn onderzocht op chemische samenstelling en meer dan 95 die niet in ťťn van de 14 groepen is onder te brengen. Naar wordt aangenomen hebben de meteorieten uit de laatste categorie allen een unieke herkomst.


naar boven


C
Specificaties bij steenmeteorieten


naar boven

Naast de naam en classificatie worden bij steenmeteorieten vaak nog specificaties toegevoegd als (S), (W) of (WG) en (FA). Dit zijn aanduidingen voor de mate waarin de meteoriet onder invloed is geweest aan een inslag (S = shock), weersinvloeden en verwering (W = weathering of WG = weathering grade) en het moleculair percentage Fayaliet (FA).

(S) Shock
Bij een inslag op een grotere asteroÔde of planeet kan de meteoriet onder grote druk van structuur veranderen. Verandering treedt op bij plotselinge hoge druk (schok) van meer dan 5 GPa (1 Gpa = 10.000 bar). De verandering varieert van wijzigingen in de kristalstructuur tot versmelting. Samenklontering/ versmelting (engels = brecciation) die regelmatig gevonden wordt in kleinere gewone chondrieten is, naar wordt aangenomen, ontstaan in de periode dat de meteoriet nog deel uitmaakte van een grotere asteroÔde.

De schaal waarmee 'shock' wordt aangeduid is ontwikkeld door D. Stoffler, K. Keil en R. D. Scott: 

S1 Niet gewijzigd (tot 5 GPa).
S2 Licht gewijzigd (5-10 GPa). Afwisselende verkleuring onder gepolariseerd licht, onregelmatige breuken.
S3 Zwak gewijzigd (15-20 GPa). Breuken in olivijn onder gepolariseerd licht, donkere vlekken en smelt druppels (engels = melt pockets).
S4
____
Gemiddeld gewijzigd (30-35 GPa). Breuken in olivijn onder gepolariseerd licht, grotere donkere en onderling verbonden vlekken en smelt druppels (engels = melt pockets).
S5 Sterk gewijzigd (45-55 GPa). Grote plenaire breuklijnen en deformatie in olivijn, omzetting van plagioklaas in maskelynite, vorming van donkere 'smeltstromen' (engels = smelt veins).
S6 Zeer sterk gewijzigd (75-90 GPa). Olivijn geherkristalliseerd met gedeeltelijk omzetting in het mineraal ringwoodiet en omzetting van plagioklaas naar glas. 

Grotere druk zal de steen geheel doen smelten, aangeduid als 'impact melt'. Deze gesmolten stenen bereiken zelden de aarde en zijn dan ook een gewild verzamelobject.

(W) Weathering
Met verwering (engels = weathering) wordt zowel de chemische verwering in de meteoriet als de verwering aan de oppervlakte bedoeld door invloed van wind, water en temperatuur bedoeld. De schaal voor verwering is ontwikkeld door F. Wlotzka (1993):

W1
____
Geen aanwezigheid van oxidatie (roest van ijzerdeeltjes of troiliet, ijzer-sulfide).   
Meteorieten verkeren alleen in deze conditie vlak nadat ze zijn gevallen, zonder aan enige invloed te hebben blootgestaan.
W2 Kleine oxidatiesporten rond metalen insluitingen en troiliet, zeer beperkt roest in barstjes en scheurtjes.
W3 Behoorlijke aantasting van metaal door oxidatie (20%- 60% van de metaaldeeltjes).
W4 Volledige oxidatie van metaal en toiliet; silicaten nog niet aangetast.
W5 Beginnende aantasting van de ijzer/ magnesium silicaten.
W6 Sterke verwering van de silicaten en omzetting in kleiachtige mineralen en oxides.


(Fa) Fayaliet %
Voor een korte uitleg over het molecolair Fayeliet %, dat overigens met name wordt gebruikt voor determinatie en om te bepalen of de in de nabijheid van elkaar gevonden restanten tot ťťn en dezelfde meteoriet behoren, nog even een zeer globale samenvatting van de meest belangrijke mineralen waaruit meteorieten zijn samengesteld. Zoals beschreven bestaan meteorieten voornamelijk uit ijzer/ nikkel, silicaten, of een combinatie van beiden (steenijzermeteorieten). Er zijn vijf belangrijke groepen mineralen te onderscheiden in relatie tot meteorieten (Leonard, 1954):

1__ Nikkel- ijzer, bestaande uit kamaciet, taeniet en plessiet (plessiet is een samenstelling van kamasiet en taeniet). 
2 Olivijnen, voornamelijk fayaliet of fosforiet maar meestal een combinatie van beiden als een 'vaste oplossing' en daarom (Mg, Fe)2SiO4.
3 Pyroxenen, waaronder enstatiet, bronziet and hyperstheen (ijzer-magnesium silicaten) en enige anderen.
4 Plagioklaas/ veldspaten, een 'vaste oplossing', (Na, Ca) (Si, Al) 4O8.
5 Silicaten, SiO2.

Bij het fayalietpercentage gaat het om de olivijnen. Zoals vermeld bestaan olivijnen meestal uit een combinatie van fayaliet (Fe2SiO4) en fosforiet (Mg2SiO4) als een 'vaste oplossing' waarbij de verhouding kan variŽren tussen 0 en 100 % fayaliet. Het moleculair fayalietpercentage geeft dus feitelijk de verhouding tussen fayaliet en fosforiet weer.

Anders dan 'weathering en 'shock', waarbij de waarde ten opzichte van de schaal bepaald wordt op basis van deskundige beoordeling, kan het fayalietpercentage door middel van meting worden vastgesteld.

naar boven


C
Registratie en naamgeving


naar boven

De officiŽle benaming van meteorieten wordt vastgesteld door het '
Nomenclature Committee of the Meteoritical Society'. Indien classificatie en benaming zijn vastgesteld wordt de meteoriet gepubliceerd in 'The Meteoritcal Bulletin'. Publicatie kan worden gevolgd via de yahoo group van 'The Meteoritical Bulletin' (lidmaatschap noodzakelijk). Het archief (tot 1970) kan worden ingezien via de website van 'The Meteoritical Society'. Ook het Britse Natural History Museum heeft een online bestand met alle officieel erkende meteorieten.

Voordat een meteoriet kan worden voorgedragen aan het 'Nomenclature Committee of the Meteoritical Society' moet de meteoriet eerst worden geclassificeerd door een erkend instituut. Daarbij wordt ondermeer de petrologische typering beoordeeld. Omdat het om een beoordeling gaat wordt een meteoriet soms aan meerdere deskundigen gepresenteerd. Daarna wordt een slijpplaatje vervaardig van 0,03 mm dat wordt opgedampt met koolstof. Met behulp van dit plaatje wordt het gehalte aan metalen en het moleculair volumepercentage fayaliet gemeten. Een deel van de meteoriet, 20 gram of 20% bij kleine exemplaren, wordt bewaard als referentiestuk. De informatie kan nu, samen met de geografische coordinaten van de vindplaats, worden overgedragen aan 'The Meoritical Society'.

Omdat de procedure tijdrovend is, maar zeker ook omdat de vinder de exacte vindplaats niet bekend wil maken, wordt vaak gebruik gemaakt van tijdelijke namen in afwachting van bijvoorbeeld een officieel NWA-nummer. Van belang is uiteraard wel dat er deskundige classificatie plaatsvindt. Voordat de meteoriet is erkend door 'The Meoritical Society' is de meteoriet formeel niet geclassificeerd. OfficiŽle namen worden ontleend aan geografische kenmerken als dichtsbijzijnde stad, dorp, rivier of gebergte.

naar boven