terug naar menu


OVERSTE RAEBEL VAN 4-RS

Nostalgie

Ons bataljon, het 4e Bataljon Regiment Stoottroepen, stond onder bevel van overste Raebel. Van de keren dat ik hem van dichbij zag hield ik een verhaal over, dat ik later bij het onderhandelen als vakbondsbestuurder gebruikte. Mr. Evert Singer, secretaris van de AWV (Algemene Werkgevers Vereniging), die bij alle cao-besprekingen bij chemiebedrijven aan de voor mij andere kant van de onderhandelingstafel zat, vond het een leuk verhaal en vroeg ernaar als hij bij de onderhandelingen een goede sfeer wilde. Als ook ik een goede sfeer nodig had vertelde ik het graag.

Hier zou de foto van de overste komen die me beloofd was door zijn dochter. Zou ze op haar vader lijken?Overste Raebel probeerde op Sumatra bij Medan een mooie hoog blonde Zwitserse plantersvrouw onder zijn klamboe te krijgen. De Zwitserse was jarig en de overste wilde haar een bijzonder cadeau geven. Wij lagen in 1947, met een sectie van twaalf man en drie carriers (gepantserde stalen bakken op rupsbanden waar we een spits dak van kippengaas op hadden gebouwd om te voorkomen, dat er te gemakkelijk een handgranaat in werd gegooid) in een ruime planterswoning in Boenoet tussen rubberplantages, palmolie- en tabakscultures. In de woning hadden we een piano ´buitgemaakt`, die waarschijnlijk door de eigenaar was achtergelaten toen de Japanse wals over Indië rolde en mogelijk was geconfisqueerd door de Japanners. We beschouwden de piano als ons gezamenlijk eigendom en als een belangrijk oorlogstrofee, al kon er maar één met één vinger ´boer-er-ligt-een-kip-in-'t water` op spelen.

Die piano was overste Raebel niet ontgaan. Op een morgen stond hij plotseling met twee man en een drietonner voor de deur. Verrassend, want in de drie jaar in Indonesië heeft hij ons maar tweemaal op een buitenpost bezocht. Hij wilde ´onze` piano om 'zijn' Zwitserse gunstig te stemmen. Dat ging ons te ver en we gingen voor de piano staan met een houding van 'over ons lijk'. Overste Reabel was een slimme man. Hij gaf vanaf links: ik, een djongos, Bertus Klompenhouer, korporaal Schoenmaker, Piet Provoost  in de schaduw voor de planterswoninggeen bevel om de piano af te staan. Dat zouden we kunnen negeren (voor discipline hadden we al te lang onder moeilijke omstandigheden in de rimboe gelegen). Hij zou dan zware straffen uit moeten delen terwijl hij al manschappen te kort kwam. Hij blies de aftocht zonder de piano. We hadden gewonnen.

Maar niet voor lang. Een week later kregen we het bevel van Raebel om het oerwoud in te trekken voor een tweedaagse patrouille. In het vrijwel ongerepte gebied waar we naar toe gingen verstoorde het forse geluid van de carriers ruw de stilte op de door de moesson verregende modderige paden in het voorgebergte. Geen levende ziel kwamen we tegen. Alleen in de vroege ochtend van de tweede dag zagen we in de hoge Bas Oosterhout in zijn carier. Een gepantserde stalen bak op rupsbanden met dak van kippengaasbomen een paar orang-oetans. Een van ons kon zijn oeroude jagersdrift, of was het oeroude moordlust, niet bedwingen en schoot, maar miste. Hij kreeg het bevel niet meer te schieten. Het regende, het was koud en de patrouille diende geen enkel militair doel. Sergeant Nijenhuis, die hoogstwaarschijnlijk wel wist waar het om ging, vond het welletjes en we gingen naar huis, ons kampement.

In de tussentijd was de overste met een paar man teruggekomen om de piano op te halen. De twee achter gebleven jongens konden niets uitrichten. Zo kon hij de jarige blonde Zwitserse een piano aanbieden. We twijfelden er niet aan, dat hij haar in bed heeft gekregen.

De enige keer dat ik direct contact met overste Raebel had was bij de hoofdingang van de cementfabriek in Indaroeng in 1948. In de wat officieel aandoende wachtruimte was het heet en ik had mijn helm afgezet (meestal droegen we een pet of baret, die helm moest blijkbaar bijdragen aan de belangrijkheid van de wachtpost) en mijn geweer in een hoek gezet. Op dat moment kwam de bataljonscommandant, overste Raebel in een jeep met gevolg, zijn vlag wapperend op het spatbord, voor een officieel bezoek de fabriek binnenrijden. Zoals gewoonlijk reageerde ik niet, we groetten toen al niemand meer. Het zou bovendien toch te laat zijn geweest. De jeep stopte, reed achteruit en de overste vroeg waarom ik het geweer niet presenteerde. Ik wist dat ik, blond van haar, er wat bleek uitzag en zei prompt dat ik me niet zo lekker voelde. De overste, die bezig was aan de voorbereiding van de 2e politionele actie in 1948 zei, naar mijn gevoel wat bezorgt, dat ik naar de dokter moest en reed door. Hij was er wel aan gewend dat soldaten voor een meerdere niet meer in de houding sprongen, maar nu hij officieel, met gevolg, het bedrijf, bezocht wilde hij erkenning voor zijn rang. Het bleef zonder gevolg.

De tweede keer dat overste Raebel ons op een buitenpost bezocht was later in 1949 en het verliep evenmin naar wens. Durfde hij ons niet eerder te bezoeken, of was het een staaltje van hogere krijgskunde om buitenposten sporadisch te bezoeken? Wie zal het zeggen.

We lagen in het plaatsje Baso in een school zo'n 10 km van Fort de Kock (Bukittingi) aan de hoofdweg naar Payakumbuh. Bovenop het dak van het gebouw had een eerdere groep een stelling gemaakt; een soort kraaiennest. Het zal militair gezien een belangrijke post zijn geweest, want overste Raebel had er met ons ook een sectie (12 man) van een infanterie peloton gelegerd. Zij waren in het bezit van een drietonner. Dat maakte het mogelijk om sporadisch met een groepje de Onze buitenpost in Basobioscoop in Fort de Kock, Buketingi, te bezoeken.

We hadden er geen elektriciteit. Met gaslampen zorgden we voor verlichting. Die moesten om de twee uur worden 'opgepompt'. Dat was geen bezwaar. We gebruikten ze ook als 'schijnwerpers' om 's nachts op vier punten rond het gebouw de omgeving te verlichten. We plaatsten ze in grote boterblikken, die we aan een zijkant open hadden gesneden. Als je 's nachts wacht had moest je ook die lampen om de paar uur 'oppompen'. Je stond dan even in het volle licht, een makkelijk doelwit vormend voor eventuele sluipschutters.

onverwachtte gasten1Rondom de school was een ruime open plaats. Aan de achterkant waren sawa's en aan de voorkant een ongebruikte spoorlijn met, net zoals aan de zijkanten, verwilderd struikgewas en bos. Er stonden hoge bomen waarvan steeds twee dezelfde door een groep vliegendehonden als slaapplaats werden uitgekozen. Het was er in het algemeen vrij rustig. Een enkele keer gebeurde er wat. Bij een terugkomst uit de stad met de drietonner was er een draad over de weg gespannen met de bedoeling om de mensen, die achterop in de bak stonden, te onthoofden. 's Nachts werden we soms aangevallen. Je werd wakker door geschreeuw, het geknal van geweerschoten en het 'pioef' van kogels. De aanvallers schreeuwden scheldwoorden en merdeka (vrijheid) om er de moed in te houden, of om ons bang te maken. We schoten terug met een bren (machinegeweer), met geweergranaten (een soort handgranaat, onverwachtte gasten2die je met je geweer kon afvuren) en mondjesmaat met een mortier in de richting van het geluid. In het donker konden we niet zien met welke vijand we te maken hadden: de TNI (Tentara Nasional Indonesia), leden van rivaliseerde benden, of rampokkers (rovers, peloppers). Het werd ons pas duidelijk toen ze, na het laatste bestand, onze buitenpost uitkozen om een defilé te houden. Blijkbaar vonden ze het, net als overste Raebel, een belangrijke post.

Eerder bezocht overste Raebel ons dus onverwacht. Hij vond het maar niks, dat wij de radio niet konden gebruiken bij gebrek aan elektriciteit. Hij beloofde een radio, die op batterijen werkte. Zodra wij in Fort de Kock kwamen konden we de radio bij het hoofdkwartier ophalen. Mooi niet. Zwaar teleurgesteld, verontwaardigd en zonder radio bliezen we de aftocht. Waarschijnlijk had hij in zijn enthousiasme van het moment meer beloofd dan hij waar kon maken.

Piet Scheele

e-mailadres: pscheele@chello.nl

naarboven

Of ga naar:

In het leger Politionele actie Verboden foto's van eerste politionele actie Seks in de tropen Trekbom Poncke Princen Kapitein Westerling Oorlogsmisdaden Herdenken Weer burger Link