terug naar menu

4-daagse strijd om Axel

Slag om Axel

Boerderij onder waterTussen 15 en 20 september 1944 leverde de 3de Poolse Infanterie Brigade, onder bevel van Kolonel Zdzislaw Szydlowski, vier dagen strijd met de Duitsers om Axel in Oost-Zeeuws-Vlaanderen. Een Poolse (oud)-strijder vertelde, dat hij na Normandië niet meer zo heftig had gevochten. De inzet van de strijd was om de haven van Antwerpen als aanvoerhaven te kunnen gebruiken. De strijd was zwaar. Dat bevestigen oude foto's, die een aantal dagen na de strijd in 1944 rond Axel zijn genomen. Het valt ook te lezen uit het verslag van kolonel Z.M. Szydlowski en in de brief van Adam Jedrzejowicz van het 10e Reg. Dragonders. Daaruit en uit eigen herinnering is geput, later aangevuld met gegevens van J. Geensen (Heikant).

Inundatie van het 1e PlaatjeNa slopende gevechten in Normandië, de succesvolle opmars in Noord-Frankrijk en de triomfantelijke tocht door België, waren de geallieerde troepen de Nederlandse grens dicht genaderd. Het Duitse leger (het Armeeobercommando 15), dat voor de geallieerde troepen uitvluchtte, zette op 8 september 1944, na de val van Antwerpen op 4 september, een verdedigingslijn in België op achter het Leopoldkanaal tussen Zeebrugge en Brugge. Het Duitse front liep verder vanaf het Gentsekanaal, langs Moerbeke, Stekene en in Nederland het geïnundeerde gebied in Oost-Zeeuws-Vlaanderen. Daar hield het Duitse leger stand en verdedigde heftig het gebied. Het maakte het Armeeobercommando 15 mogelijk om, met uitzondering van de verdedigers, via de Westerscheldehavens Terneuzen en Breskens uit de omsingeling te ontsnappen en posities in te nemen in Noord-Brabant ten noorden van Antwerpen. Ze beletten dat de geallieerden Antwerpen als aanvoerhaven konden gebruiken.

In Axel, Oost-Zeeuws-Vlaanderen, was op 14 september 1944 aan het gerommel van artillerie in de verte tehoren dat er dichtbij gevochten werd. De dagen ervoor trokken in de nacht colonnes ongeorderde vluchtende haveloze Duitse troepen te voet, op de fiets of met kar en paard, door Axel naar de haven van Terneuzen. Was je fiets niet verstopt dan was je hem kwijt. De Duitse soldaten vroeger om water en wilden weten hoe breed de Westerschelde was. Als ze hoorden dat het een kilometer of zeven was, zag je hun gezicht betrekken. Mijn (latere) schoonmoeder, Maria van de Wege-Deij, die na lang bonzen op de deur uit De inundatie langs de Kinderdijkbed kwam en angstig open deed, verbond een aan de arm gewonde Duitse soldaat. Maar zo ongeordend en haveloos als we dachten waren die troepen niet. We wisten niet hoe haveloos frontsoldaten eruit zagen. Tot dan toe hadden we alleen goed geklede Duitsers gezien. Bij Axel was door de Duitsers een 'grens' getrokken (absperrlinie) waar de troepen niet over mochten zonder toestemming van Generaalluitenant Hans Kurt Höcker, die leiding gaf aan het overzetten in Terneuzen. Daarmee voorkwamen de Duitsers dat bij het overzetten over de Westerschelde troepenconcentraties en chaos bij de haven ontstonden.

De 10e Poolse Pantserdivisie, onder bevel van Majoor-Generaal Stanislaw Maczek, had in het gebied rond Gent in België gevochten. Maczek gaf aan de hoofdmacht van de 3de Poolse Infanterie Brigade, onder leiding van Kolonel Zdzislaw Szydlowski, de opdracht Axel te veroveren en de weg vrij te maken naar de haven van Terneuzen en naar de Westerschelde. Ten zuiden van Axel waren de landerijen langs het kanaaltje Axel-Hulst onder water gezet en de bruggen opgeblazen. Zwaar materieel kon er moeilijk opereren. Inunderen was geen uitvinding van de Duitsers en voor Axel niet nieuw. In zijn boek Maurits van Nassau beschrijft A. Th. van Deursen dat prins Maurits, de zoon van Willem van Oranje, in juli 1586 als 19-jarige, met de Engelsman Sir Philip Sidney leidinggevend aan drieduizend soldaten, Axel veroverde op de Spanjaarden. Een veertigtal soldaten zwom met ladders de gracht over en veroverden een poort. De stad viel in Nederlandse handen waarna het omringende land onder water werd gezet.

De opgeblazen brug bij AxelEen compagnie van het Poolse 9e bataljon Jagers (onderdeel van de 3e Brigade Jagers) bevrijdde op zaterdag 16 september 1944 Zuiddorpe, een dorp vier kilometer ten zuiden van Axel. Een groep verkenners werd naar Drieschouwen gestuurd, ongeveer een kilometer van Axel. Ze werd beschoten en leverde een fel gevecht. Een compagnie Jagers kwam ten noorden van Zuiddorpe onder kruisvuur te liggen uit de remise van de ZVTM (Zeeuws-Vlaamse Tramweg Maatschappij) in Drieschouwen en onder artillerievuur vanuit Westdorpe. Twee Poolse soldaten sneuvelden en meerdere werden gewond. Om 16.00 uur nam het Poolse leger Drieschouwen in.
Ze zond een patrouille verkenners over de Kinderdijk naar Axel. Door de inundaties en de diepe Kleine Kreek lag de Kinderdijk aan beide zijden tussen water. Veel dekking was er niet en vanuit Axel hielden de Duitsers de weg onder schot. Toch bereikte de patrouille de opgeblazen brug vlak voor Axel. Onder zwaar vuur groeven ze zich in. Aan de andere kant van de brug deden de Duitsers hetzelfde. Een compagnie Jagers viel om 17.00 uur met lichte tanks de Duitse stellingen bij de brug aan om de daar ingegraven soldaten te ontzetten. Ze kwamen onder vuur van machinegeweren, mortiervuur en 'sturmgeschütz' (gemoderniseerd geschut op rupsbanden) en van sluipschutters. Het kostte de compagnie binnen enkele minuten 4 doden en veel gewonden. Ze moest zich op Drieschouwen terugtrekken. 's Nachts deed ze een uitval om de achtergebleven gewonden te redden. De hele nacht werd er van beide zijden gepatrouilleerd.

De Poolse pantserartillerie nam de zuidrand van Axel onder vuur. Het zware geschut stond opgesteld in (op) de Koewacht o.a. in de Karnemelkpolder. Een man uit Koewacht vertelde: 'Het daverde van het kanongebulder. Het zwaarste onweer is niets in vergelijking met dit lawaai'. Vanuit de watertoren, tussen Drieschouwen en Axel, werd het artillerievuur geleid. Niet alleen de zuidrand van Axel lag onder vuur. Als zeventienjarige jongen woonde ik met broer Kees en zus Janneke van 7 kinderen nog thuis bij mijn ouders, Karel Scheele en Christina Maria Martin, op Nieuwendijk 42 aan de noordkant van Axel. M'n oudste zus Marie, haar man werkte als 'gastarbeider' in Duitsland, was met haar zoon Rinus ter 'bescherming' naar het ouderlijk huis gekomen. Achter de woning lag een tramlijn en aan het begin van de straat 150 meter naar het centrum de (toenmalige) spoorlijn Terneuzen-Mechelen. Plotseling scheerder op zaterdag 16 september drie geallieerde vliegtuigen (Typhoons?) over het huis en wierpen bommen. De bommen kwamen o.a. terecht in een weiland voor het huis. Ruiten sneuvelden maar niemand werd gewond, alleen een koe van melkboer Johan Boer overleefde het niet. In de Nieuwstraat werden een paar huizen geraakt bij de Chr. lagere school. Er vielen doden. Angst gaf voeding aan de neiging om het voor ons gevoel gevaarlijke gebied te ontvluchten, zeker toen de buren vertrokken. We vluchtten naar de Oudeweg die meer oostelijk lag. Veiliger was het er niet: de Poolse Artillerie beschoot ook daar de omgeving. Een granaat plofte tegen een muurtje van het huis waar we dekking zochten, maar ontplofte niet. Die onontplofte granaat voor de deur gaf de motivatie om verder te vluchten, de Beoostenblijsestraat van de Beoostenblijpolder in.

Nauwelijks honderd meter in de Beoostenblijsestraat sloegen opnieuw de granaten in. We zochten dekking in een droge sloot. Niet veilig voor granaten die boven de grond ontploffen (kartetsgranaten). Een buurman, Lowie Keijzer, werd licht gewond. Nadat het schieten ophield en het donker werd zochten we beschutting in de grote schuur van de boerderij Het Looses Hof van 'herenboer' Kees de Putter. Het dak van de schuur van de boerderij was door een granaat getroffen; er zat een groot gat in. Een groep Poolse verkenners namen in de nacht een kijkje in de schuur. Ze deelden sigaretten uit en verdwenen. In de schuur lag een gewonde Duitse militair, die verzorgd werd door een jonge vrouw die bekend stond met Duitse soldaten te 'verkeren'. Ze lieten de gewonde Duitser en zijn verzorgster ongemoeid.

Het 10e Regiment Dragonders, onder bevel van Ritmeester Kownas, bereikte die zaterdag om 16.00 uur het kanaal Axel-Hulst oostelijk van Axel bij de kapotte brug aan de Tweede Verkorting. Het was een smal kanaal, maar door de inundaties was het tot de randen gevuld met water. Ten zuiden van het kanaal liepen vier meest smalle landwegen (verkortingen) door de inundaties. Een groot deel van het Regiment stak, in de buurt van het Tweede Plaatje, de sector Duboch, met achterlating van zwaar materieel via een snel door de Genie getimmerde voetbrug, met rubberbootjes en zwemmend, het kanaal over. De sector Duboch werd aangeduid naar een boerderij aan de Hulsterseweg van (toen) Willem Leendert den Hamer, nu bekend als Duboishoeve. De Kapotgeschoten huizenbevoorrading van de Eskadrons moest worden verzorgd via bootjes of zwemmend. De Duitsers hielden het kanaal niet continu bezet, maar opserveerden het o.a. vanuit de 60 meter hoge toren van de basiliek in Hulst. De torenspits overleefde de strijd niet. Er zit nog steeds een hakenkruis in de vloer onder de nieuwe torenspits door Duitse waarnemers gekerfd. Het 2e Eskadron Dragonders nam stelling aan de Armendijk ten Westen van Kijkuit en het 3e Eskadron in de buurt van het Tweede Plaatje. Het 1e Eskadron Dragonders, onder leiding van Ritmeester Giery, stak de Armendijk over, ging te voet de Lange Dreef in en kwam zonder veel tegenstand zo'n 4 km verder bij het boerderijtje van Levien Scheele, Steenovens 1, bij de kruising Zaaidijk-Pouckedijk (Bokkendiek) en de weg naar Steenovens en groef zich in. Duitsers, die het kruispunt wilden passeren, werden verrast en weggemaaid. Door het ontbreken van radioverbinding zond Giery koeriers naar Kowzas om zijn positie door te geven en orders te vragen. Inmiddels hadden de Duitsers achter de positie van het 1e Eskadron Dragonder de kruising Lange Dreef-Beoostenblijsestraat herbezet. Het Eskadron dreigde te worden afgesneden. Boer Levien Scheele, die de omgeving goed kende bood aan om de koeriers te begeleiden. Inclusief de Belgische tolk die bij het Eskadron ingedeeld was, slopen vier mannen door landerijen, sloten, watergangen en langs het taluud van een kreek naar de commandantpost van Kownas. Ze kregen de opdracht om zich terug te trekken naar het begin van De Lange Dreef. Nog voor het licht werd trok het 1e Eskadron, beschoten door de Duitsers, zich terug op de boerderij van Jan de Putter in het zuiden van de Lange Dreef.

In de avond had de Genie geprobeerd bij het Tweede Plaatje een brug te bouwen om tanks, antitankwapens, carriers (stalen voertuigen op rupsbanden) en ander zwaar materieel over te zetten. De Genie had om 01.00 uur in de nacht op zondag 17 september net een brugdeel klaar en was bezig het naar de overkant te schuiven toen de Duitse artillerie de bruggenbouwers en de kanaalovergang hevig onder vuur nam. Het brugdeel werd, met een carrier er op, stuk geschoten. Ritmeester Kownas gaf zijn Dragonders de opdracht om het bruggenhoofd in handen te houden. Zonder zwaar materiaal was dat een groot risico. Mogelijk onderschatte hij de kracht van de Duitsers of was door de triomfantelijk snelle tocht door Noord-Frankrijk en België minder voorzichtig geworden. Het gebied werd verdedigd door de Duitse 712 Infanterie Divisie onder bevel van Generaal-Luitenant Friedrich-Wilhelm Neumann. In Hulst had Neumann de beschikking over een mobieleEen afgebrande boerderij antitankcompagnie Panzer-Jäger-Abteilung 712 en Grenadiersregiment 745 (G.R 745) onder bevel van Oberst Rudolf Wüst en verder naar het westen Grenadiersregiment 732 (G.R 732) onder bevel van Oberst Oskar Rädler. De gehele nacht lag het bruggenhoofd onder vuur. Er ontstonden branden bij in puin geschoten boerderijen. Zeventien boerderijen en meerdere huizen gingen die nacht aan de Armendijk, tussen Kijkuit en het Tweede Plaatje, in vlammen op.

Het boerderijtje van Jaspert Verplanke aan de Hulstersweg bij de Tweede Verkorting lag bij het treffen tussen Polen en Duitsers in de vuurlinie. Terwijl hij met zijn gezin in de kelder van de woning dekking zocht barstte er boven hen een hevig gevecht los. Nadat het even stil werd waagde Verplanke het voorzichtig een kijkje te nemen. Rondom de boerderij lag het vol met gewonde, stervende en gesneuvelde Poolse militairen. Zo goed en zo kwaad als het ging probeerde hij en zijn zoon, met gevaar voor eigen leven, de gewonden te helpen, maar moest de kelder weer invluchten toen ze door Duitsers werden beschoten. Er verschenen Duitse pantserwagens en nadat de Duitsers de boerderij bezet hadden schoot de Poolse artillerie de boerderij in brand. Kruipend kon Verplanke met zijn gezin de brandende boerderij ontvluchten. Ze brachten het er levend af.

In de vroege ochtend van 17 september was er op het bruggenhoofd het ratelen van rupsbanden te horen. Het Duitse Grenadiers Regiment 745 viel aan onder dekking van een zware mist met pantserwagens en 'sturmgeschütz' gesteund door artillerie. Volgens een verslag van het Duitse hoofdkwartier moest 'een vijandelijk ingesloten bataljon vernietigd worden'. Het Poolse 2e Eskadron Dragonders dat oostenlijk bij Kijkuit lag en het 3e Eskadron Dragonders in het westen bij het Tweede Plaatje trokken zich onder zware druk terug. De radioverbinding was slecht. Het 1e Eskadron Dragonders wist niet dat de andere Eskadrons terugtrokken. Door de dichte mist konden de Duitsers ongemerkt tot vlak bij de stellingen komen. In man tegen man gevechten werden de Polen uiteengeslagen en moesten zich onder hevig vuur terugtrekken. Bij het ontbreken van antitankgeschut, pantserwagens en tanks verdedigden de Dragonders zich met geweren en handgranaten. Veel soldaten van het 1e Eskadron sneuvelden. Onder het onophoudelijke vuur van de Duitsers zochten de resten van het Eskadron zwemmend en via touwen, met hulp van Jan Kijkuit had het zwaar te verdurende Putter, een terugweg over het kanaal. De te hulp geschoten compagnie Jagers en een Eskadron Pantserjagers konden vanuit de zuidoever van het kanaaltje de Dragonders bij het ontbreken van een brug niet ontzetten. De dikke ochtendmist en de rook van de granaten maakten gericht schieten onmogelijk. Volgens Adam Jedrzejowicz van het 10e Regiment Dragonders verloor het 10e Regiment die nacht en ochtend 116 man aan doden en werden er 30 Polen gevangen genomen. Het aantal gewonden was groot. Het Regiment werd voor hergroepering en om te rusten naar Koewacht teruggetrokken. In een oorlog telt de overwinnaar: de commandant van het Regiment Dragonders, Ritmeester Kownas, werd van zijn functie ontheven, de Duitse Generaal-Luitenant Neumann ontving op 16 oktober 1944 van Hitler het Ridderkruis.

De Polen zowel als Duitsers patrouilleerden op maandag 18 September rond het kanaal. Aan beide zijden vielen daarbij doden en gewonden. Onder dekking van ochtendmist trok een Poolse patrouille over het kanaal bij de kapotte brug ten zuiden van Kijkuit aan de Derde Verkorting. De patrouille schatte de sterkte van de Duitsers op een Compagnie. Het leek gunstig om daar een nieuw bruggenhoofd te forceren. Het 8th Polich Infantry Battalion, gesteund door het 10th Polish Mtd. Rif. Regiment en artillerie, stak om 16.00 uur vanuit de richting Absdale het kanaal over bij de opgeblazen brug ten zuiden van Kijkuit (de nieuwe brug heet nu de Gdyniabridge). De Genie kreeg het bevel om een baileybrug te bouwen om zwaar materieel naar de overkant te brengen. De gehele nacht lag de bouw van de brug en het bruggenhoofd onder artillerie- en mortiervuur en oefenden de Duitsers druk uit op het bruggenhoofd. Het materiaal voor de brug moest worden aangevoerd over een kilometer lange smalle weg tussen onder water staande of op zijn minst drassige velden. Een rij bomen aan beide kanten van de weg en de muren van een café bij de brug boden een minimale dekking. Een Poolse compagnie sloeg een aanval van de Duitsers vanuit Luntershoek (westelijk van Hulst) af en wist het bruggenhoofd te behouden. Onder de aanvallen werd de bouw van de brug voortgezet.

In de ochtend om 06.30 uur op dinsdag 19 september was de brug klaar. Onder dekking van opnieuw zware ochtendmist trokken twee Eskadrons Pantserjagers (Jagers van Podhale) over de brug. Op het bruggenhoofd gingen de Poolse troepen tot de aanval over. Gesteund door pantserwagens rolden ze de Duitse Improvisorische graven van Poolse soldaten verdediging op en bezetten het Tweede Plaatje (de sector Dubosch). Vijf Polen vonden daarbij de dood. De strijd was nog niet gestreden. Een Bataljon Jagers dat de brug wilde passeren kwam onder zwaar vuur. Twee pantserwagens werden getroffen en belemmerden enige tijd de doorgang. Pas toen die waren verwijderd was de brug weer vrij.

Een 1e groep van de Jagers trok naar het gebied rond de boerderijen Lusthof en Het Looses Hof (de boerderij waarin wij bescherming zochten) in de Beoostenblijpolder aan de noordoostkant van Axel en braken de tegenstand. Bij boerderij Lusthof van Saam de Putter, tegenover Het Loses Hof, bood een groep Duitse mitrailleurschutters tegenstand. Poolse tanks schoten de Lusthof in brand en vernietigden het mitrailleursnest. Een 2e groep van de Jagers vorderde slechts langzaam. Ze werd opgehouden door Duitsers die zich in boerderijen en inundaties verschansten en voor het verzorging van eigen Dragonders, die het eerste bruggenhoofd hadden gevestigd en zich na het dramatische gevecht met de Duitsers verborgen hadden gehouden. Met de 1e groep veroverden ze de wegkruising bij de (toen nog bestaande) spoorwegovergang in Axel en de boerderij Nooit Gedacht van boer Kees Dekker aan De Tol ten noorden van Axel. Omstreeks 12.00 uur werd Axel door de Polen bevrijd. De Duitsers waren gedemotiveerd en gaven zich over of trokken terug. 21 Axelse burgers overleefden de gevechten niet. Veel materieel werd door de Polen buitgemaakt en vele Duitsers gevangen genomen. Het is dramatisch als legeronderdelen door eigen troepen worden beschoten. Het bleef de Polen niet bespaard. Een compagnie Pantserjagers zuiverde het gebied rond de Axelse Sassing. Ze hadden veel Duitsers gevangen genomen en vorderden zo snel, dat de radioverbinding met de hoofdgroep verbroken werd. Mogelijk door het grote aantal Duitse gevangenen, werden ze door een eigen legeronderdeel voor Duitsers aangezien en beschoten.

Door de Duitsers achtergelaten kanonnen.De weg naar de haven van Terneuzen en naar de Westerschelde lag open. Op woensdag 20 september werden Zaamslag en Terneuzen bevrijd. De Duitsers waren na de vierdaagse veldslag uit elkaar geslagen en boden geen georganiseerde tegenstand meer. In de haven van Terneuzen was het dringen om naar de overkant te komen. Voor zover ze zich niet overgaven probeerden ze in bootjes en schepen de overkant van de Schelde te bereiken beschoten door Poolse tanks. Lang niet allen bereikten de overkant. De resten van de Duitse 712 Infanterie Brigade poogde via Isabellasluis, de verbinding tussen het Leopoldkanaal en de Braakman, naar West-Zeeuws-Vlaanderen te ontsnappen. Die weg lag onder vuur. Philippine werd op 21 september bevrijd door de 4th Canadian Armoured Divisie. De resten van de Duitse Grenadiers Regimenten 745 en 732 (1242 Duitse manschappen) zaten vast tussen het kanaal van Terneuzen-Gent en de Braakman. In de nacht van 20 op 21 september werden zij met schepen van de kriegsmarine over de Braakman naar West-Zeeuws-Vlaanderen gebracht en via Breskens overgezet naar Vlissingen. Oost Zeeuws-Vlaanderen was bevrijd.

Veel Poolse soldaten waren gesneuveld of zwaar gewond. Van de zwaar gewonde Dragonders zijn er 37 alsnog in Belgische ziekenhuizen in Maldegem en Lommel overleden. De 22 Polen, die op de boerderij van Jaspert Verplanken zijn gesneuveld en in een massagraf werden begraven, zijn herbegraven op de algemene begraafplaats in Axel. De meeste gesneuvelde Polen zijn herbegraven op de Poolse militaire begraafplaats bij Breda: Breda is op 29 oktober 1944 eveneens door Polen bevrijd. Volgens het Duitse hoofdkwartier zijn er 183 Duitse soldaten gesneuveld en raakten er 1173 in gevangenschap. De gesneuvelde Duitsers zijn in Ysselstein herbegraven.

Met het innemen van Terneuzen kwam een eind aan het overzetten van Duitse troepen vanuit Terneuzen (in Breskens ging het overzetten nog tot 22 oktoberr door). De Duitsers hadden in totaal, naast 10 veerboten, 155 andere schepen ter beschikking. Tussen 11 en 14 september werd in Terneuzen de Duitse 346e Infanterie Divisie, tussen 14 en 18 september de 59e Infanterie Divisie en tussen 16 en 20 september de 712 Infanterie Divisie overgezet, die respectievelijk werden ingezet ten noorden van Antwerpen, bij Tilburg en 's-Hertogenbosch. De overtocht werd beveiligd door afweergeschut bij de havens en door het op schepen en lichters gemonteerd geschut. Het belette niet dat 32 schepen door vliegtuigaanvallen tot zinken werden gebracht of onherstelbaar beschadigd. In het begin van de aanvallen op de veerponten waren er weinig vliegtuigen beschikbaar. Het merendeel werd ingezet bij de luchtlandingsoperatie bij Arnhem, die op 17 september 1944 begon.

Piet Scheele.


mailto: pscheele@chello.nl

naarboven

Of verder naar:

Strijd om Westerschelde Poolse militairen in de Slag om Arnhem Slag om West-Zeeuws-Vlaanderen Strijd om Zuid-Beveland Strijd om Walcheren