The5thSeAson:  De Vijg (Ficus Carica)

 

* Juni: Palmen en andere Subtropen

* Terug naar Inleiding en Inhoudsopgave

 

 

Het geslacht Ficus – de Vijg – Algemeen

Het geslacht ficus bestaat uit wel 800 soorten, variërend van kruipende planten naar struikvorm tot bomen. U kent vast en zeker wel een paar vertegenwoordigers van het ficusgeslacht: de kleine Ficus Pumila (kruiper) of de grote Ficus Elastica.

Rubber is afkomstig van de ficus. Bij het aansnijden van de bast komt er een melkachtig sap naar buiten, dit sap wordt in emmers opgevangen en het is de grondstof voor rubber. Ook andere vertegenwoordigers geven bij beschadiging dit melkachtige sap, wat irriterend kan zijn. Het is te stoppen d.m.v. sigarenas of water.

Het verspreidingsgebied van de ficus is enorm: de Indische archipel, Polynesië en het hele Middellandse-Zeegebied. Voor de tuin is de vertegenwoordiger uit het Middellandse-Zeegebied van belang: Ficus Carica (vijg).

Het vruchtzetten van de vijg is niet simpel. De vijg heeft mannelijke en vrouwelijke planten. De ingeklapte bloembodem heeft een opening aan de onderkant. Deze opening verschaft wespen de toegang om daar hun werk voor de vijg te doen. De wesp neemt het stuifmeel mee naar de vrouwelijke bloem. Deze manier van bevruchten heet caprificatie.

Zo zijn er mannelijke planten, die "vruchten" voortbrengen, deze zijn oneetbaar (caprivijgen). Dit zijn de gallen, waarin de vijgwespen uit hun eitjes opgroeien, om zo de kringloop rond te maken, en de Smyrnavijgen (de vrouwtjes) te bevruchten. De vrouwtjes leveren wel eetbare vruchten. Dit type vijg zal bij ons nooit vruchten voortbrengen, want de betrokken wespensoort komt hier niet voor.

 

Tegenwoordig is het niet nodig een mannelijke en een vrouwelijke plant aan te schaffen. Want er bestaan vijgenrassen, die heerlijke vruchten voortbrengen zonder het hierboven beschreven proces.

Er bestaan dan weer twee types: éénmaal en tweemaal vruchtdragende vijgen. De éénmaal vruchtdragende vijgen vormen jonge vruchten in het voorjaar en deze rijpen af in september/oktober. Tweemaal vruchtdragende vijgen geven vruchten in augustus, deze zijn al voor de winter gevormd en ze geven nog een keer oogst als bij de éénmaal vruchtdragende vijgen.

Dan is er nog een bijzondere groep: de San Pedro vijgen, die vormen vruchten zonder de vijgwesp voor de winter en de tweede oogst heeft wel de vijgwesp nodig om vrucht te vormen.

Voor ons zijn de tweemaal dragende en heel vroeg vruchtvormende soorten interessant.

 

Vijgenrassen en vruchtgroei

De vijg is een plant die het zeker tegen een zuidmuur zeer goed doet. Zon, zon en nog eens zon, dat is wat de vijg wil. De bladeren van de plant zijn alleen al mooi genoeg om de plant te kweken, maar vruchten..............

Veel of weinig vruchtengroei is afhankelijk van de variëteit en de verzorging. Maar een "verkeerde" variëteit geeft nauwelijks vruchten ondank alle goede zorgen. Wij hebben een goede variëteit, eigenlijk op een verkeerde plaats (op het oosten) uitgeplant, maar deze geeft ieder jaar 50 à 60 rijpe vruchten.

En lekker zijn ze, die vruchten van de vijg. Als je goed op de variëteit let zijn er zelfs vrij snel vijgen aan de plant te krijgen!

"Brown Turkey" is goed winterhard en draagt lekkere vruchten: bruinrood met heerlijk zoet rood vruchtvlees. Ze kunnen vanaf augustus geoogst kunnen worden en kennen een krachtige groei.

"Negronne" met dieprode tot zwarte middelgrote vruchten, die bloedrood van binnen zijn.

"White Marseille" is goed winterhard met grote bladeren, kleine stompe gele vruchten, de oogst is minder.

"Tena" is een vrij nieuw ras, met middelgrote groengele stompe vruchten.

"Bellone" rond half oktober grote vruchten met lichtviolet vruchtvlees.

"Brunswick" als het warm en zonnig geweest is in de zomer rond half oktober, lange roodbruine vruchten.

"Caromb" rond half oktober de lange grote vruchten met paars vruchtvlees oogsten.

"Dauphine" grote ronde vruchten rond half oktober.

"Goutte d'Or" rond eind oktober grote vruchten met goudgeel vruchtvlees.

"Grise de St. Jean" een grijze, maar goed dragende vijg rond eind oktober oogsten.

"Grosse Grise" donkerder grijs dan de voorgaande maar wel grote vruchten.

"Pitta Lusse" de vijgen verschijnen vroeg ronde maar niet al te groot met lichtgroen vruchtvlees.

"Precoce" ("Ronde de Bordeaux") vroege rijkdragende vijg met zwart vruchtvlees.

"Ronde de Bordeaux" rond eind september zijn de vijgen al rijp, zwart van binnen ietwat langwerpige vrucht.

 

 

Verzorging van de Vijg

Niet iedereen is gek op vijgen, omdat men veelal gewend is aan gedroogde vijgen. Wij vinden de vruchten, die vers zijn veel lekkerder en we zijn in goed gezelschap: Plato en Mohammed. Mohammed zei, dat 'ie, als hij een vrucht mee mocht nemen naar de hemel, het een vijg zou zijn! Het schijnt zo te zijn dat jongeren er sterk van worden en ouderen gezonder en ouderen krijgen een jonger uiterlijk!

Als de plant buiten staat en u wilt sneller vruchten oogsten dan is het raadzaam de wortels in hun groei te belemmeren b.v. in een bak planten van zo'n 60 diep x 75 cm2. Deze bak kan b.v. een oude speciekuip of een betonnen bak, altijd moeten er onderin drainage gaten zitten en b.v. puin om overtollig water snel af te kunnen voeren, want de wortels kunnen niet tegen nattigheid. Tijdens de groei hebben ze wel voldoende water nodig en ook organische mest of compost wordt zeer op prijs gesteld, als u volle vruchten wilt. Compost of organische mest dient in de herfst te worden aangebracht.

De vijgen rijpen van augustus tot november en zijn zeer kort houdbaar, als ze bruine vlekjes krijgen worden ze zuur en oneetbaar. De vijgen ontwikkelen zich in de bladoksels.

Als de vijgen rijpen zijn er kapers op de kust! Wespen en vogels zijn verzoet op de zoete delicatesse, een net doet wonderen. U dient iedere dag te kijken of er vijgen rijpen, ze zijn namelijk nooit allemaal tegelijk rijp. De vijg wordt dik, staat bijna op barsten. Ze moeten eigenlijk direct geconsumeerd worden, maar eventueel kunnen ze een paar dagen in de koelkast bewaard worden in keukenpapier verpakt. Ze kunnen ook worden ingevroren. Maar ze smaken altijd het best bij kamertemperatuur!

 

De plant heeft zeer decoratieve grote bladeren, die in de herfst na een behoorlijke nachtvorst afvallen. De vorm van de bladeren is van handvorming tot ovaal en alles wat daar tussen zit, zelfs op één struik kunnen verschillende bladvormen voorkomen.

Eventuele grote vijgen zullen in de winter bevriezen, kleine vijgjes kunnen echter wel overleven en het volgende voorjaar verder groeien. Deze "herfstvijgen" overleven alleen een heel zachte winter, maar geven al vroeg in het volgende seizoen vruchten.

Hoewel de plant tot de grond toe kan afsterven, komt deze vrijwel altijd terug komt met nieuwe groei. Zelfs als de plant tot de grond is ingevroren hoeft u de vruchten het komende seizoen niet te missen, want hij bloeit op het éénjarige hout.

 

Ideaal is een leistruik tegen een zuidmuur creëren. Zorg er dan wel voor dat de plant circa 30 centimeter van de muur af staat. Het is goed om een jonge plant in het voorjaar terug te snoeien, zodat er een keur aan gesteltakken kunnen groeien, die later in een waaiervorm kunnen uitgroeien/geleid worden. Om zeker te blijven van vruchten, moet er om de 3 à 4 jaar gesnoeid worden. Dit om verzekerd te blijven van vruchtzetting aan de ontstane jonge takken. In mei/juni kunt u de takken toppen (tot op 4 à 5 bladeren), zodat er weer extra zijscheuten ontstaan. In hun bladoksel zullen weer vijgen ontstaan. Let wel op de "herfstvijgen", die in de bladoksels kunnen zitten. Denk verder altijd om vooral de ogen en de huid die kunnen geïrriteerd raken door het melkachtige vijgensap. Bij de snoei van dikkere takken heeft u daar weinig last van, maar bij het snoeien van twijgen of het knippen van bladeren komt dit sap vrij!

De planten zijn soms zeer gemakkelijk te stekken, kortom de resultaten zijn zeer wisselend. Het aanaarden of afleggen van de "slappe" stengels gaat meestal beter. U kunt verhoute stekken nemen in de winter of in augustus. Aanaarden of afleggen in het vroege voorjaar is ook een mogelijkheid, na een jaar zullen er vast en zeker wortels aan de aangeaarde of afgelegde takken zitten. Steek ze met een scherpe spade af en pot ze op of plant ze direct op de daartoe bestemde plaats.

Een vrij groeiende struik kan op een zeer beschutte plaats enkele meters breed en hoog worden.

 

* Terug naar Inleiding en Inhoudsopgave

 Contact