terug naar menu


Kapitein Westerling

Saluwesi, een mooi land.

Met een resoluut gebaar tilde Kapitein Raymond P.P. Westerling (alias de Turk) het afgehakte hoofd van een bendeleider aan de haren uit de prullenbak naast zijn bureau, om een tegenstribbelende bendeleider te overtuigen dat hij beter kon meewerken. Een militair, die al langer in Medan op Sumatra was gelegerd, vertelde ons het gruwelijk verhaal alsof het gisteren was gebeurd. Maar Westerling was al op 3 juli 1946 uit Medan vertrokken. Het leek ons, baroes (nieuwelingen), een sterk en ongelooflijk verhaal. Het verhaal was de kennismaking met de naam van kapitein Westerling. Voor zijn vertrek uit Medan had Westerling de leiding over het Detachement Speciale Troepen, een commando-eenheid voortgekomen uit de No 2 Dutch Troop. Na de capitulatie van Japan, op 15 augustus 1945, was Westerling op 14 september 1945 boven het vliegveld van Medan gedropt met de opdracht om luitenant-ter-zee Brondgeest van de Nefis (inlichtingendienst) te versterken, die al eerder bij Medan was gedropt om Nederlanders en IndiŽrs (Inlandsche mensen) uit de kampen te bevrijden, te beschermen en een militair politiekorps (Amfor) te organiseren uit voormalig krijgsgevangenen; Ambonezen, Menadonezen, Indische Nederlanders, enz. Westerling vormde uit de inlandse bevolking een net van spionnen en bestreed vaak in nachtelijke acties op weinig zachtzinnig wijze de Nationalisten, ander groeperingen en de verschillende benden die verantwoordelijk waren voor moord en doodslag. Na 14 oktober 1945 werkte zijn groep voor de Britse 26e Indian Division, onder bevel van generaal T.E.D. Kelly, dat inmiddels in Medan gearriveerd was. Hij bleef echter zelfstandige acties uitvoeren op basis van de informaties van zijn spionnen. Dat eigen oorlogje waardeerde het Britse leger niet. Westerling werd onder drang van de Britten uit de Nefis ontslagen wegens 'een uit de hand gelopen ondervraging van een Chinees'. Hij kwam in juli 1946 in Batavia (Jakarta) waar hij in dienst trad bij het KNIL (Koninklijk Nederlands Indisch Leger). Daar werd hij commandant van het Depot Speciale Troepen, later Korps Speciale Troepen.

Er deden meer sterke verhalen de ronde. Eťn van onze vliegtuigen, een pipercub (een klein vliegtuigje), dat verkenningen boven de demarcatielijn uitvoerde, was neergestort in het gebied van de Indonesische tegenstander. De piloot werd gevangen genomen, tentoongesteld en door de straten van dorpen gereden. Zijn geslachtsdelen werden afgesneden en hij werd onthoofd. Ook dat leek ons een sterk verhaal en niet vrij van propaganda. Wel vestigde zich het beeld van een wrede tegenstander. Onder moeilijke omstandigheden en als je jong bent ben je gemakkelijk te beÔnvloeden. Wij stonden vrij welwillend tegenover de bevolking. Over IndonesiŽ wisten we vrijwel niets. Door de legerleiding was een boekje uitgereikt met summiere gegevens over IndonesiŽ en met wat Maleise woorden. Wat we zagen waren gekleurde mooie kleine vriendelijke mensen, vooral als ze jong waren, . Soms wat onderdanig als nasleep van het koloniale tijdperk.

Vůůr de eerste politionele actie in 1947 kregen we ook rond Medan te maken met bestandsschendingen; overschrijdingen van de demarcatielijn door Indonesische strijdkrachten en/of bendes. Door de legerleiding werd dat bestreden door ook ons 's nachts op patrouille te sturen. De eerste keer waren we erg gespannen. Het gaf een gevoel van veiligheid dat militairen van het Een foto van kapitein Westerling. KNIL aan de patrouille deelnamen. Dat waren ervaren en geharde militairen. We schrokken van hun manier van ondervraging van een IndonesiŽr, die ze niet vertrouwden. Omdat hij op hun vragen niet antwoordde gaven ze hem klappen, zetten hem tegen een wand en schoten er vlak langs.

Kapitein Westerling werd, vooral over zijn optreden in Zuid-Celebes, beschuldigd van oorlogsmisdaden. Onder zijn leiding was het Korps Speciale Troepen op 5 december 1946 naar Zuid-Celebes (Sulawesi) gestuurd. We hoorden er weinig over. Kranten hadden we niet, soms een radio. Daarin werd niets onwelgevalligs over Nederlandse militairen gezegd. Trouwens ook niet in Nederland, met uitzondering van sommige bladen waaronder het communistische De Waarheid en het socialistische weekblad Vrij Nederland. In Nederland hoorden ze berichten over gewelddadige zuiveringen in Zuid-Celebes met duizenden doden. Westerling werd er van beticht er een geheel eigen methodiek op na te houden met standrechtelijke executies en het platbranden van kampongs. In het omvangrijke 'Het Koninkrijk der Nederlanden in de Tweede Wereldoorlog' schrijft historicus dr. Lou de Jong, dat Westerling persoonlijk velen heeft doodgeschoten. In enkele gevallen liet hij kampongbewoners twee aan twee worstelen, waarna de verliezer werd geliquideerd). De berichten verbijsterden de Nederlandse autoriteiten. Westerling was met zijn Korps Speciale Troepen naar Celebes (Sulawesi) gezonden om de chaos op te lossen. Pemoeda's (revolutionaire jongeren) rampokkers (rovers) en andere groepen vochten met elkaar om de overhand. Elke nacht werd er geschoten en vielen er, ook burgerlijke, slachtoffers. De TNI, het officiŽle Indonesische leger, had er niet veel te vertellen. Westerlings opdracht was de verschillende benden uit te schakelen en de rust te herstellen. Bij die opdracht hoorde, dat Westerling het 'standrecht' mocht toepassen zonder dat dit nader werd omschreven. Zestig jaar later vertelden in het tv-programma Andere Tijden, onderofficieren van het Korps, die direct onder Westerling dienden hoe het er toe ging. Westerlings inlichtingendienst nam een flink aantal bendeleden met hun leiders gevangen. Een klein aantal werd vrijgelaten met de opdracht terug te komen met de namen van andere bendeleden en hun leiders. Deden ze dat niet dan werd de rest geliquideerd. Zo werden ze 'gedwongen' om te spionneren. Het gaf hen ook de kans om vetes te beslechten door ook de namen van hun vijanden op de lijst te zetten. Op die wijze kwam Westerling aan een lange lijst met namen van leden van benden. Soms werd een grote groep gevangenen op een veld neergezet. Westerling vouwde een houten stoel en tafeltje uit, legde twee revolvers voor zich, riep de gevangenen ťťn voor ťťn bij zich, vroeg naar de naam en als die op de lijst stond schoot hij de man met ťťn van de revolvers ter plekke dood. De lichamen werden in de kali (rivier) gegooid. Het gevolg was, dat in de drie maanden dat Westerling op Sulawesi verbleef de rust werd hersteld. Toen de berichten de legerleiding bereikten mocht Westerling en het Korps Speciale Troepen niet meer met een blanco volmacht optreden. Westerling werd voorgesteld als een roverhoofdman te midden van zijn eigen bende, die alleen naar zijn superieuren luisterde als het hem uitkwam.

Door de militairen, die onder hem dienden, werd Westerling op handen gedragen. Zij gingen voor hem door het vuur. Westerling werd in begin 1946 voorgedragen voor de Bronzen Leeuw. Hij heeft hem nooit gekregen. Het was de vraag of Westerling zelfstandig handelde, of dat hij handelde in opdracht van de legerleiding en met name van de legercommandant in Nederlands-IndiŽ, generaal Spoor. Hoewel Spoor goed met Westerling op kon schieten ontsloeg hij hem in oktober/november 1948 uit het KNIL. In latere berichtgevingen worden allerlei redenen voor dit ontslag genoemd. Er zou teveel kritiek uit Nederland komen. Een andere veronderstelling was, dat Spoor hem voor een eigen plan wilde gebruiken.

Spoor zou met de gedachte van een staatsgreep rondlopen. Bij een staatsgreep zou ongetwijfeld de Nederlandse regering (en anderen) een embargo op wapenleveranties enz. instellen en dat zou problemen opleveren bij de bevoorrading. Ondenkbaar is niet, dat de overplaatsing van Kapitein Westerling naar Jakarta op 4 maart 1947 een onderdeel van dat plan vormde. In oktober/november 1948 nam Westerling ontslag bij het KNIL , of werd door Spoor gedwongen om ontslag te nemen. Westerling richtte een eigen leger op: de APRA (Angkaton Perang Ratu Adil, Strijdkrachten van de Vorst van het Recht). Jeroen Kuypers schreef later in een artikel, dat Spoor Westerling officieel ontslag liet nemen, zodat hij in alle rust zijn APRA-leger kon uitbreiden, trainen en bewapenen. (J. Kuypers, HN-Magazine, 9 september 1995.) Tevens zette Westerling een transportonderneming op. Uit gesprekken tussen Spoor en Westerling is bekend, dat Spoor wilde dat Westerling wapens op de internationale markt kocht en de zelfstandige transportonderneming stelde Westerling daartoe ook instaat. Volgens Een gevechtsgroep van het KNIL.officiŽle berichten is het zeker dat Westerling werd ingeschakeld om in Singapore wapens te kopen. Met het eigen leger zou Westerling (en Spoor) willen vechten voor een federale Indonesische staat. Die gedachte viel in goede aarde bij de legertop, militairen van het KNIL, het Korps Speciale Troepen en andere groepen; zelfs de Darul Islam, een grote Moslimorganisatie, stond er sympathiek tegenover. Onder de internationale druk (Nederland was van Amerika afhankelijk voor de hulp via het Marshallplan) leek een staatsgreep een hersenschim van een verbeten militair. Maar voor de militairen van het KNIL zou het een oplossing zijn. Het kwam er niet van: op 25 mei 1949 overleed generaal Spoor plotseling na een korte ziekte. Vijf dagen daarvoor, op vrijdag 20 mei 1949, had hij geluncht in het restaurant van de Jachtclub in Tandjong Priok (bij Jakarta). Zijn naaste medewerkers zeiden er zeker van te zijn, dat hij vergiftigd was. Er waren geruchten dat Spoor medio mei 1949 een onderzoek leidde naar een wapenverkoop van o.a. 7000 Lee-Enfieldgeweren door Nederlandse officieren aan Indonesische nationalisten. Het Nederlandse leger was met Lee-Enfieldgeweren uitgerust. Spoors tafelgenoten, ritmeester Smulders en hoofdaalmoezenier Verhoeven, werden na de lunch eveneens ziek. Smulders lag vier dagen in coma en Verhoeven werd voor verdere behandeling naar Nederland geŽvacueerd. De officiŽle verklaring van de Nederlandse autoriteiten voor de dood van Spoor was: 'een hartaanval'.

De verdenkingen, aanwijzingen en verklaringen over een omvangrijke wapensmokkel waren niet nieuw. In 1947/1948 werden een aantal Nederlandse officieren van het Koninklijk Nederlands-Indisch leger (KNIL) en burgerlijke autoriteiten beticht van o.a. wapensmokkel van Lee-Enfieldgeweren en levering aan Indonesische nationalisten. Kolonel Huijsmans verklaarde op 14 november 1950 tegenover de Commissie-Zaaijer, (door minister mr. H.L. s'Jacob in 1950 ingesteld): 'We wisten dat er tussen de boot en het magazijn veertig procent van de boel verdween'. Er waren geruchten, gebaseerd op documenten die volgens anderen vals waren, dat vaandrig Aernout belast, met een onderzoek naar o.a. corruptie, daarom in februari 1948 in Lembang werd doodgeschoten.

In elk geval gaf Generaal Spoor eind maart 1948 aan kapitein Westerling de opdracht een onderzoek in te stellen naar de dood van Vaandrig Aernout. Dat Spoor Westerling uitkoos voor dat onderzoek verbaasde mensen van zijn Staf. Tijdens zijn onderzoek arresteerde Westerling: kapitein Luyke Roskott, luitenant Muller von Czernicki, Perre (LTD) en Soesman (LTD). Zij moesten op nadrukkelijk bevel van de legerleiding weer worden vrijgelaten en Westerling kreeg op 25 augustus 1948 van hogerhand opdracht onmiddellijk zijn onderzoek te staken. Wie met 'hogerhand' werd bedoeld is niet duidelijk, maar dat Spoor daarbij betrokken was lijkt geen grote speculatie. Spoor zou tegen medeofficieren hebben gezegd: 'Indien ik echter de vereiste maatregelen zonder aanzien des persoon moet uitvoeren, zou ik bijna veertig procent van mijn officiercorps voor de krijgsraad moeten brengen'. Eťn van de valse paspoorten van kapitein Westerling. Pas op 25 maart 2009 - ruim 61 jaar nadat vaandrig Rob Aernout in Lembang (West-Java) werd doodgeschoten - erkent de Nederlandse regering, bij monde van PvdA-minister Guusje ter Horst van Binnenlandse Zaken, dat 'de heer Aernout belangrijk en nuttig werk heeft verricht op het gebied van corruptiebestrijding' en 'het verzamelen van militaire inlichtingen over corruptie binnen het Koninklijk Nederlands-Indisch Leger (KNIL)'.

Intussen hoorden wij niet veel over Westerling. We hoorden pas weer van Westerling omstreeks januari 1950 in Batavia (Jakarta) na de soevereiniteitsoverdracht op 27 december 1949 aan IndonesiŽ. Kapitein Westerling pleegde met een groep militairen op 23 januari 1950 in Bandung een bloedige staatsgreep tegen de Republiek van de Verenigde Staten van Indonesia, nadat hij op 5 januari 1950 een ultimatum aan de regering Sukarno had gesteld. De gewelddadige coup begon in de nacht van 22 op 23 januari 1950. Westerling probeerde een zending wapens, die door het Nederlandse leger aan het Indonesische leger werd overgedragen te onderscheppen en wilde de regering Sukarno gevangen nemen. Westerling had de medewerking van oud KNIL-militairen gekregen door het voor te stellen, dat zijn eigen leger de APRA (Angkaton Perang Ratu Adil, Strijdkrachten van de Vorst van het Recht), de hoofdmacht van de staatsgreep zou vormen en dat de KNILers alleen op enkele strategische punten zouden worden ingezet. Een aantal honderden oud KNIL-militairen waren bereid mee te doen, omdat ze verwachtten dat hun positie binnen een eigen strijdmacht van de deelstaat West-Java daarmee verzekerd zou zijn. Westerling zei later, dat de bezetting van Bandung een demonstratie was en het niet de bedoeling was om Bandung blijvend te bezetten.

Tijdens de coup lagen wij in Batavia, in een kazerne aan de Berenlaan Meester Cornelis, in afwachting van een troepentransportschip dat ons naar Nederland zou brengen. Voor ons was een kazerne in een grote stad plezieriger dan een buitenpost in een kampong. Je kon 's avonds nog eens naar een 'vreetchinees' (soldatenjargon voor chinees/Indisch restaurant) op Pasar Baroe. We vroegen ons wel af wat die staatsgreep kon beteken voor onze repatriŽring. Toch hadden we bewondering voor Westerling, omdat het hem gelukt was om met een betrekkelijk kleine groep een grote stad als Bandung in te nemen. De rebellie werd snel onderdrukt. Graf van kapitein WesterlingDe architect van het plan (Spoor?) was overleden en de uitvoerder (Westerling) bleek niet bekwaam genoeg. Over de achtergronden hoorden we niets. Er is te weinig onderzoek gedaan om daar helderheid over te krijgen. Ongetwijfeld speelden de gevoelens van de inlandse soldaten over de opheffing van de KNIL en hun onzekere toekomst mee. Zij verkeerden in het ongewisse wat er met hen zou gebeuren. De coup mislukte en Westerling ontsnapte met hulp en medeweten van de militaire legerleiding met een Catalina vliegboot van de Nederlandse marine naar Singapore. De KNIL-militairen, die aan de coup deel hadden genomen werden gearresteerd. Ze zaten hun straf uit in Irian Jaya. Op 25 januari 1950 werd door IndonesiŽ voor Westerling een arrestatiebevel uitgevaardigd. Later werd om zijn uitlevering gevraagd. Jacob van der Gaag, consul-generaal in 1950/1951 in Singapore, zou de uitlevering van Westerling aan IndonesiŽ hebben voorkomen. Een vreemd verhaal als je hoort, dat v.d. Gaag als tijdelijk zaakgelastigde in Rangoon in opspraak kwam, omdat hij inlichtingenrapporten met IndonesiŽrs zou hebben uitgewisseld. De waarheid kwam niet boven water. Zoals in elke oorlog beschikken regering en legerleiding over dubbele agenda's. Eťn met wat ze in het openbaar kwijt willen en kunnen zeggen en een andere met wat ze in werkelijkheid doen. De hoofdpersonen zijn inmiddels erg oud of overleden. Westerling werd in 1954 vrijgesproken, wegens 'onvoldoende aanwijzing van schuld'. De uitspraak was gebaseerd op een 'noodrecht' in een guerrillaoorlog ter bestrijden van de ontstane noodtoestand op Zuid-Celebes in een ontoegankelijk gebied.

Pas omstreeks 1965 ontmoette ik Westerling voor het eerst. Hij zat als badmeester op een verhoging in het Golfslagbad De Branding in Doorwerth bij Arnhem, omringt door een aantal jonge mensen. Westerling voerde het woord en zijn toehoorders luisterden geÔnteresseerd. Het was bekend dat Westerling door zijn plezierige omgang en zijn humor gemakkelijk vrienden maakte. Hij had een goede stem en als hem gevraagd werd om te zingen deed hij dat graag. Het beeld dat ik zag paste perfect bij dat imago. Het leek me dat het voor hem een 'vakantiejob' was. Mogelijk een wat naÔeve gedachte. Uit een interview met Henk Ulrici in 1965, een van Westerlings officieren bij de speciale Troepen, bleek dat Ulrici eigenaar van de Branding was. Westerling stierf op 26-11-1987. Hij ligt begraven op de Nieuwe Oosterbegraafplaats in Amsterdam.

Piet Scheele

e-mailadres: pscheele@chello.nl

naarboven

Of ga naar:

In het leger Politionele actie Verboden foto's van eerste politionele actie Overste Raebel van 4-RS Seks in de tropen Trekbom Poncke Princen Oorlogsmisdaden Herdenken Weer burger Link