Terug naar Inleiding en Inhoudsopgave
Planten
worden in vele soorten verpakkingen en oppotmiddelen verkocht. Zo zijn er de alledaagse
bloempotten (tegenwoordig containers genoemd), maar ook zijn er ingegaasde
elastieken netten, jute netten, verteerbare netten en in een enkel geval soms
nog een stenen pot.
Zomaar
een tiental planten opgerooid in een kist is tegenwoordig vrijwel uit de tijd.
De planten zijn hierin kwetsbaarder omdat ze vaak een stuk groter zijn. Aan het
eind van de dag, als iedereen op de markt in de kist heeft gegraaid, zien de
resterende planten er niet meer mooi uit en worden door niemand meer gekocht.
Alleen
zijn juist dit de beste planten voor in de tuin en wel om de volgende redenen.
Bij het uitsteken gaan er zonder meer wortels kapot. Deze wortelsnoei bevordert
bij planten de hergroei juist enorm. Door het grondverlies moet de plant de
nieuwe grond waar u de plant in zet, wel accepteren. De plant zal in eerste
instantie nieuwe wortels maken en daarna verder groeien en zal vrijwel
ongevoelig zijn voor een korte periode van droogte.
|
|
Voor planten die aangeboden worden in potten, bakken en netten
geldt altijd dat het omhulsel verwijderd moet worden. Ook bij jute netten
waar het advies soms anders luidt. Bij het oprooien van dode planten heb ik
inmiddels al vaak genoeg gezien dat de grond in het net gortdroog is
gebleven. Dat is dan ook de reden dat de plant is doodgegaan: de plant kan
door het net geen contact maken met de nieuwe grond. Let er ook op dat de wortels soms zo in het net zijn gestoken
dat ze geen kant opkunnen. Bij potplanten moet u met nog wat anders rekening houden. Het
voordeel is dat planten het hele jaar door geplant kunnen worden en er altijd
fris uitzien. Een nadeel is dat van de planten vaak een vertekend beeld wordt
weergegeven. Ze zijn vaak veel kleiner dan ze in werkelijkheid horen te zijn.
Dit komt door het `plantje pesten in pot’. Daarnaast zijn planten in een pot
vaak slecht uitgegroeid - de plant is niets meer dan een stevige stengel met
een bloem. Nu de potkluit. Potgrond werkt vaak als een spons en zuigt al
het water aan. Wortels blijven dan het liefst in de potgrond. De plant bouwt
dan niet het vermogen op om bij gebrek aan voeding op zoek te gaan naar
nieuwe voedingsstoffen. De plant zal dan eventuele gebreksziekten gaan
vertonen of erg gevoelig worden voor ziektes. |
Gewone
volle-grondplanten kunnen gewoon geplant worden in gewone losse grond.
Kluitplanten
in een net moeten in het plantgat ontdaan worden van hun net zodat de eventuele
goede bacteriën bij de plant in het gat blijven. De kluit mag desnoods wel op
het net blijven staan want dit bevordert de wortelspreiding. Ook nu kunt u zien
of er beschadigde wortels zijn - knip deze voor de beschadiging terug want dit
voorkomt wortelrot.
Planten
in pot moeten voorzichtig worden ontdaan van de pot. Het voorzichtige geldt
meer voor het kapot trekken van de plant dan voor de wortels, want deze mogen -
moeten zelfs - even worden geschuurd. Dat is dus een vorm van snoei. Mochten de
wortels uit de pot steken, knip ze dan gerust weg.
Voor
velen van u is het moeilijk te bepalen hoe dicht de planten op elkaar geplant
mogen worden. Iedere plant heeft zijn eigen grootte en daar moet dus rekening
mee worden gehouden. Zo kunnen we stellen dat beplanting die dicht mag groeien
met meerdere op 1 m2 mogen. Volle robuuste bijna heesterachtige exemplaren
van bodembedekkers als pachysandra en vinca staan vaak met 7 tot 10 planten op
1 m2.
Aan
de andere kant moeten we rekening houden met planten met kleine bladeren en
grote bladeren. Kleinbladerigen kunnen met 5 tot 7 planten op 1 m2,
grootbladerigen met 3 tot 5 planten.
U
begrijpt het al: opletten is gewenst en soms moet u even in een tuinboek
nalezen wat er over de plant wordt geschreven.
De
kwaliteit van een plant bepalen is niet altijd even gemakkelijk. Laat u niet
misleiden om een plant die vol bloemen staat op de markt te kopen. Dit wordt
emotioneel koopgedrag genoemd. Kwaliteit is namelijk niet een plant met 10
bloemen, maar het plezier dat een plant geeft gedurende 10 jaar! Soms kan een
plantje bij aankoop dus best wat onooglijk zijn, maar zorg in ieder geval dat u
een plant met de juiste naam koopt.

Als de herfst er aan komt zullen velen van u
weer bollen willen bollen planten.
De vraag is waar ze eigenlijk geplant moeten worden.
Meestal worden ze in groepjes van 15 à 20 geplant. Sommige mogen blijven
zitten, andere moeten er uit volgens de tuinkenners. De volgende tip geeft een
praktische benadering van dit probleem.
Als u bollen koopt, denk er dan eens aan om
vooral veel blauwe druifjes te nemen. Deze zijn mooi en vooral erg handig omdat
ze in september al boven de grond komen met hun zomerblad en daar kunnen we
goed gebruik van maken. Plant ze nooit alleen, maar combineer ze altijd met
andere bollen zodat ze als verklikkers dienst gaan doen - daar waar de
narcissen, krokussen en sneeuwklokjes staan.
Bij het tuinonderhoud in het najaar ziet u aan
het zomerblad van de blauwe druifjes precies waar de andere bollen zitten - en
weet u dat u daar niet moet spitten. Zo voorkomt u dat de bollen worden
doorgestoken of gaan zwerven, wat een slordig beeld geeft.
Een ander mooi voordeel van het combineren van
bloembollen is dat u het idee krijgt dat een polletje bollen 3 keer bloeit. U
zit dan niet met al dat lof straks tussen de zomerbloemen. Bollen bloeien
immers meestal maar kort, 3 tot 4 weken.
Terug naar Inleiding en Inhoudsopgave