terug naar menu

Marget Garden: Slag om Arnhem

Market Garden. Poolse militairen in de Slag om Arnhem

Luchtlanding bij ArnhemTV presentator Rob Trip deed op tv, samen met een historicus, verslag van de 60-jarige herdenking van het dramatische gevecht van de Britse en Poolse parachutisten rond Arnhem. De historicus vertelde, dat de Amerikaanse bevelhebbers de schuld van de mislukking aan de langzame Britten weten, die niet doorstootten nadat ze de brug bij Nijmegen in handen hadden gekregen maar thee dronken. Een wat clichématige beschuldiging. De Britten beriepen zich op een donkere nacht en op de tegenstand die zwaarder was dan verwacht. Intussen zaten de parachutisten rond Arnhem in het nauw en op hulp uit het zuiden te wachtten. Die kwam niet De parachutisten moesten terug de Rijn over. Velen verloren het leven of werden krijgsgevangen gemaakt. De Poolse 1e parachutistenbrigade werd wegens slecht weer ten zuiden van de Rijn bij Driel gedropt. Daar moest al direct slag worden geleverd. Ze kregen de opdracht om de resten van de Engelse 101 airbornedivisie, die bij Oosterbeek vastzaten, te helpen de Rijn over te steken. Velen kwamen tijdens de landing en bij de gevechten om.

Geallieerden passeren een brugEr was weinig bekend over de rol van de Polen die bij Arnhem vochten. Tijdens de herdenking werd verteld over een Pool die aan de Duitsers ontkwam en door een Britse patrouille werd doodgeschoten. Ze dachten dat hij Duits sprak: de meeste Polen spraken geen vloeiend Engels. De Polen hadden de naam harde vechters 'met het mes tussen de tanden' te zijn. Toch keken Britse officieren op de Polen neer. Ze zagen hen als onbeschaafde boeren. Misschien is dat de reden dat ze aan de rand van de Britse militaire begraafplaats in Oosterbeek begraven liggen. Dramatisch was dat de Polen, die eerder naar het Westen waren gevlucht en hevig vochten voor de bevrijding, na het einde van de oorlog niet door de Russen, die Polen hadden veroverd, in hun vaderland werden toegelaten.

Luchtlandingen bij ArnhemDe toenmalige Britse legerleider generaal Browning ontsloeg, na de slag om Arnhem, de Poolse generaal-majoor Sosabowski. Volgens de Britse (oud)brigademajoor Tony Hibbert wees generaal Browning Sosabowski aan als zondebok voor zijn eigen falen. Nederland heeft op 31 mei 2006 de Poolse strijders gerehabiliteerd en met de Willemsorde onderscheiden. Toen Hibbert daarvan hoorde richtte hij een comité op en zamelde geld in. De Britse veteranen hebben zelf, waar de Britse overheid dat tot dan toe naliet, op 16 september 2006 aan de Poolse parachutisten excuses aangeboden voor de woorden van generaal Browning en een monument in Driel opgericht.

Voorafgaande aan de slag bij Arnhem was er een meningsverschil tussen de Britse Veldmaarschalk Montgomery en de Amerikaanse opperbevelhebber Dwight Eisenhower. Montgomery wilde met Market Garden, een risicovolle operatie met een doorstoot vanaf Eindhoven tot over de bruggen bij Nijmegen en Arnhem, een snelle aanval uitvoeren naar het hart van Duitsland. Eisenhower was voorstander om eerst de Scheldemonding te veroveren en de aanvoer via Antwerpen mogelijk te maken. Montgomery kreeg zijn zin. De doorstoot naar Arnhem mislukte. Achteraf was het Montgomery duidelijk, dat hij zich beter op de verovering van de Scheldemonding had kunnen richten toen de ongeschonden Antwerpse Gevangen genomen geallieerde soldatenhaven in handen van de geallieerden viel. De geallieerden zouden direct in het bezit zijn gekomen van een kortere bevoorradingsroute. Het terugtrekkende Duitse leger had omsingeld kunnen worden. Het Armeeobercommando 15, onder bevel van Generaal von Zangen, kon nu bijna geheel, via de havens van Terneuzen en Breskens, uit de greep van de geallieerden ontsnappen. Dit leger werd in Brabant ten noorden van Antwerpen en bij Tilburg en 's-Hertogenbosch ingezet. Bovendien kregen nu de Duitse verdedigers rond de Scheldemond de tijd om zich stevig in te graven in moeilijk te veroveren stellingen. Het maakte het zuiveren van de Scheldemonding tot een hachelijke zaak. Omdat Market Garden een grote inzet vroeg van geallieerde troepen en vooral van de luchtmacht kon de aanval pas later worden ingezet.

De bevelstructuur van de geallieerde troepen was gecompliceerd. Amerika en het Verenigd Koningrijk maakten de dienst uit. Weliswaar was generaal Eisenhower de opperbevelhebber en Montgomery aan hem ondergeschikt, hij moest om de legereenheid te bewaren toch rekening houden met de Britse bevelvoerder. Na de verloren slag bij Arnhem gaf Veldmaarschalk Montgomery de hoogste prioriteit aan de verovering van de Westerscheldeoevers.

Poolse militairen waren voor de bevrijding van Nederland bij meer gevechten betrokken, o.a. bij Breda en Axel in Oost-Zeeuws-Vlaanderen (de slag bij Axel).

Piet Scheele.


mailto: pscheele@chello.nl

naarboven

Of verder naar:

Strijd om Westerschelde Slag om Axel Slag om West-Zeeuws-Vlaanderen Strijd om Zuid-Beveland Strijd om Walcheren