terug naar menu


TREKBOM

En mooi was het er

In 1993 voor het eerst weer terug naar IndonesiŽ met een reisgezelschap van UniTravel. Een jongeman in het reisgezelschap keek ongelovig en kon niet begrijpen, dat als je dan toch drie jaar (1947 tot 1950) in IndonesiŽ was, je niet alle mooie plekjes van IndonesiŽ had bezocht. Zelf had hij in zijn diensttijd in Duitsland gelegen. Hoe leg je uit aan een medereiziger in een welverzorgde groepsreis, dat dat heel wat anders was?

We hebben in die tijd ook wel veel gezien. Het Tobameer op een dag dat we een keer verlof hadden, waar twee jongens, die naar het kratereiland Samosir voeren, gevangen werden genomen. Waar met Batakkers, die de oude traditie van kannibalisme nog in hun genen hadden, onderhandeld moest worden over hun vrijlating. Nee, ze werden niet opgegeten. Vraag niet wat er in ruil betaald moest worden en/of beloofd. De Batakkers, de bevolking rond het Tobameer, gekerstend en met een jonge christelijke traditie, wilden zich van de rest van de nieuwe republiek in wording, IndonesiŽ, afscheiden. Twee jongens roeiden iets te ver en werden gevangen genomen. De Anaikloof hadden we eerder ook gezien. Je kwam er bij de tweede politionele actie minder gemakkelijk doorheen, dan nu met een geairconditioneerde touringcar. Het Karbouwengat, bij ons toen minder geliefd, was ons ook niet onbekend. Twee jongens van het bataljon zijn er met een patrouille in een hinderlaag gelopen en gesneuveld. En hoe zouden we Minangkabau, de streek van het matriarchaat en de zilversmeden, nu een bezienswaardigheid, kunnen vergeten?

Tevergeefs probeerden we, op een buitenpost bij de toen nog bestaande elektriciteitscentrale van Fort de Kock in Padang Loear, op de weg van Fort de Kock (Bukitingi) naar o.a. Minangkabau, kapitein Schepers tegen te houden. Hij had, volgens de verhalen, bij het begin van de tweede politionele actie met een militaire colonne het huzarenstukje uitgehaald om dwars door het Sumatraanse hoogland van Brastagi aan de oostkust, naar Fort de Kock aan de westkust, door te stoten. Een huzarenstukje dat niet werd herhaald. Hij was niet onder de indruk van onze waarschuwing, dat het buiten de post onveilig was. Je kon hem, hoger in rang, moeilijk met geweld tegenhouden.

In het Karbouwengat liep een patrouille in een hinderlaag. Twee maats sneuvelden.Zelfverzekerd reed hij met een kadiwagen (wat volgens een soldaat bij ons hoofdkwartier de beachmaster van radio Padang was), sergeant Sterda, een chauffeur en een journalist uit het Oosten van Nederland, (heette hij Bom?) richting Minangkabau. Een uur later zagen we zwarte rook opkringelen in het berglandschap. Met jeugdig cynisme opperden we, dat de wagen van de kapitein in brand stond. Het cynisme veranderde in schrik, toen in vliegende vaart een bendi (wagentje met paard) kwam aanstormen met daarin de chauffeur van de kapitein, die met zijn stengun de voerman onder schot hield. De kadiwagen was beschoten en op een trekbom (een in de weg begraven bom, die met een lang touw tot ontploffing wordt gebracht) gereden en in brand gevlogen. Volgens de chauffeur waren de anderen dood.

We waarschuwden het hoofdkwartier in Fort de Kock en trokken, in afwachting van een grotere troepenmacht die zou volgen, met acht man - ook de buitenpost moest met een paar man beveiligd blijven - langs binnenpaden, schietend op alles wat bewoog, in de richting van de rookpluim. Als je wordt beschoten waarbij collega's gewond of gedood worden, dan handel je niet zachtzinnig. Ook als er geen hard bewijs is. Als je denkt dat 3 militairen zijn gedood en ťťn man die aan de aanslag ontsnapte je op de buitenpost Padang Loear komt waarschuwen, dan ben je nerveus en eerder bereid te schieten. De auto stond nog in brand toen we er aankwamen.

Op een driesprong bij de brandende auto gingen we in afwachting van de versterking in stelling. In de sawa in de verte zag ik een man in een wit gewaad, die iets onbestemds deed. Het witte gewaad gaf me het idee dat het geen TNI-militair of pelopper kon zijn. Na een tijdje begon hij me te irriteren. Wat deed hij daar eigenlijk. Het leek wel of hij onze bewegingen in de gaten hield, ons bespioneerde en het witte gewaad als dekmantel gebruikte. Ik was niet de enige die zich aan de man irriteerde. Toen de bevelvoerende korporaal Schoenmaker me de opdracht gaf op hem te schieten, had ik daar geen moeite mee. Ik had pas voor het eerst met een geweer geschoten in de eerste week dat we in IndiŽ waren en had bij de schietoefening een goede beurt gemaakt. Het kon de reden zijn dat de korporaal juist mij die opdracht gaf en niet aan de brenschutter. Misschien ook wilde hij mijn gehoorzaamheid testen. De man bevond zich op betrekkelijk grote afstand. Om doelen op verre afstand te kunnen raken zit op het Lee Enfield geweer bij het vizier een klepje dat je omhoog kunt zetten zodat je automatisch wat hoger schiet. Ik was verre van een goed opgeleide geweerschutter en vergat om dat vizier te gebruiken. Na het schot zei de korporaal: 'mis'. Ik betwijfelde het, de man dook wat raar weg.

Makkelijker er doorheen met een airgeconditioneerde touringcar.We waren er al een half uur toen plotseling een besmeurde gedaante uit de sawa oprees: de journalist. Hij had zich in het slijk van de sawa verborgen en hoewel hij hoorde schieten en Nederlands spreken durfde hij niet eerder tevoorschijn te komen. Over de hinderlaag was nagedacht. De colonne uit de Fort de Kock, die niet als ons 'binnendoor' kon gaan, omdat ze het gebied onvoldoende kenden en de binnenpaden te smal waren voor militaire voertuigen, werd eveneens door een trekbom getroffen. Gelukkig werd de bom tot ontploffing gebracht bij de eerste wagen, een pantserwagen en niet onder de daarop volgende twee drietonners met jongens. De pantserwagen werd tegen de berg geslingerd maar niet echt beschadigd. Het leverde oponthoud op, maar gaf weinig schade aan manschappen en materieel. We dachten er geen moment aan wat er gebeurd zou zijn als wij met acht man te voet de grotere weg hadden genomen. De kapitein en de sergeant hebben we niet teruggevonden, levend noch dood. De journalist zette zijn ervaring niet op papier; kon hij niet, vertelde hij bij een latere ontmoeting in Padang.

Door de hinderlaag kreeg ik begrip dat militairen in moeilijke omstandigheden snel op mensen schieten. 'Hartliners' in regering en militaire staf dragen meer schuld aan de moeizame dekolonisatie van Nederlands-IndiŽ, dan de Een patrouilleuitvoerende militairen. Ook bevolkingsgroepen, die de spreuk, 'IndiŽ verloren rampspoed geboren', als lijfspreuk hadden, hebben niet minder schuld. Zij bleven buiten schot.

Hoe zou je een jonge vakantiereiziger ook duidelijk moeten maken, dat er tijdens de dekolonisatie geen bewegingsvrijheid was om toeristische uitstapjes te maken. Ons kamp was vaak niet meer dan een gebouw, een huis of school. Als we de post verlieten was het om patrouille te lopen. In de nacht kwam je er helemaal niet uit of het moest zijn met een groter onderdeel. Soms werd de nachtrust verstoord door niet uitgenodigde bezoekers.

Het was wel een voordeel, dat je met 12 manschappen op een buitenpost een soort familie ging vormen. Zoals in elke familie waren er onderling soms emotionele botsingen. De sergeant, meestal de hoogste rang,soms een korporaal, had het niet gemakkelijk. Sergeant Nijenhuis was geen kwaaie. Fel verontwaardigd over, nu vergeten, onrecht gaf ik hem eens een klap, meer een duw, maar met zijn kuiten tegen een veldbed staande kon hij niet achteruit en sloeg Een uitbarsting van de Merapi bij Fort de Kock. Beangstigend maar mooi gezicht bij nacht.achterover. Dat kon niet onbestraft blijven. De compagniescommandant, kapitein Huizinga, stelde me voor de keuze zijn straf te aanvaarden of voor de krijgsraad te verschijnen, wat volgens hem twee maanden opsluiting zou betekenen. Mijn straf was twee weken strafwacht op de grote pasar van Fort de Kock (Bukittinggi). Het was vreemd, dat ik daarna werd bevorderd tot soldaat der eerste klasse. Toen ik later. op bevel van sergeangt Nijenhuis, een verwilderde schurftige kamponghond met ťťn schot neerlegde zonder dat de hond een kik gaf, zag je zijn bewonderende blik, maar met een zweem van īlucky shot`.

De grote pasar van Bukittinggi werd door de reisorganisatie van UniTravel aanbevolen als een bezienswaardigheid. Ik had de pasar 's nachts dus al eens eerder gezien. Met nog een gestrafte, een bren (machinegeweer) en een veldtelefoon als enig gezelschap, kon die bezienswaardigheid me toen gestolen worden. We schrokken, toen we onder de morgen de ogen niet konden openhouden en door een om brood bedelend jongetje werden gewekt. Ik had graag iets van het oude gevoel van spanning en verlatenheid teruggevonden. Het was er niet meer. Alleen de geur was gebleven.

Met het Franse troepentransportschip Pasteur terug naar huis. Leerde veel wijn drinken en kreeg voor het eerst in de bijna drie jaar malaria tropica.Nee, de beroemde botanische tuin van Bogor hebben we toen niet gezien. Evenmin de Borobudur noch de Kraton in Yogyakarta bezocht, laat staan een strandvakantie op Bali gehad. Maar wel heb ik in Jakarta (Batavia) op de buitenmuren van de Tjipinanggevangenis, waar toen (en nu) politieke gevangenen zaten, wacht gelopen en in de benedenstad Pasar Ikan en het Amsterdamse bruggetje gezien. Hoe zou je het ook kunnen vergeten, als je bij de oude dik ommuurde goedangs (opslagplaatsen) van de VOC net wachtcommandant was (wat weinig om het lijf had, toevallig de hoogste in rang, maar wel verantwoordelijk) en er juist in die nacht, het liep al tegen het einde van die turbulente jaren, in het wagenpark van de AAT zand in de motoren van vrachtauto's werd gestrooid? Oude plek van heilig kanonDe auto's moesten aan de IndonesiŽrs worden overgedragen, dus zullen we het zelf wel hebben gedaan, want ik hoorde er niets meer over.

Ons wachtlokaal stond vlak bij het heilige vruchtbaarheidskanon met als affuit een gebalde vuist met de duim tussen wijs- en middelvinger. Nu stond het er niet meer, het was bij een museum in de stad geplaatst, alsof men zich schaamde voor het bijgeloof dat het de vruchtbaarheid van vrouwen zou verhogen als je er op ging zitten. Waar zouden zij zich voor moeten schamen, als wij ringen om de pols dragen die de hoofdpijn moeten bestrijden en aardkastjes plaatsen om straling te beÔnvloeden? Ik had toen van het kanon geen foto gemaakt. Ik vond dat jammer en deed het nu, maar dat is toch niet hetzelfde. Maar ja, toen waren we, hoe kon het ook anders na bijna drie tropenjaren, wat onverschillig en vrijgevochten en nog niet belast met nostalgie.

Piet Scheele

e-mailadres: pscheele@chello.nl

naarboven

Of ga naar:

In het leger Politionele actie Verboden foto's van eerste politionele actie Overste Raebel van 4-RS Seks in de tropen Poncke Princen Kapitein Westerling Oorlogsmisdaden Herdenken Weer burger Link