The5thSeAson:  Persberichten en Publieksprijzen

 

 Terug naar Inleiding en Inhoudsopgave

 Ontwerpen van tuinen

 

Gelders Dagblad 20 Mei 1996:
”De tuin is nog nooit zo in geweest als nu. Maar er wordt nog zoveel gerotzooid met de beplanting in tuinen. Zonde vindt Bert van de Weerd dat. Maar kijken en afkijken van anderen mag, stelt hij vast. Zo kom je te weet over nieuwe mogelijkheden en of nieuwe palmsoorten, technieken voor het kweken. En hoor je of er ergens nog iemand iets wil wegdoen of wil hebben. Hij is een regelmatige bezoeker van de Hortus Botanicus in Leiden - een van de vele subtropische paradijzen waar Bert zijn hart ophaalt bij het zien van al die pracht”.

 

    

 

 

Bert's hobby werd ontdekt door RTL4 en de NCRV. Deze omroepen vonden het heel bijzonder en maakten opnamen van zijn tuin met palmen en ander subtropische planten. In het programma geeft Bert uitleg hoe hij zijn subtropische tuin de winter door helpt. De opnamen zijn in 2000 uitgezonden in de programma's "Eigen huis en Tuin" van RTL4 en "Bloemen en Planten" van de NCRV.
Bert van de Weerd heeft ook meegedaan aan de "
Buitenlust Tuinprijsvraag (NRC-handelsblad 19 Februari 2000), waarbij hij met zijn ontwerp een eervolle vermelding kreeg.

 

 

 

“Mijn paradijs voor het nieuwe millenium”, goed voor een prijs van het NRC-handelsblad

Voorzover  “het Paradijs” heeft bestaan vind ik het een leuk onderwerp. Privé werk ik al jaren aan een zo perfect mogelijke tuin met een zo tropisch mogelijk uiterlijk. In deze tuin bevinden zich zo tropisch mogelijke planten. Hiervoor kies ik steeds de koudst mogelijke plant binnen een tropische familie.

In mijn tuinontwerp heb ik meerdere elementen uit het paradijs opgenomen.

De waterloop in mijn paradijs stelt de levensloop voor, het begin en einde der tijden. Het begin is de bron (borrel kei) van alle leven. Ik heb het einde laten eindigen in een diepe donkere put, die de toekomst en de onzekerheid voorspelt. Het daarbij behorende geluid van vallend water geeft de oneindigheid aan.

De kronkeling herinnert aan de slang die alles in gang heeft gezet met de verleiding door de appel. De appel die groeide in de hof moet een “granny smith” zijn geweest, omdat deze appel van nature er niet aantrekkelijk uitziet met zijn groene onrijpe kleur. Daarom moet de slang meer moeite doen om de mens ertoe aan te zetten om ervan te eten. Als de appel mooi rijp en geel is, is zij niet eetbaar meer, maar meelderig en voors. Een andere reden is dat deze soort beter gedijt in warmere streken, terwijl juist onze soorten het daar veel minder goed doen.

De vijg echter is bekend van zijn zuidelijke oorsprong. Wat weinigen weten is dat de vijg uitstekent gedijt in ons klimaat mits er wordt gekozen voor de soort “Brown Turkey”. Deze gedijt zelfs op een noordzijde, maar toch het liefst op het zuiden. Overigens vind ik het een vreemde keuze van Adam en Eva, gezien de kleine maat van het blad, en het melksap dat de vijg afschijdt (net als de rubberboom, dit is ook een ficus). Het is wel een plant met diverse bladtypes en zeer sierlijk.

Het pad heb ik gemaakt van verschillende maten tegels als symbool voor de oneffenheden (obstakels) in een mensenleven. Toch zijn er ook goede geneugtes des levens: de letterlijk op dit pad groeiende planten.

Zo heb ik zeer laag kruipende planten tussen de naden en zijkanten van het pad. Omdat het pad nogal lang is bestaat de begroeiing uit drie soorten vaste planten: loopkamille, loopmunt en looptijm. De soorten worden wel gescheiden aangeplant om de reuk goed tot zijn recht te laten komen. Verder zijn er planten in deze tuin te vinden die opvallend zachte bladeren hebben, zoals de wolbladige hortensia (Hydrangea macrophylla) of muize-oor (Stachys byzantea). Beide hebben ook een wat grijze bladkleur.

Om de tuin een paradijselijke uitstraling te geven moet het er mooi en behaaglijk zijn. Warmte wil ik suggereren door tropisch lijkende planten aan te planten, zoals Trachycarpus fortunei, één van de winterharde palmen, samen met de Musa basjo (tuinbanaan). Ook de Poncirus trifoliata (tuinsinaasappel) mag niet ontbreken. Zelfs de granaatappel (Punica granatum) is goed mogelijk.

Om de dood en vergankelijkheid te symboliseren plant ik grootbloemige Zantedeschia aethiopica (aronskelk) aan. De Cupressus sempervirens is een zeer lange smalle den, die hemel en aarde verbindt. In de vakken die omzoomd zijn door hagen, kunnen vele groentes groeien. De rest van de borders zal worden opgevuld met langbloeiende vaste planten met een grote restwaarde zoals mooie bladvormen en -kleuren. Ook zullen er tal van fruitbomen aanwezig zijn om een overvloed aan lekkernijen te garanderen.

De mispel echter symboliseert de rottigheid van de mensheid, van buiten mooi en van binnen soms rot. Omdat daar waar twee mensen zijn, allicht wel eens strijd is, heb ik gekozen om de bestrating uit te voeren in de vorm van een dam- of schaakbord als een soort strijdtoneel. In tijden van rust kan deze plek als zitruimte dienen. Als damschijven gebruik ik schijven van boomstammen en voor de schaakstukken buxussen in pot geschoren.

De tuin met haar bron, haar levensloop en oneindigheid, maar ook met haar warmte, dood en strijd is mijn paradijs, klaar om in geleefd te worden.

 

Regio Dagblad voor Veenendaal 18 Augustus 1993:

 “Er groeien palmen in Veenendaal. Wie denkt dat een dergelijke plant zich alleen in een exotisch klimaat thuis voelt, heeft het mis. Dat de palm ook in het Nederlandse klimaat heel goed in staat is om buiten te overleven, heeft Bert van de Weerd, een ras-Veenendaler, bewezen. Samen met mede ras-Veenendaler Wim Takken en Martin Sloos uit Soest vormt hij de kern van de Nederlandse Palm & Cycadeeën Kring. Zij hebben meegedaan aan de Geraniummarkt in Veenendaal om zo het publiek bekend te maken met hun hobby. Zij hebben daar  diverse soorten palmen en subtropische bomen die in ons Nederland mogelijk zijn laten zien. Op de Fleurig '93 zijn zij dan ook met zilver bekroond voor hun bijzondere hobby”.

 

Tuinwedstrijd “de smaak van thee”

Bij de uitspraak “puur natuur” krijgt niemand een vreemde smaak in de mond. Over smaak valt niet te twisten, zegt het spreek woord, maar misschien is het wel raadzaam om over de smaak te twijfelen.

Zo vraag ik me af  hoeveel aardbeien er zitten in een pot jam. Dit is nog na te gaan door de pot in een zeef te doen en uit te spoelen; wat overblijft zijn de aardbeien. Bij een geurende pot citroen- of aardbeienthee ligt het niet zo gemakkelijk. Sterker nog, bij smaakjesthee heb ik grote twijfels hoeveel puur natuur eraan te pas is gekomen. Dus is de enige manier om uw thee een pure smaak te geven zelf de smaakstoffen te verbouwen. Vandaar dat ik de ingezonden tuin het thema “thee” heb meegegeven.

 

De in thee voorkomende smaken vormen de basisbeplanting voor de tuin, zoals mint of kamille. Voor de camelia japonica is een heel speciale plaats gereserveerd. Deze staat namelijk het dichtst in de familie tot de cameliacinensis, die garant staat voor de basis van thee.

Voor de kamillen is een bank gestapeld van oude bakstenen met daartussen en op het zitgedeelte kamille, zodat bij het aanraken van de kleding of dergelijke de kamillegeur vrijkomt. De muren zullen begroeid moeten raken met fruitbomen en leigewassen als braam en framboos. In de vakken zullen lagen kruiden groeien als munt, citroenmelisse of tijm. De randen van de blokken worden gemaakt van inheemse bosbes.

De ruimte die overblijft wordt beplant met gewone vaste planten om de tuin ook het hele jaar door te laten bloeien, zodat het innerlijk én uiterlijk genieten wordt.

 

 Terug naar Inleiding en Inhoudsopgave

 Ontwerpen van tuinen

* Contact