terug naar menu

Poncke Princen

Poncke Princen schoot op eigen maats. Vaak sprak hij dat tegen, doch niet altijd. Hij verhaalde met trots, dat 'deserteur Princen', in de Preanger Bode van 4 juli 1949 werd genoemd als leider van een overval. Er vielen twee doden aan Nederlandse zijde. Princen moest zijn loyaliteit 'ook aan de andere kant' bewijzen omdat hij als Nederlander toch door de IndonesiŽrs met wantrouwen werd bekeken.

Poncke Princen, Johan Cornelis Princen, werd vooral bekend omdat hij als Nederlands soldaat deserteerde uit het Nederlandse leger. Op 13 september 1947 liep hij over naar het Indonesische leger TNI (Tentara National Indonesia). Hij werd later ook bekend omdat hij in het onafhankelijke IndonesiŽ voortdurend met de Indonesische regering overhoop lag over mensenrechten. Hij ontdook tewerkstelling (arbeitseinsatz) in Duitsland en werd door de Duitsers gevangen gezet. De bijnaam Poncke Princen kreeg hij in de Duitse gevangenis waar hij met veel gevoel voor theater voorlas uit het boek Pastoor Poncke van Jan Eekhout.

Poncke Princen beklaagde zich over de haat die zijn overlopen opriep bij zijn maats, de vele dienstplichtige Nederlandse militairen die in IndiŽ dienden. Die haat was begrijpelijk als je bedenkt hoe wij daar leefden. Onze sectie van 12 jonge militairen leefde in IndonesiŽ samen als een eenheid meestal op een buitenpost onder bijzondere en soms gevaarlijke omstandigheden. We rekenden op elkaar. Op patrouille en 's nachts werden we soms beschoten. We stonden op wacht, deelden spanningen en vertelden elkaar in het nachtelijke duister vertrouwelijke zaken. We waren een soort familie. Als er ťťn van de maten naar de vijand overloopt, op je schiet, je op een trekbom probeerd te laten lopen of je in een hinderlaag lokt, dan is haat geen verwonderlijk resultaat. Zeker niet als ťťn van je maats sneuvelt. Als je beschoten wordt zie je de mensen aan 'de andere kant' als vijanden.

Er zijn meerdere aanwijzingen dat Poncke Princen op eigen maats schoot. Ger Vaders, oud-hoofdredacteur van het Nieuwsblad van het Noorden en IndiŽ-veteraan ging later terug naar IndonesiŽ en ontmoette daar Poncke Princen. Hij schreef: "Samen dwaalde ik met de ex-vijand langs de plaatsen waar we tegen elkaar vochten. Na drie beroerten hangt Princen's linkerarm krachteloos tegen zijn lichaam, het linkerbeen sleept, en pleisters bedekken zweren die het gevolg zijn van huidkanker. En hij heeft encefalomyelitis (ontsteking van hersenen en ruggemerg). Maar Princen lacht, heeft zelfspot en geniet van het leven. Onderweg, ergens in de buurt van Sukabumi, laat Princen de plaats zien waar hij op Nederlandse soldaten schoot. Volgens Princen was dat de enige keer. Het gebeurde toen een Nederlandse patrouille in een truck passeerde. Princen zegt 'Ja, god, ik heb die mensen nauwelijks gezien, want jij knalt maar en zij knallen maar en je zit in de zenuwen. Daar zijn waarschijnlijk doden bij gevallen. Om nu te zeggen: hoe was dat nou...' Princen maakte de zin niet af. Even later haalt hij de schouders op en zegt hij: 'Ze joegen harder op mij dan ik op hen, met betere wapens en beter opgeleid'.

Soms word ter verdediging van Poncke Princen aangevoerd, dat hij politiek bewuster was dan de andere 120.000 Nederlandse militairen. Bij de dienstplichtige militairen was het politiek bewustzijn laag. Maar om de desertie van Poncke Princen als een zuiver politieke idealistische daad te zien gaat te ver. Voor zijn desertie was Poncke Princen ingedeeld bij de brigade van luitenant-kolonel Spier. Spier schrijft: 'Daar had hij al een bijzondere, weinig populaire naam. Hij had een ongebreidelde fantasie en geldingsdrang en hield zich bijzonder veel met de dames op'. (Dat laatste lijkt geen argument voor een negatief beeld, wel een reden om buiten het kamp contacten met IndonesiŽrs te zoeken.) 'Nadat hij herhaaldelijk contact zocht met de buitenwacht, is hij via-via in contact gekomen met een afdeling van de TNI waar hij een afspraak mee maakte. Op een goede dag was hij verdwenen'. In de biografie van Poncke Princen Een kwestie van kiezen laat hij weten, dat de aanzet voor zijn desertie bepaald werd door het blauwtje dat een schildwacht liep bij een meisje waar Princen net de liefde mee had bedreven. De schildwacht schoot het meisje dood. Onwaarschijnlijker lijkt zijn verhaal dat het afhing van een luciferdoosje dat hij opgooide: kwam de gele kant boven dan bleef hij. Het werd de blauwe kant en Poncke deserteerde'. Een weinig doordachte politieke idealistische keuze: het heeft meer weg van een 'crime passionel.

Poncke Princen was allergisch voor gezag. Als gezag alleen op macht berust kan ik me daar iets bij voorstellen. Hij schrijft, dat zijn vader atheÔst was en dat zijn moeder niets moest hebben van 'zwartrokken'. Toch besluit hij ondanks het celibaat, terwijl hij van vrouwen hield, om op het seminarie in Weerd een priesteropleiding te volgen. Later krijgt hij onenigheid met de paters. In de Tweede Wereldoorlog maakte hij anti-Duitse pamfletten. Tegen het einde van de oorlog, toen het zuiden van Nederland was bevrijd, meldde hij zich als vrijwilliger bij het leger, het Bureau Nationale Veiligheid. Na zijn demobilisatie weigerde hij om als dienstplichtig militair naar IndonesiŽ te gaan. Hij dook onder maar kwam er later op terug. Na zijn desertie in IndonesiŽ bleef hij ook bij de TNI omstreden. Soekarno sloot later Princen opDe TNI vertrouwde hem niet en sloot hem eerst op. De TNI moest hem verdedigen tegen aanvallen 'van het volk': die in hem een Nederlander bleven zien. Later lag hij voortdurend met de Indonesische overheid overhoop over mensenrechten. In totaal bracht Princen veertien jaar in Indonesische gevangenissen door. Hij had een karakter dat moeilijk gezag boven zich accepteerde. Hij verzette zich tegen elk gezag.

Poncke Princen schrijft in een verweer om aan te tonen dat hij aan de gebeurtenis die hij aanhaalt geen schuld heeft: 'Bij een overval op 28 februari 1949, het was een actie van de jongens van Bakhtiar onder commando van een zekere Nuh, hebben die soldaten 8 Nederlandse militairen gevangen genomen en ze de nek afgesneden'. Dat was een oorlogsmisdaad. Maar je kunt de ene wandaad niet tegen de andere wegstrepen. In elke oorlog gebeuren dingen die het daglicht niet kunnen verdragen. Wij hebben als militairen in IndonesiŽ lang niet altijd een fraaie rol gespeeld. Er zijn mensen gemarteld en vermoord. Er zijn huizen in brand gestoken. Het is allemaal verleden tijd en onvoldoende onderzocht. Niet ook alle IndonesiŽrs zijn happig op nader onderzoek. Beide kanten maakten zich schuldig aan oorlogsmisdaden.

Mag je aan veteranen, oud-IndiŽ militairen toen nog jongens, vragen om de desertie (het verraad) van Poncke Princen te vergeven? Aan militairen die daar maats zagen sneuvelen? Nee. Maar in het licht van de geschiedenis, de inzichten en de ontwikkelingen, misschien wel om te relativeren en te vergeten.
Het is allemaal voorbij: Poncke Princen is dood. Hij is op 22 februari 2002 overleden en in Jacarta begraven.

Piet Scheele.

e-mailadres: pscheele@chello.nl

naarboven

Of ga naar:

In het leger Politionele actie Verboden foto's van eerste politionele actie Overste Raebel van 4-RS Seks in de tropen Trekbom Kapitein Westerling Oorlogsmisdaden Herdenken Weer burger Link