
Terug naar Inleiding en Inhoudsopgave
De agapanthus is een van mijn lievelingsbloemen. In alle beschrijvingen wordt hij dan ook liefdesbloem genoemd, of de koning van de planten. Vroeger sierden ze vooral oprijlanen van kastelen of buitenplaatsen. Ook koningin Juliana had in de tuin van Paleis Soestdijk de agapanthus staan. In de collectie van The5thSeason bevinden zich dan ook planten afkomstig van paleis Soestdijk en Windsor Castle, het buitenkasteel van de Engelse koninklijke familie.
In de tijd van de koloniale zeevaart zijn er veel planten ontdekt die vervolgens naar de Lage Landen werden meegenomen. Zuid-Afrika speelde hierin een belangrijke rol. De Agapanthus of de Zuid-Afrikaanse lelie is daar één van de Kaapse gewassen. Er zijn inmiddels wel 600 soorten, met nog steeds Zuid-Afrika als thuisbasis. In Australië verwildert hij zo sterk dat de soort de inheemse fauna bedreigt. Op Madera is het een algemene soort geworden en heeft de agapanthus een bijdrage geleverd aan de naam bloemeneiland.
De agapanthus groeit zowel in warmere als koudere streken. De soorten die in koudere gebieden groeien zijn voor ons klimaat en voor onze tuinen het meest interessant. Deze planten groeien in het wild vaak op de koele berghellingen. Deze planten zijn in de winter vaak bladverliezend, wat een eigenschap is die aanduidt dat de plant goed tegen koude kan. Deze soort doet het dus ook erg goed als tuinplant – zelfs beter dan als kuipplant. Dat betekent nog niet dat ze winterhard zijn, maar met een adequate winterbedekking (zie verderop) komen ze goed de winter door. In een zachte winter kan de agapanthus zelfs zonder bedekking.

Welke hoofdsoorten zijn er:
Voor
een leek is het ondoenlijk om alle soorten uit elkaar te houden. Zelfs voor de
kenners is het niet gemakkelijk. Zo zijn er wintergroene en bladverliezende
planten. De lelie is er overwegend in twee kleuren, wit en blauw, maar
daarnaast zijn er diverse kleurnuances van lichtblauw tot dieppaars en van
buiten egaal van kleur en van binnen gestreept. De hoogte verschilt van 20
centimeter tot 2 meter. De bloemsteel kan naargelang de soort 12 tot wel 100
bloemkelken hebben, die om de beurt in groepen na elkaar bloeien en dus een
langere bloeitijd hebben. Ook de bladdiversiteit loopt uiteen: het blad kan
lijken op een pol gras, maar ook de omvang aannemen van een clivia. Zelfs
planten met bonte bladeren kent de soort. U begrijpt het al: keuze genoeg!
Andere kenmerken van de agapanthus zijn:
kogelronde bloem of juist afgeplat;
gekleurde meeldraden, geel, zwart of paars;
staande in de bloem of juist eruit stekend;
de hoeveelheid bloemen, de grootte van de bloemen
en het aantal bloemblaadjes (meestal 6 maar meer kan ook);
de bladkleur: bontbladig het hele jaar door
of alleen in het voorjaar, goudgeel in het voorjaar, mooie glimmende bladeren,
opstaande bladeren of hangende bladeren;
de knoppen kunnen geelachtig zijn en de ander
dieppaars. Het uitkomen gebeurt uit 1 bloemknophuls of 2 even grote
hulsbladeren;
de bloemstelen kunnen ook nog van kleur
verschillen. Bij het uitkomen kunnen de knoppen een lichtroze kleur aan de top
hebben. In de meeste bloemkelken ten slotte loopt een streep die soms
doorzichtig is of dan weer geel, blauw of witgeaderd
de bloemen kunnen lichtblauw tot paars zijn en van vroeg tot laat bloeien. Zelfs na de bloei is het nog niet over, want de ene plant laat zijn bloemen vallen, de andere maakt een prachtige bol met zaaddozen die op hun beurt weer prachtig van kleur kunnen zijn.
Waar u op moet letten bij het kiezen van een soort is of de goede naam erbij staat. De Agapanthus Africanus kunt u beter gewoon laten staan - dat is in feite de algemene handelsnaam die niets zegt (in de vakliteratuur “Agapanthus Rubbish” genoemd). Ook zijn er de hybriden; planten die voortkomen uit zaad. Die kunnen heel mooi zijn maar zijn niet soortecht omdat het zaad erg variërend is. Een echte goede plant wordt verkregen door stekken, scheuren of weefselkweek.
Een tip: als u wilt weten of u te maken hebt met een gezaaide of gestekte plant moet u kijken naar de basis van de aangeboden plant. Bij stekken zijn de bladstelen gelijk van kleur; bij zaailingen zijn er rode en groene bladstelen te zien. Dit kan zelfs in een pot te zien zijn, u hebt dan te maken met 2 planten die samen zijn opgepot.

De agapanthus komt als kuipplant nog het meeste voor. De hele zomer lang staat de plant te pronken op het terras. In de winter sterven de bladverliezende soorten af en worden dan vorstvrij weggezet. Een enkele graad vorst deert de planten ook nog niet eens, als ze maar droog staan. Water geven hoeft dan niet, de vlezige wortels bevatten veel water waar ze de hele winter genoeg aan hebben. Wat ook kan is de planten onder de fundering van het huis wegzetten. Dat is een goede plek, maar haal ze wel op tijd naar boven anders heeft u een pot vol wit lof.
Ook kunt u ze ingraven in de tuin, maar niet als u een hoge grondwaterstand hebt. Ze lopen dan wel iets later uit maar dat is niet zo erg. Leg een dikke laag stro over de potten waar de nieuwe neuzen in kunnen ontwikkelen en markeer de plek waar ze zitten, anders vindt u ze niet meer terug.
De beste manier van oppotten is in een plastic bloempot. Een aardewerk pot of een houten kuip kan ook, maar hou er rekening mee dat de wortels zo sterk zijn dat ze potten kunnen laten barsten door hun groeikracht.
De groenblijvende agapanthus mag wel een beetje meer licht hebben en mag ook 1 à 2 keer water hebben tijdens de winter. Vorstvrij wegzetten in de schuur of garage.
De plant is in de winter dan wel niet veeleisend, dat is in de zomer wel iets anders. Ze staan graag te kijk in de volle zon en drinken voor twee. Goed water geven dus. Tel regenbuien niet mee, het water valt eigenlijk allemaal naast de pot.
Planten die slecht bloeien hebben over het algemeen in het vorige jaar te weinig zon gehad. Ze maken dan al weer de bloemen aan voor het volgende jaar. Zet slecht bloeiende planten niet in een verdomhoekje maar vooral in de brandende zon. Hou ook rekening met de planten in de volle grond - laat ze niet overwoekeren en geef ze een winterdek van afgevallen blad met een schep grond er over voor het wegwaaien. Nooit plastic of noppenfolie!
De
voeding kan bestaan uit van alles en nog wat: gedroogde koemest is altijd oké,
dit bestaat doorgaans uit 10-4-8-NPK-stikstof-fosfor-kalium. Voor een goed
bloeiresultaat kunt u kunstmest 7-14-28-NPK gebruiken. Dat is niet de meest
gangbare dus even goed zoeken. Bemesten moet 2 keer per seizoen en niet later
dan september.
Terug naar Inleiding en Inhoudsopgave