Terug naar Inleiding en Inhoudsopgave
Allergietuin
Veel mensen hebben een kwaal, de een erger dan de
ander. Een kwaal die te verzachten is, is een allergie. Dit is een kwaal die
bestaat uit irritatie zonder daar soms de achtergrond van te weten en toch de
hinder ervan te ondervinden. Vaak staat het vast aan welke allergie ze
blootstaan, bijvoorbeeld hooikoorts. Allergie kan ontstaan door deeltjes in de
lucht (stuifmeelpollen), maar kan ook het gevolg zijn van lijfelijk contact,
namelijk met sappen of netelharen.
Stuifmeelpollen zijn moeilijk te bestrijden omdat de
lucht de drager is van de ellende – het is ook nog weersafhankelijk. Die
stuifmeelpollenstruik in de tuin van de buren, daar kan vaak helemaal niets aan
gedaan worden. Aan de planten in eigen tuin wel, daar liggen dan ook de
oplossingen. Voor de winddragers geldt de regel: vaak verwijderen of voorkómen
dat ze bloeien, dus voor die tijd snoeien of scheren. Bij nieuwe aanleg de
aanplant gewoon achterwege laten.
Voor de contactplanten, zoals de brandnetel, is het
vaak veel gemakkelijker: gewoon een kwestie van rooien of zo ver weg zetten dat
aanraking vrijwel uit gesloten is. Problematisch is vaak dat de meeste mensen
niet weten welke planten, struiken en bomen problemen opleveren en hoe dit op
te lossen. In een goed ontwerp
zullen dit soort planten zeker niet voorkomen.

Seniorentuin
Vele gezonde mensen denken nu nog niet na over later,
toch is regeren vooruitzien en dus is nu al het moment aangebroken om
maatregelen te nemen. Een seniorentuin is niet meer dan een tuin voor
gehandicapte mensen, mensen die een hekel aan tuinwerkzaamheden hebben of
gewoon luie mensen. Bij het ontwerpen en aanplanten van zo’n tuin wordt gelet
op de onderhoudsvriendelijkheid en samenhang van planten. De seniorentuin staat
in dienst van de bewoner en alles erin is erop gebaseerd om werkzaamheden te
voorkomen.
Een aantal principes hiervan is:
dat restanten van uitgebloeide bollen
gecamoufleerd worden door andere planten die uit zichzelf dezelfde ruimte
begroeien en opvullen. Planten die geen ergernis opleveren maar juist een
meerwaarde vormen de tuin. Bijvoorbeeld de kleine kort bloeiende
voorjaarsbloeier te laten overgroeien door een wat latere zomerbloeier;
dat een tuin ingericht kan worden met traag
groeiende bomen en heesters;
dat een tuin ingericht kan worden met vrijwel
alleen bodembedekkers en opvallende heesters. Winter en herfst leveren vaak
problemen op die te ondervangen zijn door voor kleinbladerige bomen te kiezen.
De blaadjes verdwijnen dan in de onderbegroeiing en vallen praktisch niet op de
grond. De bomen mogen ook geen al te grote zaadproductie hebben om te voorkomen
dat er in de lente een groei-explosie is van nieuwe boompjes.

Thematuin
Hebt u er wel eens aan gedacht om uw tuin een thema
mee te geven? Zo gek is dit niet - hoeveel mensen hebben niet een rozentuin of
een kruidentuin, of een tuin met veel blauw? Wat dacht u van een heksen- of
watertuin, of een oosterse of Japanse tuin?
Het leuke hiervan is om eerst wat voorwerpen bij
elkaar te zoeken en dan pas de tuin daaromheen te ontwerpen. Het voordeel van
een thema is dat het begrenst. In een blauwe tuin mogen geen gele of rode
tulpen voorkomen behalve als ze blauwe bladeren hebben bijvoorbeeld.
Grijsbladerige planten geven weer een goed kleurenspectrum.
In een heksentuin moeten we denken aan misschien wel
een vrij wilde tuin met kruiden, een grote wasketel en planten met bizarre
namen zoals monnikskap, berenklauw, zwart nieskruid enzovoort. Het is zaak om
gewoon zo veel mogelijk in dat thema te blijven.
Zelfreinigende tuin
Voor veel mensen is opruimen niet het meest geliefde
werk, dus is het misschien beter om daar rekening mee te houden tijdens het
ontwerpen. De tuin kan een zelfreinigende kracht meegegeven worden en de te
kiezen planten maken het mogelijk om blaadjes of naalden op een onopvallende
wijze te camoufleren.
Dit kan bestaan uit een losse wintergroene
onderbeplanting die het vallende blad aan het zicht onttrekt. Ook bomen die
maar weinig blad laten vallen of juist bladeren laten vallen die zo groot zijn
dat ze gemakkelijk te ruimen zijn, zijn hiervoor geschikt.

Kuipplantentuin
In veel tuinen zijn potten en bakken te vinden. In de
meeste gevallen staan daar een of meerdere geraniums of fuchsia’s in. U kunt er
ook voor kiezen om niet alledaagse kuipplanten te nemen zoals olijven, palmen,
oleanders, agaven, abutilons (malve) of de bougainvillea.
Al deze planten geven een subtropische sfeer. Ze
vragen en verlangen wel meer aandacht dan gewone tuinplanten, zoals water geven
en bemesten. In de winter moeten kuipplanten beschermd worden tegen de koude –
wat over het algemeen inhoudt dat de planten op een droge en koele plaats
moeten overwinteren. Een serre is daarvoor prima geschikt.
Voor de helft van alle kuipplanten geldt trouwens dat
ze enkele graden vorst (maximaal -5º) nog wel kunnen verdragen. Deze kuipplanten
kunnen in dit geval ook overwinteren in een droge lichte schuur. Deze groep
kuipplanten vormen eigenlijk de start van het subtropisch tuinieren - de subtropische planten in de volle grond!
Subtropisch
tuinieren is mogelijk zolang als het goed begeleid wordt door een deskundige.
Het hoeft niet of nauwelijks problemen op te leveren – en toch groeien er de
meest vreemde planten in uw tuin.
Mijn
specialiteit is subtropisch tuinieren, ik doe daar al 20 jaar ervaring in op en
het blijft nog steeds een uitdaging!
Terug naar
Inleiding en Inhoudsopgave