Terug naar Inleiding en Inhoudsopgave
|
|
Bert's hobby werd ontdekt door RTL4 en
de NCRV. Deze omroepen vonden het heel bijzonder en maakten opnamen van zijn
tuin met palmen en ander subtropische planten. In het programma geeft Bert
uitleg hoe hij zijn subtropische tuin de winter door helpt. De opnamen zijn
in 2000 uitgezonden in de programma's "Eigen huis en Tuin" van RTL4 en "Bloemen en Planten" van de NCRV. |
Voorzover “het Paradijs” heeft bestaan vind ik het een
leuk onderwerp. Privé werk ik al jaren aan een zo perfect mogelijke tuin met
een zo tropisch mogelijk uiterlijk. In deze tuin bevinden zich zo tropisch
mogelijke planten. Hiervoor kies ik steeds de koudst mogelijke plant binnen een
tropische familie.
In mijn
tuinontwerp heb ik meerdere elementen uit het paradijs opgenomen.
De waterloop in
mijn paradijs stelt de levensloop voor, het begin en einde der tijden. Het
begin is de bron (borrel kei) van alle leven. Ik heb het einde laten eindigen
in een diepe donkere put, die de toekomst en de onzekerheid voorspelt. Het
daarbij behorende geluid van vallend water geeft de oneindigheid aan.
|
De kronkeling
herinnert aan de slang die alles in gang heeft gezet met de verleiding door
de appel. De appel die groeide in de hof moet een “granny smith” zijn
geweest, omdat deze appel van nature er niet aantrekkelijk uitziet met zijn
groene onrijpe kleur. Daarom moet de slang meer moeite doen om de mens ertoe
aan te zetten om ervan te eten. Als de appel mooi rijp en geel is, is zij
niet eetbaar meer, maar meelderig en voors. Een andere reden is dat deze
soort beter gedijt in warmere streken, terwijl juist onze soorten het daar
veel minder goed doen. De vijg echter
is bekend van zijn zuidelijke oorsprong. Wat weinigen weten is dat de vijg
uitstekent gedijt in ons klimaat mits er wordt gekozen voor de soort “Brown
Turkey”. Deze gedijt zelfs op een noordzijde, maar toch het liefst op het
zuiden. Overigens vind ik het een vreemde keuze van Adam en Eva, gezien de
kleine maat van het blad, en het melksap dat de vijg afschijdt (net als de
rubberboom, dit is ook een ficus). Het is wel een plant met diverse bladtypes
en zeer sierlijk. Het pad heb ik
gemaakt van verschillende maten tegels als symbool voor de oneffenheden
(obstakels) in een mensenleven. Toch zijn er ook goede geneugtes des levens:
de letterlijk op dit pad groeiende planten. Zo heb ik zeer
laag kruipende planten tussen de naden en zijkanten van het pad. Omdat het pad
nogal lang is bestaat de begroeiing uit drie soorten vaste planten:
loopkamille, loopmunt en looptijm. De soorten worden wel gescheiden
aangeplant om de reuk goed tot zijn recht te laten komen. Verder zijn er
planten in deze tuin te vinden die opvallend zachte bladeren hebben, zoals de
wolbladige hortensia (Hydrangea macrophylla) of muize-oor (Stachys byzantea).
Beide hebben ook een wat grijze bladkleur. |
|
Om de tuin een
paradijselijke uitstraling te geven moet het er mooi en behaaglijk zijn. Warmte
wil ik suggereren door tropisch lijkende planten aan te planten, zoals
Trachycarpus fortunei, één van de winterharde palmen, samen met de Musa basjo
(tuinbanaan). Ook de Poncirus trifoliata (tuinsinaasappel) mag niet ontbreken.
Zelfs de granaatappel (Punica granatum) is goed mogelijk.
Om de dood en
vergankelijkheid te symboliseren plant ik grootbloemige Zantedeschia aethiopica
(aronskelk) aan. De Cupressus sempervirens is een zeer lange smalle den, die
hemel en aarde verbindt. In de vakken die omzoomd zijn door hagen, kunnen vele
groentes groeien. De rest van de borders zal worden opgevuld met langbloeiende
vaste planten met een grote restwaarde zoals mooie bladvormen en -kleuren. Ook
zullen er tal van fruitbomen aanwezig zijn om een overvloed aan lekkernijen te
garanderen.
De mispel echter
symboliseert de rottigheid van de mensheid, van buiten mooi en van binnen soms
rot. Omdat daar waar twee mensen zijn, allicht wel eens strijd is, heb ik
gekozen om de bestrating uit te voeren in de vorm van een dam- of schaakbord
als een soort strijdtoneel. In tijden van rust kan deze plek als zitruimte
dienen. Als damschijven gebruik ik schijven van boomstammen en voor de
schaakstukken buxussen in pot geschoren.
De tuin met haar
bron, haar levensloop en oneindigheid, maar ook met haar warmte, dood en strijd
is mijn paradijs, klaar om in geleefd te worden.
|
|
Regio Dagblad voor Veenendaal 18 Augustus 1993: “Er groeien palmen in Veenendaal. Wie denkt
dat een dergelijke plant zich alleen in een exotisch klimaat thuis voelt,
heeft het mis. Dat de palm ook in het Nederlandse klimaat heel goed in staat
is om buiten te overleven, heeft Bert van de Weerd, een ras-Veenendaler,
bewezen. Samen met mede ras-Veenendaler Wim Takken en Martin Sloos uit Soest
vormt hij de kern van de Nederlandse Palm & Cycadeeën Kring. Zij hebben
meegedaan aan de Geraniummarkt in Veenendaal om zo het publiek bekend te
maken met hun hobby. Zij hebben daar
diverse soorten palmen en subtropische bomen die in ons Nederland
mogelijk zijn laten zien. Op de Fleurig '93 zijn zij dan ook met zilver
bekroond voor hun bijzondere hobby”. |
Bij de uitspraak
“puur natuur” krijgt niemand een vreemde smaak in de mond. Over smaak valt niet
te twisten, zegt het spreek woord, maar misschien is het wel raadzaam om over
de smaak te twijfelen.
|
|
Zo vraag ik me
af hoeveel aardbeien er zitten in een
pot jam. Dit is nog na te gaan door de pot in een zeef te doen en uit te
spoelen; wat overblijft zijn de aardbeien. Bij een geurende pot citroen- of
aardbeienthee ligt het niet zo gemakkelijk. Sterker nog, bij smaakjesthee heb
ik grote twijfels hoeveel puur natuur eraan te pas is gekomen. Dus is de
enige manier om uw thee een pure smaak te geven zelf de smaakstoffen te
verbouwen. Vandaar dat ik de ingezonden tuin het thema “thee” heb meegegeven. |
|
|
|
De in thee
voorkomende smaken vormen de basisbeplanting voor de tuin, zoals mint of
kamille. Voor de camelia japonica is een heel speciale plaats gereserveerd.
Deze staat namelijk het dichtst in de familie tot de cameliacinensis, die
garant staat voor de basis van thee. Voor de
kamillen is een bank gestapeld van oude bakstenen met daartussen en op het
zitgedeelte kamille, zodat bij het aanraken van de kleding of dergelijke de
kamillegeur vrijkomt. De muren zullen begroeid moeten raken met fruitbomen en
leigewassen als braam en framboos. In de vakken zullen lagen kruiden groeien
als munt, citroenmelisse of tijm. De randen van de blokken worden gemaakt van
inheemse bosbes. De ruimte die
overblijft wordt beplant met gewone vaste planten om de tuin ook het hele
jaar door te laten bloeien, zodat het innerlijk én uiterlijk genieten wordt. |
|
||
Terug naar Inleiding en Inhoudsopgave